is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 35, 02-06-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

penseelvoering. Naast hem spreekt Millet, voor wie Van Gogh een grote bewondering had, ons anders, eer dichterlijk aan; althans niet zo daverend.

Na de romantische Delacroix met zijn Arabische comedianten en Daumier, die hier met de haren is bij gesleept en waarbij men zich afvraagt waarom Puvis de Chavannes dan niet vertegenwoordigd is, komen wij bij Corot. Bij een onbevangen blik, kan men zich moeilijk onttrekken aan de grote bekoring en zuiverheid die van zijn kunst uitgaat. De vorm staat nog onaangetast in het zacht stralende licht van de dag. Dit werk ademt een milde klaarheid. De doeken die hier van hem hangen, zijn evenzoveel meesterwerken waarvan de wond’re werking van het licht tot een zuiverheid is opgevoerd, die men welhaast niet gaver en inniger kan voorstellen. Te recht denkt men bij dit werk aan Vermeer! De impressionisten die na hem kwamen, hebben op hun wijze in hun kunst het probleem van het licht weten op te lossen. Maar eerst nog wordt de aandacht getrokken door een klein rond doek, 16 cm middellijn, van Ingres, voorstellend het „Casino van de Villa Borghese te Rome”, waarin deze 25- jarige reeds blijk geeft van een ongelooflijk meesterschap in de expressie bij een volmaakt beheerste verfbehandeling. En dan de impressionisten: Monet, Pissarro. Manet, Sisley e.a. Zij hebben de tover van het licht zelf in hun kunst kunnen realiseren, deze Franse schilders van het laatste gedeelte der vorige eeuw. Lichtaanbidders als zij waren, deden zij de aardse verschijningsvormen baden in het tere licht van de vroege morgen, in het parelgrijs van het winterse jaargetij of in het volle licht van de zomerdag. Van de voortdurende verandering van licht en beweging gaven zij een indruk, waardoor zij impressionisten genoemd werden. Om die van licht doortrilde atmosfeer te accentueren, veranderden velen van hen hun schildertechniek van de vloeiende toets in die van stippen en strepen. Het kleurengamma kwam op een ander niveau te liggen. Zij schilderden het licht om het licht. De voorstelling werd in dat licht opgenomen en daaraan ondergeschikt gemaakt.

Deze kunst is in de eerste plaats een feest voor het oog. Zij duikt niet in de diepten van donkere schaduwen die een dramatische spanning kunnen teweegbrengen. Zij staat in het licht en laat als ’t ware het dagelijks wederkerende huwelijk tussen dat licht en de aarde met alles wat daarop leeft, voor onze verrukte blik voltrekken. Met de erfenis van het impressionisme verrijkt, bracht het om enkelen van de belangrijksten te noemen bij Cézanne de grote winst van een nieuwe visie, waarin de vorm, verzadigd van het licht werd opgevangen in brede over het doek opgebouwde kleurtoetsen; bij Pauquin in zijn figurale groepen met het exotische landschap, gecomponeerd op prachtig op elkaar afgestemde grote kleurvlakken, de monumentaliteit, die wijst naar het immobiele vlak, en bij Renoir, na de terugkeer tot de vorm, de herontdekking van de mens, te midden van de aardse volheid opgenomen in een golvende weelde van licht en kleur. Rest ten slotte een gelukwens voor de directie van het Rijksmuseum met de aanwinst van deze prachtige expositiegelegenheid in deze eeuw van het schilderij.

T. PAULIDES

HET MIDDEN-OOSTEN

IN DE SCHADUW VAN EUROPA

De uittocht der Joden uit Irak naar Israël, om veiligheidsredenen door de Israëlische regering in zeer versneld tempo mogelijk gemaakt, is één der meest tragische gebeurtenissen van dit jaar. De Irakese Joden die twee duizend jaar in het land van Euphraat en Tigris hebben geleefd, deel waren van de bevolking, vluchten nu in groten getale, hun bestaan opgevend en practisch al hun bezittingen achterlatend. Noodgedwongen, omdat zij geen veiligheid meer vinden, ruilen zij thans het ene oude land voor het andere, Israël.

Alleen al uit de oude stad Baghdad, met haar naar schatting 100.000 Joden, maken er 80.000 de reis. Deze uittocht, in Juni vorig jaar begonnen, vindt grotendeels per vliegtuig plaats, op kosten van het toch al arme Israël. Aanvankelijk ging de tocht via Cyprus, omdat Irak Israël zelfs de facto niet erkende en er met een dus niet bestaand land geen luchtverbinding kon bestaan. Op het ogenblik is men over deze moeilijkheid heen gekomen en vindt het transport rechtstreeks naar Lydda plaats.

Het voordeel voor de Irakese staat telt kennelijk zwaarder dan het bovenvermelde formele bezwaar. Immers, de wet die het mogelijk maakt, dat de Joden hun Irakese nationaliteit opgeven en naar Israël emigreren, bepaalt tevens, dat alle bezittingen der emigranten, behoudens de noodzakelijkste persoonlijke benodigdheden, aan de staat vervallen. Een echo van ons helaas al te bekende praktijken.

Geïmporteerd nationalisme.

De correspondent van de „Manchester Guardian” geeft in een uitvoerig overzicht de désastreuze gevolgen weer van het uit West-Europa in het Midden-Oosten geïmporteerde nationalisme, waarvan ook deze diep-tragische exodus het uitêindelijke resultaat is. Evenals bijv. het bittere lot, dat de honderdduizenden Palestijnse Arabieren door hun overhaaste vlucht ten deel gevallen is; evenals deels de Palestijnse oorlog zelf; evenals de felle haatuitbarstingen tegen het Westen in Perzië, etc. Hij wijst op de geaardheid der samenleving in het Midden-Oosten, waar tal van zelfstandige bevolkingsgroepen (Arabieren, Joden, Koerden, stedelingen en plattelanders, zeer armen en ontzaglijk rijken) tot aan de twintiger jaren naast en met elkander leefden, zonder elkander te haten, elk naar eigen levensvorm en eigen normen, maar niettemin betrekkelijk harmonisch en in elk geval volstrekt afhankelijk van elkander. De politiek, waarbij West-Europa zijn invloed vestigde, zijn vazalstaten in het leven riep en derhalve het plaatselijke nationalisme importeerde, bracht een nieuw en gevaarlijk element in deze samenleving. Zij geraakte er door verscheurd. De minderheden werden een factor en ondergingen'een lot zoals West-Europa zijn minderheden heeft bereid.

In ons werelddeel gaf de vrij scherpe afscheiding der verschillende volken ten min-

ste een feitelijke achtergrond van en verklaring voor de op het nationale gerichte politiek. In het Midden-Oosten daarentegen moest het import-nationalisme zijn grondslag zelf vormen. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat, waar de botsingen in West-Europa reeds zo ernstig waren, en de betrekkelijk kleine minderheden in dit spel geheel vermalen werden, een soortgelijke politiek in het Midden-Oosten een nog engere, maar geacht het getal der in totaal betrokkenen, een eigenlijk nog verwoestender uitwerking heeft gehad. Men leeft in het Midden-Oosten ~in de schaduw van Europa”, ondanks alle geroep om nationale zelfstandigheid, en aangezien deze schaduw de grondslagen van het vroegere bestaan geheel heeft weggevaagd, zal de weg naar rust en verzoening lang zijn. En toch is dat de enige weg, die tot een waarachtige toekomstige samenleving, ook in dit deel der wereld, kan leiden.

Hedendaags imperialisme.

Nog moeilijker wordt het probleem door de nog steeds voortdurende imperialistische belangstelling van de grote mogendheden voor het Midden-Oosten. In Irak bijvoorbeeld ligt evenals in Perzië en in Saöedi-Arabië, een grote olievoorraad. De macht daarover is een allereerst strategisch belang. Maar ook als knooppunt van werelddelen en wereldwegen is de macht over het Midden-Oosten essentieel voor het Westen, en dus uiterst verleidelijk voor de Sowjet-Unie. Hoezeer derhalve de wenselijkheid van een stabieler situatie zich opdringt, toch ligt het eerder binnen de mogelijkheden, dat de belangstelling der grote mogendheden juist het wankele bestaan der Midden-Oostelijke staten zal continueren. Het loven en bieden blijft doorgaan, terwijl de Arabische staatslieden steeds beter leren daaruit materieel profijt te trekken. Bovendien geeft zulk een belangstelling avonturiers alle gelegenheid voor hun activiteit. Als er bijv., zoals thans in Irak of in Perzië, een het Westen vijandig gezinde regering aan de macht is, hebben gelukzoekers, die hun kans ten koste van het bestaande bewind willen beproeven, alle kans op steun van de Westerse mogendheden. Zulk een speculatie is goeddeels de achtergrond van de huidige Britse tactiek ten aanzien van het Perzische olieprobleem. Engeland probeert zo lang mogelijk te rekken, opdat, als eerste stap, Mossadeq plaats zal moeten maken voor een andere candidaat, die weliswaar ook anti-Westers, maar tevens even fel anti-Russisch gezind is. Dat zou voor de Britse positie al een stap in de goede richting zijn. Maar daardoor wordt de situatie in Perzië op zichzelf beslist niet stabieler, blijft de verscheurdheid en dus ook de kwetsbaarheid bestaan.

Israël als kans.

Het ligt voor de hand, dat een gezondmaking van het Midden-Oosten niet in een handomdraai te verwerkelijken is. Het is zelfs zeer de vraag, of het Westen ooit in dit