is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 11, 09-12-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichaam der mensheid; maar óók van de onbevooroordeelde wijze, waarop men de oplossingen bestudeert. Er is geen sprake van clerikalisme, noch van diens tweelingbroeder, conservatisme. Wie dat heeft waargenomen, weet, dat de vernieuwing van het kerkelijke leven in zijn vormen deze beweging nodig heeft. En het is geen wonder, dat de verantwoordelijke organen der Nederlandse kerken voorzover aangesloten bij de Oecumenische Raad op een oecumenische Zondag aandringen. Zij immers kunnen het geheel overzien. Zij kennen de dreigingen, waaraan de gemeenten-zèlf bloot staan. Zij weten: slechts door onze kerken bewust te maken, dat zij in de grote oecumenische ruimte staan, zullen zij afgetrokken worden van de kleine dingen; van de zelfgenoegzaamheden; van de gevaarlijke neiging zich in te spinnen in de dikke draden ,van het historisch gewordene; en daardoor zullen zij óók beter het eigene leren verstaan.

Tweede opmerking: het internationale religieuze socialisme doet zichzelf grote schade, de oecumenische beweging niet met grote aandacht te volgen.

Wie de verschillende religieus-socialistische bewegingen in de Westeuropese landen nagaat, staat niet alleen verbaasd over hun geringe omvang, maar ook over hun onmacht om de tekenen in het geestelijk leven in oecumenisch verband te verstaan. Ik ontvang de bladen uit Zwitserland, Engeland, Duitsland en Frankrijk. Slechts in het Duitse blad leest men iets, dat op begrip voor de oecumenische situatie wijst. In Zwitserland zo lijkt mij toe weet men ternauwernood, wat in Genève gebeurt. Het Franse blad doet vruchteloze pogingen om de breuk tussen socialisten en communisten te helen. Van enige aansluiting bij het leven der kerken is geen spoor te vinden. Daar schijnt men tot een soort eigen religieus-socialistisch geloof te willen propageren, dat zó wijd is, dat het typisch sectarisch wordt. En voorzover de Engelsen iets publiceren, is het te politiek gericht, zonder zicht op de diepere strekkingen óók in de kerken.

Dit moeten wij met pijn constateren. Want het staat thans zo, dat een waarachtige confrontatie van evangelie en socialisme niet meer denkbaar is zonder de werkzaamheden van Genève mee in de aandacht te betrekken.

Omdat de leiders van de Wereldraad uit socialisten bestaat? Zo ligt de zaak niet. Het is nodig omdat zij de noden èn de oplossingen van geheel de wereld met elkander in verband brengen, en daarbij de socialistische oplossing (voor zover die er is!) volkomen in ernst te nemen. Me.n weet, hoe groot de haat is van al wat christelijk-conservatief is tegenover de Wereldraad. Hoe men hem voor communistisch houdt. Dat komt, omdat men het niet verkroppen kan, dat het socialistisch antwoord volkomen in ernst genomen wordt. En omdat men socialisten volwaardig laat meewerken bij de studie en de rapporten. Welnu, dè,t is het altijd geweest, wat van socialistische zijde terecht aan de kerk werd verweten: dat zij doof was voor de kreet van honger en onrecht en dat zij zich afsloot voor het antwoord, dat het socialisme gaf. Vanwege principes, die men uit de Bijbel meende te moeten puren. De Wereldraad heeft getoond, dat het in de kerken ook anders kan. En dat het anders moet. En dat het ook anders geschiedt. Waar nu deze grootste grief tegen de kerken haar onaandoenlijkheid en haar afgeslotenheid niet meer geldt, daar is het voor ons plicht, om met de grootste aandacht en openheid dit werk te volgen

en te steunen. Ook als het óns harde noten te kraken zou geven.

Derde opmerking: dit werk van de kerken moet zich doorzetten door de trouw en de stuwing van enkelen. Dat is altijd zo geweest met nieuwe dingen. Het zal zich ook doorzetten. Zelfs in Nederland, waar het klimaat, mede door de schijnbaar gunstige Situatie waarin de kerken verkeren, ongunstig is. Maar dit werk wordt zéér verzwaard door materiële zorgen. Het moet geheel drijven op de bijdragen van kerken en personen. Alle kerken zijn tegenwoordig practisch armlastig. En de personen, die oog hebben voor deze dingen zijn veelal financieel reeds zwaar belast. Genoeg hierover. Laat ik alleen, tegen mijn gewoonte in, het gironummer geven van de penningmeester van de Oecumenische Raad te Amsterdam. Het gironummer is: 287902. Een goed verstaander ... L. H. R.

Oorlog of vrede?

Mac Arthurs „vergissing”

Generaals, die aan politiek doen, zijn gevaarlijk. Generaal Mac Arthur, knap strateeg, maar ook; rechts republikein, tegenstander van Truman, hater van Acheson, heeft politiek bedreven; eigen politiek, hoewel uit naam der Verenigde Naties. Het gevolg is, dat het „oorlog of vrede” actueel geworden is; nu, in de maand December van het jaar 1950.

Generaals, die aan politiek doen, zijn ook gevaarlijk, omdat de politieke verlokkingen hun militaire oordeelvellingen kunnen vertroebelen. Al zijn we niet van het militaire vak, toch kunnen we met enige zekerheid constateren, dat Mac Arthur in Korea een fout heeft gemaakt, die duizenden soldaten het leven heeft gekost en nog gaat kosten. Omdat wij niet „van het vak” zijn, geven wij de militaire medewerker van de onverdachte Manchester Guardian de gelegenheid deze fout aan te tonen:

„Generaal Mac Arthurs offensief om in één klap een einde te maken aan de oorlog was een vergissing, die een ramp heeft veroorzaakt. Voordat het begon kon hij de sterkte niet hebben geweten van de vijand ten noorden van de Jaloe-rivier, ofschoon hij dacht, dat die gering was. Dit te onderzoeken zou verstandig zijn geweest; het met een aanval te ontdekken was dwaas. Hij wist dat, hoe ook het getal der Chinese communisten in Korea was, er enorme reserves achter de grens klaarstonden. Hij wist, dat een offensief, ofschoon het kans van slagen zou hebben als de vijand weinig in aantal was, Chinese verdenkingen zou uitlokken en hen in groten getale over de grens zou kunnen brengen. Maar hij viel met volle kracht aan.

Zijn gevechtsplan was nog moeilijker te begrijpen. De aanval werd noordwestwaarts gelanceerd nabij de kust, terwijl de rechterflank onbeschermd was. Op deze flank vond men een trechter, gevormd door de valleien van Tsjongtsjong en Tongno, waarin de communistische troepen konden binnenvallen, aan beide zijden beschermd door bergruggen, die tot aan de Jaloe doorlopen. Zij zijn door die trechter binnengestroomd met dodelijke gevolgen voor de VN-troepen...!” De Manchester Guardian scheldt niet gauw.

Mac Arthurs opdracht luidde vrede te brengen in Korea; hij heeft oorlog en ellende

gebracht. Hij heeft met dit laatste falen geen simpele menselijke vergissing begaan, die, hoe ernstig de gevolgen ook, vergeven zou kunnen worden.

Neen, de kern van de zaak is, dat Mac-Arthur geen ogenblik een waarlijk vergelijk heeft gewild met de Chinezen.

Toen de eerste voorzichtige pogingen door India werden gedaan om tot een gesprek te komen met het communistische China, heeft Mac Arthur deze actie doorkruist met zijn eigenmachtig bezoek aan Tsjiang Kaisjek op Formosa. De berisping van Truman heeft weinig goed kunnen maken; er was een gesprek van man tot man nodig om de generaal tot de orde te roepen.

Toen de troepen der Verenigde Naties de 38ste breedtegraad hadden bereikt (de lijn welker overschrijding blijkens vele Chinese uitlatingen China niet onberoerd zou kunnen laten), heeft Mac Arthur de knoop ontijdig doorgehakt. De Verenigde Naties waren voor een fait accompli gesteld.

Toen vooral Engeland, het gevaar van ernstige moeilijkheden met China door de bezetting van Noord-Korea tot aan de Mantsjoerijse grens ziende (de aanwezigheid van Chinese „vrijwilligers” was een voldoende vingerwijzing), pogingen deed om te komen tot een bufferzone, een niemandsland langs de grens, heeft Mac Arthur, dat Engeland (en waarschijnlijk ook Truman zelf) verrast met zijn boven geschetste, heilloze offensief. Meermalen heeft generaal Mac Arthur zich voorstander getoond van een zgn. „harde politiek” ten opzichte van het oostelijke communisme, van een compromisloos streven naar oppermachtige posities. Hij heeft deze politiek wel is waar uit naam, maar duidelijk ook tegen de wil van de Verenigde Naties ten uitvoer gelegd. Nu heeft hij verloren, nu moeten de Verenigde Naties de gevolgen dragen.

Het is misschien voor de historicus een belangwekkende taak na te gaan hoe dikw'ijls generaals de politiek van hun opdrachtgevers hebben doorkruist, en hoe dikwijls dat op een catastrophe is uitgelopen. Voor het ogenblik is het alleen van het grootste gewicht om te zien, wat er nog te redden valt.

Het republikeinse spel

Het is vreemd, maar het antwoord op de vraag „Oorlog of vrede” hangt voor een belangrijk deel af van de ontwikkeling in de binnenlandse politiek der Verenigde Staten. Mac Arthur heeft de rol gespeeld van opposant van Truman en Acheson. Hij wist zich daarbij gesteund door de Republikeinse Partij der Verenigde Staten, die al jarenlang elk constructief streven ter oplossing van de Aziatische problemen in de weg staat. De republikeinen schermden met Mac Arthur als de man, die het toch maar wist, ook als de man die misschien nog wel eens hun candidaat zou kunnen worden voor de presidentsverkiezingen van over twee jaar.

Wil het falen van Mac Arthur zeggen, dat zijn, en dat de republikeinse invloed tanende is? Neen, want er is ook nog zo iets als oorlogspsychose. Door deze laatste tegenslag is Amerika diep geschokt. De Chinese aanval heeft de uitwerking gehad van een Pearl Harbour in het klein. Dat is ook voorstelbaar. Ten slotte zijn duizenden Amerikaanse gezinnen in rouw gedompeld en dreigen nog eens duizenden in rouw gedompeld te worden. De eerste reactie hierop kan alleen maar zijn: „Sla terug, zo