is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 37, 16-06-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer behoort de aarde i en haar J volheid. , Psalm 24 ; 1 J

Jyd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE 'EN SOCIALISME

verschijnt 50 MAAL PER JAAR 49STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 16 Juni 1951 Nr37

Redactie: dsJ.J. Buskesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. BomhofF

Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. Bomhoflf

Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hubebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H.J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

lonnement per jaar f 5,—; halfjaar f 2,75; kwartaalJl,soplus *'0,15 incasso. Losse nrs f 0,15; Postgiro 21876; Gent. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

VOORRANG DER POLITIEK?

Wie somber gestemd is over de ellendige tijd, waarin we leven, kan ik één probaat geneesmiddel, of liever verdovingsmiddel aanraden; de studie der geschiedenis. Hij moet zich dan echter niet laten verblinden door de schittering van grote namen en indrukwekkende cultuurmonumenten. Als hij over de Pharao’s en de machtige pyramides leest, moet hij zich het lot der honderdduizenden dwangarbeiders voorstellen die deze pyramides in de brandende zon hebben opgericht; als hij over Griekenland of Rome leest, moet hij vooral niet de slavenmaatschappij vergeten, noch de oorlogen, die deze wereldrijken gevoerd hebben om tot de heerschappij te komen; als hij de Middeleeuwen, de Renaissance of een ander tijdperk dat zijn voorkeur geniet, aan het bestuderen is, laat hij dan niet de millioenen naamlozen vergeten, wier lijden de triomfen der heersers, de weelde der glanzende culturen begeleidt. Ik spreek niet over ziekte en dood, die steeds de sterfelijke mens op zijn gang door het leven begeleiden, maar over het onzeggelijk leed, dat de immer in beweging zijnde politieke en economische machten de mensen van het verleden hebben aangedaan. Wie dat alles overweegt, zal zich minder verbazen of ergeren over de eigen tijd.

Geschiedenis kan meer zijn dan een verdovingsmiddel, dat het eigen leed terugdringt met de gedachte, dat het altijd zo geweest is en wel altijd zo blijven zal. Ik kan me voorstellen, dat men i:ich isoleert van de solidariteit met zijn medemensen en het eigen tuintje gaat verzorgen: „Laat ze maar vechten in Korea, laat ze maar praten in de parlementen der wereld.” Maar er komt een dag en dan stapt de postbode uw tuintje binnen: uw zoon wordt opgeroepen voor de militaire dienst; de belasting legt beslag op uw tuintje; de krant vertelt u dat een oorlog aanstaande is. En te bitterder beseft ge de solidariteit met het lot van uw medemensen.

Verder denkend, maar in een geheel andere richting dan de hierboven geschetste, kan me de studie der geschiedenis soms een diepe, hoewel weemoedige voldoening schenken. Ik haal me weer het leed der mensheid voor ogen en zoek naar ideeën die getroost hebben, naar krachten die het alom aanwezige leed der mensheid hier op aarde, zo al niet weggenomen, dan toch verminderd hebben. Ik schuif opzij al degenen, die beweerden dat zij door hun waanzinnige oorlogen en politieke omwentelingen en economische hervormingen het geluk der mensen konden garanderen, maar let op hen, die het niet noodzakelijke leed wegnamen, die troost brachten, waar verdriet was, die de schrijnendste onrechtvaardigheden ophieven en de meest massale ongelijkheden vereffenden.

Op deze lijn voortdenkend, volg ik bijv. de geschiedenis van de idee der humaniteit in de klassieke oudheid tot voorbij de Amerikaanse en de Franse revolutie en het grote liberalisme, volg ik ontroerd de geschiedenis van het christendom in de wereld, volg ik ook de nabije geschiedenis van het socialisme. Ideeën en politieke krachten zijn het, vaak onlosmakelijk ineen. Voor zover ze de mensen een geluksstaat hier op aarde hebben voorgespiegeld, hebben ze gefaald, maar voor zover ze gepoogd hebben het leed te verminderen of te verzachten, kan ik toch, zonder enige phrase getuigen, dat ze grote dingen bereikt hebben.

Zo kan de overweging der geschiedenis ons helpen taak en plaats te bepalen vandaag. Laten we van de politiek niet verwachten, dat ze een universeel geluk aan de mensheid kan verschaffen. Als nationale politiek moet betekenen, dat ons welzijn gebaseerd zal worden op de armoede van andere volkeren; als partijpolitiek moet betekenen, dat ze de welvaart van één groep der bevolking wil beschermen al moet het dan ook kosten de handhaving

van het leed der anderen; als buitenlandse politiek moet betekenen, dat we andere volkeren met geweld, dus met leed, ons geluk willen gaan opleggen, dan veroordelen al deze politieke stromingen in haar doelstelling zich zeif voor het menselijk geweten, en is de geschiedenis daar, om te getuigen, dat deze doeleinden zelden bereikt worden en zo ja, dan toch niet zonder anderen en vaak ook de voorstanders zelf onzeggelijk veel leed aan te doen.

Het is een levensgevaarlijk denkbeeld te menen, dat men door de politiek het geluk van een volk, van een klasse, van de mensheid voor de toekomst kan fixeren. Wat al ellende heeft de strijd voor een welvaartstaat waarin de mensen van de toekomst gelukkig zouden zijn, aan de mensen van gisteren en vandaag gebracht! Maar niet minder onrecht en leed is veroorzaakt door de krampachtige houding dergenen, die gevochten hebben voor de handhaving van een toestand, waarvan ze niet wilden zien, dat hun welzijn steunde op het tekort van velen.

Politiek is dienst, en is verplichte dienst aan de gemeenschap. Voor enkelen werd het een roeping of een beroep. De grootsten hunner krijgen een plaatsje in het boek der geschiedenis. Het is een vergissing te menen, dat dit boek een lijst aanlegt van de weldoeners der mensheid. Wie er in bladert, schrikt van het aantal monsters. Het is beter, dat ge moogt leven tussen mensen, die u een beetje genegen zijn en vooral, dat er niet te veel mensen zijn, die uw naam vervloeken, dan dat bij uw dood uw naam wordt ingeschreven ergens na Napoleon en Hitler.

Maar voor ons, de naamlozen in het boek der geschiedenis, ligt de zaak anders. Onze politieke inspanning is plicht, en dienst aan de gemeenschap. We doen het niet om er zelf beter van te worden. De kansen op wat menselijk geluk liggen elders. En overigens: over wat leed doet, zijn we het gauw eens, maar over wat geluk is, heeft ieder zijn eigen mening. Laat ieder dat nastreven in en door zijn werk, in en door het samenleven met de kring van medemensen, waarin God hem geplaatst heeft, en (of) hij zelf gekozen heeft.

Men heeft mij niet begrepen, als men meent te lezen, dat ik de politiek kleineer, maar ik heb te doen met mensen, die neerslachtig worden doordat zij tegenwoordig in hun krant van dag tot dag de gevolgen van het politiek bedrijf waarnemen. Zij hebben misschien te veel van de politiek en haar fraaie leuzen verwacht.

Politiek is dienst èn plicht; er is al veel gewonnen, als ge mee moogt helpen het leed van uw medemensen te verlichten, de schrijnende ongelijkheid en onrechtvaardigheid een weinig te verzachten, of een klein beetje meer vrijheid te geven aan wie er zo driftig naar verlangen. De rest is humbug. J. G. B.