is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 45, 18-08-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij verder gaan met leiden. Wij doen verstandiger als we de Amerikaanse buitenlandse politiek op reële feiten baseren.” „Als wij Amerikanen naar Rusland kijken, zien wij niets anders dan tirannie. Als millioenen van deze ellendige verworpenen naar Rusland kijken, zien zij: bevrijding van de landheer en de woekeraar en de planmatige opbouw van het land op de basis van de moderne techniek. Zij zien een mogelijk einde van een soort ellende en wanhoop, die de meeste Amerikanen nimmer hebben gezien. Tirannie jaagt hun geen schrik aan: zij hebben nooit iets anders gekend.”

„De ellende, en niet het communisme, is het basis-probleem voor onze éne wereld. Communisme is wat de Russen voorstellen als een oplossing voor dit basis-probleem... De wereldgemeenschap luistert aandachtig of zij ook andere voorstellen hoort.”

De Amerikaanse nuchter zakelijke instelling levert niet enkele efficiënt werkende generaals en managers op. Stringfellow Barr is een voorbeeld van de andere zijde; een gelukkig voorbeeld. Hij is een idealist, want hij gelooft in de mogelijkheid om de achterlijke landen zo snel mogelijk tot een beter bestaan te brengen. Hij gelooft beslist, dat de Westerse wereld daartoe het vermogen bezit; ook, dat er een vorm is, waarin de onontwikkelde volken de steun zullen aanvaarden. Ten slotte gelooft hij, dat langs deze weg de mogelijkheid voor een waarachtige wereldregering mogelijk wordt. Maar hij is veel meer dan een idealist zonder meer. Hij heeft de wereld zeer nauwkeurig bekeken. Zijn conclusies zijn niet ongegrond. Hij brengt een idealisme, waarmee te werken is, en dat bovendien de Westerse wereld uit de panische verstijving kan wekken van de huidige oorlogvoorbereiding.

Een tweede groot voordeel, waardoor zijn gedachten zoveel waarde krijgen, is, dat hij in beginsel aansluit bij de eerste voorzichtige (en door gebrek aan steun en middelen deels reeds mislukte) pogingen om de onontwikkelde gebieden metterdaad te helpen. Zijn gedachten, ook zijn plannen voor de uitwerking van zijn idealen, sluiten min of meer aan bij Trumans Punt Vier politiek, die door de Amerikaanse volksvertegenwoordiging practisch onder de tafel is gewerkt, en bij het Britse Colomboplan, dat door het uitblijven van Amerikaanse steun eveneens steriel moest blijven. Ook bij het moeizame werk van de Unesco, die, het veel te kleine budget ten spijt, nog zoveel mogelijk doet voor ontwikkeling en onderwijs. Ook bij de Wereldgezondheidsraad. Kortom: bij al die blijken van internationale activiteit, die minder op politiek gewin dan wel op practisch nut gericht zijn.

Het derde voordeel is, dat hij het heeft aangedurfd om vele Amerikaanse heilige huisjes aan te tasten. Hij noemt vier verkeerde uitgangspunten, waardoor de Amerikanen zo grote vergissingen begaan:

I. Dat Rusland het enige is dat tussen mensdom en een bestendige vrede staat. 11. Dat Amerikaans „Know-how” en Amerikaans geld de wereldeconomie kunnen herbouwen, althans in voldoende mate om Rusland tegen te houden.

111. Dat enterprise” de taak beter kan verrichten dan de regering.

IV. Dat de taak verricht kan worden op basis van kleine jaarlijkse toewijzingen.

Ten slotte het vierde voordeel, nl. dat hij een reële mogelijkheid aan wijst om buiten de verlammende sfeer van het huidige politieke bedrijf, een wezenlijk begin te maken met die ontwikkeling der achterlijke landen; met het uitbannen der materiële ellende, waarmee nog steeds twee milliard

mensen te kampen hebben, dag in, dag uit. Het gemiddelde, dat de overheidstaak uitvoert en tegelijk de soepelheid van een particuliere onderneming bezit, ziet hij in de Tenessee Valley Authority, de T.V.A. Door deze organisatie werd in Amerika een ganse landstreek tot nieuw leven en bloei gebracht. Zij was een samenbundeling van overheidssteun, particulier initiatief, algemeen en groepsbelang. Zij was besluitvaardig en doeltreffend en nochtans onder (éénjaarlijkse) controle van het parlement. Inderdaad kan daar de vorm liggen, waardoor het wantrouwen der „ellendigen” wordt weggenomen, de tegenstellingen der verschillende regeringen bevroren en, waar het om gaat, „de ellende” verminderd wordt.

Zal dan de wereldvrede bewaard blijven? In elk geval zou de Westerse wereld er wer – kelijk morele kracht aan kunnen ontlenen, en er misschien op dat vlak medestanders

door kunnen vinden bij een goed deel van die twee milliard rechtelozen, en dat zijn factoren weermee de nuchtere Russische politici rekening zullen houden, als zij niet tot beter in staat zijn. Daarmee kunnen wij groter kracht verwerven dan met de holle macht van een militair apparaat.

Gaan wij een dergelijke weg niet op, of blijven wij halfslachtig, dan zal de opstand komen van „de stad der armen” tegen „de stad der rijken”. En te recht!

Mogen wij beseffen, dat hier een taak ligt, niet enkel voor de landgenoten van Stringfellow Barr, maar zeker evenzeer voor ons. Barrs brochure geeft een concreet uitgangspunt. Daarop heeft iedereen gewacht. Ook voor u, individuele lezer, is hier een taak, want u hebt nog invloed, al zijt ge het bijna vergeten. Onze democratie functionneert nog steeds. Barrs noodkreet kèn. haar tot nieuwe bezieling brengen.

H. VAN VEEN

GEREFORMEERDEN

WAARHEEN?

Het is langzamerhand geen onbekend feit meer, dat er binnen de schijnbaar nogal homogene groep, die behoort tot de Gereformeerde kerken in Nederland, bepaalde spanningen heersen, die hun oorzaak vinden in een sterk gevoel van onrust en onbehagen over de situatie binnen deze kerken. Met name komen tal van jongeren in verzet tegen het geestelijk klimaat, de levenshouding en tal van andere dingen, die tot nog toe daar de toon aangeven. De uitdrukking „révolte der jongeren” is misschien iets te sterk, maar duidt toch wel de aard van het verzet dezer jongeren aan.

In de afgelopen jaren heeft Thijs Booy zich herhaaldelijk als woordvoerder dezer jongeren opgeworpen en zijn publicaties hebben in brede krihg de aandacht getrokken. Nu behoren wij stellig niet tot de onverdeelde bewonderaars van Thijs Booy. Hij is ons vaak te gewild-profetisch, te pathetisch en gezwollen, ondanks de scherpte en felheid van zijn critiek veel te weinig critisch ten aanzien van zijn eigen critiek, wanneer het op positieve suggesties en plannen aankomt te fantastisch en ondeskundig, enz. enz. Dat is jammer, omdat hij daardoor de goede kwaliteiten van zijn werk en van zijn eigen mogelijkheden schaadt en juist niet bereikt, wat bereikt moet worden. Hij is er daardoor zelf oorzaak van, dat in allerlei kringen ook van jongeren langzamerhand een zekere geprikkeldheid tegenover hem ontstaat, die te betreuren is.

Daarom verheugt het ons, dat er thans een boek is verschenen, waarin niet meer Thijs Booy alleen aan het woord is en dat dezelfde problematiek behandelt. Wij bedoelen daarmee het boek van mr A. Bouman en Thijs Booy „Gereformeerden, waarheen?”, dat keurig verzorgd is uitgegeven

door Kok in Kampen (prijs ƒ7.90). Van de 284 pagina’s zijn de eerste 183 geschreven door mr Bouman. Hij schrijft nuchterder, soberder, reëler dan Booy. Vaak met een fijn gevoel voor humor en nuances. Door al deze dingen maakt hij ook gelukkig dieper indruk.

Wij zouden dit boek graag ook in handen zien van de lezerskring van „Tijd en Taak”. In de eerste plaats om de voortreffelijke analyse, die mr Bouman in het door hem geschreven gedeelte geeft van het klimaat, de geestelijke, culturele en sociale structuur van de Gereformeerde kerken.

Wij kennen geen tweede boek, dat dit zo uitstekend doet. Uiteraard is het een zeer critische analyse. Dit zal niet-Gereformeerden in de verleiding kunnen brengen om met een te grote zelfgenoegzaamheid dit boek te lezen. Dat zou jammer zijn en de bedoeling van dit boek onrecht doen. Als verscheiden lezers aan genoemd gevaar niet helemaal ontkomen, heeft mr Bouman daartoe misschien zelf ook enige aanleiding gegeven. Tegenover de critiek op zijn eigen kerk idealiseert hij o.i. andere kerken in casu de Ned. Herv. Kerk wel eens te veel. Veel van de critiek, die hij op de Gereformeerde kerken heeft, geldt o.i. nl. in precies dezelfde mate en op precies dezelfde wijze voor een niet klein deel der Ned. Herv. Kerk.

In de tweede plaats om de worsteling van velen in de Gereformeerde kerken te leren kennen, die uit een dodelijke verstarring proberen los te komen en dé poort naar de wereld open willen stoten. Om te leren zien: ook dit leeft in de Gereformeerde kerken. En het leeft sterker dan alle officiële publicaties doen vermoeden. Wie enigszins in Gereformeerde kring bekend is, weet wel, hoe daar nl. de „non-conformisten” bitter weinig kans krijgen werke-