is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 25, 24-03-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IPïï|<l en Tanh \. Psalm 24 y

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE 'EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 49STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 24 Maart 1951 Nr2s

Redactie: dsJ.J. Buskesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. BomhofF

Redactie-Secr.: Roerstraat 48’ Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. Bomhofif

Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet dsH.J.deWijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

Abonnement hij vooruitbet. perjaarfS,— ; halfjaarf2,7s; kwartaalf I,soplusf 0,15 incasso. Losse nrs f 0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C.

OP PASEN

Er is een zekere moed voor nodig om over Pasen te schrijven en wie dit doet, moet eigenlijk beginnen zich te verontschuldigen, dat hij heen wijst naar iets, waar hij zelf geen ernst mee maakt.

Voor een Christen is Pasen het hoogste feest en als we dit niet aandurven, als het Halleluja ons in de keel blijft steken, laten we dan maar eerlijk erkennen, dat er iets fundamenteel scheef zit met ons We kunnen hierover ook moeilijk spreken met onze vrienden, die niet (of nog niet) geloven. Op Kerstmis kunnen we wellicht samen met hen blij zijn om Jezus’ geboorte; op Golgotha zelfs kunnen we samen begaan zijn met Jezus’ leed, maar het misverstand breekt open, als wij willen juichen om Jezus’ verrijzenis. En nochtans, de Evangelie-verhalen laten ons geen andere 4 uitweg. In de schijnbaar-tegenstrijdige teksten treedt het grote Feit hel-belicht naar voren en als we nog aarzelen, is daar de keiharde uitspraak van Paulus: „Indien Christus niet is opgewekt, dan is ons geloof ijdel...” Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardigen van alle mensen. (I Cor. 5:17-19).

Ik moet u eerlijk bekennen: ik ben er wat verlegen mee. Ze zeggen, dat Korea een schande en een schuld is van de Westelijke Christenheid; dat zeggen ze ook van het kapitalisme en van het militarisme en ik kan dat beamen. Maar als we geloofden, dan is het een grotere schande, dat we van Golgotha terugkomen en over het weer praten, en ik zie maar één schrale verontschuldiging: deze onverschilligheid voorkomt dat we gek doen. We zijn zojuist bij een terechtstelling geweest en we zijn het

alweer vergeten. Missen we dan alle verbeelding en beschermt dit gemis ons tegen de duizeling?

We zijn soms erg gelukkig, wanneer men ons spreekt over de zegeningen van de Christelijke beschaving en we maken ons op, die te verdedigen, nietwaar? Als we maar niet dachten, dat deze lof met grote en bijna algemene instemming gebracht, de Hemel behaagt. Een godslastering ware misschien beter op haar plaats, want daar schuilt hartstocht achter. Wie vloekt, ergert zich over de Hemel. Ik geloof, dat deze verontwaardiging een hevige vorm van verbazing is en acht ze gerechtigd.

Het wordt tijd, dat men tegen ons zegt, wat Portius Festus tegen Paulus zei, toen hij Jezus’ verrijzenis ter sprake bracht voor Agrippa en zijn vrouw: „Gij spreekt wartaal, Paulus.” (Hand. 26:24).

Want het is toch duidelijk, dat een Christendom verdacht is, dat het leven van degene, die het heet te beoefenen, niet ontwricht. Als wij gewoon blijven, als wij niet de indruk maken gek te zijn, als wij niet onuitstaanbaar heten, ja dan hapert er toch iets aan ons.

Terwijl ik dit schrijf, herinner ik me, hoe ik het lichtelijk komisch vond, dat op een bijeenkomst van het Leger des Heils de sprekers telkens onderbroken werden door een roep, dan eens uit deze, dan weer uit die hoek van de zaal: „Halleluja!”. Zij hadden gelijk! Een Christen moet eigenlijk leven uit de Paasgedachte en telkens weer juichend blij zijn, omdat hij verlost is. Ik durf dit geloof niet nader te omschrijven; de misverstanden liggen voor het grijpen en ieder van ons is het gegeven dit anders te verstaan. Een mysterie verklaart men niet, maar men wijst er heen: „op Pasen mogen we geloven, dat wij verlost zijn.” Dit zij genoeg.

Waar we het wel over eens zouden kunnen zijn, dat is onze plicht tot vreugde. Zeker, ik weet het wel: er is vandaag op de wereld overvloedig reden om bezorgd en bang te zijn. Was het ooit anders vóór en nó, Golgotha? En is de geschiedenis der mensheid niet één lange, trieste optocht van narigheden? De meeste jaartallen zijn mijlpalen op een weg van onzeggelijk leed. Ook daarom ligt Golgotha in het midden der wereld. En toch: het is ons gegeven te weten, dat Golgotha geen einde was. Het kruis is zichtbaar, ook voor degenen, die het zouden

willen ontkennen, maar wat op de vroege Paasmorgen is geschied, is slechts zichtbaar voor hen, die het geloof als een gave en wankel bezit meedragen. Zo gezien is de vreugde het triomfantelijk bewijs en tevens de eerste opgave voor de Christen, die geloven wil, neen, geloven mag.

„Halleluja!” roepen ze bij het Leger des Heils. We moesten er eigenlijk allen mee instemmen en het wordt pas goed, als de anderen ons een beetje gek vinden.

L. H. R. wees de vorige week op het historische feit van de triomfantelijke overtuiging bij de oude socialisten. Er dreigt een hevig misverstand, als we het zo stellen, dat hun verwachting aards en werelds was en dat die der Christenen gericht moet zijn op het onzichtbaar, boventijdelijk Godsrijk. Alsof dat rijk aan gene zijde van de wereld lag... Nog zijn er onder ons, die zich krampachtig aan dat oude, socialistische ideaal vastklampen en argeloos de Internationale zingen. Maar evenzeer is het argeloosheid, welneen: menselijke domheid om te menen, dat men als Christen deze zingende verwachting volstrekt moet verwerpen. Alsof Pasen niet op aarde begonnen is! Alsof Jezus zelf niet gezegd had: „Het Rijk Gods is tussen u.” Pasen is geen socialistisch feest, zo min overigens als Kerstmis, maar dat een Christen er geen bezieling in zou kunnen vinden voor zijn socialistische strijd, lijkt me een ergernis. Als we te gronde gaan, dan is het aan ons pessimisme te wijten, dat geen vertrouwen meer heeft in de mens, in de mens, voor wie Jezus gestorven is en let wel: gestorven is, niet tevergeefs! Halleluja. De wereld gaat haar eigenzinnige gang, de wereld, waaraan wij deel hebben. Maar deze wereld is geheiligd door Golgotha. Een CÏiristen, die het Paasfeest beleeft, moet eigenlijk in dit simpele geloofsfeit een machtige aansporing vinden om samen met iedereen, die van goeden wille is, te zwoegen aan haar bewoonbaarheid. Dat is nog geen politiek program, het kan wel bezieling tot politieke activiteit zijn.

Er staan aan de kant talloos velen, die ons een beetje gek vinden. Let maar op: het woord „progressief” klinkt in de oren van hoe langer hoe meer mensen als het summum van politieke naïveteit. De socialist en de Christen in één mens geven elkaar een knipoogje: „We zijn een beetje gek. Halleluja.” J. G. B.