is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 50, 22-09-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wantrouwen beziet, dan zullen we toch op z’n minst een poging moeten doen om die ander te bereiken. Wij zullen hem moeten aanspreken in een taal, die hij verstaat. Wij zullen hem moeten benaderen op het punt, waarop hij benaderd moet worden.

Morrison heeft heel wat over de vrijheid gezegd in zijn Prawda-artikel. Maar voor de Rus betekent vrijheid heel wat anders dan voor de mens in West-Europa, die deel heeft aan een geschiedenis die Renaissance, Reformatie en Aufklarung kende. Al de door Morrison genoemde „vrijheden”

dat je in Hyde Park de regering kunt aanvallen, enz. zeggen een volk, waarvan alleen zij die boven de 40 zijn nog iets kennen (uit een vage herinnering) van een niet-communistisch regime, volkomen niets. En zij, die boven de 40 zijn, zeggen de vrijheden, die Morrison noemde, ook niet veel: Rusland is en was West-Europa niet. Neen het volk in Sowjet-Rusland is op een andere wijze geleid: het ziet het kapitalisme als de aartsvijand. Het gaat niet in de eerste plaats om vrijheid van drukpers, maar om vrijheid van uitbuiting het gaat niet in de eerste plaats om vrijheid ten opzichte van de willekeur van de politie, maar om vrijheid van werkloosheid! We kunnen hier nu over denken hoe we •Rillen zo liggen de feiten: het Prawdaantwoord bewijst het.

Daarom ook had Morrison over déze zaken moeten spreken, over de oeconomischsociale aangelegenheden in Engeland. Fel zijn de reacties van de twee door mij pas genoemde Engelse bladen.

Peace News (10-8-’5l) schreef; „Al wat Morrisons artikel deed, was: spreken in woorden, die door de Russen beschouwd worden als „opium, voor de uitgebuiten”. En de New Statesman and Nation (4-8-’5l) toonde begrip voor de Russische situatie: „Wanneer de Prawda antwoordt, dat alleen vijanden van de Sowjet-Unie in de concentratiekampen zitten, dan is dat voor de meeste Sowjet-lezers een voldoend en vanzelfsprekend antwoord”. En van het verwijt, dat de Prawda Morrison doet „hij zegt niets over het vrij zijn van uitbuiting van het volk, van het vrij zijn van oeconomische crises, van werkloosheid, van armoede” zegt de New Statesman: „Unhappily Pravda is right” —: ’t is akelig, maar de Prawda heeft gelijk.

Hoe dan?

Ik ben erg blij, dat men van pacifistische en links-socialistische zijde niet in het negatieve blijft steken. Ik noemde reeds het rapport „Steps to peace” van de Amerikaanse Quakers.

Er moet antwoord gegeven worden op het punt, waarop het voor de ander allereerst aankomt. En dat antwoord ligt, waar het over Sowjet-Rusland gaat, allereerst op het oeconomisch-sociale vlak.

Waarom zo vraagt de New Statesman (4-8-’5l) zette Morrison de Sowjetpropaganda kracht bij, die zegt dat de Britse arbeiders in armoe zijn gedompeld, dat de werkloosheid heerst, en dat er niets door Labour gedaan is, dat onze sociaaldemocratie van het Amerikaanse imperialisme onderscheidt? Daaraan heeft Morrison helemaal niet gedacht!

Waarom aldus Peace News (10-8-’5l) heeft Morrison niet gevraagd, of de Sowjets groepen gewone arbeiders zouden toestaan om naar Engeland te komen, op kosten van de Britse regering, om de levensstandaard van onze „uitgebuiten” te vergelijken met de levensstandaard der Russische arbeiders?

Ja, men verbaast zich over de gemoedelijk-

heid, waarmee Morrisón zegt, „dat velen graag hun vacantie in de Sowjet-Unie zouden doortarengen” maar het gaat niet door, want Rusland geeft geen toestemming. Moeten wij er ons dan over verbazen, dat „De Waarheid” (l-8-’5l) zegt: nu, die vacantiegangers zullen wel geen arbeiders kunnen zijn, want zij hebben voor een dergelijk uitstapje geen geld. „Neen, Morrisons vacantiegangers zijn rijke nietsnutten en parasieten, die hun door de uitbuiting der werkers gewonnen geld willen gebruiken om Kodak-knippend door Moscou enStalingrad te gaan, als hier in Nederland door Marken en Volendam’’

Wanneer ik zoiets lees, dan ontstaan er bij mij drie reacties. Allereerst; ik vind het wel aardig, ’t is iets van dat typische, door de klassenstrijd gewekte, niet ongeestige, verweer. Verder: ik vraag mij af, of de oude socialis-

ten in hun artikelen, brochures en platen, vroeger zoveel anders reageerden en of het niet van-de-nood-een-deugd-maken is, dat wij nu zeggen, dat wij dat niet zo meer doen, omdat de omstandigheden zich gewijzigd hebben. Zien de socialisten van deze tijd nog wel dat het kapitalisme bestreden moet worden? |

Ten slotte; door zo’n uitspraak wordt mij' de gemiste kans van Moriison nog weerj duidelijker. Verschafte hij de communisten| niet zelf dit wapen? Kunnen wij het huni kwalijk nemen, dat ze het gebruikten? j Morrison had een duidelijk, tot de gewone! Russische arbeider sprekend, artikel moeten; schrijven, dat iets had verteld van dei levensstandaard van de Britse arbeider, vanl de Nationale Gezondheidsdienst, enz. j , En hij had nog meer moeten zeggen. | Hierover in een volgend artikel. SÏBIID

Het kindercircus,,Elleboog^’

Fantasie en creatie, dat zijn twee dingen welke het kindercircus „Elleboog” 0.1. v. mevrouw Ida Last-Ter Haar, probeert te stimuleren bij de jeugd. De zetel van dat kindercircus is het clubhuis. Galerij 5 en 7, te Amsterdam.

Hoewel het circus steeds bij eik optreden een buitengewoon groot succes heeft, is toch dat optreden niet het belangrijkste; integendeel, dat is iets wat er nu eenmaal bijkomt. Het kindercircus is een paedagogische vondst van de eerste rang: leder kind dat het clubhuis binnenloopt, mag meedoen als het zélf iets weet te bedenken, en als het dat plan ook door volhardend oefenen weet te verwezenlijken. Een van de ergste dingen waar op elke Zaterdagmiddag-repetitie gehamerd wordt, is; imiteer geen ander, imiteer ook de radio of de film niet, maar bedenk zelf iets of oefen. „Alles wat kan, dat mag”, onder dit devies ontstaan de verschillende nummers. Wist u welk een weldadige concentratie koorddansen van grote jongens vraagt? U zegt misschien: „De kinderen moeten toch geen beroepsartisten worden?” Nee, dat is ook helemaal niet de bedoeling, en bijna geen enkele voelt daar iets voor, maar wél moeten kinderen een ruimte hebben waar men aandacht voor hen heeft, belangstelling, en waar elk eigen initiatief grondig op zijn mogelijkheden wordt onderzocht zondel dat er dagen op gewacht moet worden.

We juichen het op repetities zeer toe alil een jongen of een meisje met een een oude hoed, een stok of iets aankomt en zegt: „Wat zou ik hier nu meej kunnen doen?”

In geen enkel programma is ook maar iemand onmisbaar, en vele nummers wisselen.

Door de opvoeringen is nog nooit een kind „hoogmoedig” geworden, maar wel is de groep erg blij dat op deze wijze veel van de door het clubhuis te maken onkosten worden gedekt. Er wordt gezamenlijk gezongen, gedanst en men kan er onder goede leiding in de jeugdwerkplaats zijn handen gebruiken. Maar ook wordt er gelezen, en er ont-

staat langzaam en geleidelijk belangstelling voor de dingen die iets verder gaan dan de cineac en een bokswedstrijd alleen. Toen er een tijd terug een enquête werd gehouden met de vraag: „Wat vind je hier het prettigst?” Toen waren er wel antwoor-

den als: „Oefenen”, „helpen” enz., maar niemand schreef „optreden”.

Vanzelfsprekend wordt het clubhuis door veel meer kinderen bezocht dan alleen de leden van circus Elleboog („een achterneefje van Knie”), en er is heel wat te doen aan voorbereidingen wat requisieten betreft.

Hier wordt de veel besproken „ongrijpbare jeugd” gegrepen op een manier welke zij aanvaardt; en door het reizen komen velen in aanraking met gewoonten en omgangsvormen van anderen. Zo logeren we nu, terwijl ik dit schrijf, in de jeugdherberg Ockenburg. We spelen een week lang drie maal per dag op de tentoonstelling „Wonderland” in de Houtrusthallen. De kinderen zien nu allereerst in de jeugdherberg hoe een internationale gemeenschap van velerlei pluimage zich beschaafd en sociaal gedraagt, zij zien Den Haag en zij nemen grondig kennis van alles wat er op de tentoonstelling te zien is aan instructieve zaken.

De kinderen zijn zelf bezig en hebben geen moment het idee dat alles maar voor hen wordt klaar gezet. Vóór deze weken hebben we een tournée gemaakt door Arnhem, Winterswijk, Loenen en Heelsum, en daarbij hadden we een veertiendaags vast kamp te Heelsum.

Het kindercircus is een middel om de jeugd te brengen tot zelfdenkende mensen met een redelijk sociaal geweten en gevoel voor verantwoordelijkheid. Via het circus en de repetities wordt de belangstelling gestimuleerd en wakker gemaakt voor de geest. Verwachten we geen wonderen van de loslopende jeugd zolang we daar zelf niet toe in staat blijken. Maar wél: heb vertrouwen en pak ze aan, niet vanuit een superioriteitsgevoel, maar vanuit de overtuiging dat het vanzelfsprekend is dat wij ons voor hen interesseren en dat we ook wel iets voor ze over hebben.

Het vorig jaar zijn we begonnen met alle leden en vrienden een toneelspel te maken. Het was namelijk erg gewenst te laten voelen dat er nog veel méér mogelijkheden bestaan dan een circus alleen. En daarom

lieten we vanuit een klein aanvangsscenario een spel ontstaan waarin niemand iets van buiten leerde, maar waarvoor elk een eigen stukje fantasie aanbracht en mee hielp een geheel te voltooien. Daarover een

andere keer meer. THEO VESSEUR