is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 40, 07-07-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder gaan en beweren: hierin ligt de reden voor het feit, dat Europa niet in de jaren na 1945 door de zo dikwijls voorspelde vloedgolf uit het Oosten is overspeeld,”

Even verder zegt hij: „Het is dit ontbreken van een grote en dragende gedachte, zoals bijvoorbeeld het christendom die in de middeleeuwen aan Europa gaf en zoals later het fascistisch en nationaal-socialistisch nationalisme die op bedrieglijke wijze probeerde te verschaffen, dat de grote malaise in het leven van Europa veroorzaakt, waarvan men de symptomen in ieder land, zij het ook telkens op verschillende wijze, bespeurt.”

Of werkelijk de machthebbers in het Kremlin zoveel ontzag opbrengen voor de geestelijke reserve-krachten van West-Europa, betwijfel ik. Maar de grondgedachte van dit artikel is zonder twijfel juist: de beste waarborg voor een werkelijke verdediging van het Westen zou liggen in een bezielende visie. En even stellig is het waar dat de ziekte van Europa ligt in het ontbreken van een dergelijke gemeenschappelijke visie. Deze ziekte openbaart zich in de literatuur, in de moeheid en matheid, die er over ons poUtiek leven liggen, in het levensgevoel van duizenden „gewone mensen”. Onze taak in deze tijd zal dan ook allereerst moeten liggen in de worsteling om zulk een dragende en sterkende visie.

28 Juni.

Ik heb een leraar in paedagogiek gehad, die behalve een voortreffelijk docent en een beminnelijk mens ook een man was boordevol van milde en nuchtere levenswijsheid' en die eens twee onbekende mensen in de trein in grote verlegenheid bracht. Deze mensen waren kennelijk gezien het demonstratieve uiterlijk van hun koffers en hun niet minder demonstratieve conversatie voor het eerst van hun leven op weg naar Zwitserland. Mijn leraar stelde hun toen eerst zeer beminnelijk de vraag, of ze werkelijk naar Zwitserland gingen. En toen een reeds enigszins verbijsterd bevestigend antwoord was gegeven, vroeg hij, of ze ook terug kwamen. En toen ook dit het geval bleek, sloot hij het examen af met de vraag: „Maar als u toch terugkomt, waarom maakt u dan zo’n drukte om er heen te gaan?”

Nu komt het vaker voor, dat men met een trein ook weer teruggaat en zo ben ik in de zeer prille ochtend opnieuw „ergens in het Zuiden” in een coupé beland. Pogingen om ochtendbladen te bemachtigen leverden weinig op. Daar ik er uit een soort bezettingstijd-fatsoen nog steeds niet toe komen kan om „De Telegraaf” te kopen, moest ik tevreden zijn met het „Limburgs Dagblad”. Daarin vond ik ook een verslag van een bijeenkomst van de Katholieke Bond voor het Gezin, waar een zekere pater Godefroy uitermate vurig moet hebben gesproken. Hoewel vurig, heeft pater Godefroy volgens dit verslag tegelijk rustig en glashelder gesproken over de problemen waar tegenover het katholieke gezin zich geplaatst ziet. En bij het licht van dit rustige en heldere vuur hebben de toehoorders toen mogen ontwaren, dat wij, wanneer wij de door staten, regeringen en staatsbedrijven genomen maatregelen ontleden, wij daarin niets anders kunnen ontdekken dan stelselmatige pogingen tot ontkerstening van het gezin. Voorts, dat, aJs men in Nederland meer geestelijke rijpheid in gezinspolitiek had kunnen opbrengen, de Tweede Kamer niet een dgirgelijke droevige beslissing (t.a.v. de kinderbijslag) had kunnen nemen als in de afgelopen weken is gebeurd. Voorts, dat deze moderne (verderfelijke) gedachtengangen nog verder worden gepropageerd via radiopraatjes van Dr Storm en neutrale

periodieken voor het gezin, die met rijkssubsidie worden uitgegeven. Men houdt er in het Zuiden blijkbaar van de dingen werkelijk heel eenvoudig voor te stellen. Zo mooi zwart-wit met hier en daar een paar dikke strepen. Niettegenstaande een zeer korte nachtrust en het zeer vroege uur was dit vuur van pater Godefroy helder genoeg om mij te doen begrijpen, dat alles wat niet overeenkomt met de uitdrukkelijke wensen van een R.K. gezinspolitiek, behoort onder de rubriek van „stelselmatige pogingen tot ontkerstening”; dat het een evident gemis aan geestelijke rijpheid is wanneer men bepaalde R.K. wensen niet inwilligt; dat pater Godefroy rijkssubsidie alleen zou willen toekennen aan die bladen, die het niet met hem oneens zijn.

In een democratie lijkt me dit soort vuur, hoe rustig en helder het ook moge zijn. uitermate gevaarlijk! En tegen pater Godefroy zou ik willen zeggen: Spelen met

vuur is gevaarlijk! Ook voor hem, die er mee begint... Juni.

Wie van Almelo uit per bus het schone land van Twente verder in wil reizen, heeft ruimschoots gelegenheid om langdurig te moeten wachten. Indien hij in dit geval even de teleurstellingen en ontgoochelingen der menselijke samenleving zou willen ontvluchten, heeft hij daartoe een kans in het restaurant „Spoorzicht”, waar een subliem aquarium met tropische vissen te bewonderen is, hoewel ook dit op een teleurstelling uit kan lopen. Toen ik vanmorgen deze vluchtpoging ondernam, was het eerste, wat ik te zien kreeg een verwoed gevecht tussen twee exotische mannetjes-vissen om een niet minder exotische vrouwtjes-vls. Waaruit blijkt, dat er in het patroon der samenlevingsvormen ook al niet veel variatie zit... J. H.

Ik wacht op een gedicht

Ik wacht op een gedicht.

Ik heb de eerste regels al geschreven.

Het waren kastanjes, waar mijn kind mee speelde Toen het naar bed was deed ik het spel na.

Zo heb ik vroeger ook vaak gezeten

Mijn volle aandacht bij een spel met loden dieren en kastanjes.

Het zijn harde, koude vruchten. Die je alleen in handen kunt nemen

En dan weer terug laten glijden In een oude doos.

Vroeger kende ik het spel

Nu ervaar ik slechts de kille hardheid Van vruchten, die eigenlijk nutteloos zijn.

Ik leg ze terug op hun plaats Tussen de pop en de loden dieren. En wacht op een gedicht

Ik heb de eerste regels al geschreven

JAN STEVENS