is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 31, 05-05-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Taak volheid. 7 L Psalm 24:1 / A

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE 'EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 49STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 5 Mei 1951 Nr3l

Redactie: ds J.J. Bnskesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat 48* Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. BomhofF

Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hukebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H.J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

bonnement per jaarfs,—; halfjaarf2,7s; kwartaalf 1,50p1u5f0,15 incasso. Losse nrsfo,ls; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

GEESTELIJKE VERLAMMING

Dat is de uitdrukking, die zich aan mij opdringt, warmeer ik zie hoe allerlei mensen in bepaalde omstandigheden ook ikzelf reageren op de wereldsituatie van thans: vsdj laten ons eenvoudig door de feiten leven (of: door de wijze waarop de toonaangevende kranten en mensen ons de feiten voordragen en afschilderen), en noemen dat dan realisme. Op grond van deze „feiten” leggen wij ons neer bij de enorme lasten der bewapening, ook bij de demoralisatie die nu eenmaal noodwendig uitgaat van een leger dat herscholing moet ondergaan met het oog op nieuwe wapenen, die er niet zijn, ook bij de langzame maar zekere ondergraving en uitholling van het geestelijk leven van ons volk, dat zich wel militair uitrust ter verdediging, maar weldra niet meer weet wat het verdédigt. Wij hebben in onze kranten kunnen lezen, dat soldaten uit een kamp zich in Apeldoorn onbehoorlijk hebben gedragen, dat daarop het hele kamp „licht” is gestraft, en daarmee zal het dan wel uit zijn, met of zonder interpellatie; er is dan weer een onbelangrijk herrietje geweest, wij brave burgers slapen weer gerust. Geestelijke verlamming want wij stoten niet door naar de vraag wat de oorzaak er van is, dat jonge mannen, als ze even buiten het verband van het leger treden, zich als lummels gedragen.

Als ik de houding, die ik niet alleen bij anderen maar ook bij mijzelf waarneem, wat zwaarwichtig-deftig omschrijf, zou men kunnen spreken van onontkoombare wetmatigheid: het leven wordt beheerst door keiharde wetten, een mens kan daaraan niets veranderen, heeft zich te voegen, kan niet eens trachten er het best mogelijke van te maken; wij zitten in een schuit, met storm en tegenstroom, en daar verander je nu eenmaal niets aan, noch met je socialistische overtuiging noch met je christelijk geloof. Christenen kunnen zich wel verbeelden, dat de profetische geest als

dynamiet de rotsblokken der omstandigheden kan doen springen, maar dat is romantiek, het klinkt onecht, is op z’n best declamatie van een misschien nobel maar onmachtig verlangen.

Tegen deze verlamming nog eens: die ik ook bij mijzelf waarneem, soms met pijn, soms ook gelaten en murw geslagen tracht ik mezelf te wapenen en te beschermen: want zij is het ge vaar lij kst vergif, dat ons geestelijk leven binnensluipt, gevaarlijker zelfs dan de hoogmoed die meent dat ’s levens loop zich naar menselijke wil voegt. Hoe? Ik spreek hier voor onze lezers twee overwegingen uit, die wel op verschillend vlak liggen, maar toch nauw verband met elkaar houden.

De eerste: elke historische situatie heeft een zin, al is die nooit een-voudig, dikwijls meervoudig. Toen het nationaal-socialisme en het fascisme opkwamen en de volken van Midden-Europa in hun harde greep meesleepten, was dat stellig ook een bedreiging voor alle geestelijke vrijheid en een aanslag op onze menselijkheid maar het was tevens meer: symptoom van een ziekte, waaraan blijkbaar hele volken leden; het was in al zijn grofheid ook: een aanklacht tegen een maatschappij, een internationaal bestand, een democratie die innerlijk onmachtig waren deze verdwazing te keren; het was evenzeer een appèl, een por aan de gewetens, een uitdaging om de problemen van werkloosheid en na-oorlogse verwarring beter op te lossen dan de nazi’s het deden. M.a.w. deze historische situatie waarin het fascisme opkwam, kon zich naar verschillende kanten ontwikkelen, zij had een zin, waarmee de volkeren moesten vechten om het te kunnen overwinnen. Wie zich toen overgaf aan de geestelijke verlamming Chamberlain was verloren, reddeloos. Wij zouden dunkt mij, enige reden hebben om vast te houden aan een eenvoudige, maar diep insnijdende waarheid, dat een historische situatie nooit vol-

komen slecht, nooit volkomen verloren is. Dat geldt zeker voor de godsdienstige mens, die weet ai zal hij het in de politieke debatten niet te lichtvaardig zeggen dat God er óók nog is, en ons een situatie aan het geweten legt opdat wij een geloofsantwoord leren vinden.

Een tweede overweging voeg ik hieraan toe, omdat de eerste mij toch eigenlijk te gemakkelijk, te beschouwend, in zekere zin te vrijblijvend is. Dat wij ons thans opnieuw in een uiterst moeilijke situatie bevinden, dat het communisme tot een zo enorme wereldmacht geworden is (het beheerst zeker i van de bevolking der aarde) komt ook en vooral omdat wij de noodkreet van millioenen „verworpenen der aarde” niet hebben verstaan, wij uit het Westen niet, wij socialisten niet, wij Christenen niet. Ik schrijf deze paar woorden neer in bezonnenheid, zij ontvallen mij niet als rethorische frase. Het benauwt mij ontzaglijk, wanneer ik zie dat Amerika opnieuw aanpapt met Tsiang-kai-Sjek, de leider van het nationalistische China, die door de storm der Chinese revolutie is weggevaagd. Dit is het afschuwelijk bewijs, dat het Westen nóg niet de kreet van de verworpenen der aarde in China heeft verstaan. Maar dan zal het ook, ondanks zijn superioriteit in materieel opzicht op dit ogenblik, het communisme niet overwinnen, dan roept het het oordeel op over zichzelf. Mijn „stelling” is dus: wij zullen de huidige situatie eerst dan geestelijk, aankunnen (althans: dan komt er een kèns, meer ook niet), indien wij innerlijk verstaan de roep van de Aziatische volken om vrijheid, indien wij innerlijk verstaan de schuld van het Westen aan een overheersing, waaraan nu een einde komt, indien wij óók verstaan onze eigen geestelijke armoede, wil men: onze verburgerlijking en vermaterialisering, die ons doof maakt voor de stem der zich bevrijdende volken. M.a.w. ik meen, dat al onze politieke en militaire maatregelen de historische situatie niet zullen overwinnen, wanneer wij niet duidelijk weten te maken dat wij de vrijheid ook der andere volken dienen. Of nog anders: indien wij ons niet verdeemoedigen. Dat is een domineeswoord, ik weet het. Ik weet ook: de zgn. realisten met hun 50-divisies-oplossingen zullen er alleen om honen. Het zij zo. Daar staat dit tegenover: deemoed is ook moed, de moed om klein te zijn, de moed om schuld te erkennen en te boeten, de moed om het recht van de ander tot mijn zaak en verantwoordelijkheid te maken, de moed om te dienen. Om terug te komen op het uitgangspunt: de geestelijke verlamming, die meerderen in haar greep heeft, wordt juist omdat zij geestelijk van aard is, alleen overwonnen door verdeemoediging, die opricht tot nieuwe dienst. Dit moet eerst gezegd worden al is het uiteraard geen politiek recept. W. B.