is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 3, 13-10-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Post Festum

Wij vierden feest in Bentveld. Twintig jaar geleden werd, op het grasveld vóór het Huis, de vlag gehesen. Op 2 September 1931, om precies te zijn. Die vlag was rood, met de kleuren van Woodbrooke, het Engelse stamhuis, er in verwerkt. Dora de Jong had die vlag ontworpen.

Rondom die vlag stonden toen de vrienden. Banning, v. d. Kieft, Moltzer, Dora de Jong. En vele anderen. Maar ook dr C. E. Hooykaas, die namens Barchem, de „Grote Vereniging”, sprak. Dat was iets bijzonders in Nederland. Een niet-socialistische vereniging had socialistisch werk bevorderd. Jet Hartog meen ik droeg een gedicht van mevrouw Roland Holst voor. Er ging een golf van werkdrift voor het religieussocialisme door Nederland.

V. Riemen wees er op, v. d. Leeuw citerend: feestvieren is- ja-zeggen tot ons bestaan. En dat hebben wij gedaan. Niet uitbundig, maar intens. Oude en nieuwe vrienden zaten in het lezingzaaltje, of zonden zich, alsof het lente was, op het terras. De architect van 20 jaar geleden, G. Feenstra, vertelde van het waagstuk dit huis boven de dure lelijke schouw stond gebeiteld: „Aan wat mijn buurman eet, heb ik geen weet” geschikt te maken voor het werk, dat juist bedoelde weet te krijgen van wat de buurman, de naaste, eet, dus is. Moltzer klaagde opnieuw zijn beste vriend V. d. Kieft aan, maar v. d. Kieft werd, als steeds, daar allerminst door geschokt.

En Banning sprak. In de avondlezing. terwijl de witte gaten, herinnerend aan de geroofde gebrandschilderde glazen, door het duister buiten niet hinderden. Banning sprak over het verleden. Daarvoor word je nu eenmaal gevraagd, als je tegen de 65 loopt en men voor herdenken samen is.

Mag ik de rede in zijn geheel onverslagen laten en alleen een paar treffende momenten vermelden? Ten eerste: hoe krachtig

leek toen de greep, die het religieus-socialisme op ons volk zou krijgen, toen, in het begin van de dertiger jaren. Bentveld een centrum voor studie en bezinning, opvoering van „De Moeder”, lekespel van Henriëtte Roland Holst, op vele plaatsen in Nederland, „De Blijde Wereld” omgezet in „Tijd en Taak”, nu georiënteerd op breder groepen. Grote aandacht van de kant van jongere intellectuelen. Velen van hen vonden de weg naar Bentveld. In socialistische kring ging men met het religieus-socialisme rekenen, getuige steun en persoonlijke banden. Ten tweede: dit alles heeft doorgewerkt, en wij mogen er diep dankbaar voor zijn.

De doorbraak in politiek opzicht is een feit geworden. Reeds vóór 1940, toen op een A.G.-bijeenkomst Drees en Albarda met de toenmalige C.H.U.-voormannen Van Walsum en Lieftinck spraken, vroeg Albarda: wat scheidt ons eigenlijk? En in de kerk ging men maatschappelijk denken. „Kerk en Wereld”, en vooral het Socioligisch Instituut daaraan verbonden, leggen er getuigenis van af. Ook al zien anderen de bron der inspiratie niet, wij zijn om dat alles blij. Van de Kieft vulde deze lezing de volgende morgen aan. Naar zijn aard. Met oog voor guitige details. En vooral voor de economische structuur. Wij kunnen het ons thans haast niet meer voorstellen, wat voor een volk van 8 millioen zielen 475.000 werklozen zijn. Dat zijn 400.000 gezinnen. Dat zijn ruim li millioen zielen, waaromheen nog minstens evenzoveel in permanente vrees voor hetzelfde lot leefden. En de resultaten van dit werk in die wereld? Deze: dat de onmogelijke misverstanden in de sociaiistische rijen tegenover de godsdienst opgeruimd zijn. De achterdocht tegenover de „religieuzen” is in de socialistische beweging verdwenen. Of dat ook over de hele linie in kerkelijke kringen het geval is? Van de Kieft waagt het te betwijfelen.

Politiek en geestelijk is dit alles van betekenis. Hier, in Bentveld, vonden de nonconformisten in de arbeidersbeweging een geestelijk tehuis. Meningen, waarvoor in de grote beweging geen of onvoldoende aandacht bestond, konden hier geventileerd worden. En tot vruchtbare vorm gebracht worden, als de tijd rijp was. –

Als Van de Kieft het geheel overziet, dan kan hij concluderen, dat Bentveld een „demonstratie van de wondere wegen Gods” is. Hoevelen hebben aan dit werk deelgehad? Vele duizenden. Maar hoevelen hebben het gedragen. Een kern van 500 è, 600 mannen en vrouwen. Zij hadden de opdracht, zij hebben het in bescheidenheid, met vallen en opstaan verricht.

Ik had op mij genomen over de toekomst te spreken. Daarvoor moest ik' de tendenzen in het heden nagaan. En tot de conclusie komen, dat wij voor de noodzaak staan allerlei fundamentele problemen opnieuw te doordenken. Wanneer wij immers Evangelie, Socialisme en Humanisme willen confronteren, dan moeten wij waken voor de valse beelden daarvan. Wie Evangelie zegt, zegt thans tevens Kerk en Oecumene. En wat daar omgaat, moet ons werk méébepalen. Dat geldt voor het socialisme ook. Ofschoon het doel gelijk is aan dat

van een vorige periode, zijn de weg en de methode minder zeker. Willen wij uit het uitroepen van algemeenheden wegkomen, dan zullen wij trouw èn critisch de huidige socialistische beweging moeten begeleiden. Zo ook het Humanisme.

En verder: kunnen wij de mensen, die verlossing van hun eenzaamheid zoeken evengoed door onze methode van lezingen en nabesprekingen helpen als hen, die klare lijnen en duidelijke antwoorden begeren? Om dit werk verantwoord door te zetten, is een groter staf nodig. Een staf, die studeren kan, mensen kan opzoeken, op vele posten in ander verband kan helpen. Nu moet de arme Van Riemen dat practisch alleen doen. Dat alles kost geld... Ach, dat stomme, maar zéér levende geld!

Over deze dingen hebben wij openhartig en hartelijk gesproken. Bij het sluiten kon Van Riemen er van getuigen, dat wij dankbaar voor dit feest konden zijn. Een dankbaarheid, die óók uitgedrukt werd door een collecte waartoe de linkerzak van Bannings colbert diende ten bate van het duinpad en een vloermat. Banning, aartsbedelaar, wist ruim ƒ 300,— van onze zakken in zijn zak over te hevelen.

Vermelden wij ten slotte een hoogtepunt op Zondagmiddag: een uur muziek van Nap de Klijn en Alice Heksch. Zij speelden het sublieme moderne Franse thema con variazione van O. Messiaen, een ragfijne sonate van Mozart en een weelderige sonate van Cesdr Franck. Prachtig.

Vraag aan de lezers van Tijd en Taak: let op de A.G., let op Bentveld. Die twee

horen wezenlijk bij elkaar. L. H. R.

Oecumene

Deze week had ik (te Zuilichem) een gesprek met een overtuigd lid van de Gereformeerde Gemeente. Het ging over de veelheid van kerken. Met uitzondering van de groep, waartoe hijzelf behoorde, had het gehele Nederlandse volk het ware geloof verloren, vond mijn tegenpartij.

Of er dan alleen Gereformeerde-gemeenteleden zalig worden?

Natuurlijk niet, God zal uit „allen volke de Zijnen verkiezen”, en hij gaf toe dat er maar één kerk van Christus was, die door alle kerken heengreep.

Daar er echter in de Bijbel staat dat men aan de vruchten de boom kent, kon ik niet nalaten, aan deze man, die tot een geloofsgroepering behoort, wier leden zich op dit gebied tot de beste fruitkenners rekenen (hoewel ze alleen maar op de kleur van de schil afgaan), te vragen, wat daar dan van te zien was.

Maar man, zie je dan niet, hoe uit vele kerken de geroepenen samenkomen en steeds elkaar vinden! Of eigenlijk was het toch ook helemaal niet zo vreemd dat ik het nog niet gezien had, want „de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn, maar ze zijn hem dwaasheid, omdat ze geestelijk onderscheiden worden”.

Maar hij zag in ieder geval hoe ze elkaar vinden, dwars door alle kerkmuren heen.

Daar had je bijv. ds Van Dijk uit Gameren (Ned. Herv.), ds Kersten uit Genemuiden (Ger. Gem.), ds Dumarchie van Voorthuijsen uit Sliedrecht (Chr. Ger. kerk), ds V d. Poel uit Giessendam (Oud Ger. Gem.) en ds Visser uit Rotterdam (Chr. Afgesch. Gem.). Allen uit verschillende kerken, en toch werden zij naar elkaar gedreven om samen „de” kudde te vormen. Ondanks de kerkelijke gescheidenheid en de verschillen die er waren werden zij een éénheid, en zijn zij èèn in de S.G.P.

de woorden: „Geve God u en mij de vrede, de rust en de blijdschap, die Buchman bezit, waardoor hij zijn weg met blijdschap reist en niet alleen een boodschap, maar ook de oplossing van de problemen heeft.” Zover komt het, dat men mij niet meer de vrede, de rust en de blijdschap toewenst, die Christus bezat, maar die Buchman bezit. Hij heeft dan bovendien nog de oplossing van de problemen. Eerlijk gezegd, die oplossing heb ik inderdaad niet.

Men leze nog eens het woord van Van Randwijk, waarmee ik mijn artikelen over de M.H. besluit. Ik schreef die artikelen niet voor mijn plezier, zoals sommigen schijnen te vermoeden.

Hoe lang nog zullen we ons de luxe van deze oppervlakkige ideologie kunnen permitteren? Steeds meer wordt de weg voor het nihilisme bereid. Ook door de ideologie van de M.H. Men geeft het beste wat men heeft in deze beweging heel begrijpelijk, hier ligt een grote schuld van de kerk, waarin men teleurgesteld is en dan komt straks de ontgoocheling en dan is er nog slechts plaats voor het nihilisme. Moraal en religie breken stuk in deze harde en wrede wereld. Wij hebben inderdaad Jezus Christus nodig. J. J. B. Jr