is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 2, 06-10-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Morrison en de Prawda

(Slot)

Duitsland

Dezer dagen kreeg ik het Augustusnummer toegezonden van het Duitse tijdschrift „Junge Kirche” (in de Redactie heeft ook de in Nederland bekende prof. dr Hans Iwand zitting). In dit nummer staat een uitstekend artikel van dr Heinz-Horst Schrey uit Tübingen, een scherpzinnig jong theoloog, geen communist. Het artikel handelt over de vraag: „Gerechter Krieg heute?”

Schrey wijst er in het slot van zijn artikel op, dat het communisme, bij de verwerkelijking van de idee van de wereldrevolutie, eerst dan militair ingrijpt, wanneer de situatie daar rijp voor is, wanneer de innerlijke ontbinding in het te veroveren land zover is voortgeschreden, dat dit hem als een rijpe vrucht in handen valt. Deze ontbinding nu wordt door de activiteit van de vijfde colonne, maar nog meer door de sociale spanningen, de ontevredenheid van de bevolking, de werkloosheid enz. in de hand gewerkt.

Zullen we, vraagt Schrey, het Oosten het plezier doen, aan deze ontbinding in West-Duitsland mee te werken? En dat doen we, zegt hij, wanneer we op het ogenblik wéér naar de leus „Kanonen oder Butter” gaan handelen. De door de communisten verwachte sociale ontbinding van de tegenstander wordt door ons tot werkelijkheid gemaakt!

Dan noemt hij de nood waarin West-Duitsland verkeert en die door een liberale economie niet kan worden opgelost. In 1950 werd voor de defensie 31, voor de overige staatsuitgaven 57 dollar per persoon uitgegeven. Procentueel is dit meer dan Engeland en Frankrijk betalen voor de „verdediging van het Westen”. En dat in een land met een vluchtelingenprobleem van angstwekkende afmetingen, kapotte steden, 4000 jeugdige Ost-Flüchtlinge per maand, meer dan i mlllioen jeugdige werklozen.. .

Schrey’s conclusie luidt: op deze manier bereidt men precies die situatie voor, die men in het Oosten bij ons verwacht. Maar als het zover komt, dan hebben niet zij, die voor deze bewapening van Duitsland waarschuwden, Stalin In de kaart gespeeld, zo luidt immers het verwijt tegenwoordig maar juist de blinde leidslieden der blinden deden dit, zij die alleen maar in diplomatieke en militaire categorieën kunnen denken.

Toevallig las ik na Schrey’s stuk een artikel van Geert Ruygers in „Paraat” (10-8-’51), waarin hij schrijft:,, De communistische propaganda is er stelselmatig op uit om de mensen in West-Europa in slaap te sussen en hun aandacht af te leiden van hetgeen er werkelijk gaande is.” En dan weer de bekende conclusie: „als het moet, voor de vrijheid ieder offer brengen.” Ja, de „communistische propaganda” heeft prachtige successen. Inderdaad wordt de aandacht afgeleid van hetgeen er werkelijk gaande is”. Het offer kunnen we niet meer brengen: het offer van onze kortzichtigheid, Dan zouden we zien, ge-

loof ik, dat Schrey’s conclusie niet zo ver bezijden de waarheid is.

Wij kunnen niet...

Naar aanleiding van het artikel van Morrison in de P*rawda en het antwoord van de Prawda daarop kwamen wij tot enkele concrete uitspraken, waar het rnize eigen schuld en onze eigen opdracht betreft.

En nu weet ik de reactie wel van velen: „Dit kan niet meer. We zijn tot deze daden niet in staat. Bovendien zien verreweg de meeste mensen helemaal niet in dat dit alles nu bepaald nodig is. Integendeel: we moeten militair sterk worden en daarbij natuurlijk de economische verbeteringen niet vergeten.”

Wat dit laatste betreft: dit is natuurlijk een onmogelijkheid. We kunnen een gulden maar op één manier uitgeven: óf aan een alle geld opslokkend oorlogsapparaat óf aan woningen, onderwijs, sociale voorzieningen. Ik zou wel graag zien, dat zij, die zich de realisten bij uitstek wanen, dit nu ook maar eens zeiden en neerschreven dit zou beter zijn dan het volk nu met een quasi hoopvol kluitje in het armoe-riet te jagen.

Dit is het slop, waarin we vastgelopen zijn: het slop van de toebereiding van een enorm oorlogsapparaat, waarop we vertrouwen en waaraan we alles opofferen... terwijl we niet zien dat we zo alleen maar de prognose van Sowjet-Rusland aan het gelijk-geven zijn. Wat een tragiek och, laten we toch niet alleen maar over de schuld spreken...

We zitten in het slop. Hoe komen we er uit?

Ik zie twee instanties die ons zouden kunnen, zouden moeten helpen ze zijn in de kop van ons blad genoemd: het Evangelie en het socialisme. Zij zouden het ook kunnen doen, als wij hun er maar de gelegenheid toe zouden geven. Maar we zijn helaas niet meer in staat om het Evangelie te laten uitspreken en om het socialisme ons te laten helpen bij het zoeken van een concrete vorm voor de gerechtigheid.

Wij kunnen ons niet meer laten helpen omdat èn het Evangelie èn het socialisme in wezen afwijzen wat wij het meest nodig achten op ’t ogenblik: een enorm oorlogsapparaat met tanks en vliegtuigen, met Hbommen en bacteriën.

De kerk

Over het socialisme spreek ik in dit artikel verder niet. Wij moeten helaas zeggen, dat een werkelijk democratisch socialisme op bijna alle punten iets anders zeggen èn doen moest dan het op het ogenblik via zijn leiders zegt en doet. Ik weet: vooral bij vele oud-S.D.A.P.-ers is het gevoel van onbehagen groot. Maar tot een organisering van linkse democratische socialisten, die door hun critiek en hun advies de huidige leiders op hun werkelijke socialistische en democratische opdracht zouden wijzen, en die ook in staat zouden

zijn opengevallen plaatsen te bezetten, komt het niet.

Ik zeg alleen nog wat over de kerk. Wanneer er van enige kant in een slop-situatie een bevrijdend woord mag worden verwacht, dan van de kant van de kerk.

Het is zeer te betreuren, dat de kerk in onze dagen zeer in gebreke blijft en hoe langer hoe meer een Westerse organisatie dreigt te worden. Ik zeg niet dat dit bewust geschiedt. Ik beweer ook niet, dat er niet velen in de kerken zijn, die hiertegen blijven strijden. Maar de richting, waarin bijv. de Wereldraad van Kerken zich beweegt, gaat helaas in de Westerse richting: de verklaring van Toronto, waarbij men zich met beslistheid stelde achter de militaire actie der Verenigde Naties in Korea is er een triest bewijs van. Ondanks alle daarna bekend geworden gruweldaden en slachtpartijen in Korea is deze fatale verklaring nooit herroepen.

Op het begin Augustus te Rolle (in Zwitserland) bijeengekomen Centrale Comité van de Wereldraad van Kerken trok bisschop Bereczky van de Hongaarse Hervormde Kerk zich vanwege deze Torontoverklaring uit het Centrale Comité terug Ook prof. T. C. Chao, deken van de theologische faculteit van Peping (China) trad terug.

Ik weet wel, dat er veel prachtig werk door de Wereldraad geschiedt een enthousiast verslag als dat van dr Van Biemen over het Europese lekencongres te Bad 801 l (Tijd en Taak 18 en 25 Aug.) vervult ook mij met dankbaarheid... Maar ik ben zo bang, dat een Wereldraad van Kerken, die in Rolle met nadruk zei, dat hij het „gebruik van atoomwapenen voor aanvalsdoeleinden” veroordeelde, zich helemaal achter de atoomwapenen zal stellen, die voor „verdedigingsdoeleinden”, namelijkter verdediging van het Westen, misschien eens zullen (gebruikt worden. Helaas zal het betoog over de oorlog, dat Karl Barth in het laatste deel van zijn Kirchliche Dogmatik geeft, voor velen een theologische rechtvaardiging betekenen van een dergelijke beslissing.

Van de kerken geldt hetzelfde wat geldt voor de volken en de individuele personen: v/anneer zij niet neen zeggen tegen het totale militarisme, dan blijven hun krachten gebonden, dan zijn zij niet in staat over China en Duitsland, over Japan en Korea, een wezenlijk bevrijdend (misschien wel’ erg „Russisch” aandoend) woord te doen horen.

Wat kunnen wij doen?

Het enige wat wij doen kunnen is, lijkt mij, dit:

1. door een nauw contact met de Bijbel ons laten om-vormen in de ware geest.

2. met nauwgezetheid proberen te weten te komen wat er in de wereld omgaat.

3. nauw contact houden met allerlei mensen en groepen en daar van de nieuwe, andere, houding getuigen met begrip van de moeilijkheden, met begrip bovenal van onze persoonlijke halfheid en zwakheid.

„Dat is niet veel” zal misschien iemand zeggen.

U heeft gelijk.

Maar de situatie is 6 jaren na de bevrijding zó geworden, dat ik niet meer zie, hoe we méér zouden kunnen doen.

Overigens: dat er aan dit „niet vele” al heel wat vastzit, zal uit deze 4 artikelen wel duidelijk geworden zijn.

Kr. STRIJD