is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 30, 28-04-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een goed geluid uit Engeland (IV)

Rusland – Amerika

~Nog eens: Rusland. Geen oorlog om de oorlog

In het vorige artikel bleek, dat Collins en Gollancz sterke nadruk leggen op het feit, dat het Marxisme zijn wortels stevig in de joods-christelijke ethiek heeft geslagen. Marx’ visie van een klassenloze maatschappij was de visie van een gemeenschap, die de Russen aanduiden met het woord „sobornost”: een gemeenschap van gelijkheid en samenwerking van alle kinderen Gods. De beroemde passage van het „afsterven van de staat” moet ons wel onvermijdelijk (als we zien naar Ruslands geschiedenis in de laatste twee decennia) bitter ironisch voorkomen —maartoch: het is de sleutel tot Marx’ gedachtengang. Vrij – heid, uiteindelijk geestelijke vrijheid, dat was het wat hij wilde.

Maar een noodlottige dwaling lag ten grondslag aan Marx’ gedachten.

Voor de oude Hebreeërs was God geïncarneerd in de Torah; voor de christenen is God geïncarneerd in een Persoon. Marx heeft hem geïncarneerd willen zien in een systeem. Maar dat is een onmogelijkheid. Want een systeem is als een machine en kan op geen enkele manier met gelijke maatstaf gemeten worden als liefde en geest.

Zo werd de mens zichzelf genoeg. Wat begint als humanisme eindigt in onmenselijkheid.

Wanneer we ons zo hebben trachten te identificeren met hart en geest van Rusland, zodat onderling verstaan mógelijk kan zijn (op z’n best: mógelijk, want Rusland kan weigeren ons te verstaan) dan moeten we één ding niet vergeten: Trots alle gruwelijkheden, alle corruptie, alle dooreenmenging van imperialistische ambities en nationalistische machtsvermeerdering, is Rusland toch nog altijd, doordrongen als het is van het Marxisme, overtuigd dat het de taak is toevertrouwd om de mensheid te redden. Niets moge gevaarlijker zijn dan dit fanatisme de beweegreden die er achter leeft is niet verachtelijk.

Het is vooral ook noodzakelijk helder te zien, welke de Sowjet-houding is ten opzichte van de oorlog als zodanig. Het communistische messianisme staat niet tegenover de oorlog zoals de nazi’s deden. Verheerlijking van de oorlog was fundamenteel voor de nazi-ideologie, dit ligt in de aard van de fascistische geest. Het Sowjetcommunisme verheerlijkt niet de oorlog als zodanig.

Ook al is het communisme op tragische wijze nog zo veranderd en misvormd, niet alleen omdat slechte middelen het hebben bedorven, maar ook omdat het uitging van

de mening, dat een bepaalde vorm van maatschappij-organisatie op zichzelf genoeg was om de mensen te verbeteren, toch is het uiteindelijk niet geworteld in liefde tot oorlog, maar in liefde tot vrede.

Het Sowjet-communisme is al reeds, door z’n vijfde kolonne en propagandistische activiteiten in een beperkte oorlogvoering gewikkeld; iedere keer weer opnieuw riskeert het een breuk in de algemene vrede; het kan in de huidige verwarring, aan welker ontstaan het een zo grote schuld heeft (zie mijn opmerking hierover in artikel I Kr. S.), een fatale stap doen, die ons allen in de oorlog zou storten. Dit alles is onloochenbaar, maar toch staat het niet gelijk met de verheerlijking van de oorlog als zodanig. Dat betekent ook: de hierdoor gegeven mogelijkheden mogen wij niet veronachtzamen.

Amerika

Ten slotte: Amerika.

Collins en Gollancz wijzen op de anti-Amerikaanse stemming bij bepaalde groepen in Engeland, zoals er ook een anti-Engeise stemming is bij bepaalde groepen in Amerika.

Er zijn enkele Britse socialisten, die zeggen, dat Rusland een socialistisch en Amerika een kapitalistisch land is. Wat het eerste betreft, moet men niet vergeten, dat socialisme zonder vrijheid tyrannie betekent. En de kans van Amerika om betrekkelijk vrij te blijven (als er geen wereldoorlog komt) is veel groter dan de kans van Rusland om betrekkelijk vrij te worden.

Bij de meesten echter berust de anti-Amerikaanse stemming op de mening, dat van sommigen in Amerika (ze hebben er belang bij!) de handen jeuken om te vechten tegen communistisch China; dat men een preventieve oorlog wil gaan voeren tegen Rusland met atoombommen; dat bij bepaalde rechtse Amerikanen het neerslaan van hun binnenlandse vijanden van meer belang is dan de redding van de vrede in de wereld.

Ook op dit punt is sympathie en willen verstaan van zeer groot belang, want iedere mogelijkheid dat er een kloof tussen onze beide landen zou kunnen ontstaan, behoort ondenkbaar te zijn.

De achtergrond

Wij moeten nl. de hele achtergrond van de Amerikaanse geschiedenis niet vergeten. Die geschiedenis vond zijn oorsprong in een edele haat tegen politieke onderdrukking en een hartstochtelijke begeerte om vrij te zijn. Deze begeerte verbindt de Amerikanen zo nauw met ons en dat

misschien wel des te meer omdat het juist tegen óns was dat de oorspronkelijke revolutie plaats vond.

Welnu: de haat tegen onderdrukking, de liefde tot de vrijheid, zijn in Amerika even machtig vandadg als 174 jaar geleden. Maar Amerika moest ook pionierswerk ver richten. Vandaar een volkomen religieuze verering van het particuliere initiatief. Want hoe groot de vermenging ook is met zelfzucht, hebzucht en andere onedele hartstochten (als dit bij ons allen het geval is) toch leeft er een geestelijke waarde achter deze verheerlijking van het particuliere initiatief: de begeerte om vrij te zijn, die altijd, uiteindelijk, geestelijk van aard is.

In Engeland zien velen nu wel, dat de algemene vrijheid toeneemt, wanneer de oeconomische macht van de enkelingen wordt beteugeld, ja, dat vrijheid in diepste zin alleen maar mogelijk kan zijn in een volledig coöperatieve maatschappij. Dit gedachte-proces is eerst sinds korte tijd in Amerika aangevangen.

Door deze crisistijd, waarin bepaalde gedachten en gevoelens domineren,,zien verreweg de meeste Amerikanen iedere soort van communisme als een ontkenning van politieke vrijheid en persoonlijk initiatief. De meeste Engelsen echter (hoe rechts ze ook mogen staan) begrijpen nog wèl de betekenis van de term „Christelijk communisme” als tegenstelling tot „materialistisch communisme” (denk aan de oude kerk. Handelingen 2). Maar voor de meeste Amerikanen zou deze uitdrukking een bespottelijke innerlijke tegenspraak betekenen. Wat dit betreft denken de Amerikanen even messiaans over hün taak de wereld te redden van het communisme als de communisten denken over de hunne: de wereld te redden van het kapitalisme.

Verder moeten we, aldus Collins en Gollancz deze drie dingen niet vergeten: 1. De Russen zijn zich tegenover de Amerikanen nog meer te buiten gegaan aan grove provocaties dan tegenover ons.

2. Communistisch China en het hele communistisch wordende Oosten is de onmiddellijke oorzaak van de huidige crisis en is, psychologisch althans, veel dichter bij Amerika dan bij ons.

3. De publieke opinie in Amerika zegt: wereldoorlog 3 is al begonnen. In dit licht moet de houding van Amerika ten opzichte van Formosa en de erkenning van communistisch China worden gezien. Wie zou het niet uitermate dwaas vinden, een vitale strategische basis weg te geven aan een macht, waarmee we reeds in oorlog verkeren?

Wij leggen de nadruk op het voorkomen van een oorlog zij leggen de nadruk op het winnen van een oorlog, die naar hun mening reeds aan de gang is.

We moeten zien, dat achter dit alles bij de Verenigde Staten een verlangen leeft om de waardigheid van de menselijke persoonlijkheid veilig te stellen. En deze overtuiging is even gemakkelijk te verstaan vanuit de Amerikaanse geschiedenis als de overtuiging van de Sowjet-Unie en van China vanuit de hunne.

Hoewel Amerika materieel veel sterker isdan wij zijn, toch is het niet alleen maar ons recht, maar ook onze plicht om pal te staan voor deze ideeën, op een basis van onvoorwaardelijke gelijkheid. Maar wanneer dit en al het andere gezegd is, dar. moet ook gezegd worden, dat in de Anglo-Amerikaanse solidariteit de grootste verwachting ligt voor de vrede in de wereld. Tot zover Collins en Gollancz.

In een slot-artikel nog enkele opmerkingen over hun geschrift.

KR. STRIJD