is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 19, 10-02-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDRACHT MAAKT MACHT

Het Amerikaanse „Life” geeft een duidelijk beeld van de stemming in de Verenigde Staten. Rond de benoeming van „General Electric Charles E. Wilson” tot topleider der economische mobiiisatie, en van generaal Dwight D. Eisenhower, wordt het beeld getekend van de prestaties, waartoe de Amerikanen in staat zullen zijn. Het Witte Huis beseft, dat een oorlog alleen door materiële overmacht en enorme reserves gewonnen kan worden. Welnu: in 10 jaar tijds is de Amerikaanse industriële capaciteit 73 % gegroeid. Met siechts 7 % van haar bevolking en enkel 5 % van haar oppervlakte, heeft Amerika de beschikking over de helft van de wereldproductie. De Amerikaanse staalproductie overtreft de Russische driemaal. Wilson gaf aan het Congres te kennen, dat de Verenigde Staten volgend jaar 50 tot 100 % meer kunnen verschaffen dan gedurende het eerste jaar na Pearl Harbour.

Er is geen reden te veronderstellen, dat deze cijfers bluf zijn. Overigens, men moge beseffen, dat Korea thans reeds meer reserves heeft opgeslokt dan Pearl Harbour. waardoor de Verenigde Staten genoopt waren de vorige wereldoorlog in te springen.

Het is aan geen twijfel onderhevig, dat de atoomproductie geiijke tred houdt met deze industriëie krachtproef. De materiële overmacht van de Verenigde Staten is op het ogenblik dan ook evident en zal Rusland tot voorzichtigheid nopen.

Een tweede feit van betekenis zijn de Britse defensieplannen, welke o.a. in de Manchester Guardian heftig zijn aangevallen. Deze voorzien in een langzame opvoering der mobiele strijdmacht door herhalingsoefeningen voor een groot getal reservisten, naast uiteraard een indrukwekkende intensivering der wapenproductie. Engeland, ofschoon vooraan in de bereidheid tot grote offers voor ’slands verdediging, doet het vooralsnog voorzichtig aan wat het getal dienstplichtigen betreft. De socialistische regering ziet kennelijk nog geen redenen om ter wille van ’s lands veiligheid het in de na-oorlogse jaren opgetrokken bouwsel ernstig aan te tasten. Zij wil de nodige arbeidskracht beschik-

baar houden om het dagelijks leven nog niet al te zeer te belasten. Dat wil niet zeggen, dat de Britse leiding onvoorzichtig zou zijn. Eerder, dat er volgens de zeer deskundige Britse informatiedienst nog geen spoedige Russische aanval te verwachten is.

Wij noemden twee factoren, die de levende vrees voor een spoedige derde wereldoorlog wat kunnen afzwakken. Er schijnt tenminste een speling te zijn van anderhalf è, twee jaar. Voldoende speling om ook op het Europese continent een degelijke verdediging op te bouwen, welke kennelijk gesteund zal worden door een groter aantal Amerikaanse divisies hier. Eisenhower heeft het Congres gevraagd geen beperkingen te stellen voor het getal troepen, dat naar Europa gezonden kan worden. Grote groepen in Amerika begrijpen, dat een onverdedigbaar Europa moeilijk een wezenlijke bijdrage kan leveren voor de Atlantische defensie. „Geef dus de Europeanen een begin van veiligheid, met Amerikaanse divisies”, is de opvatting. Het spel gaat dus nu beginnen. Korea was het Peari Harbour, het Westen kan nog de kracht ontwikkelen, waardoor een wereidcatastrofe kan worden voorkomen. Amerika staat in de voorste gelederen. Eisenhowers reis was bedoeld om deze gelederen te versterken, in Europa, want zonder West-Europa kan Rusland weinig beginnen.

Niet zonder zorg ziet Rusland de defensie van het Atlantisch blok een besliste en hechte vorm aannemen. De uitdaging in Korea mag dan tot gevolg gehad hebben, dat zij grote offers vraagt van de reserves der verbonden legers en in de eerste plaats van de sinds de laatste oorlog niet meer grote reserves van Amerika, zij heeft eveneens tot gevolg gehad dat de vrije naties wakker geschud zijn en tot de overtuiging zijn gekomen, dat de bescherming van A en H-bom wel eens ontoereikend zou kunnen zijn. Deze groeiende eensgezindheid en belangengemeenschap moeten tot iedere prijs ondermijnd worden. Het streven, voornamelijk van Amerika, om West-Duitsiand in de Atlantische verdediging op te nemen, biedt daartoe aanknopingspunten. Immers, hoe groot de offers zijn geweest, die Amerika in de laatste oorlog in de strijd tegen Duitsland gebracht heeft, een herleving van de Wehrmacht in welke vorm dan ook heeft een fellere reactie op het sentiment der volken, die gedurende een aantal jaren door Duitsland bezet zijn geweest, dan op het Amerikaanse volk, dat gestreden heeft in een expeditieleger, waarmee uiteindelijk de Duitse macht ten val werd gebracht. Hierover Is meningsverschil ontstaan, hetgeen zeker door Rusland met belangstelling is gevolgd. Maar ook in Duitsland zelf is het enthousiasme om deel te nemen aan de Atlantische defensie niet groot; men kan zich niet aan de indruk onttrekken, dat men daar het plaatselijke Duitse belang boven het algemene belang der vrije naties wil stellen. Nu men ziet, dat er weer naar de hand van Duitsland gedongen wordt, gaat men onmiddeliijk voorwaarden stellen en overvragen. Rusland heeft deze twijfelachtige houding terstond beantwoord met het oplaten van proefballonnetjes voor herstel der Duitse eenheid. Grotewohls toenaderingspogingen waren in dit verband opvallend, algemeen vrije verkiezingen waren voor hem echter een onoverkomelijk bezwaar. Aan een nieuwe blokkade van Berlijn schijnt niet meer gedacht te worden;

het zou de tegenstelling Oost-Duitsland—West-Duitsland slechts verscherpen. Dat intussen deze Russische politiek veel succes schijnt te boeken kan men nog niet zeggen: de Duitse integratie in de Atlantische defensie vordert langzaam maar gestaag.

Nu de zaken er zo voor staan, moet Rusland er in ieder geval naar streven iedere mogelijkheid tot verzwakking van het Westen aan te grijpen. Daartoe biedt Korea nog steeds goede kansen. Als het vermoeden juist is, dat de Chinese interventie in Korea plaats heeft gevonden op Russische instigatie en de berichten eveneens juist zijn, dat Rusland China thans te kennen heeft gegeven reeds veel meer oorlogsmateriaal ter beschikking te hebben gesteld, dan voor dit front „uitgetrokken” was en dus thans de leveranties enige tijd moet stop zetten, dan kan men zich niet aan de indruk onttrekken, dat Rusland er minder op uit is, althans op dit moment, de communistische actie in Korea een eclatant succes te laten worden, dan wel in een heen en weer golvende strijd gedurende een lange periode een belangrijk deel der parate troepen van de Verenigde Staten te binden en eveneens gedurende een lange periode de Amerikaanse wapenproductie haar weg te laten vinden over de Pacific in plaats van over de Atlantische Oceaan. Op het ogenblik dat wij dit schrijven, maken de verbonden legers met hun beperkte offensief regelmatig vorderingen en klaagt China tegelijkertijd, dat het door Rusland in de Veiligheidsraad in de steek is gelaten. Zal het communistische leger in Korea straks weer hernieuwde steun uit Rusland ontvangen en daardoor opnieuw in staat zijn de verbonden legers zware slagen toe te brengen? Of wil men eerst het spel met de 38e breedtegraad nog eens spelen en de eenheid der vrije naties ook in Azië andermaal op de proef stellen? Het zijn vooralsnog gissingen, doch hoe duidelijk tekent zich thans niet af het streven van Rusland om enerzijds de eenheid in Europa te ondermijnen met als vervolg wellicht een ondermijnen van de band tussen de westelijke vrije naties en die in Azië en anderzijds een belemmeren van de groei der atlantische strijdmachten?

H. VAN VEEN

die in grote mate kunnen bijdragen tot het voorkomen van een wereldramp. In het Gemenebest is het India, dat in Aziatische zaken de pas aangeeft, zoals op de jongste conferentie te Londen gebleken is. En ten slotte, maar niet het onbelangrijkste, is India thans ook nog de enige tussenpersoon tussen de V.N. en Peking, een tussenpersoon, die zijn invloed aanwendt om de internationale spanningen te verminderen. Voorwaar geen geringe staat van dienst voor ean republiek, die vandaag haar eerste verjaardag viert. Wij feliciteren haar, wij feliciteren in de eerste plaats haar minister-president Nehroe, in ivie wij een geestverwant zien.”

Wij sluiten ons van harte bij deze felicitatie aan, maar vinden het toch wel vreemd, dat zij komt van een redactie, die vier maanden, geleden tot Nehroe zei: bemoei je met je eigen zaken, op de internationale politiek kun je naar wel duidelijk gebleken is toch geen invloed uitoefenen.

Herstel, geen vernieuwing in Duitsland

Zomer vorig jaar gaf een Duitse hoogleraar mij zijn visie op de toekomst van zijn land. Zijn betoog was in het kort als volgt.

Thans is Duitsland materieel en geestelijk een chaos. De huidige partijen kunnen deze wanhopige situatie nooit baas, zijn niet in staat het volk naar een nieuwe toekomst te leiden, omdat zij niet beschikken over een leidersgroep, bekwaam en bereid tot deze taak. De enige groepen daartoe in staat zijn de ontslagen generaals en de verproletariseerde, immers van zijn bezittingen verdreven oude adel.

Ik heb dat betoog toen met stomme verbazing aangehoord, het fel bestreden. En toen mijn tegenbetoog alleen een meelijdende glimlach opriep, deze hooggeieerde als ongeneeslijke fantast afgeschreven.

De ontmoeting met een aantal Duitsers, begin Januari in Bentveld, heeft mij er van overtuigd, dat deze ongeloofwaardige voorspelling al bezig is werkelijkheid te worden.