is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 45, 18-08-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l^entveld-nieuws

SOCIALISTISCHE DEFENSIEPOLITIEK Van 25 tot 27 Juli vond in Bentveld een conferentie plaats over het onderwerp: Socialistische defensiepolitiek. Prof. dr R. A. H. Hidding zette de reeks inleidingen in met een diepgaande beschouwing over Europees en Aziatisch denken. Prof. Hidding stelde voorop, dat welke verschillen wij ook mogen aantreffen, er toch altijd sprake is van de mens. Oosterlingen en Westerlingen zijn geen twee soorten volstrekt verschillende mensen doch hoogstens twee verschillende mensentypen, verschillen, die voortvloeien uit historische en natuurlijke oorzaken. Het mensentype hangt nu af van de nadruk, die of op het leven of op de geest gelegd wordt. Leeft de mens vooral in gemeenschap met het natuuriijke, overheerst het participerende besef, omdat hij beseft daaraan deel te hebben en daarvan deel te zijn, dan draagt heel zijn cultuur hiervan zeer duidelijk het stempel, zoals een analyse van de Oosterse, de antieke of de primitieve culturen kan aantonen. Overheerst echter het andere, het objectiverende besef, dat de mens als geestelijk wezen tot een eigen en andere orde behoort dan die van de cosmische werkelijkheid, dan wordt hierdoor heel zijn denken en doen bepaald, zodat hij geheel andere opvattingen heeft over zedelijkheid en waarheid, over politiek en kunst. Prof. Hidding iliustreerde deze verschilien met de opvattingen over oorlog en vrede, die wij in het Oosters en het Westers denken aantreffen. In de natuur constateren we een nooit eindigende strijd tussen opgang en ondergang, leven en dood. Er is een voortdurende kringioop van alle bestaan. Door strijd en ondergang heen kan alle leven zich slechts handhaven, en daarom heeft ook een volk steeds strijd te voeren. Om de welvaart en de vrede te handhaven moeten de demonische machten telkens weer bedwongen worden omdat zij altijd weer opdringen en met aile leven gegeven zijn. Daarom is het terecht, dat men ooriog voert en zo naar een evenwicht van krachten streeft, dat nooit anders dan tijdelijk kan zijn. Alleen dit evenwicht van machten is de vrede en is het recht. Macht en recht zijn in het Oosters denken niet wezenlijk verschillend.

In het Westers denken staat het recht boven de macht. Waar macht en recht tot een principieel verschillende orde behoren, kan de oorlog wezenlijk niet meer rechtvaardig heten, maar slechts ais een gewelddaad beoordeeld worden, die de mens misschien niet vermijden kan, maar die hij wel veroordelen moet. Tot een democratische orde behoort de oorlog als zodanig niet, want de democratie is in wezen de erkenning van een objectieve rechtvaardigheid op alle levensgebieden. En hiervoor is de menselijke Dr A. E. Cohen gaf vervolgens een uiteenzetting over Invloedsferen en conflictstof. De invloedsfeer betreft de verhouding tot andere landen. Daarbij zijn er de volgende mogelijkheden: isolatie, eenzijdig overwicht, evenwicht en collectieve organisatie. De voornaamste mogelijkheden van conflictstof kunnen we in het volgende schema samenvatten: a. plaatsen, waar grote machten direct aan elkaar grenzen;

b. landen zonder intem evenwicht (b.v. Duitsland); c. landen met een zwakke sociale structuur;

d. de aanwezigheid van een politieke partij, die zeer nauw verbonden is met een andere mogendheid; e. belangrijke bodemvondsten; f. bevolkingsdruk. Er zijn uiteraard ook combinaties van deze factoren mogelijk. B.v. in Perzië vinden we een combinatie van b, c, d en e.

Prof. dr F. L. Polak begon met enkele vragen te stellen: Wat is Europa, is er een Europese verdedigingswil, moet Europa zich verdedigen, kan E. zich verdedigen, mag E. zich verdedigen?

Algemeen wordt aangenomen, dat Europa zich in een crisis bevindt en dan wordt de vraag gesteld; heeft het zin een ondergaande cultuur te verdedigen? Prof. Polak deelt zijn betoog verder in naar drie hoofdvragen:

a. Wat wil Europa verdedigen? b. Als Europa zijn cultuur wil verdedigen, heeft dat zin?

c. Is een militaire verdediging mogelijk? Verdediging heeft alleen zin als we ons volkomen voorbereiden èn hulp krijgen. Te verdedigen hebben wij een complex van materiële en geestelijke goederen. We moeten ons er daarbij van bewust zijn, dat de moderne ooriog een groot gevaar voor totale vernietiging inhoudt, terwijl niet-vechten een kans tot overleving laat voor althans een deel van de bevolking. Psychologisch is van veel betekenis, dat de have-nots geen angst hebben voor een Russische overheersing. Dikwijls wordt als verdedigings-motief gesteld: het verdedigen van de nationale onafhankelijkheid. Deze kan men echter niet meer in ernst verdedigen. De wereldsituatie heeft zich zo ontwikkeld, dat men altijd afhankelijk is van een der beide biokken. Op puur materiële en nationalistische gronden kan men de verdedigingswii niet zedelijk funderen. Welke aspecten zitten er aan het argument, dat wij geestelijke waarden te verdedigen hebben? Een groot aantal geestelijke waarden is niet gebonden aan geografische grenzen. Ook leert de historie, dat veel overwinnaars belangrijke geesteiijke waarden van de overwonnenen overnamen. Zo heeft oorlog dikwijls een groei van geestelijke waarden met zich gebracht. Oorlog en onderdrukking behoeven niet noodzakelijk vernietiging te betekenen. Wanneer gesteld wordt, dat Europa het Christendom, de democratie of de vrijheid te verdedigen heeft, dan is daar wel wat tegen in te breijigen omdat het volgens prof. Polak te aanmatigend is. Het Christendom zou een overweldiging wel overleven en Europa heeft niet het monopolie van de ware democratie of de ware vrijheid. Wat wel specifiek Europees is, is de Europese opvatting van Mens-zijn en deze moet verdedigd worden. Echter niet alleen buiten Europa, ook binnen Europa zijn er krachten, die het Mens-zijn bedreigen. De vraag laat zich stellen of de kern van de crisis der Europese cultuur niet juist een crisis is van het Mens-zijn. Is de mogelijkheid van regeneratie van de cultuur afhankelijk van de leeftijd van de cultuur of is de cultuur een natuurlijk proces van opgang en ondergang? Geen van beiden: cultuur is mensenwerk. Europa heeft een oude cultuur met nog alle mogelijkheden van herstel. Prof. Polak was van mening, dat wij ons mili-

tair dienen te verdedigen onder nadrukkelijk beding, dat de geestelijke verdediging vooral niet verwaarloosd wordt. De opbouw van het militaire apparaat mag vooral geen afbraak van cultuur en van sociale rechtvaardigheid veroorzaken.

Vervolgens sprak drs D. Roemers over het onderwerp: „Bewapening en sociale rechtvaardigheid”. Spr. begon met het stellen van de vraag of bewapening en sociale rechtvaardigheid alternatieven zijn. De grondslag van de sociale rechtvaardigheid is solidariteit met degenen, die in nood verkeren en de waarlijke sociale gezindheid komt in de practijk in het parlement tot uiting bij de behandeling van de belastingwetgeving. Daar blijkt pas de werkelijke offerbereidheid.

De sociale rechtvaardigheid heeft een nationaal en een internationaal aspect. De rijkdommen der wereld zijn zeer ongelijk over de verschillende volken verdeeld en het is zeer verheugend dat Amerika inziet, dat het hier plichten heeft. Mr De Niet heeft in een artikel in S. en D. over dit onderwerp de term „intercontinentale klassenstrijd” gebruikt. Het gebruik van deze term is echter onjuist omdat klassenstrijd duidt op uitbuiting en op het ogenblik is er geen sprake van uitbuiting van het Oosten door het Westen. De werkelijke oorzaak van de Oosterse armoede is de geringe productiviteit. Alleen het Westen kan helpen deze productiviteit op te voeren. De meest dringende binnenlandse sociale problemen zijn; de woningnood, de oude-dagsvoorziening, de gelijkheid van kansen voor iedereen en het voorkomen van werkloosheid.

Bewapening beperkt ons wel in het niveau van onze welvaart, echter niet in het betrachten van sociale rechtvaardigheid.

Ir D. Tinbergen besprak daarna de vraag: „Heeft het democratisch socialisme een eigen taak?” Spreker gaf een samenvattend overzicht, waarbij hij als taak van het socialisme stelde, de eenheid en onderlinge samenhang goed in het oog te houden van militaire- en economische defensie en geestelijke weerbaarheid.

Dr H. van der Linde behandelde ten slotte de boodschap der kerken en de huidige wereldsituatie. In een aangrijpend betoog schilderde hij het karakter en de tekortkomingen van het Westen en de situatie in Oost Europa. De officiële stemmen van de Wereldkerk spreken zich uit vóór verdediging van het Westen, ook al staan niet alle kerken, met name de Duitse, hier zonder meer achter. Wel wensen de kerken een eigen critisch geluid te laten horen. Datgene, wat het Westen te verdedigen heeft is de humaniteit en hoe diep deze in het Oosten geschonden wordt maakte spreker duidelijk door het een en ander te vertellen over de toestanden in Oost-Europa. Als Rusland over het Westen zou komen, dan zou dit beschouwd moeten worden als een Godsgericht wegens het ernstig falen van het Westen in het oprecht streven naar een Christelijke levenshouding. Wij zullen gebruik moeten maken van de gelegenheid, zolang die nog geboden wordt, om een zeer radicale politiek te volgen, anders zullen sociale spanningen het Westen dodelijk ondermijnen.

J. d. L.

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij er even op: Gastmaal der eeuwen, een serie taferelen uit de cultuurgeschiedenis van Europa, blijft goed. We kondigen nu de laatste vier deeltjes aan, de nrs 9, 10, 11, 12. Het is een uitgave van Van Loghum Slaterus te Arnhem, die deze reeks, fraai verzorgd, op de markt brengt.

1. Dr J. Presser Gewiekte Wielen Richard Arkwright. Eigenlijk is dit boekje niet makkelijk, maar uiterst leerzaam en boeiend: een geschiedenis van de Engelse, industriële revolutie, rondom de figuur van Arkwright. Ik kan me geen lezer voorstellen, die uit dit werkje niet wat leert, al was het maar de correctie van de talloze misverstanden, die zich rondom de beschrijving van deze periode gefixeerd hebben, waarbij het feit dat de titeldrager niet de uitvinder van de spinmachine blijkt te zijn, maar een handige zakenman, nog maar de minste der historische vergissingen blijkt.

2. Dr H. Brugmans De Révolte van het gemoed Rousseau en het Sentimentalisme. Voorop sta, dat dit boekje een goede inleiding is tot persoon en werk van J. J. Rousseau (jammer van de vele drukfouten). Daarnaast is het een prikkelend geschrift, vol invallen en vergelijkingen, waarbij een critisch lezer wel eens tegenspraak zal menen te constateren of voorbarige veralgemening. De schrijver is zo enthousiast over zijn onderwerp, dat hij ook de proporties wel eens uit het oog verliest

en m.i. Rousseau te belangrijk maakt, maar dat gebrek maakt tevens, dat het boekje meeslepend geschreven en boeiende leerstof is.

3. Dr E. J. Dijksterhuis Het Wereldbeeld vernieuwd. Van Copernicus tot Newton.

Dit beekje is wat moeilijker voor een lezer, die niet geschoold is in Wis- en Natuurkunde, hoewel de schrijver een uitmuntend leraar is en zeldzaam helder zijn onderwerp weet uiteen te zetten. Een rij geleerden uit de 16e en I7e eeuw passeert hier de revue en nu beschrijft dr Dijksterhuis aan de hand van hun onderzoekingen, hoe zich geleidelijk het wetenschappelijk beeld, dat men zich van het heelal en van de inwonende krachten maakt, wijzigt. Het boekje, dat geen bibliographie geeft, maakt de indruk geheel te berusten op persoonlijke kennismaking met de betreffende werken en dan is het des te bewonderenswaardiger, hoe helder de hoofdlijnen getrokken worden.

4. Dr J. H. Waszink Blocsemtij der Letteren Het Humanisme van Francesco Petrarca. Een goed boekje om voor het eerst kennis te maken met die, uit alle schoolboekjes van Letterkunde wel bekende, maar wazige figuur van Petrarca. De schrijver vertelt vrij uitvoerig zijn leven, bespreekt daarbij zijn werk en onderzoekt ten slotte de vraag naar de verhouding: Christendom en Humanisme, zoals dit door Petrarca beleden en beleefd werd; dit onderzoek brengt hem tot een plaatsbepaling van Petrarca. Een goed boekje, dat echter de glans mist der drie voorafgaande nummers. In de bibliographie mis ik G. Toffassin Geschichte des Humanismus.

Red. Secr.

HULPACTIE INDIA NED. JEUGD GEMEENSCHAP

Derde verantwoording. Met hartelijke dank ontving ik:

ƒ 1 van Th. F. te W.; A. R. J. E. E. te A.; D. J. te S.; T. D. te ’sG.; H. S. v. d. M. te C.; mej. B. B. te G.; D. C. te D.

ƒ1.50 van J. A. D. te V.; A. A. te A.

ƒ2 van A. V. te A.; J. W. A. P. te N.; W. W. te S.; R. J. S. te A.; mej. A. G. te Z.

ƒ2.50 van G. M. te H.; H. v. W. Jr te L.; J. M. te A.; W. V. M. te A.; D. L. te H.; mevr. E. K. te A.; mr M. M. te A.; J. C. H. te A.; mevr. A. S.—v. D. te O.; J. P. M. J. te R.; C. J. J. L. te N.; mej. M. P. V. d. G. te W.; mevr. H. v. E.—De R. te A.; mej. H. H. S. te D.; G. v. O. te A.; E. B.—G. te A.

ƒ3 van F. J. S. te A.; v. d. J. te D.

ƒ5 van zr C. Q. C. te E.; mevr. G. M. C.—D. te A.; M. K. te D.; mej. B. H. K. te H.; D. v. R. te V.; mej. L. K. v. O. te L.; W. J. C. de W.—A. te A.; C. V. R. te H.; J. L. C. te R.; mej. E. B. J. K. te O.; W. F. te A.; mej. M. B. te S.; W. Z. te A.; mej. J. M. C. V. H. te U.; J. G. v. B. te D.; J. B. F. V. te A.; C. W. D. te Z.; A. C. v. E. te H.; J. v. ’t H. te D. ƒ6 van J. A. K.—G. te W.; dames J. en B. te B.; ƒ 7 van personeel Woodbrookershuis te K.

ƒ 7.50 van M. E. B. en E. G. te A.

ƒ 10 van L. M. D. te O.; mej. G. J. te A.; B. de J. te B. zr F. v. D. te ’sG.; B. v. D. te A.; fam. D. P. v. C. V. W. te V.; M. H. Jr te V.; mej. C. F. D. te H.; mevr. A. H.—v. B. te O.; mevr. wed. E. D. M.—De J. te B.; dr A. C. S. de K. te N.; W. H. K. te H.; A. C. de B. te V.; mej. P. M. J. B. te A.; mej. B. F. toe L.; H. te R.; B. W. S. te A.

ƒ 12.50 van B. B. te A.

ƒl5 van enige bewoners van Huize „v. d. Kasteele” te Z.

ƒ2O van W. L. H. S. te D.

ƒ25 van mej. A. H. en mej. R. P. te A.; mej. F. B. te G. Het totale bedrag is ƒ1169.35. Giro: 113211 (Amster-

dam). j. j. BUSKES Jr.

Druk N.V. De Arbeiderspers Ajusterdam