is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 24, 17-03-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZIJN BLOED KOME OVER ONS EN ONZE KINDEREN!

Men heeft altijd weer deze woorden in verband gebracht met de geschiedenis der Joden en hen beschouwd als een verklaring van het vreselijke lot der Joden door de eeuwen heen.

Ik herinner mij nog zo goed, hoe het verhaal ons op de christelijke school verteld werd. De vervolgingen der Joden werden ons voorgesteld als een straf van God vanwege het feit, dat de Joden Jezus gekruizigd hebben. In de kinderharten werd de gedachte ingehamerd, dat de Joden de wraak van God over zich en hun kinderen hebben ingeroepen, toen zij voor het gerechtshof van Pilatus riepen: zijn bloed kome over ons en onze kinderen. Wie een vloek over zich zelf inroept, moet de gevolgen dragen. Het was een vreselijk gebed, dat door God verhoord werd. Over de ganse aarde verstrooid draagt het Joodse volk het merkteken van de moord op Jezus. De moordkreet van 1900 jaar geleden wordt overstemd door een duizendvoudig herhaalde. noodkreet. Het gelaat van de vervolgde Jood vervult de geschiedenis, maar het herinnert ons aan dat andere gelaat, besmeurd met bloed en speeksel, waarmee de Joden geen medelijden hadden.

Daniël Rops, de Franse Rooms-Katholiek, zegt in zijn „Jezus en zijn tijd” dat de christelijke liefde niet kan bewerken, dat de gruwel van de progrom, volgens het geheime evenwicht van de goddelijke wilsbesluiten, niet de on ver dragelijke gruwel van de kruisiging zou vereffenen. Dat de weg, door de Joden gedurende 19 eeuwen afgelegd, met de kruisen der Joden is afgezet, vindt zijn oorzaak in het feit, dat de Joden aan het begin van die weg voor Jezus een kruis hebben opgericht.

Er zijn er zelfs geweest, die meenden door God geroepeïi te worden, om deze wraak over de Joden uit te oefenen. Toen de Nazi’s met hun Jodenvervolging begonnen, heeft Julius Stretcher gezegd: wij zullen de wereld verlossen van het ras, dat eeuwig het merkteken van de moord van Golgotha aan het voorhoofd draagt.

Zo hebben de woorden, die boven dit artikel staan, een geheimzinnig en afschrikwekkend karakter gekregen. Nog altijd voel ik een rilling over mijn rug gaan, wanneer ik ze hoor voorlezen.

Het verhaal in de bijbel geeft tot dit alles geen aanleiding. Het gaat om een paar honderd Joden, door hun leiders opgehitst. Is het rechtvaardig om te zeggen, dat deze paar honderd het gehele Joodse volk door de eeuwen heen vertegenwoordigen? Zouden wij het rechtvaardig vinden, wanneer men ons verantwoordelijk stelde voor de moord door een paar honderd Nederlanders op Johan en Cornelis de Wit? Het is bovendien de vraag, of de woorden van deze schreeuwende Joden inderdaad een gebed zijn. Het woord „kome” ontbreekt in het Grieks. In het Grieks staat er: zijn bloed op ons en onze kinderen. Dat wil zeggen: wanneer gij, Pilatus de verantwoordelijkheid niet wilt dragen, nemen wij haar op ons.

Het staat al verder vast, dat de Joodse Raad in Palestina onder de Romeinse bezetting niet veel verschilde van de Joodse Raad in ons land onder de Duitse bezetting. Men mag zeker niet zeggen, dat deze Joodse Raad de wezenlijke vertegenwoordiging van het Joodse volk was. Dit alles raakt echter alleen nog de buitenkant.

Het verhaal van Mattheüs 27 draagt een historisch karakter. Wij zijn echter terecht gewoon de bijbel te lezen in bovenhistorische zin. Wanneer wij in de kerk dit afschuwelijk verhaal lezen, zien wij niet alleen die troep schreeuwende Joden, maar dan zien wij in haar de gehele mensheid in haar afkeer van Jezus en zijn boodschap. In het boek van dr Bredius over Rembrandt staan twee reproducties van een nogal onbekend schilderij van Rembrandt: de oprichting van het kruis. Het is niet één van Rembrandts beste schilderijen, maar het is wel uiterst merkwaardig. De soldaten richten het kruis op. Eén van die soldaten, naast Jezus de meest in het oog lopende figuur, is Rembrandt zelf. Het is alsof Rembrandt zeggen wil: gij meent, dat de Joden Jezus gekruisigd hebben, maar gij vergist u, ik deed het en gij deedt het! En wij kennen allen het sonnet van Rembrandts tijdgenoot, Jacobus Revius:

’t En zijn de Joden niet. Heer Jezus, die u [kruisten

ik ben ’t o Heer, ik ben ’t, die u dit heb [gedaan.

ik ben de zware boom, die u had overlaan, ik ben de taaie streng daarmee gij gingt [gebonden.

de nagel en de speer, de geesel, die u sloeg, de bloedbedropen kroon, die uwe schedel [droeg:

want dit is al geschied, eilaas, om mijne [zonden!

Er is echter meer. Er is bloed, dat om wraak roept: alle bloed, dat in de loop der eeuwen onschuldig vergoten werd. Het bloed van Abel, die door Kaïn vermoord werd. Daar is een stem van het bloed van uw broeder, die tot mij roept van de aarde, zegt God tot Kaïn. Het bloed van Johan en Cornelis de Wit. Het bloed van de onschuldige vrouwen en kinderen op Korea. Het bloed van de duizenden Joden, die door de Nazi’s ook door Aus der Fünten en Fischer vermoord werden.

Het bloed van Jezus spreekt echter een andere taal. Ook dat bloed roept. Maar het eerste woord, dat God hoort en dat wij horen, als dat bloed gaat spreken, is: Vader, vergeef het hun!

Is er dan geen straf?

Als Petrus na Pinksteren in de straten van Jeruzalem de boodschap van Jezus predikt, zegt de Joodse hogepriester: wij hebben u verboden in de naam van Jezus te leren, maar gij hebt met deze leer heel Jeruzalem vervuld en gij zult het bloed van deze mens over ons brengen!

Er is bij de hogepriester een duistere angst voor de gevolgen van wat zich heeft afgespeeld. Ik kan alleen maar hopen, dat wij dit niet kinderachtig vinden, maar iets kennen van deze donkere vrees. God is echter anders, heel anders, dan wij vermoeden. Denkt ge nu waarlijk, dat God, toen Hij die troep Joden in het jaar 33 hoorde schreeuwen: „zijn bloed kome over ons en onze kinderen”, gedacht heeft: Wacht, dat zal ik nu eens letterlijk nemen, ook al zegt Jezus tot mij: „Vader, vergeef het hun”? Dat bloed van Jezus zal om wraak roepen en tegen al de angstkreten van de Joden gedurende 20 eeuwen kan ik altijd aanvoeren: ja beste mensen, dat hebben jullie zelf gewild, schreeuw maar niet zo, als jullie kinderen in gaskamers gegooid worden, ik houd mij letterlijk aan jullie woorden, zaken zijn zaken? Wat zou dat voor een God zijn?

Zulk een God is niet anders dan het product van onze bedorven mensengeest. Hij is in geen geval de God en Vader van Jezus. Indien dat wel zo was, zouden wij moeten zeggen, dat hij al de woorden en daden van Jezus verloochend heeft. Zo’n God is een afgod: de beschermheer van alle antisemieten.

Wie’ook maar iets van Jezus en zijn boodschap begrepen heeft, zal het wel laten met de vinger naar de Joden te wijzen en het vreselijke lot van de Joden te beschouwen als een rechtvaardige vereffening van de onverdragelijke gruwel van Jezus’ kruisiging.

Gerard Wijdeveld is in de oorlogsjaren fout geweest. Maar hij heeft een vers geschreven, dat een wezenlijke weerlegging is van alle antisemietisme, dat zich beroept op het woord, dat een paar honderd Joden voor het praetorium van Pilatus geroepen hebben:

Er is een Lam, dat bloedt, er is een Lam, dat bloedt..

en ik, die het aanschouwen moet

en van mij zelven zeggen moet: ik ben het, die u bloeden doet.

En dat ik u zo bloeden zag,

zal ’t mij behoeden énen dag voor weder, weder zonden? Ik zal u altoos wonden

en roepen om uw bloed..

Wat ik u daarom zeggen moet? Wat ik u zeggen moet?

Er is een Lam, dat bloedt..

J. J. BUSKES Jr.

VEREFFENING

Het hele leven

kan niet geven wat ik nog vorder

op dit leven. En daarom juist

mondt onze tijd in eindeloze eeuwigheid.

THEO VESSEUR