is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 10, 02-12-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de. Men heeft zich dus te wenden naar die lichamen, die méér overzicht en meer verantwoordelijkheid hebben. Niet omgekeerd. Het is interessant, deze vergaderingstechniek eens op zich te laten inwerken en deze bijv. te vergelijken met parlement en politieke vereniging. Sectoren van het openbare leven, die ieder hun eigen geschiedenis, hun eigen functie dus ook hun eigen structuur hebben. Ik meen, dat het van betekenis zou zijn, wanneer er van de kerkelijke wijze van vergaderen zoveel straling uit ging, dat elementen hiervan in het niet-kerkelijke leven doordrongen. Of ik intussen deze vorm van vergaderen ideaal acht?

Er is geen ideale vorm. Schaduwzijden zijn er zeker. Besluiten komen langs deze weg niet snel tot stand. Men kan van boven-af niets dwingen. Bovendien: de kracht van personen wordt wel sterk beknot. Van leiderschap in welke vorm ook, zal geen sprake zijn. Bijzonder geschikte figuren zullen, vooral in meerdere vergaderingen, na verloop van tijd steeds vervangen moeten worden. Slechts kerkvisitatoren, mannen met een bijzondere vertrouwenspositie, kunnen een lang leven hebben. Zij hebben intussen geen regeermacht, alleen een adviserende functie. Deze schaduwzijden mogen ons, dunkt mij, niet verhinderen te constateren, dat hier, uit deze kerk der Reformatie, een vorm van regeren opkomt, die zeker niet alleen voor de kerk van betekenis is.

Wanneer ik een Synodevergadering bij woon en daarmee een zitting van de Tweede Kamer vergelijk, dan zou ik weinig van de Tweede-Kamer-allure naar de Synode willen overbrengen, maar véél in omgekeerde richting willen dirigeren. L. H. R.

dan deze zes. Vraag: zouden hun bekentenissen anders zijn geweest? Waarschijnlijk alleen maar minder intelligent en minder welsprekend. En dan denk ik weer aan allen, die zij achterlieten in het andere kamp. De conclusie uit dit boék is: de anderen, voor zover ze vrijwillig blijven, zijn öf dom, öf laf, öf gemeen. Deze conclusie lijkt waanzinnig, maar is het niet, als we ons ten minste snel te binnen brengen, dat hetzelfde ook van ons en van onze medestanders geldt. Begrijpt ge nu, waarom ik straks vaststelde dat dit getuigenis iets miste? Men komt er niet met communisme en democratie tegenover elkaar te plaatsen. Natuurlijk heeft dit boek een verpletterend gelijk als het met telkens andere, boeiende en boeiend vertelde ervaringen aankomt, dat in vergelijking met de democratie het huidige communisme volstrekt verwerpelijk is, maar de vergelijking blijft aangetekend op een schaal van relatieve grootheden.

Om deze reden is mij het slot van Ignazio Silone’s verhaal het liefst: „Het beschouwen van de ervaring, die ik heb opgedaan, heeft mij gevoerd tot een verdiepen van de motieven voor mijn afscheiding, die veel verder gaan dan de toevallige motieven, die de laatste stoot gaven. Maar mijn geloof in het socialisme, waarvan ik, naar ik meen, kan zeggen dat mijn ganse leven getuigenis aflegt, is in mij levendiger dan ooit gebleven. In zijn wezen is het teruggegaan fliot wat het was, toen ik voor het eerst in opstand kwam tegen de oude, maatschappelijke orde; een weigering om het bestaan van het noodlot toe te geven, een uitbreiding van de ethische impuls van de beperkte individuele en gezinssfeer tot het ganse domein der menselijke activiteit.

een behoefte aan een doelmatige broederschap, een bevestiging van de superioriteit van de mens over al de economische en sociale mechanismen die hem verdrukken. Naarmate de jaren voorbij zijn gegaan, is hier aan toegevoegd een intuïtie van ’s mensen waardigheid en een gevoel van eerbied voor datgene, wat in de mens altijd tracht zich zelf ver achter te stellen en dat ligt aan de wortel van zijn eeuwige onrust. Maar ik geloof niet, dat dit soort socialisme mij bijzonder eigen is. De „krankzinnige waarheden”, die hierboven zijn genoemd, zijn ouder dan het marxisme; tegen de tweede helft van de laatste eeuw zochten zij een onderkomen in de arbeidersbeweging, die ontstond uit industrieelkapitalisme en zij blijven een van haar hardnekkigste inspiratiebronnen. Ik heb herhaaldelijk mijn mening gezegd over de betrekkingen tussen de socialistische beweging en de theorieën van het socialisme; deze betrekkingen zijn in geen geval onbuigzaam of onveranderlijk. Met de ontwikkeling van nieuwe studies kunnen de theorieën uit de mode raken of verworpen worden, maar de beweging gaat voort. Het zou evenwel onnauwkeurig zijn met het oog op de oude twist tussen de leerstelligen en de empirici van de arbeidersbeweging mij bij de laatstgenoemden in te delen. Ik stel mij socialistische politiek niet voor als vastgeklonken aan de een of andere theorie, maar aan een geloof. Zoveel temeer socialistische theorieën aanspraak maken op de naam „wetenschappelijk”, des te vergankelijker zij zijn; maar socialistische waarden zijn blijvend. Het onderscheid tussen theorieën en waarden wordt niet voldoende ingezien, maar het is fundamenteel. Op een groep theorieën kan men een school baseren; maar op een groep waarden kan men een cultuur funderen, een beschaving, een nieuwe wijze van samenleven onder mensen.”

Hier wordt duicjelijker dan elders heengewezen naar waarden, die dieper liggen dan het politieke conflict dat ons beroert, dieper zelfs dan socialisme en democratie. Door de vertaling heen, vooral als ge het voorafgaande, aangrijpende verhaal gelezen hebt, kunt ge de bewogenheid van de schrijver voelen en daar past u slechts bescheidenheid als ge er stamelend mee instemt. En toch ik zeg het aarzelend! is hier ook nog iets in het vage gelaten. Ik houd niet van nierenproeverij, noch van zieltjeswinnen. Maar wel verklaar ik voor mijn part, dat die waarden, waar Silone bezwerend naar wijst, voor mij persoonlijk slechts gelding hebben, als ik ze aanschouw niet in de roerloze hemel der abstracte ideeën, noch in het wankele, wisselende bewustzijn van me zelf en van de anderen, maar wanneer ze mij tegemoetstralen in het Aanschijn Gods. Ik weet dat ik daarmee de zgn. bewuste Europeaan tart. „Naïeveteit”, fluistert hij. „Anthropomorphisme.” Het zij zo! Ik kan niet anders. Maar ik voel me gesterkt door het onwankelbaar besef, dat waarden slechts voorbijgaande woorden of begrippen zijn, zolang ze niet gedacht en gesproken zijn in een goddelijk, eeuwig Woord. J. G. B.

AANKONDIGING

Het secretariaat „Vrienden van Indonesië” gaf een goede brochure uit, getiteld: „Het probleem Irian" (vergelijk het artikel in „Tijd en Taak” van 18 Nov. „Zwaar weer op til”). Men kan deze brochure voor ten minste ƒ 0,25 verkrijgen aan het secretariaat van dit comité („Vrienden van Indonesië”), Nassaukade 145, Amsterdam-W., giro 62151, alwaar ook bijdragen verwacht worden van hen, die deze actie willen steunen.

Gevaarlijk anti-communisme

De volgende geschiedenis heeft zich in de afgelopen maanden afgespeeld aan de grote universiteit van Californië. Het begon hiermee, dat in het kader van de communistenjacht het bestuur (de regenten) dezer universiteit op het illustere idee kwam, van alle docenten en employé’s een loyalitelts-eed te eisen, waarin zij hun afkeer van het communisme moeten betuigen en verklaren geen lid van een communistische partij te zijn en van alle denkbare communistische smetten vrij te zijn.

Het verzet, dat deze voorgestelde maatregel verwekte bij hen, die zich er aan zouden moeten onderwerpen, had in eerste instantie ten gevolge, dat er wat water in de wijn werd gedaan. Wie bezwaar had tegen het afleggen van deze eed, kon volstaan met een schriftelijke verklaring. De faculteitscommissie (vertegenwoordigend de docenten en andere staf-leden), deed een verderreikend voorstel, dat hierop neerkwam, dat diegenen, die ook tegen het ondertekenen van een schriftelijke verklaring bezwaar hadden, in de gelegenheid zouden worden gesteid om door een faculteitscommissie te worden gehoord en op deze wijze te worden getest op hun anti-communistische zuiverheid.

Van Mei tot Juli onderzocht een dergelijke commissie inderdaad 45 docenten op hun politieke betrouwbaarheid en stelde vast, dat in ieder geval 39 van hen volkomen vrij van alle ongewenste afwijkingen waren. De commissie kon dan ook alleen maar aanbevelen hen in hun functie te handhaven. Na een heftig debat in het bestuur, waarbij vooral gouverneur Warren en admiraal Nimitz het redelijk standpunt der faculteitscommissie verdedigden, werd met 11 tegen 10 stemmen de houding der commissie goedgekeurd.

In deze vergadering trad echter reeds de figuur van de advocaat John F. Neylan naar voren.

Enkele personalia: Neylan is de grootste „big business”-advocaat uit San-Francisco; heeft zeer nauwe relaties met het beruchte, reactionnaire Hearst-concern; staat bekend als ultra-conservatief in sociale en industriële aangelegenheden.

In Augustus slaagde deze man er in o.a. gebruik makend van de afwezigheid van Nimitz, het besluit van Juli te doen intrekken en met een stemmenverhouding van 12 tegen 10 het besluit te doen aannemen om allen, die weigerden de eed af te leggen of de schriftelijke verklaring te ondertekenen, te ontslaan.

Dit besluit trof 31 docenten en 157 employé’s. Het merkwaardige was dus hierbij, dat het hier grotendeels mensen betrof, lüier anti-communistische zuiverheid vast stond.

Het ging er deze mensen om deze grote universiteit met ruim 43.000 studenten vrij te houden van een hysterische politieke dwang en in deze universiteitswereld die ruimte voor vrijheid van gedachte en menigsuiting te behouden, zonder welke een wezenlijk democratisch bestel ten dode is gedoemd.

Misschien heeft ook de begrijpelijke afkeer van de intellectueel meegespeeld om zich te