is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 41, 14-07-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„HOE STILLE IS ’T. ’T EN VERWAAIT MED AL GEEN BLADTJE, DAT ONS STOREN ZAL;”

bij de kopers, die wat verder kijken dan hun neus lang is, niet bepaald verbeterd heeft.

(GEZELLE)

En nu is, een jaar later toch de omslag gekomen. De prijzen zakken. In Amerika woedt reeds een prijzenslag. In onze grote steden bieden de textiel- en schoenenwinkels al tegen elkaar op. Van verkopersstaking zijn we terecht gekomen in de kopersstaking.

Wat zijn daarvan de oorzaken? Ik noem er hier:

1. De kopers hebben in de afgelopen zes jaren de achterstand, ontstaan in de oorlogsjaren, weer ingehaald. De linnenkasten zijn nog wel niet vooroorlogs gevuld, maar onder het costuum zit weer een overhemd en een hemd. En het lichaam is weer op peil gekomen. Ik denk, dat het Nederlandse volk wel 20% zwaarder geworden is sinds 1945! Ook al blijven er nog genoeg onbevredigende behoeften over: men is niet bereid daarvoor hoge prijs te betalen. 2. De lonen zijn wel gestegen, maar zijn ten achter gebleven bij de prijsstijgingen. Dit betekent, dat men voorzichtig moet zijn bij de inkopen. Vooral de grotere uitgaven worden daarbij zoveel mogelijk vermeden.

3. Uit angst voor nog meer stijgende prijzijn hebben velen gehamsterd. Sparen op de Spaarbank vonden zij te riskant in verband met de voortgaande waardedaling. Sparen in goederen was aantrekkelijker. En thans leven zij van dat gespaarde. En ergeren zich vaak, als zij zien, dat de prijzen nu al lager zijn, dan toen zij de goederen kochten! Hadden zij dat geweten, dan was sparen op de spaarbank voordeliger geweest. Leve het spaarvarken van Lieftinck!

4. Als de prijzen eenmaal dalen, verwacht een ieder voortgaande daling en men wacht dus met kopen. Inderdaad verleidt dit de verkopers tot verdergaande prijsdaling. En daarop wachten de kopers weer langer! Een vicieuze cirkel, die leidt tot waren-„angst”, d.w.z. de stemming bij de verkopers om toch maar zo snel mogelijk van hun voorraden af te komen. Dit laatste ook al, omdat zij gaarne over contante middelen beschikken om weer te kunnen inkopen. Merkwaardig is het nu al geluiden te horen uit kringen van het bedrijfsleven en de winkeliers, die aandringen op meer geleide economie! Nu moet de zo zeer eerst gesmade Overheid zorgen, dat de bijeengeharkte winsten niet wegebben en in verlies omslaan. Zelfs een prijsbeheersing wordt gevraagd, maar nu niet met maximum prijzen, maar met minimum prijzen. Maximum prijzen beschermen de kopers, minimum prijzen de verkopers. Over de ko-Jjersstaking wordt smalend gesproken in die kringen. Sprak niet een bekend ik had bijna neergeschreven: berucht in die bedrijfskringen populair blad, dat de kopersstaking een neurose was?

Nu moeten we oppassen voor een zekere boosaardige blijdschap van „lekker, eerst wij de dupe, nu jullie!” Want dat is onbehoorlijk en bovendien ontneemt het aan ons streven naar sociale gerechtigheid de zin der onbaatzuchtige eerlijkheid. Het is niet zo, dat wij voor sociale rechtvaardigheid zijn, zolang wij er maar beter van kunnen worden en er tegen, zodra het ons nadeel oplevert. Helaas gaat dat voor velen onzer wel op. Dat zijn dan ook geen principiële socialisten, maar broodstrijders. In wezen is dat kapitalisme, nl. bot egoïstische winzucht.

Maar wel moeten wij deze gelegenheid aangrijpen nu eens duidelijk aan te tonen, waartoe een niet-geleide economie in onze tijd leidt. Natuurlijk wij kunnen de schoenfabrieken laten kapot gaan. Wij kunnen

de nodige winkeliers failliet laten slaan. Maar, afgezien van het sanerende element, gelegen in de noodzaak tot inkrimping van ons distributie-apparaat, brengt dit alles een verlies mee èn voor de betrokkenen èn voor de gehele gemeenschap.

Beter is het een leiding van het economische leven door te zetten in tijden niet alleen van prijsdaling, maar ook in tijden van prijsstijging. Die leiding behoeft niet te leiden tot dirigisme, d.w.z. tot een te veel ingrijp>en in het economisch bestel. Maar een minimum aanleiding is onder de huidige, laat-kapitalistische omstandigheden onontbeerlijk. Niet alleen geleide economie, wanneer het ons of onze groep voordeel biedt, maar in tijden van prijsstijging en prijsdaling.

V7at kan nu een particulier het beste doen op dit ogenblik? Wel: ik geloof, dat er een

goede kans bestaat, dat de prijsdaling zich in de komende maanden zal doorzetten. Maar de internationale politieke situatie is zo wankelbaar, dat het niet uitgesloten is, dat weer een stijging van prijzen op de grondstoffenmarkt zal optreden. In verband daarmede meen ik, dat het momenteel geboden is van werkelijk voordelige aanbiedingen gebruik te maken, althans voor zover men de goederen nodig heeft! Dit laatste voeg ik er bij, omdat maar al te zeer bij velen de verleiding om koopjes te halen zo groot is, dat zij er toe komen dingen te kopen, die niet dringend nodig zijn. En laten wij ook niet te snel geloof hechten aan elke prijsverlaging. Het zou niet de eerste keer zijn, dat een jas van veertig gulden verlaagd werd in prijs van vijf en zeventig tot vijftig gulden! J. G. V. d. PLOEG