is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 23, 10-03-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEESTAFELNIEUWS

Jack Belden: Bode Taifoen. China’s wereldschokkende Revolutie. Bewerking Joh. W. Schokman. Uitgeverij Bom. N.V. Assen. 572 blz. /12,50.

Laat ons het maar met grote nadruk zeggen; dit is een boek dat iedereen die over Azië, ja over de hele wereld van vandaag wil meepraten, (beter: meedenken!) gelezen moet hebben.

Jack Belden, een uiterst bekwaam Amerikaans journalist, poogt antwoord te geven op de vraag, wat er in de allerlaatste jaren in China gebeurd is. Dat machtige land met zijn millioenenbevoiking is na vele eeuwen van rust tot een ommekeer gekomen, zoals er nog nooit eerder een had plaats gehad. Twee data moet men onthouden: 10 October 1911: proclamatie van de Chinese Republiek en 22 September 1949: proclamatie van de Chinese Volksrepubliek. Eerst dus een burgerlijke of liberale Revolutie, die bedoelde de politieke democratie tot stand te brengen, en deze Revolutie is mislukt, verraden door haar leider Tsjang Kaisjek, maar misschien is dit te kras; de liberaie Revolutie heeft krachten ontketend, die voorbij haar beperkt doel streefden; er komt dus een tweede revolutie, die een economische en politieke democratie nastreeft en men kan uit de wijze waarop zij in snel tempo het concurrerend régime heeft verdreven, opmaken hoe sterk deze Revolutie is. En nu is het verrassende van dit boek, dat het door zijn alzijdige informatie ons een zeldzaam boeiend beeld geeft, hoe alles in zijn werk is gegaan; anders gezegd: Jack Belden hamert het ons in, hoe diep het aloude China door de Revolutie werd omgeploegd; hoe de economie er zich wijzigt, maar ook het onderwijs en ook de positie van de vrouw, maar ook de godsdienst. De schrijver is in zijn oordeel over de interventie der mogendheden (speciaal van zijn landgenoten) tegen Mao Tae lang niet mals; ik meen te recht; zijn sympathie voor de Chinese Revolutie is duidelijk, maar getemperd. Ik besluit voor mezelf: meesterlijke ontleding en twijfelachtige voorspelling. Telkens speelt de lezer door het hoofd de analogie met de Russische Revolutie. Wat is er destijds veel kwaad gedaan door de mislukte interventies van Engeland, Amerika, Frankrijk in de jaren 1918—1919. Gaat zich dit drama op wereldgrote schaal herhalen? En ondertussen wordt in China de grootste klassenstrijd uitgevochten, die de wereld ooit gekend heeft: enerzijds de feodale heer, de handelaar op het Westen en het buitenlands kapitaal, anderzijds de Chinese boer.

Soen Jat-sen sprak ooit van een meerderheid van 1750 millioen mensen, onderdrukt en uitgezogen door een minderheid van 150 millioen.

Deze boeren hebben tot nu toe slechts baat gevonden bij het Communisme. Dat is weer een van die harde feiten, waar menigeen van ons niet van horen wil.

China ligt ver weg en dit boek laat zich niet gemakkelijk controleren. Wel moet ik zeggen, dat de gegevens uitstekend passen in wat we van elders weten over China’s laatste geschiedenis.

En als men ■ tegen de strekking van het boek bezwaar heeft, laat men dan even gedocumenteerd uit de hoek komen als deze Amerikaan, die aantoont dat China’s Revolutie allereerst een sociale revolutie is.

Op het ogenblik, zo meen ik, maken wij mee, dat deze revolutie bezig is van richting te veranderen en expansief-nationalistische trekken krijgt. Men ziet dit in de geschiedenis meer gebeuren. De oorzaak er van is telkens, dat de contrarevolutionnaire krachten steun krijgen van het buitenland en het eind is steeds hetzelfde: militaire dictatuur. Is dit proces nog te stuiten? Het kon wel eens zijn dat van het antwoord op deze vraag het lot der wereld afhing.

Atze de Leeuw: Aesthetische vorming. Knippen, scheuren. Uitgeverij W. Versluys. Amsterdam 1950. Prijs ƒ15,25.

Als leergang in aesthetische vorming door middel van knippen en scheuren valt dit boek* onder de competentie der vakmensen. Maar ook de belangstellende leek kan uit dit geschrift zeer veel leren; hij zal wel beginnen met een gevoel van afgunst Jegens de kinderen, die thans les krijgen in de geest van dit boek. Want deze cursus is overtuigend bij eerste aanschouwing; blad na blad demonstreert de kundige schrijver en ontwerper de fraaie resultaten, die met dit procédé bereikt ktmnen worden. Toch gaat het niet om vaardige nabootsing. Opzet is de leerling vormvermogen bij te brengen, aesthetische gevoeligheid, materiaalbeheersing. Als zodanig is het bladeren in dit boek al een les, door de rijkdom van fraaie, gerangschikte modellen. De Leeuw is blijkbaar een man van weinig woorden: enkele bladzijden theorie, helder geformuleerd en voor de rest suggestieve „instructiebladen”, zoals hij ze zelf noemt.

Ik hoop dat dit boek gebruikt wordt niet alleen

door de aangewezen leerkrachten; immers, het kan ook van nut zijn voor jeugdleiders. Jammer van de prijs, alhoewel deze keurige en kleurige uitvoering deze begrijpelijk maakt.

D. Th. Enklaar: De Dodendans. Een Cultuur-Historische studie. Uitgeversmaatschappij L. J. Veen N.V. A’dam 1950. ƒ8,90.

Een ontwikkeld Nederlander, zo stel ik mij voor, kent de Middeleeuwse Dodendans uit de desbetreffende passages van Huizinga’s Herfsttij. Hij weet ook uit dit werk hoe de gedachte aan het moeten sterven het leven der Middeleeuwen beheerste: hij herinnert zich de Elkerlyck, hij herinnert zich een Middeleeuws gedicht of plaatwerk; hij kent het vreemde woord „macabre”.

Prof. Enklaar heeft met grote speurzin het complex vraagstukken dat met de dodendans samenhangt, ontrafeld en hieruit is een leerzaam boek ontstaan, dat bijna iedereen die zich met zulk soort vraagstukken bezighoudt, veel te bieden heeft. Ik veroorloof me deze critiek: door de veelheid der gegevens, kan men de grote lijnen nauwelijks onderkennen. Maar overigens: een interessant boek I J. G. B.

P. J. F. Dupuis: üw deel in het leven. Vragen rondom verloving en huwelijk. Met een voorwoord van prof. dr G. v. d. Leeuw. Uitg. Ten Have, Amsterdam, 1950. 183 blz., derde druk, ing. ƒ 3,50, geb. / 4,50.

Is dit boekje één uit de vele, die voorlichten over het sexuele leven? Ja, in zoverre met veel zakelijke kennis op openhartige wijze over het geslachtsleven wordt geschreven; neen, omdat hier een christen-arts aan het woord is, die af wil rekenen met allerlei taboe’s in kringen, die zeggen bij de Bijbel te leven, maar niet anders doen, dan een onbijbelse visie op het geslachtsleven handhaven door een leven zonder waarachtige, diepe huwelijksvreugde.

Het boekje is bevrijdend vooral voor christenmensen, pas- én lang-getrouwden, en ook verloofden.

De schrijver laat zien, wat trouw is en wil door een gezonder geslachtsleven mogelijk te maken veel huwelijksnarigheden, die vaak tot spanningen en echtscheidingen leiden, de christelijke huwelijksopvattingen verdiepen. Hij verdedigt met overtuiging het gebruik van voorbehoedmiddelen, maar wijst de gezindheid, van waaruit dit gebruik gepropageerd werd en wordt, af.

Dit boekje is een teken van een stille revolutie, die zich bezig is te voltrekken, ook binnen de kringen der christenheid.

Joh. Winkler: „Kaj Munk”, dominee, dichter, martelaar. In samenwerking met dr Niels Nojgaard. Daamen’s U.M., Den Haag, 1950. Met 145 foto’s. ƒ 8,90.

Wat heb ik toch tegen dit boek. Het is fraai. Het geeft de levensgeschiedenis van de Deense verzetsheld, van wie een aantal prachtige prekenbundels en een autobiografie in het Nederlands verschenen zijn en die velen een nieuwe visie op het christelijk geloof gegeven hebben. Het leidt ons op indringende wijze binnen in het ieven van een uitzonderlijk christen, en dat is alles de moeite waard. Ook technisch is de uitgave verrassend. Maar... dit is te veel. Wij huiveren als wij bedenken in wat voor situaties Kaj Munk zich heeft laten fotograferen. Niet alleen met zijn gezin, maar ook op huisbezoek. En eenzaam aan het strand. En op de jacht. En aan zijn excentriek-grote schrijftafel. Het is duidelijk: ook deze kant was aan Kaj Munk. Deze, laten wij het harde woord zeggen: ik-middelpimtigheid. Dat doet hem er geen haar minder om zijn. Maar het had dan toch in de biografie verwerkt moeten worden, verklaard en verdisconteerd. Nu dreigt het voedsel te geven aan een haast onchristelijke heldenverering. Daarmee lijft men geen getuigen van Christus in de Kerk in.

Deze opmerking moest mij van het hart bij dit zo fraaie boek. L. H. R.

Dr W. F. Wertheim: „Herrijzend Azië”, opstellen over de Oosterse samenleving, v. Loghem Slaterus N.V., Arnhem, 1950. 188 blz. (ƒ6,90).

Prof. Wertheim heeft in dit boek een aantal lezingen en opstellen, daterend uit de jaren 1947 tot 1950 verzameld. Zij hebben alle te maken met de Oosterse samenleving. Indonesië staat in het centrum. Het gezichtspunt, van waaruit dit boek geschreven werd, is het historisch sociologische. Dit is naar mijn overtuiging de kracht, maar ook de zwakheid of liever nog de eenzijdigheid van de opstelier. De geestelijke en de religieuze factoren die in het ontwakende Azië een zeer grote rol spelen, komen weinig, m.i al te weinig, aan do orde. De situatie in het Oosten bevat een uitdaging

aan het Westen. Dit wordt ons door prof. Wertheim op overtuigende wijze uiteengezet. De vraag, of het Westen in staat zal zijn deze uitdaging op een bevrijdende wijze te beantwoorden, kan m.i. alleen beantwoord worden, wanneer ook andere gezichtspunten dan het historisch sociologische geaccepteerd worden. Prof. Wertheim heeft intussen gegeven wat hij kon geven en dat is niet weinig. Ik heb uit dit boek veel geleerd, al heeft het mij er tegelijkertijd meer dan ooit van overtuigd, dat de uitdaging aan het Westen meer omvat dan het boek van prof. Wertheim aangeeft. Hartelijk aanbevolen. J. J. B. Jr.

KORTE AANKONDIGING

le „Wending”, maandblad voor Evangelie en cultuur. Jaargang V, aflevering Januari 1951.

„Unlversltelt”. Dit uitstekende maandblad, dat rustig de vergeiijking kan doorstaan met de belangrijke maandbladen, die van R.K. of Humanistische inspiratie zijn, heeft tot goede gewoonte nu en dan een bijzondere aflevering te wijden aan één onderwerp; deze keer was het de crisis der Universiteit (Hogeschool). Wie in dit vraagstuk geïnteresseerd is, mag zich deze verhelderende bundel opstellen niet laten ontgaan. Hier wordt niet allereerst gezocht naar de oplossing van de technisch-organisatorische kwesties, maar wordt onderzocht de betrekking: wetenschap, maatschappij, zoals deze zich openbaart in de universitaire opleiding en omgang tussen Hoogleraren en studenten. Aanbevolen!

2e Het Parlement. De Staatsuitgeverij gaat voortaan naast de ~Handelingen” een tweede verslag brengen van wat in de Staten-Generaal behandeld wordt, maar nu gesplitst in 5 delen en in handiger formaat. Men kan zich nu op dat deel der besprekingen abonneren, dat iemands bijzondere belangstelling heeft, bijv. Buitenlandse Zaken of Onderwijs. Zo’n abonnement kost per jaar en per deel ƒ7,50. De afleveringen zullen meermalen per maand, uiteraard onregelmatig verschijnen. Ons werd ter kennismaking een aflevering toegezonden, inhoudende de vergaderingen van 17—19 October 1950. Twee dingen vielen mij op: Het verpletterend overwicht van min. Lieftinck in de discussies, de grote ernst en toewijding van de meeste afgevaardigden en... de saaiheid der meeste betogen. Welsprekendheid is er weinig aan het Binnenhof.

3e Vrije Vaart. Orgaan van de Nederlandse Jeugdgemeenschap. Maandblad voor personen en instanties die in aanraking komen met het werk der vrije jeugdvorming. Abonnementsprijs ƒ 4,—. Redactie- en administratie-adres: Henri Polaklaan 14, Amsterdam.

Een van die bladen, die gedragen door het enthousiasme en de deskundigheid van enkelen grotere bekendheid verdienen.

Ge vindt hier de nodige gegevens van informatorische aard en daarnaast enkele principiële voorlichtende artikels, een uitstekende bijdrage over „begrippen en problemen” in het jeugdwerk, o.a. over het onderscheid tussen vrije jeugdvorm en jeugdzorg, beide ter onderscheiding van vrijwiliig jeugdwerk; een artikel over „De mens en de Natuur” enz. Aanbevolen!

4e Anaïs Nin: Onder een glazen stolp. Vertaling: Nora Houtman. Serie: Paria Reeks. Uitgeverij De Driehoek, ’s-Graveland 1949. 94 blz. Prijs ƒ 2,25. Het is goed dat deze vooruitstrevende uitgeverij een boekje gebracht heeft van Anaïs Nin. Deze in het Engels schrijvende vrouw, wordt in de Internationale kringen, die zich tot de artistieke avanigarde rekenen, hogelijk gewaardeerd. Begrijp ik de methode van het surrealisme goed, dan moeten werken van deze School wel uiterst moeilijk te vertalen zijn. Men kan dus de durf van de vertaalster waarderen; of zij geheel geslaagd is, weet ik niet, aangezien ik het oorspronkelijke werx nimmer zag. Overigens is zo’n boekje voor de liefhebbers. Men herkent op elke bladzijde het ongewone procédé van het surrealisme, waarmee Anaïs Nin ongetwijfeld curieuze resultaten bereikt.

Binnenkort hoop ik een ander werk van deze schrijfster, „Djuna’s Droomzegel”, bij dezelfde uitgeverij verschenen, uitvoeriger te bespreken. Red. secr.

Wat geloven Vrijzinnige Christenen ?

DePOSTPROPAGANDA (Bibliotheken van den Ned. Protestanten Bond) verschaffen lectuur hierover.

Corr.adres: Warmonderweg 7, Leiden.

M V QE ARBEtOEftftPERS A'OAM