is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 26, 31-03-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om de cultuur

Men moet niet alles in geld waarderen. Het heeft mij altijd een goedkope drogreden geleken om bijv. smalend op te merken, dat men bereid Is milllarden uit te geven voor oorlogsdoeleinden en geen geld over heeft voor de kunst, om dan triomfantelijk te besluiten, dat de regering bijv. niets voor de kunst voelt en divisies hoger waardeert dan orkesten en poëten. Aandacht, liefde en tijd besteedt men soms anders dan geld. Men mag van lemand, die meer aan de bakker dan aan de kerk geeft, nog niet zeggen, dat hij een platvloerse materialist Is. Ik wil hiermede betogen, dat, terwijl op het ogenblik de militaire uitgaven voorrang hebben en alle andere domineren, men daarnaast zich niet zozeer mag laten biologeren door dit ene, dat men de overige sectoren van ons gemeenschapsleven verwaarloost of de aandacht er voor opschort, zelfs niet, wanneer men het belang dezer sectoren niet In noemenswaardige geldsbedragen kan uitdrukken.

Ik moet aan dit alles denken, al lezende In het belangrijke boek van prof. dr Fred. L. Polak: Om het behoud van ons bestaan. Ondertitel: Cultuursoclologlsche voorstudies. Uitgave H. E. Stenfert Kroese. Lelden 1951; 287 blz., ƒ 12,- gebonden.

Omdat het pleidooi, dat de schrijver levert voor een overwogen leiding van de cultuurontwikkeling op het ogenblik (het boek verscheen vóór Korea!!) ontijdig lijkt. En toch, als het waar is, dat het ons te doen Is om de verdediging van de cultuur, dan moet ook het lot van die cultuur ons voortdurend voor ogen staan.

Prof. Polak nu behoort tot die mensen, die enerzijds diep doordrongen zijn van de gevaren die onze beschaving loopt, anderzijds evenzeer overtuigd zijn, dat er middelen zijn te vinden om haar te redden. Het boek bevat zodoende scherpe analyses van de ziekten, waaraan onze cultuur lijdt en tevens voorstellen en onderzoekingen op het gebied waarvandaan hij de redding verwacht. Laat Ik beginnen met te zeggen, dat Ik persoonlijk dit boek een succes toewens, als dat destijds prof. Huizinga te beurt viel met zijn: „In de schaduwen van morgen”, waarmee het uit de verte vergeleken kan worden. Polaks boek mist de fraaie schrijftrant van de Leldse meester; het mist ook die geestelijke rijpheid en brede blik, vrucht van langdurig historisch onderzoek en bespiegeling. Het Is alles wat fragmentarisch en provisorisch, maar het boek werkt zeldzaam Inspirerend. Het helpt de Nederlander van vandaag zich rekenschap te geven en daarenboven Is het In de grond en ondanks alles, veel optimistischer dan het boek van de historicus. Nu Is dit laatste eigenlijk onbelangrijk.

Ik las een recensie over het boek van prof. Polak, die zich bijna uitsluitend met de tegenstelling optimlst-pesslmlst bezighield. Wat is het anders dan een kwestie van temperament, een belijdenis over de eigen stemming? Er zijn optimisten, die troost putten uit m.l. uiterst naargeestige toekomst-perspectleven, en pessimisten, die klagen over hun Stralende gezondheid. De vraag of lemand pessimist of optimist Is, blijkt onbelangrijk t.o.v. hetgeen hij te zeggen heeft.

Om u een Indruk van dit boek te geven, zal Ik kort de Inhoud aandulden: de eerste zes opstellen betreffen Nederland: zijn geestelijke armoede, die de schrijver ziet In het almachtig heersen van het vooroordeel en de afwezigheid van geestelijke onafhankelijkheid; bij een onderzoek naar het niveau van de Nederlandse natie valt hem op, de qualltatieve achteruitgang van de bevolking op Intellectueel gebied; andere opstellen bespreken de achtergrond van ons hoger onderwijs; de barre noodzaak van wetenschappelijk onderzoek op het gebied der cultuurwetenschappen en ten slotte een fraai ontwerp van een centraal nationaal welvaartsplan. De volgende vijf opstellen •zijn van meer algemene aard en alle variaties op het thema van de noodzaak en onvermijdelijkheid van een algemeen welvaartsplan, waarbij bijzondere nadruk valt op de soclaal-culturele planning. Om de lezers nader te oriënteren, zij herinnerd aan de gedachtenwereld van Hendrik de Man en meer nog aan Karl Mannhelm.

Dit Is een boek voor onze politici en Ik hoop dat zij de tijd er voor kunnen vinden, het te lezen, als remedie tegen nationale zelfgenoegzaamheid, als prikkel om goed toe te zien, dat het staatkundig beleid. Ik zeg niet allereerst geld, maar aandacht besteedt aan onze culturele nood. Het Is een beangstigende klaarblijkelijkheid, dat men In deze tijd de zaken der cultuur niet op hun beloop kan laten. Dat Is één van die waarheden, die In dit boek naar voren springen. Een andere Is deze: dat de verwaarlozing der cultuurwetenschappen, speciaal der sociologie, fataal kan worden, omdat het Inzicht dat zij beloven, een dam kan opwerpen tegen de gevaren, die ontstaan uit de overwoekering van de techniek en de voortschrijding van het natuurwetenschappelijk denken. Als socialist leest men dit boek met grote Instemming: de Idee der planpolltlek Is ons vertrouwd, maar vandaag Is deze aan

de orde op een ruimer gebied dan alleen het economisch veld. Ook nog om deze reden: één van de fundamentele overtuigingen van de goede socialist aller tijden Is steeds geweest de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Telkens en telkens wijst Polak er op, dat deze ook geldt voor de wetenschappelijke werker. Het Isolement van de wetenschap In de Ivoren toren van het onbevooroordeeld onderzoek blijkt een fictie. Ook op het werk van de man der wetenschap en op zijn onderwijs rust de hypotheek van de sociale verantwoordelijkheid.

Twee bezwaren zou men m.l. tegen dit briljante boek kunnen Inbrengen. Ten eerste: de schrijver moge zich ook ergens verontschuldigen (blz. 272), hij kan de Indruk bij zijn lezers niet wegnemen, dat zijn vak, de cultuursociologie, de sleutel biedt van de poort naar het geluk der aanstaande mensheid. wy hebben dit vroeger ook vernomen van de zijde der natuurwetenschappen, later ook van de zijde der psychologie. Men kan toegeven, dat deze wetenschap zeer belangrijk Is en toch van oordeel zijn, dat het In de grond ergens anders om gaat. Men kent de beroemde vraag van Karl Mannhelm, waar ook Polak op zinspeelt: „Waar en hoe vindt men volgens een bepaald plan, degenen die de plannen formuleren en uitvoeren?” Er bestaat een anecdote van Cromwell, die gezegd zou hebben tegen een parlement van vrome Puriteinen: „Laten de heiligen voor ons bidden, laten de geleerden ons onderrichten, maar laten de wijzen ons regeren”.

Wijsheid Is niet zonder wetenschap, maar het Is meer; het Is karaktervastheid, het is leven uit waarden. Dit Is de zwakke kant van dit boek. Prof. Polak betoogt vaak genoeg, dat een maatschappij, wil zij gezond zijn, moet leven uit Idealen. Maar nog vager dan Hulzlnga laat hij zich hierover uit. Zijn leermeester Mannhelm heeft in „Diagnose van onze tijd”, duidelijk uitgesproken, dat ons cultuurwerk zich terdege zal moeten bezinnen op datgene, waaruit In vroeger tijden onze Europese cultuur bezieling en Integratie vond. Ik bedoel het Christendom. Meer dan psychologen en sociologen hebben we paedagogen nodig en ik voeg er van mijn kant aan toe: Christelijke paedagogen. Ik hoop, dat de lezers van prof. Polak zullen ontdekken, dat achter zijn briljante betogen deze laatste vraag opdoemt.

J. G. B.

Massa -jeugdwerk en subsidie

Hoezeer het massajeugdwerk in het middelpunt van de belangstelling staat moge blijken uit het feit dat zelfs in de jeugdorganisaties wordt overwogen bepaalde afdelingen van hun arbeid onder het genoemde hoofd te laten vallen. Alhoewel er dadelijk aan moet worden toegevoegd dat die belangstelling dan vaak alleen van financiële aard is en b.v. weinig of niets te maken heeft met de principiële kwestie van vrije jeugdvorming, of methodiek! Dat ook het centraal sociaal werkgeversverbond zich met deze materie heeft ingelaten mag een verheugend verschijnsel genoemd worden, ook al zullen we eerlijkheidshalve de vraag moeten stellen of de achtergrond van die aandacht wei helemaal en enkel en alleen de jeugd en het

werk onder die jeugd betreft. En dat ook een belangrijk lichaam ajs de stichting voor maatschappelijk werk in de provincie Zuid-Holiand zich interesseert voor deze zaak, blijkt uit het feit dat deze in het vorige najaar er een congres aan heeft gewijd in Scheveningen. En vervolgens moet gememoreerd worden de arbeid van een staatscommissie van sociologen, die tot opdracht heeft het ministerie van O. K. en W. van voorlichting te dienen omtrent de vragen en problemen die hier liggen en die vele zijn. De bedoeling van dit artikel is niet iets over die problemen te zeggen; wellicht ontvang ik daarvoor nog wel eens de gelegenheid, en ik moge zo brutaal zijn te verwijzen naar wat ik geschreven heb in twee brochures die bij