is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 10, 02-12-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heet j behoort de aarde i en haar I volheid. j \ Psalm 24 : 1 y

Tyd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE 'EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 49STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 2 December 1950 Nr 10 Redactie: ds J. J. Biukes Jr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. Bomhoff Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van dr M. V. d. Voet ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

Abonnement bij vooruitbet. perJaarfS,—; halfjaarf2,7s; kwartaalf I,soplusf 0,15 incasso. Losse nrsfo,ls; Postgiro 21876; Gem.giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C.

NOG EENS; VERDRAAGZAAMHEID

Nu onze redactie-secretaris zijn mening over verdraagzaamheid heeft gezegd, waag ik het er op, ook nog enkele opmerkingen over dit thema te maken.

Men heeft mij vanwege mijn kort verhaat over de twijfel van Paus Plus XII onverdraagzaamheid verweten. Een jtrouw vriend van „Tijd en Taak” schreef mij: niet dat het nieuwe dogma voor mij enige waarde heeft, maar de dogma-verklaring van de Paus doet niets af aan de vroomheid van vele katholieken en „Tijd en Taak” heeft nog nooit een opvatting van anderen gekleineerd. Het wonderlijke is, dat naar mijn overtuiging dit zinnetje voor de opvattingen van onze katholieke broeders nogal kleinerend is, terwiji mijn kort verhaal dat in het geheel niet was.

Wij kunnen de geloofsovertuiging van anderen niet erger kleineren dan door te zeègen, dat zij voor ons geen waarde heeft, maar dat dit niets afdoet aan ons respect voor de vroomheid van de anderen. In mijn kort verhaal probeerde ik mijn zeer principiële bezwaren tegen de Rooms-Katholieke Kerk tot uitdrukking te brengen. Ik neem dus de R. K. Kerk voor honderd procent serieus. Dat doen degenen, die erg verdraagzaam willen zijn en mij van onverdraagzaamheid beschuldigen, nu juist niet, daar zij zeggen, dat de r.k. geloofsovertuigingen en de vroomheid van de rooms-katholieken eigenlijk niets met eikaar te maken hebben.

Persoonlijk vind ik het ergste, dat mij overkomen kan, dat iemand van mijn geloofsovertuiging zegt: zij heeft niet de minste waarde voor mij, maar voor uw vroomheid heb ik respect. Zulk respect kan ik niet aanvaarden, omdat mijn vroomheid, indien die er in mijn leven is, alleen iets betekent door mijn geioofsovertuiging. Ik weet, dat zeer overtuigde rooms-katholieken dit met mij eens zijn. Kort na de bevrijding was er een samenkomst, waar een aantal mensen probeerde een program voor de Nederlandse Volksbeweging op te stellen. In het ontwerp stond, dat wij onze kinderen moeten opvoeden in

eerbied voor elkanders overtuigingen. Tegen die zinsnede diende ik bezwaren in. Er zijn overtuigingen voor weike ik mijn kind geen eerbied mag en wii bijbrengen. Ik denk aan het antisemitisme. Eén der aanwezigen was het met mij eens wat het antisemitisme betreft; maar voor eikaars geloofsovertuigingen moesten we, zo zei hij, eerbied hebben. Hij vond het verkeerd en onverdraagzaam, dat protestanten de Mis een vervioekte afgoderij noemen. Voor hem had de Mis geen betekenis, maar voor de r. k. opvattingen over de Mis had hij eerbied.

Ik antwoordde, dat deze eerbied voor mijn besef enkel en hoffelijke buiging is, die tot niets verplicht. Zo neemt men de roomskatholieken niet serieus. De protestantse catechismus is fel, maar neemt Rome in elk geval serieus.

Het was de r.k. prof. Pompe die mij bijviel. Een hoffelijke buiging voor de Mis, maar volkomen vrijblijvend men zet zijn hoed af en loopt door is het allerergste, dat Rome overkomen kan. Ik vrees dat voor zeer velen verdraagzaamheid opgaat in een zekere hoffelijkheid, die heel beschaafd is en plezierig aandoet, maar in wezen leeg en inhoudsloos is. Zo’n hoffelijkheid vind ik erger dan een felle, wat mij betreft al te felle bestrijding. Verdraagzaamheid betekent voor velen, dat de vraag naar de waarheid hen koud laat. Het syncretisme is dan ook altijd tot het uiterste verdraagzaam. Het kan dat zijn, dmdat het de waarheidsvraag van ondergeschikte betekenis vindt.

Toen ik jaren geleden, gewikkeld in een kerkelijk conflict, een theologische hoogleraar buiten mijn kring mijn nood klaagde over de felheid waarmee in mijn kring over theologische verschillen gestreden werd, zei deze tegen mij: ik voel met je mee, maar ik wilde wel dat het in mijn kring wat meer gebeurde, het gebeurt echter nooit, niet omdat wij zoveel christelijker zijn, maar omdat bij ons de hartstocht voor de waarheid bijna geheel ontbreekt. Men moet op een goed ogenblik onverdraagzaam zijn niet ten opzichte van

mensen, maar ten opzichte van bepaalde overtuigingen ter wille van de waarheid. Plato' is mijn vriend, maar de waarheid is belangrijker. Er is nog een gezichtspunt.

Verdraagzaamheid is aantrekkelijk, onverdraagzaamheid niet. Maar de aantrekkelijke verdraagzaamheid kan in wezen onbarmhartig en de onaantrekkelijke onverdraagzaamheid kan in wezen barmhartig zijn.

Wanneer ik er van overtuigd ben, dat het waarachtige leven alleen in Christus te vinden is, is het onbarmhartig van mij te doen, alsof dat niet het geval is. De onverdraagzaamheid van het christelijke geloof is een zaak van barmhartigheid, wanneer het waar is, en voor het christelijke geloof is het waar, dat Christus de weg, de waarheid en het leven is. Als er slechts één weg is, die naar het doel leidt, is het onbarmhartig om uit verdraagzaamheid te doen alsof er vele wegen naar het doel leiden en barmhartig, om met beslistheid uit te spreken, dat er maar één weg is en dat de andere wegen dwaalwegen zijn.

Ik acht de leerontwikkeling van de R. K. Kerk een groot gevaar voor het geloof en ook voor de vroomheid. Men kan hierover anders denken, maar men mag mij niet kwalijk nemen, dat ik dat met beslistheid uitspreek, zoals ik het een rooms-katholiek niet kwalijk mag nemen, dat hij met overtuiging uitspreekt, dat er buiten de Katholieke Kerk geen zaligheid is.

De overtuigde katholiek heeft begrip voor de overtuigde protestant en omgekeerd. De alleen maar verdraagzame echter heeft voor geen van beiden begrip.

De overtuigde katholiek en de overtuigde protestant nemen elkander serieus, de alleen maar verdraagzame echter neemt geen van beiden serieus. Hij heeft, zo zegt hij, eerbied voor hun opvattingen, die voor hem echter, zo voegt hij er aan toe, geen enkele waarde hebben.

Voor mij heeft zo’n eerbied geen énkele waarde. Juist omdat ik de rooms-katholieken ais medechristenen erken en hun opvattingen voor mij zeer grote waarde hebben, juist daarom ben ik ten opzichte van bepaalde r.k. opvattingen fel en onverdraagzaam.

Ter wille van de waarheid en uit barmhartigheid. Verdwijnen deze twee uit het gezicht en uit mijn leven, dan is mijn verdraagzaamheid echter alleen maar farizees en eigengereid.

Kort gezegd: de enige godsdienstige onverdraagzaamheid, die ik verdedig en verdedigen moet, is de onverdraagzaamheid om Christus’ wil.

J. J. BUSKES Jr.