is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 20, 17-02-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAPANSE VRIJAGE

Japan, vroeger de vervaarlijke stuwkracht in het Verre Oosten, heeft sinds de capitulatie weinig neiging vertoond om weer een rol in dit werelddeel te spelen. Het volk heeft zich zo niet van harte, dan toch berustend door de Amerikaanse bezetter laten leiden; vriendelijk, wellevend en bereid tot passief experimenteren. Voor de Verenigde Staten is dit van groot belang geweest. Mac Arthur heeft kans gezien om het Aziatische eilandenrijk tot een geduchte basis te maken voor de Amerikaanse militaire macht; een basis die met haar mensenmassa en haar industrieel apparaat thans van onschatbare waarde blijkt te zijn voor de oorlogvoering in Korea. Het ligt dan ook voor de hand dat de Amerikanen wetende, dat een permanente bezetting nimmer te handhaven is thans proberen met Japan een vredesregeling te ontwerpen, waarbij zoveel mogelijk van de waardevoile militaire positie gehandhaafd blijft. Tevens is het, militair gezien, begrijpelijk, dat de leiders der Verenigde Staten zich gaarne zullen verzekeren van de militaire macht der Japanse millioenen, als enig tegenwicht voor de Chinese massa’s, die dat heeft men wel geleerd niet onderschat kunnen v/orden.

De positie van Japan verschilt sociaal en politiek belangrijk van die der andere Aziatische landen. Ondanks alle tegenslagen, ondanks de nederlaag en de daarop volgende ontzaglijke economische moeilijkheden is de sociale onderbouw welhaast ongewijzigd gebleven. Terwijl Azië in revolutie verkeert, heerst er in Japan rust en betrekkelijke onbewogenheid. Het communisme verliest er aan aanhang. Op het ogenblik zijn er slechts 77.000 partijleden. Een grootse revokitionnaire beweging is onwaarschijnlijk, tenzij door druk van buiten, zodat Japans minister-president Yoshida (en met hem de meeste Amerikanen) het vraagstuk hoe Azië tegenover Japan beveiligd kan worden niet actueel behoeft te achten, maar wel de vraag hoe Japan tegenover zijn revolutionnaire buren te beveiligen. Het vraagt geen verbazing, dat men algemeen deze beveiliging zoekt in een nauwe liëring van Japan met de Verenigde Staten. Dit is de opvatting van Amerika en Japan beide.

Zoals de zaken er nu voorstaan, lijkt het dan ook waarschijnlijk, dat er binnen afzienbare tijd een vredesregeling komt tussen Japan en de belangrijkste Westerse mogendheden; eveneens, dat de herbewapening, om de voorspelling van de „Manchester Guardian” aan te halen, „binnen een jaar al op gang zal zijn.” Premier Yoshida heeft in het laatste nummer van „Foreign Affairs” te kennen gegeven, dat Japan niets liever zal doen dan partij vormen met het Westen. „Wij zijn beslist en onherroepelijk aan de zijde der vrije wereld.”

Het ontgaat de Japanners niet, hoezeer hun steun gewenst wordt. De formulering der eisen, die Japan er voor kan stellen, vindt dan ook reeds allerwege plaats. En deze eisen zijn hoog. „Als de Amerikanen ontslagen willen worden van hun verplichting Japan economisch te steunen, moet Japan weer een plaats krijgen in de wereldhandel als een vrije en onafhankelijke natie.” „Ten

, , . , . behoeve van de bevordering der democratie moet Japan thans vrijgelaten worden.” Aldus weer Yoshida. Er zijn – en dat is zeer begrijpelijk ook eisen van veiligheid, Goed, Japa,n kan een Amerikaanse voorpost in Azië blijven, maar dan moeten er ook garanties komen tegen aanvallen van het Aziatische vasteland. De voorzitter van het Japanse Hogerhuis stelde in een rede een West-Pacific Pact voor, naar de vorm en draagwijdte van het Atlantisch Pact, met een gezamenlijke strijdmacht, welke zou worden gedragen Japan, Amerika, Canada, Australië, Frankrijk, India en de Philippijnen. Voorts hebben verschillende Japanners de teraggave gesuggereerd van de verloren gebieden, nl. de Koerllen en Sachalin (nu Russisch), de Rioekioe- en de Bonin-eilanden, Formosa. Op dit laatste punt echter is Dulles bij zijn recente visite beslist afwijzend geweest : „Inzake territoriale kwesties kan er niet weer worden teruggekomen op besluiten die reeds genomen en uitgevoerd zijn in het verband der capitulatie-vMrwaarden.

Zoals gezegd, bij de Amerikanen bestaat er weinig bezwaar tegen toegeven aan de verschiilende eisen, behalve dan de territonale. Amerika acht het gevaar van een hernieuwde Japanse macht voldoende bezworen, omdat Japan voor de grondstoffen ten behoeve van de opbouw van de strijdmacht geheel van het Westen afhankelijk is. Men behoeft de hoeveelheid grondstoffen voor Japan slechts te controleren, zo luidt de

opvatting, om ook de Japanse bewapening in de hand te hebben.

Het spreekt vanzelf, dat het communistische China deze ontwikkeling met lede ogen aanziet. Het oude wapen tegen China wordt opnieuw gesmeed. De kans op uiteindelijke overeenstemming tussen Oost en West wordt er kleiner door.

Hoe staat het met de andere Aziatische landen? Nergens kan men enig enthousiasme voor Japans terugkeer constateren. Integendeel, men vreest het land, militair, maar ook economisch. Dit geldt met name voor de landen van het Britse Gemenebest. Voor de oorlog was Japan een gevaarlijke concurrent. Waarom zou het dat nu niet weer worden? Australië ziet zijn belangrijke rol in de naaste toekomst bedreigd, en daarmee zijn invloed. Terwijl het nauwelijks begonnen is met de poging de fabriek van Zuid-Oost-Azië te worden, kan het al weer door Japans goedkope industrie overschaduwd worden.

Maar er is iets veel emstigers! Japans gedachte-ontwikkeling is in lijnrechte strijd met de algemeen Aziatische. Een brok onbelemmerd Westers leven wordt in een gans andere Aziatische wereld geschoven. Dit moet tot ongekende spanningen leiden, groter dan voor de oorlog, omdat het andere Azië nu ook op mars is. De enige taak voor het Westen in Azië is op enigerlei wijze bevordering van de onweerhoudbare economische en sociale omwenteling, opdat de kans geschapen wordt om de tegenstellingen op den duur op te vangen. Defensief is de inschakeling van Japan stellig van waarde, maar het gelijktijdig handhaven en bevorderen van een liberalistisch-kapitalistische Japanse samenleving is de kiem voor een nieuwe ramp. Maar wat is er van een door Mac Arthur beheerst Amerikaans beleid te venvachten?

M ETAMORPHOSE

Zij, die de dood heeft aangezien, zijn van zo vreemden glans omgeven, dat wij, nog aards, met hen sindsdien niet als gelijken kunnen leven.

Er is de klaarte in hun blik van in het onbegrensde schouwen; vergeefs zoekt ons beperkte ik gemeenschap in gewend vertrouwen;

want God Zijn hand op dezen legt; reeds moeten zij ons verre schijnen, en niet mag worden uitgezegd, wat Zijn gebaar in ons doet schrijnen.

Dan lere Hij ons dienstbaarheid, dat wij niet onze zelfzucht mengen in hun onthechting, en den strijd, dien deze ons geeft, stil volbrengen.

W. C. JOLLES