is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 30, 28-04-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RAMPZALIGE REBELLIE

LABOUR IN NOOD

Het probleem, waarvoor Aneurin Bevan, tot Maandag minister van Arbeid in het kabinet-Attlee, de Engelse Labour Party heeft gesteld, is niet eenvoudigweg af te doen met de mededeling, dat deze arbeidersleider thans een gooi naar het leiderschap doet. Hoe voor de hand liggend deze stelling ook is, nu de Labourleiding enerzijds Be vin moet missen en anderzijds door de ziekte van Attlee en Cripps wordt geteisterd, wij mogen niet aannemen, dat Bevan enkel zijn persoonlijke ambitie nastreeft.

Inderdaad, alle schijn is tegen hem. Zijn lijfblad, het mede door zijn vrouw geredigeerde „Tribune”, wijdde in het laatste' nummer bijna alle ruimte aan een ongemeen felle aanval op de begrotingspolitiek van de nieuwe minister van Financiën, Gaitskell; en gaf tegelijkertijd slechts een minimum aan ruimte aan het overlijden van Bevin. Maar de argumenten, door Bevan ter motivering van zijn aftreden aangevoerd, wijzen een diepere grond van twist aan. Bevan, degeen die in het eerste kabinet-Attlee de nationale gezondheidszorg opbouwde, begon zijn verzet tegen de voorgestelde invoering van gedeeltelijke betaling voor brillen en kunstgebitten. ■Volgens hem is dat het begin van de afbraak der sociale wetgeving, waarop Engeland te recht trots kan zijn. Maar hij gaat verder en heeft in het algemeen de begrote kosten van de versnelde herbewapening als onverantwoord gekenschetst. Ten slotte is hij, gegeven deze kosten, van mening, dat de kosten er van niet naar draagkracht worden verdeeld. De arbeiders moeten, mede door de consumptiebeperking tengevolge van prijsstijging, teveel betalen, de „rijken” in verhouding te weinig. Ziedaar een vraagstuk, dat, ontdaan van

het éclatante rumoer, door Bevan veroorzaakt, nog ernstig genoeg is.

Men mist in Bevans motivering een nadere toelichting op de betwiste waarde der versnelde herbewapening. Op grond van het bewapeningsdebat in het Lagerhuis, dat Bevan namens de regering sloot, mag men aannemen, dat hij zich er in beginsel mee kan verenigen. Zo dat het geval is, is hij dus nu een verklaring schuldig voor zijn critiek op de omvang der voor dit doel gevraagde gelden.

Het is wel merkwaardig en dat geeft toch weer steun aan de verdenking van Bevans persoonlijke ambities dat hij nu, achteraf, met dit punt komt, vlak nadat de grote kampioen voor een zo snel mogelijke herbewapening, Bevin, is overleden. In het gunstigste geval heeft hij, toen Bevin er nog was, de handschoen nog niet direct durven opnemen. Het argument van de gestorven minister van Buitenlandse Zaken was, dat de bewapeningsinspanning, hoe jammerlijk ook voor het welstandspeil, beslist noodzakelijk is om de vrede te bewaren. Zonder dit offer zou het offer van een oorlog met veel groter schade wellicht moeten worden gebracht. Is Bevans opvatting hieromtrent wezenlijk anders? Of beperkt zijn critiek zich tot de practijk en de techniek van deze politiek? Dit is nog te onduidelijk!

In wezen komt het er op neer (en hiermee zijn wij aan het tweede punt van zijn critiek gekomen), dat Bevan van de arbeiders eigenlijk practisch geen offer wil vergen. „De arbeiders moeten te veel betalen”; gemakkelijk gezegd, maar daarbij is over het hoofd gezien, dat de middengroepen en de welgestelden waarachtig niet meer kunnen opbrengen, zonder volledig tot het arbeidersniveau te worden teruggebracht. Dit kon wel een principieel ideaal zijn van Bevan, gegrond op zijn socialistische overtuiging, maar voor het nog verder gaan in deze richting is beslist een grotere Labourmeerderheid nodig dan die van dit moment. In het licht der politieke verhoudingen geeft het program-Gaitskell een veel gematigder en derhalve thans verantwoorder koers. Het is wellicht begrijpelijk, dat Bevan het geringe overwicht van Labour in ’s lands politiek moeilijk kon verkroppen, maar het is toch niet meer dan een kwestie van democratisch gevoel en politiek fatsoen om op grond daarvan met matiging op te treden. Bevan is een groot en bezielend socialist; hij heeft zich in dezen te weinig een staatsman getoond.

Politiek onverstand?

Zijn rebellie kan ernstige gevolgen hebben. Bevan heeft verklaard, dat zijn geweten hem niet toelaat voor bepaalde punten de begroting te steunen. Dit geldt kennelijk ook voor de eveneens afgetreden minister van Economische Zaken, 'Wilson; eveneens voor een groepje andere Labour-afgevaardigden. Een en ander brengt de wankele Labour-meerderheid ernstig in gevaar en kan een bekroning worden van de voortdurende conservatieve pogingen om de regering ten val te brengen. 'Wat ziekte en

absentie bij de Labourgroep niet vermocht, kan Bevans verzet nu wellicht bewerkstelligen.

Omdat dit gevaar dreigt, wordt de felheid van de door Bevan ontketende strijd belangrijk vergroot. Vele getrouwen zullen hem nimmer kunnen vergeven, als hij aldus de regering ten val brengt. Velen ook, die het in beginsel met zijn opvattingen eens zijn, zullen zich daardoor van hem afwenden.

Politiek gesproken, kan Bevan met zijn optreden alleen maar bedoelen, dat het tijd is voor Labour om de oppositie te kiezen. Immers, hij beseft evengoed als ieder ander, dat nieuwe verkiezingen, die na de val van de regering onvermijdelijk zijn, Labours aanhang aanmerkelijk zullen doen slinken. Het is althans moeilijk voorstelbaar, dat hij van zijn extremisme, waardoor een breuk in de partij ontstaat, stemmenwinst voor Labour in het algemeen verwacht. Zo’n verrassing is voorzichtig gesproken ten minste geenszins voor de hand liggend.

Stellig zal oppositie voor hem als ervaren parlementariër en redenaar grote mogelijkheden bieden. Stellig ook kan buitendien oppositie Labour tot nieuwe bezieling, tot nieuw geloof, brengen. Maar ten koste van de schade, die een conservatief bewind aan het sociale bouwsel zal toebrengen. De afbraak daarvan, door Bevan zozeer gevreesd, zal onder leiding van Churchill in versneld tempo plaats vinden. De arbeidsonrust, die Bevan heeft voorspeld op grond van de beoogde prijspolitiek, kan bij een minder coulante conservatieve politiek tot een economische en sociale catastrophe leiden. Wat Bevan wil behouden, stelt hij nu te meer in gevaar.

Attlee’s bouwwerk

Ondanks alle geschreeuw over het tegendeel, vertoont Attlee’s politiek tot nog toe een vaste lijn. Er is, wat het werk der regering aangaat, geen sprake van weifeling en koersschommeling. Dat is de wensdroom van de velen in binnen- en buitenland, die het aanblijven der socialisten niet kunnen verkroppen.

Attlee heeft Engeland op zeer redelijke wijze door de na-oorlogse economische moeilijkheden geloodst. Niet alleen is Engelands economische positie weer vrij gezond geworden (van welk ander 'Westeuropees land kan dat gezegd worden!), ook is de positie der arbeiders zeer wezenlijk verbeterd, menselijk en materieel. Vervolgens heeft hij de nodig geworden bewapening zeer effectief ter hand genomen. Als zijn plannen werkelijkheid worden, zal Engeland niet meer door een aanval kunnen worden verrast. De potentiële aanvaller zal zich derhalve wel tweemaal bedenken. In alle redelijkheid wil Attlee thans trachten de invloed op het welstandspeil van de bewapening over het geheel zo klein mogelijk te houden. Het is een onmogelijke opgave om deze invloed te elimineren.

Op internationaal terrein is de vrijwording in Azië aanzienlijk gesteund, tot heil van de gehele wereld. India is geen Indo-China geworden. Afrika zet de eerste schreden op de weg naar zelfbestuur.

Attlee’s laatste initiatief wordt gekenmerkt door het aan Mac Arthur gegeven ontslag. Engeland laat weer een zelfstandig geluid horen en heeft weer voldoende gezag om aan de Amefikaanse leiband te ontkomen.

Dit is de lijn van Attlee’s politiek, welke thans door Bevan op het spel wordt gezet. Een gevaarlijk experiment, waarvan weinig nut en veel ellende te verwachten is.

Jammer.

H. VAN VEEN

enz. Maar ik voel wel, dat ik met die laatste opmerking ook onder zijn doem-vonnis val der christelijke onverdraagzaamheid.

Ten slotte: er dreigt bij elk cultuurpessimisme naar mijn gevoel een ziekelijke neiging op te treden, die de blik vertroebelt en tot waarnemingsfouten leidt. Ook statistieken kunnen de moderne Savonarola hier niet tegen beschermen. Als Sorokin wijst op de rampzalige invloeden, die de sensatiepers op de tegenwoordige mensheid heeft, ziet hij toch misschien over het hoofd, dat diezelfde massa vroeger helemaal niet kon lezen; als hij de fouten van de democratie breed uitmeet, mis ik de erkenning, dat dan toch het democratisch ideaal Amerika inspireert; als hij de massale verstands- en oordeels-vertroebeling bespreekt, moge de lezer zich herinneren, dat deze optreedt bij de zichtbare massa, die de moderne publiciteit critiekloos ondergaat, maar dat er ook nog een onzichtbaar aantal individuen is, dat neen zegt. Er zijn geen mensen en er zijn geen tijden, die alleen maar slecht of dom zijn.

Natuurlijk wist Savonarola dat obk wel, zo goed als Pitirim Sorokin, want beiden zijn eigenlijk paedagogen en er zit voor paedagogen niets anders op, zelfs in hun somberste buien, dan in de diepte optimistisch te zijn. Zouden ze spreken, schrijven, ageren, als ze niet mogelijk achtten, dat de mens niet helemaal on verbeter lijk is?

J. G. B.

RECTIFICATIE

Boven het artikel van dr A. v. Biemen in het vorige nummer van Tijd en Taak stond als tweede kop „Fritz Lieb stopt niet”. Wij hopen, dat u begrepen hebt, dat het moest luiden „Fritz Lieb stapt uit". Voor welke fout wij schrijver en lezers onze verontschuldiging aanbieden.