is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 16, 20-01-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GLORY TOTHE NEW-BORNKING

(Ere aan de pasgeboren Koning)

De lof der Liturgie

Eind December 1950 had ik een conferentie in Londen. Zo kwam het, dat ik, min of meer toevallig. Donderdag 28 Dec. in de Westminster Abbey belandde. Daar werd net een bijzondere dienst gevierd ter gelegenheid van het feit, dat 885 jaren geleden de kerk gewijd werd.

’t Was er vol. De dienst was al aan de'gang toen ik binnenkwam.

En plotseling overviel mij weer het wonder van de Liturgie: dit, wat hier gebeurt, dit is Ere-dienst, dienst ter ere van God, dienst ter verheerlijking van Christus.

Alles werkt er aan mee: de hoge bogen van de kerk, het licht, het orgel, het koor, de gewaden der geestelijken (wat een feestelijke toga’s!), het gemeenschappelijke gezang, de statige processie met het Kruis en de vaandels.

En voor de zoveelste maal heb ik met enige jaloezie dit alles meegemaakt en gezegd: dit kan dus óók het is niet Rooms, het is Katholiek, het is niet protestants naar Hollandse opvatting, het is van een eigen gehalte, hier is „worship” (aanbidding). Och, laat men nu niet zeggen, dat wij ook wel wat „aan liturgie kunnen doen” in onze Hollandse kerken. Want deze Eredienst, die tot de aanbidding voert, kunnen wij niet vieren in onze nuchtere en kale preekkerken. In Hengelo had ik een kerk, die een halve arena geleek (maar er werd niet gevochten, of beter: niet meer gevochten, in mijn tijd). En in Den Bosch heb ik een kerk, waar van alle kanten de nuchterheid van de Waterstaat af te lezen valt. Wat zal ik daar anders doen dan préken.... aile liturgie blijft in zuike kerken, met hoeveel ernst en toewijding we het ook steeds weer doen, alleen al door de ruimte een onmogelijkheid.

Is het wonder dat ik in de Westminster Abbey de 28ste December stil en met heimwee de lof der Liturgie zong?

De lof der Profetie

We zongen de prachtige Kersthymne: „Hark! the herald-angels sing

Glory to the new-born King!”

De organist deed z’n best, het koor ook, de gemeente ook.

En toen keek ik rond. En ik dacht: als een kerk, die de macht van een dergelijke Liturgie in werking kan stellen en daar duizenden mee grijpt, ook eens zou inzien welk een ethische macht toch wezeniijk met deze Liturgie verbonden is... wat zou er dan niet kunnen gebeuren!

„Glory to the new-born king!” Ja, maar wat betekent het in de practijk? Even verderop in de kerk zag ik een meisje in uniform, blijkbaar opgenomen in de één of andere militaire dienst. Glory to the new-bom King?

Vlak voor mij zag ik het graf van de onbekende soldaat. Op de zwarte zerk staat vermeld, dat dit gedenkteken is opgericht ter nagedachtenis van de zeer velen, die gedurende de oorlog 1914—1918 „gave the most that man can give: life itself for God, for King and Country...” („het beste dat de mens kan geven: het leven zelf voor God, Koning en Vaderland”).

De vlag, die in Frankrijk dienst deed in de oorlog, was dicht bij dit graf. aan een pilaar opgehangen.

En ik dacht bij mezelf: wat heeft het ene nu met het andere te maken de „nieuwgeboren Koning” en dit graf, deze vlag, dit offer (ja, hoe is het door de „many multitudes” (grote menigten) gebracht...?) „voor God, Koning en Vaderland”?

De lof der liturgie moet gevolgd worden door de lof der profetie. Dan resulteert, zonder enige gewilde opzettelijkheid, een constructief radicaal ethos uit de liturgie. De „new-born King” moet gediend worden in de wereld, niet alleen door de dienst der schoonheid, maar ook in de dienst der gerechtigheid en der offerbereide vijandsliefde.

Oudjaar

31 December ’s morgens was Ik weer In de Westmlnster Abbey. Heerlijk dat je daar bij het gebed In de kerk ook knlélen kunt. Wy zingen In onze kerken alleen maar: „Wy knielen voor Uw zetel neer ...” Verder komen we niet (behalve In de Haagse Maranathakerk). Hier Is men wèl verder gekomen.

En met wat een toewijding zongen de jongens. Daar klonk psalm 2: „Waarom woeden de heidenen en beramen de volken Ijdele dingen ” De Heer spreekt: „En toch heb Ik mijn konlng gezet op de heilige heuvel van Slon”. Met nadruk onderstreept het orgel: „Daarom, wees wijs, gij konlngen der aarde ....”

Later kwam de preek. De liturgie was schoon de profetie ontbrak. De liturgie zette ons over In een gans nieuwe en serene dlmensle-van-leven; de preek wierp ons terug In de mist en de kille ultzlchtsloze narigheid van deze tyd.

Psalm 2 verdampte, en het Kerstlied daarna (alweer: onvergelijkelijk mooi) heb Ik met een zucht meegezongen. Is dit een kerk, die leiding moet geven aan een volk In een zo zware tijd als deze? Wat Is de liturgie waard als de profetie ontbreekt? Het wil my haast niet uit de pen, maar toch... Is de liturgie dan niet een soort opium?

Oudjaar 1950... is het overdreven te zeggen: als alles blijft zoals het nu Is, wanneer er zich geen „wonderen” voltrekken In kerk en wereld, dan wordt 1951 het jaar van de „hot war” met atoombom-activiteiten

enz.? Is het overdreven op 31 Deo. 1950 in de Westminster Abbey zich zelf de vraag te stellen: zou deze kerk er de volgende oudjaarsdag nog staan** Is het overdreven te zeggen: alles wat nu in de Decembermaand geschiedt, kan voor het laatst in West-Europa geschieden?

Wie met beide benen op de grond staat, kan dit, dunkt mij, niet overdreven vinden. Er is een taal van harde feiten, die gehoord moét worden.

Maar Is het dan verantwoord dat een kerk in een preek ons een vriendelijk woord meegeeft van het gehalte van een wat ouderwetse godsdienstige volksscheurkalender?

Liturgie en profetie

Ik weet het: tegen de „liturgie” zijn vele bezwaren in te brengen. Daar is het gevaar van de sleur, de aesthetiek, de roes, de onbegrepen theologie, de romantiek.

Tegen de „profetie” zijn ook vele bezwaren in te brengen: wetticisme, onbarmhartigheid, krampachtigheid, hoogmoedig activisme.

En toch hebben we ze, geloof ik, beide nodig. De liturgie roept om de profetie en de profetie roept om de liturgie ook ai blijkt in de geschiedenis dat beide vaak met elkaar op voet van oorlog verkeerden. Zonder de aanbidding van de liturgie wordt de profetie hard en hoogmoedig. Zonder de concreetheid van de profetie wordt de liturgie abstract en wazig.

In de liturgie wordt het Rijk geschouwd in de profetie wordt in opdracht van het Rijk gebouwd.

Wanneer beide zó met elkaar verbonden zijn, dan kan ik de jongens in de Westminster Abbey Psalm 2 niet horen zingen zonder er een constructieve aanval in te horen op het Atiantisch Pact. Dan kan ik de hymne „Glory to the new-born King” niet anders meezingen dan zó, dat ik weet: al die beeiden van nationale „grootheden” moeten uit deze kerk verdwijnen en moeten worden vervangen door beeiden van hen, die deze „new-born King” hebben •wiilen volgen in een leven van „nieuwe gehoorzaamheid”.

Wanneer?

Ik blijf met een massa vragen zitten, waar geen antwoord op komt.

Ik verlang naar een liturgie als die yan de Westminster Abbey. Maar ik verlang ook, dat in die liturgie de dienst-aan-de-wereldvan-vandaag zo is opgenomen, dat de profetie aan het woord komt.

Onvruchtbare verlangens? Eigenlijk wel. In Engeland blijkt deze verbinding van liturgie en profetie onmogelijk te zijn (of is er ergens een uitzondering?) In Holland is het ook onmogelijk.

En toch heeft de wereid concreter: toch hebben de mensen van nu de troost van de liturgie en de reddende oproep van de profetie meer nodig dan ooit.

Ik dwaai verder door Londen.

Trafaigar Square, met z’n Kerstboom, z’n spuitende fonteinen, de vele blijde kinderen, de Kerstman.

Van Nelson, de Engelse Michiel de Ruyter, is niets meer te zien hij staat ver in het donker, op z’n hoge zuil. Zal hij er het komende jaar nog staan?

In een wereld, waarin deze vraag zich steeds weer, nu eens in deze, dan in die vorm, aan ons opdringt, moet de rechte verbinding gevonden worden tussen liturgie en profetie.

Londen,

KR. STRIJD

Oudjaarsdag 1950.