is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 37, 16-06-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONKERKELIJKHEID EN COMMUNISME

Onlangs heeft er in een dagblad gestaan de uitlating van een vooraanstaande Nederlander, dat het communisme mede in de hand gewerkt wordt door de toenemende onkerkelijkheid. De redactie van dat dagblad heeft tegen die opmerking stelling genomen en geargumenteerd dat de eventuele toename van de communistische invloed geweten moet worden aan factoren, die op het sociaal-economisch terrein liggen. De onkerkelijkheid en het communisme zijn verschijnselen die wel gelijktijdig voorkomen, maar niet in een oorzakelijk verband met elkander staan.

Het is altijd moeilijk om de diverse stromingen in de tijd waarin wij zelf leven naar oorsprong en richting helder te kunnen onderkennen. Er is allereerst te weinig afstand, welke toch zeker nodig is om duidelijke onderscheidingen te kunnen maken. En bovendien ontbreken ons de noodzakelijke exacte gegevens, die oorzaak en gevolg zouden kunnen vaststellen. Dat is heel jammer, omdat nu heel vaak die vaststelling te laat kan geschieden, wanneer de remedie eigenlijk al geen zin meer heeft. Wellicht is dan één van de middelen om toch te komen tot een zo klaar mogelijke kijk op de tijdsstromingen de discussie, ook al zal deze dan voornamelijk gevoerd worden op de basis van indrukken en vermoedens en op de basis van ieders zeer beperkte waarneming. Maar dan kan er aanvullend gesproken worden, mits men zich niet van tevoren vastzet op bepaalde dogmatistische inzichten. Zo is het allerminst een onvriendelijkheid om te beweren dat bedoelde uitlating gedaan kon worden vanuit de rooms-katholieke levensbeschouwing van genoemde vooraanstaande Nederlander. Men zal immers nimmer kunnen ontkennen, dat voor Rome alle gevaar voortvloeit uit het verlaten van of losser maken van de binding aan de kerk. En dus ook het gevaar dat communisme genoemd wordt. Maar kan men niet evenzeer ter andere zijde vaststellen dat de tegenargumentering ook voortkwam uit een bepaalde levensbeschouwing, die nl. welke alle ontgeestelijking wil terugvoeren tot een sociaal-economisch proces? En dan staan in uitlating en tegenargument twee levensbeschouwingen tegenover elkaar, die ieder een zeker recht hebben, maar die wederzijds een vruchtbare discussie onvruchtbaar dreigen te maken. Wanneer dan daarbij nog gedacht wordt aani de reeds genoemde elementen van te weinig afstand en gebrek aan exacte gegevens, dan zeker loopt men gevaar beweringen te doen, die op zichzelf een schijn van waarheid hebben, en misschien zelfs wel een grond van waarheid, maar die nadere adstruering behoeven om niet tevergeefs te blijven.

Zo zal men bijv. allereerst moeten zeggen wat men nu eigenijk onder onkerkelijkheid verstaat. Bedoelt men daarmede dat velen zich finaal van de kerk, welke dan ook, afkeren, tot zelfs in de administratieve afscheiding toe? Bedoelt men daarmede dat velen nog wel officieel tot de kerk behoren maar hun geestelijk huis elders zoeken? Of bedoelt men dat men z’n ker-

kelijke plichten niet of nauwelijks waarneemt? Het is ongetwijfeld mogelijk om deze onderscheidingen slechts nuances te te achten, maar deze nuances zijn toch wel van groot belang, al was het alleen maar in verband met het feit of men al of niet nog een appèl kan doen op enige kerkelijke binding. Hierbij moet nog een andere zaak gesignaleerd worden: al te gauw immers zijn velen bereid als communisme te brandmerken wat er eigenlijk weinig mee te maken heeft. Wanneer er bijv. ergens zeer gerechtvaardigde looneisen worden gesteld, dan is het tegenwoordig helemaal niet zo vreemd meer om van de tegengestelde zijde te vernemen dat dat communistische invloed is. En dan wordt het communisme gebruikt als afweermiddel, als foutieve waardering van op zichzelf billijke verlangens. Wanneer men de kerkelijkheid zou willen bevorderen ten einde sociaal-economische, gewettigde vragen terzijde te schuiven, dan ontvangt eo ipso de uitdrukking „onkerkelijkheid” een bepaalde waarde, die op z’n minst genomen twijfelachtig is. En indien dit nog even verder wordt doorgedacht, dan komen we vanzelf op de lijn van het vele werk dat gedaan wordt (en moet worden!) voor arbeiders en arbeidersjeugd om hun enige zin van het leven duidelijk te maken, maar heel vaak met de achtergrond van: bestrijding van de communistische mentaliteit! En dan moet er terecht gevraagd worden of die casuspositie wel juist is. Ik bedoel maar dit te zeggen: wat verstaat men onder onkerkelijkheid en wat verstaat men onder communisme, en wat is de achtergrond van het stellen van een oorzakelijk verband tussen die beiden of tussen het communisme en andere stromingen? En is hier niet te denken aan het grote verschil tussen de twee latijnse woorden

„post” en „propter”, na elkaar of in-verband-met-elkaar. Als de natuurmens een haan hoort kraaien en de zon ziet opgaan, legt hij het oorzakelijk verband (propter), terwijl het niet meer is dan een na-elkaar (post). Zo zou het ook kunnen wezen dat tussen onkerkelijkheid en communisme wel het post-verband is, maar niet het propter-verband. Maar met opzet zeg ik: het zou kunnen wezen, want ook om dat vast te stellen zouden we moeten beschikken over een menigte exacte gegevens en statistisch materiaal, dat voorzover mij althans bekend nog allerminst aanwezig is. En daarom is het gewenst, zelfs nodig, om uitermate voorzichtig te zijn in het zonder meer vastleggen van een verband, welk dan ook, dat nog bewezen moet worden. Dat neemt niet weg: het communisme is niet bepaald kerkelijk gezind en velen gaan over tot die ideeënwereld omdat huni sociaal-economische positie zwak is. En de kerk, welke dan ook, zal hier grote aandacht aan moeten besteden. Maar dan niet ter wille van de kerk of de kerkelijkheid, maar terwille van de mensen! Want geestelijk (en ook kerkelijk) leven kan inderdaad heel moeilijk gedijen op een bodem die sociaal-economisch droog en armelijk is. Hier heeft de kerk m.i. zeer stellig „de aarde trouw” te blijven. Maar wanneer de kerk de aandacht van de aarde zou afwenden en het grootste deel van de belangstelling richten op het hiernamaals, dan zou niet de onkerkelijkheid oorzaak zijn van het communisme en deszelfs groei, maar juist de kerkelijkheid! En het kon wel eens wezen dat dat oorzakelijk verband vlugger is aan te wijzen dan het eerst gestelde! Vlugger en helaas met ontstellend-juist materiaal. Vandaar dat het wellicht raadzaam is om voor deze probleemstelling allerminst naar binnen, de kerk in, te kijken. Is daar, binnen de kerk, voldoende aandacht voor wat er buiten de kerk gebeurt in het geestelijke leven van duizenden, die of uit de herinnering van hun ouders, of nu weer opnieuw uit de schamelheid van het wekelijkse loonzakje geen voldoende bewogenheid ontdekken van de kerk voor de sociaal-economische positie van de arbeiders, die toch altijd nog het merendeel uitmaken van ons volk. A. A. W.

BENTVELDNIEUWS

Onze houding in deze tijd. Zaterdag 28 Juli tot Woensdag 1 Augustus. Leiding; dr A. van Biemen. Een vacantie-cursus bestemd voor de jonge generatie. De middagen zijn vrij voor zwemmen e.d. Leeftijd van 17-30 jaar. Het leven als opdracht, door ds P. Keja (gevr.). Zaterdag 19.30 uur; Arbeid, vloek of zegen?, door dr A. van Biemen, Zondag 19.30 uur; De spanning Oost-West, door drs J. J. Voogd, Maandag 10.15 uur; Om een rechtvaardiger samenleving (Jongeren en politiek), door F. Weidema, Maandag 19.30 uur; De kunst van het genieten, door dr A. van Biemen, Dinsdag 10.15 uur; Houding en houvast, door J. Hulsebosch. Dinsdag 19.30 uur. Sluiting; Dinsdagavond, vertrek Woensdagmorgen na het ontbijt. Kosten; naar draagkracht ƒ 16,—, ƒ 17,50 of ƒ 19,— per persoon; echtparen ƒ3O,—, ƒ32,50 of ƒ36,—.

De mod'erne mens en God. Woensdag 1 tot Zaterdag 4 Augustus. Leiding; dr A. van Biemen. De moderne mens heeft zijn moeilijkheden met het geloof. Talloos zijn de misverstanden zowel omtrent eigen innerlijk leven en denken als omtrent het wezen van het christelijk geloof. Onthulling van de misverstanden kan een weg banen. De nadruk ligt op het gesprek. De inleidingen tot dit gesprek geeft de cursusleider: dr A. van Biemen. Onderwerpen: Angst voor God; Vlucht voor God; Vergeving; Verlossing; Twijfel en Geloof! Sluiting; Vrijdagavond, vertrek Zaterdagmorgen na het ontbijt. Kosten; naar draagkracht ƒ 11,—, ƒ 12,50 of ƒ 14, per persoon; echtparen ƒ2O,—, ƒ23,— of ƒ26,—; kinderen

4 t.m. 11 jaar ƒ 7,50, 12 t.m. 15 jaar ƒ 10,—. N.B. Wie de daaropvolgende vacantieweek wil meemaken geve dit onmiddellijk op.

Vacantieweken te Bentveld. Een uitgezóchte gelegenheid om met het gehele gezin vacantie te houden. Overdag worden korte of langere tochten georganiseerd, ’s Avonds een boeien• de lezing of goede kunst. Voor de kinderen van 4-14 jaar is vertrouwde hulp aanwezig, die er overdag met hen op uit trekt naar zee en duinen. • Eerste week van 7-14 Juli. Leiding: ds en mevr. Krol. ■ Tweede week van 4-11 Augustus. Voor de 2e week kunnen geen gezinnen met kinderen meer ingeschre’ ven, daar het maximum aantal kinderen reeds is ingeschreven! Derde week van 11-17 Augustus. Leiding: ds en mevr. Kapteyn—van Weerden. N.B. De eerste en tweede vacantieweek eindigen op veler verzoek ’s Zaterdagsmorgens na h§t ontbijt. De derde week moet in verband met een daarop volgende internationale conferentie Vrijdag 17 Augustus na de warme maaltijd eindigen. : Kosten: Ie en 2e week: ƒ37,50 per persoon; echt; paren ƒ72,50; kinderen 4 t.m. 11 jaar ƒ22,50, 12 t.m. ; 15 jaar ƒ27,50; vanaf 16 jaar prijs volwassene. 3e ! week; ƒ35,— per persoon; echtparen ƒ65,—; kinde; ren 4 t.m. 11 jaar ƒ2O,—, 12 t.m. 15 jaar ƒ25,—; ; vanaf 16 jaar prijs volwassene.

Opgaven voor deelnamen kan men zenden aan, inlichtingen omtrent deze cursussen en vacantieweken inwinnen bij: De Administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentsveldsweg 3 te Bentveld.