is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 35, 02-06-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen R.K. politieke partij zoais de Belgische en Nederlandse R.K. partijen).

Het is goed dat een christelijke kerk ook de zondaars tot haar kinderen rekent en waar mogelijk voor hen opkomt in een geest van barmhartigheid; dat haar dienaren in de gevangenissen troost brengen en bij de machthebbers van de aardse gerechtigheid ciementie bepieiten. Maar een gelovige, die aan politiek doet, moge zich herinneren, dat hij alsdan niet de belangen van zijn geloofsgenoten, ook niet de andersgerichte gezindheid van zijn kerkelijke overheden, maar de belangen van de staatkundige gemeenschap te dienen heeft! Het welzijn der Nederlandse gemeenschap, die immers democratisch wil zijn, iaat zich dan niet combineren met een vergoeiijkend oordeei over Spaanse fascistische geloofsgenoten van vandaag, over Duitse Nationaai-Socia-

listische geloofsgenoten van weleer. Tegenover de rechtsbedeling van de Staat heeft de Kerk een corrigerende en inspirerende, niet een leiding gevende taak. Het onding van een confessionele partij laadt telkens weer op de Kerk het odium, zich te bemoeien met zaken, die buiten haar sfeer liggen, en besmeurt haar met een belangenstrijd, die wel is waar door haar leden gevochten wordt (let op de R.K. pleiters in de zaak van De Telegraaf, de zaak Menten enz.), maar die niet haar strijd is.

Men zou het ook zo kunnen zeggen: dergelijke, voor een niet onwelwillende toeschouwer, anti-democratische en anti-Nederlandse manoeuvres zijn een aanwijzing, dat de emancipatie van het R.K. Volksdeel op politiek gebied begonnen is met de oprichting der K.S.P. en voltooid zal zijn met de opheffing der K.V.P. J. G. B.

KORTE HE MMEN-NIEUWS

Verslag Kortehemmendag.

„Doch uit het oogpunt van biliijkheid kome van uw overvloed voor het ogenblik hun gebrek ten goede, opdat hun overvloed wederkerig uw gebrek ten goede zou komen en er zodoende gelijkheid zij, zoals er geschreven staat; die veel (verzameld had) had niet over en die weinig (verzameld had) had niet te kort.” Deze bijbelwoorden gebruikte mr De Niet in het Januarinummer van Socialisme en Democratie bij de bespreking van De Kadt’s boek. Wanneer ik deze woorden ovemeem is dat omdat ze symboliseren wat de beide sprekers geroepen heeft te kiezen voor het socialisme.

Uit Friesland, Groningen en Drente waren de bezoekers naar het gebouw van de A.G. der Woodbrookers te Kortehemmen gekomen om te luisteren naar hetgeen twee sprekers hadden te zeggen over de vraag: „Waarom ik socialist ben”. Twee ménsen uit geheel verschillend milieu, zowel godsdienstig als maatschappelijk, ds D. Bender uit Marsum en de heer J. Vellinga uit Leeuwarden. Laat de eerste spreker zeggen dat hij veel heeft geleerd van Vliegen en onder de indruk kwam van de gedichten van Adama van Scheltema en Henriëtte Roland Holst.

En al mag de tweede spreker dan z’n eerste politieke scholing hebben opgedaan van Hoedemaker en Lingbeek en laat Gravemeyer z’n invloed niet achterwege. Beiden komen tot de zelfde conclusie. Door deze beschouwingen werd het een zeer persoonlijk antwoord wat zij gaven. Bij beiden de strijd tegen het sociale onrecht en kapitalisme. Bij de een, omdat hij zag, dat de mensen en dingen niet meer op hun plaats stonden, bij de ander omdat hij tegen de antithese is. Wat doet het er toe. Voor beiden was het de opdracht door God op de schouders gelegd. Hij is het die roept tot dit werk. Op deze dag was er wel heel sterk de confrontatie tussen christendom en socialisme en bleef er het critisch staan tegenover de politiek; zo zal de partij altijd middel en nimmer doel mogen zijn.

De dag werd begonnen met een korte wijdingsdienst in het oude kerkje, waar voorging ds D. Bakker uit Huizum, die als voorzitter van de Noordelijke Commissie ook de leiding van deze dag had.

Geslaagd deze dag? Volmondig: Ja! Afscheidswoorden gesproken en handen gedrukt en de vriendentinnen) van Kortehemmen gaan voldaan naar huis. J. T.

JONGEREN-WEEKEND

9-10 JUNI

Programma

Zaterdag:

Aankomst der deelnemers tussen ... 16 en 18 uur Opening 19.30 uur

„HEEFT ONS LEVEN ZIN?”

door ds A. van Santen 20.00 uur

Zondag:

Ochtendwijding 0.1. v. mej. ds J. M. Luyt 9.30 uur „HOE 'VERVULLEN 'WIJ DE ZIN VAN

ONS LEVEN?” door K. Toomstra 11.00 uur Discussie 14.00 uur

Sluiting 16.30 uur

Leiding: K. Toornstra, S. Knigge, mej. Sj. Gorter.

Zakelijke gegevens:

Het Woodbrookershuis te Kortehemmen ligt een halfuurtje lopen van Beetsterzwaag. Beetsterzwaag is per bus te bereiken vanuit Groningen, Heerenveen, Leeuwarden, Sneek, Assen.

Deelnemersprijs ƒ 3,— of ƒ 3,50, naar keuze, bij aankomst te voldoen. Er wordt op gerekend, dat men zelf zorgt voor de boterham op Zaterdagavond. Opgaven zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór 2 Juni a.s. Daarna volgen nadere mededelingen.

LEESTAFELNIEUWS

D. L. Daalder. Wormcruyt met suyker. Historischcritlsch overzicht van de Nederlandse kinderliteratuur. Uitgave de Arbeiderspers. A’dam 1950. 298 blz. ƒ 11,50.

Voorlopig zal dit ■«rel het standaardwerk blijven over het Nederlandse kinderboek. Parallel met de algemene literatuur-geschiedenis hebben we nu een geschiedenis van de kinder-lectuur en elke critiek zal moeten beginnen de schrijver te huldigen voor dit uiterst moeizaam pionierswerk, met zoveel toewijding gedaan. (Wie schrijft nu eens een dergelijk boek over de ontwikkelingsgang van de stichtelijke lectuur, een ander stiefkind van onze literatuurhistorie!)

Een inleidend hoofdstuk stelt de theoretische vraag: hoe moet het echte kinderboek zijn? Daalder concludeert, m.i. terecht, na een globale aanwijzing van de inhoud: artistiek verantwoord en daardoor paedagogisch werkzaam. Mag ik hem attent maken op de voor zijn doel zeer vruchtbare gedachtegang van J. P. Sartre in Situations 11, waar duidelijk uiteen gezet wordt, hoe de tegenstelling kunst-tendenz voor wat het proza betreft een pseudo-probleem is, dus ook het contrast: artistiek-paedagogisch. Vervolgens gaat hij vanaf de Middeleeuwen de jeugdliteratuur door. Algemeen vindt men en m.i. terecht, het hoofdstuk over de Middeieeuwen te weinig critisch: wat ons uit die tijd is overgeleverd is lectuur voor volwassenen. Hoe de kinderen daaraan deelnamen, ontgaat ons. Ik waardeer het beeld, dat Daalder ontwerpt van de kinderlectuur uit de XVI-de en XVII-de eeuw, maar sta ook sceptisch tegenover Daalders scherp oordeel over deze boeken. Ik geef toe: onze kinderen zouden dat niet lusten, maar wat weten wij van de kinderen uit die tijd? Hun ontvankelijkheid zal hen wel mooi hebben doen vinden, wat ze aangeprezen kregen en wie zal zeggen, hoe dit op hen ingewerkt heeft? Hoe dichter wij bij onze tijd komen, hoe rijker de bronnen vloeien, hoe zekerder het oordeel wordt. De paedagoog in Daalder wint het van de cultuur-historicus en in het laatste en belangrijkste deel van zijn boek krijgen wij een zorgvuldig genuanceerde inventarisatie van het kinderboek der twintigste eeuw, waar we alleen maar dankbaar voor kunnen zijn.

Hier waag ik mij niet aan een beoordeling. Waar ik boeken tegenkwam, die mijn eigen jeugd gelukkig hebben gemaakt, ontdekte ik telkens het rijpe oordeel van Daalder, dat tot instemming dwingt. Dankbaar moeten we zijn, dat we voortaan een betrouwbaar repertorium hebben bij de keuze van onze kinderboeken; en vooral, dat we in staat zijn gesteld, de boeken uit het jongst verleden niet uit het oog te verliezen. Een boeiend en goed gedocumenteerd aanhangsel stelt de lezei op de hoogte met oorsprong en succes van de buitenlandse klassieken op dit gebied.

De schrijver wijst er ergens op, dat de boekenmarkt bedorven wordt door het al te ruime aanbod van winstzuchtige uitgevers. Die prullen dreigen telkens weer het goede boek van gisteren te doen vergeten voor het voddeboek van vandaag. Dit lijkt mij, naast de belangrijke historische waarde, de grote practische betekenis van Daalders werk. Aanbevolen! J. O. B.

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij u er even op:

Ie Dr José López-Rey. Franclsco de Goya. Serie: de grote schiiders. Uitgave v.h. Van Ditmar N.V., A’dam, 1950, met 39 platen, waarvan 8 in kleurendruk. ƒ5,90.

Er is over Goya heel wat gefantaseerd. Feit is, dat zijn schilder- en ets-werk tegenwoordig hoog aangeslagen wordt, omdat de zgn. moderne mens eigen voorkeur en eigen problematiek in deze schilder uit de tijd van Rococo en Vroeg-Romantiek meent te herkermen. De verdienste van de uiterst deskundige inleiding van dit boek is, dat ze de lezer de beschikbare gegevens verstrekt over leven en kunstinzichten van de Spaanse schilder. Daarbij sluit de zakelijke, maar uiterst aandachtige analyse der gereproduceerde platen goed aan. Het boek bevat een keur van fraaie illustraties en alleen al daarom is het een rijk-makend bezit.

2e Prof. dr A. Sizoo. De Antieke Wereld en het Nieuwe Testament. Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen. Se druk 1950. 224 blz. met registers en illustraties. ƒ7,50.

Ik kan me goed voorstellen, dat dit boek zo spoedig een derde druk bereikt. Een schat van her en der verspreide wetenschap wordt hier in bevattelijke vorm aangeboden door een uitnemend vakman. Zelfs iemand, die met de stof vertrouwd is, leert hier en daar nog wel wat nieuws. De bedoeling van dit boek is de lezer te helpen het Nieuwe Testament goed te lezen van uit het begrip voor de tijd van zijn ontstaan. Eerst goed weten wat er staat! Dat beschermt tegen valse en onwillekeurige stichtelijkheden en helpt de nauwkeurige bedoeling der apostolische schrijvers te verstaan.

3e Annie M. G. Schmidt. Het schaap Veronica. Met plaatjes van Wim Bijmoer. Uitgave N.V. de Arbeiderspers, A’dam 1951, 62 blz. ƒ2,90.

Dit zijn dan de berijmde wederwaardigheden van het schaap Veronica, met de dames Groen en de dominee. Ze zijn amusant en ik heb er soms hartelijk om gelachen, maar het gewone gevaar van de humorist: de ontaarding tot gemaniëreerdheid bedreigt ook Annie Schmidt. Het procédé van de al te regelmatige caesuur in de versregel, de eendere reacties van haar hoofdpersonen dwingen haar steeds meer het komisch effect te zoeken in de dolle situatie. Ik geef toe: haar fantasie laat haar daarbij niet in de steek, maar een humor die het alleen van situaties moet hebben, degenereert tot het peil van de moppentrommel. Juist omdat ik dit werkje, zo verfrissend, en zo dankbaar om voor te dragen, toch wel waardeer, meende ik dit gevaar te moeten signaleren.

4e Ds A. de Wilde. Over het Apostolicum. Uitgave van Gorcum & Comp. N.V., Assen 1950, 55 blz. ƒ 1,50. Schrijver bepleit voor kerkelijk gebruik een bijbels verantwoorde gevarieerdheid van geloofsbelijdenissen; daartoe toont hij aan, dat in de Oude Kerk en ook later verschillende geloofsbelijdenissen voorkwamen, en dat de zgn. Apostolische Belijdenis gebruikt werd bij het doopritueel van de Kerk van Rome. Hij onderscheidt tussen een Apostolische en een Katholieke geloofsleer, neemt de eerste aan, verwerpt de tweede en wijst daarmee ook de Apostolische Geloofsbelijdenis af, die volgens hem „Katholiek” zou moeten heten. Een leerzaam boekje, waarvan de strekking aannemelijker zou zijn, als de schrijver kans zag aan te duiden waar de grenzen liggen der gevarieerdheid die hij aan de geloofsbelijdenis toestaat. Daarenboven ziet hij over het hoofd m.i., dat voor een kerk, als voor iedere levende gemeenschap, een eenheidsbeginsel noodzakelijk is. De schampere toon, waarmee hier over de Oude Kerk wordt gesproken, zal menigeen, -vrees ik, vervreemden van het waarheidselement in dit pleidooi.

5e Dr P. ten Have. Het werkende woord. Leerboekje bij het Bijbels onderricht voor inrichtingen voor voortgezet onderwijs. Eerste Deel. Achtste druk. Uitgave J. B. Wolters, Groningen 1950. 119 blz. ƒ 1,30. Al vaker wees ik in dit blad op deze uitstekende cursus in bijbels onderwijs. Aanbevolen, ook voor cursussen aan volwassenen en voor zelfstudie.

Red. secr.

2 Soc. werksters, b.b.h.h. zoeken tegen Aug. of Sept. 2 of meer

ONGEMEUB. KAMERS

plus kookgelegenheid te Amsterdam.

Brieven onder no. T-T 427, aan bureau van dit blad.

lI.V. OB A’AUI