is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 33, 19-05-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mysterieuze glimla

In talloze verhalen over „Indië” ontmoet men die zogenaamde mysterieuze glimlach, waarachter de Indonesiër zijn eigenlijke bedoelingen en gedachten weet te verbergen. Een bijzonder dankbaar object van griezelverhalen, dat nogal eens moest dienen om de „onbetrouwbaarheid van de inlanders” te illustreren. Afgezien van die goedkope sensatie-raadselachtigheid echter kan men heel goed de glimlach van een Indonesiër associëren met het raadsel van de huidige verhouding tussen Nederland en Indonesië. Ik bedoel dit, dat er in ons land toch ook nog velen zijn, die met een zekere beklemming en met toenemende droefheid hebben gadegeslagen, hoe die verhouding steeds slechter en steeds losser werd, en die zich tot nu toe gekweld hebben met de vraag, wat toch de diepste oorzaak mocht zijn. Men zoekt het in de schuldvraag, en wil beslist niet de schuld uitsluitend leggen op Indonesische schouders, integendeel, men wil schuld bekennen, en blijft dan toch met de vraag, of de schuld, het menselijke wangedrag, voldoende verklaring is voor de huidige ontwikkeling. (Over de ontwikkeling licht het programma van het nieuwe kabinet ons duidelijk genoeg in!)

Wie het zo uit elkaar drijven van de beide naties blijft betreuren, omdat er blijkbaar zulke goede kansen mee gemist zijn, omdat iets wat een goede verhouding had moeten zijn, tot geen verhouding is geworden, die stuit op het raadsel van het waarom.

Ik zal hier niet de mythe van de glimlach ter „verklaring” aanvoeren, maar alleen vertellen, welke associatie mij ertoe bracht om hier aan te duiden, in welke richting we mogelijkerwijze naar de verklaring moeten zoeken. Het gaat om een op zich zelf tamelijk onbeduidend voorval, iets gerings en toch iets typerends.

In 1949 of in 1950 verscheen bij „Balai Pustaka”, een Indonesische uitgeverij, die Indonesië op bijzonder verdienstelijke wijze helpt aan goede volkslectuur, de roman van een zekere Achdiat Karta Mihardja genaamd; „Atheis”. Atheis is hier vrijwel gelijkluidend en vrijwel gelijk van betekenis aan het Nederlandse: atheïst.

Over de kwaliteit van deze Indonesische roman als roman kan ik in het geheel niet oordelen. Best mogelijk dat een Nederlandse vertaling een „slecht-seller” zou worden. In Indonesië echter trok deze roman veel aandacht. Waardoor dit boek opvalt, is het thema dat erin behandeld wordt: hoe moderne Indonesische jongeren aangeraakt en opgenomen worden door westerse stromingen, en wat zij daarbij doorleven. Hoe Achdiat Mihardja dit thema behandelt, is hier nu niet aan de orde. Alleen moet gezegd, dat dit boek een zekere dienst bewezen heeft aan allen, in wie deze vraagstukken leven. De reacties op het boek wijzen duidelijk genoeg uit, dat er een juiste toon is aangeslagen, en dat die toon overal in de moderne Indonesische maatschappij weerklank vindt. Het boek komt zo te staan in de rij werken in de wereldliteratuur, die niet in de eerste plaats belangrijk werden als literair werk, maar als bevrijdend woord, geboren in een tijd, die in zijn felle bewogenheid daaraan blijkbaar behoefte heeft. De reacties, welke het boek opwekte, zijn van tweeërlei aard.

Er is een groep critici, welke als een der voornaamste verdiensten van het boek beschouwt het reeds boven gezegde, nml. dat

dit boek zo’n juiste geestesgesteldheid vi geren in bepaalde kr: boek te verstaan var het geschreven wen andere stemmen. Zo hammedaanse critic als een aanslag op 1 Volgens hen zal de i funest zijn, en zou ee lijk niet mogen ver deze soort critiek exj wij in ons eigen land kennen waaruit derg( komen, maar om het tiek „onzakelijk” is. Er wordt geen recht waarmee het gesch brengt ons juist op o nml. ook enkele crit zijde. lemand uitte over, dat de gesprek alle min of meer s thema: bestaat er ee veer op het peil staa gens presteren en w heeft veel waars, he hoogte van onze (!) tij devoller wordt het va erom te doen is te w die kringen, die het Er was een ander criti uit de hoek kwam. K te waarderen, maar z< zo" akelig schoolmeest tiek is daarom zo ( typisch weergeeft, wi Indonesië kan gevoe omdat het toch typis echt gemeende, goed lijke critiek is een syi geren van beide volk( Het onzakelijke van d dat deze roman niet i leren, maar beschrijvi maar iets bewust m: aandacht wil vestigen zijn geworden, wanm schoolmeesterachtige figuur eruit, niet ha gene, wat ons als sch doet, wat nader trac! U zult zelden ieman nooit in een trein of e Mogelijk is het u o( iemand moest vertel! trein zitten. In vele gaan, dat iemand die dergelijke sensatie h« te voelen, als hij die mensen, die niet zo denk slechts aan d< naar Indonesië zijn en de trant waarin zi vertellen als ze op ’t I teruggekeerd in Ned Ongemerkt begin je i den in de ogen van di Indonesië herhaalde! wij spraken met bijv. nen. Deze mensen, verlaten hadden, no( schip op reis wareri vliegmachine, moest( blanke, die zo veel i maakt, van alles we maar blij, als er iem bleek te zijn, die do( ring een voorstelling-