is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 3, 13-10-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitse meningen over de herbewapening van Duitsland

Zelfs wie er nog in zou slagen het vraagstuk van de koortsachtige bewapening van West-Europa buiten zijn gedachten te houden, bijv. door alles wat daarover geschreven wordt systematisch niet te lezen, wordt met het feit van deze bewapeningsdrift steeds frequenter en steeds intensiever geconfronteerd. Om maar bij de eigen ervaring even te verwijlen: het afgelopen weekend plus de Maandag brachten deze confrontatie in de vorm van overgierende straaljagers en ronkende bommenwerpers in het sinistere spel, dat de Franse naam „Cirrus” droeg; op Woensdag met de auto naar Zwolle rijdend, was achtereenvolgens te zien: een schietoefening op de Leusderhei, een colonne zware tanks op de weg naar Veenendaal, militaire oefeningen op de Veluwe. Op Donderdagmorgen was de ochtendtrein van Groningen naar Amsterdam o.m. het officiële vervoermiddel voor een behoorlijk aantal jonge kerels, die voor hun dienstplicht op moesten komen en naar garnizoenen in het westen gingen. En toen we wat later in de autobus zaten, die ons van Amersfoort naar Driebergen bracht, raasden bij Soesterberg Engelse jachtvliegtuigen boven onze hoofden...

Een brandende en moeilijke vraag ook voor de andere Westeuropese landen in deze hele bewapeningsgeschiedenis is het probleem van de herbewapening van West-Duitsland. Van alle kanten rijzen hier vraagtekens en zijn er weerstanden. Vrij bekend is het ongetwijfeld, dat in West-Duitsland zelf de verwarring ten aanzien van deze kwestie groot is. De meningen zijn fel verdeeld. Waar dit probleem, een bij uitstek Europees probleem is, kan het ook voor de bepaling van het eigen standpunt tegenover de bewapeningsvraag in het algemeen zijn nut hebben om na te gaan wat en hoe er in West-Duitsland gedacht wordt.

Het blad „Kirche und Mensch” geeft in het laatste nummer als „bijdrage tot de discussie” achtereenvolgens het woord aan de vroegere minister van Binnenlandse Zaken, de bekende christen-socialist dr Heinemann, aan de president van de Bondsdag (het parlement der Westduitse Bondsrepubliek) en aan een ex-generaal. Alle drie geven ze in de vorm van een aantal kort-geformuleerde stellingen hun mening weer. Te zamen inventariseren zij daarmee vrij volledig wat er in West-Duitsland aan gedachten over het vraagstuk der herbewapening leeft. Oud-minister dr Heinemann begint met de opmerking, dat de vraag, of de Westduitse Bondsrepubliek met militaire krachten aan een westelijke militaire gemeenschap deel moet nemen, als een werkelijk centraal probleem der Westduitse republiek een groot aantal detailvragen oproept en wel:

a. miiitaire. Hoe en van waaruit kan West-Europa verdedigd worden? Wat is daarvoor nodig? Enz.

b. sociaal-economische. Wat kan West-Duitsland economisch presteren? Voldoende financiële middelen voor sociale opbouw en voor herbewapening?

c. politieke. Staat de grondwet bewape-

ning toe? Is de tegenwoordige Bondsdag wettelijk bevoegd beslissingen te nemen? Welke ruimte wordt gelaten voor dienstweigering op grond van gewetensbezwaren? Zijn beslissingen die ten aanzien van deze vragen met een kleine meerderheid in de Bondsdag worden genomen, voldoende?

d. morele. Zijn het Westduitse volk en Westduitse soldaten geestelijk in staat een oorlogssituatie te verdragen?

e. volkenrechtelijke. Kunnen er, zonder dat er nog een vredesverdrag is, Westduitse of Oostduitse soldaten zijn in de betekenis, die het volkenrecht daaraan geeft?

Daarnaast zijn er een aantal belangrijke factoren, die op internationaal-politiek niveau liggen.

1. Een herbewapening van West-Duitsland moet een tweeledig doel dienen: de souvereiniteit van West-Duitsland en de garanties van veiligheid.

2. De politiek van de Bondskanselier (Adenauer) is er op gericht om aan de Bondsrepubliek door inschakeling in westelijke verbanden souvereiniteit (gelijkgerechtigdheid) te verschaffen. Vandaar zijn pleidooien voor de Raad van Europa en het plan-Schuman, vandaar zijn bereidwilligheid om Westduitse soldaten ter beschikking te stellen van een westelijke militaire gemeenschap.

3. De Amerikaanse politiek is gericht op een zo sterk mogelijke militaire macht tegenover die van Rusland. Even waar als het is, dat de Verenigde Staten de existentie van West-Duitsland beschermen, even waar is het, dat de V.S. tegelijk de iieiging hebben om West-Duitsland (en andere landen) dienstbaar te maken aan de eigen doeleinden van de algemene bewapening tegen Rusland.

4. In het samenspel van deze beide politieke concepties meent de Bondskanselier de hefboom te vinden voor het verwerven der souvereiniteit en de Amerikanen voor het krijgen van Westduitse soldaten. Samen geloven ze op deze wijze de bezwaren van andere Westeuropese volken te kunnen „overspelen”.

5. Frankrijk en Engeland hinken ten aanzien van deze ontwikkeling op twee gedachten. Ook zij achten een bewapening noodzakelijk, maar willen tegelijk veilig zijn tegenover een mogelijke herleving der Duitse militaire macht. Frankrijk wil de voorrang op het continent, Engeland de voorrang in de wereldhandel.

6 De momentele situatie is zo, dat en de V.S. en de Bondskanselier de verwerkelijking van hun politieke plannen forceren.

Van essentiële betekènis is: de nagestreefde souvereiniteit wordt niet vooraf aan West-Duitsland gegeven, waardoor het Westduitse volk in de gelegenheid zou zijn om werkelijk, in vrijheid een beslissing te nemen. West-Duitsland moet eerst verplichtingen op zich ne-

men om daarna een verklaring der Westelijke mogendheden te ontvangen, dat het als „gelijkgerechtigd” wordt beschouwd.

7. Het eigenlijke Europese probleem blijft onopgelost. Betekent een gemeenschappelijke opperbevelhebber al een „verenigd Europa”? Hoe zal West-Duitsland eens in een Europese linie worden ingeschakeld? Daarover zal eerst gesproken worden, nadat het economische (plan-Schuman) en militaire (bijdrdge tot een Westeuropese defensie) verplichtingen op zich heeft genomen.

5. Als de politiek van Adenauer doorgevoerd wordt, zal het resultaat drieledig zijn:

a. West-Duitsland zal in schijn souvereiniteit krijgen. In feite echter niet. Twee hypotheken drukken zwaar op West-Duitsland. De eerste is die van de „onvoorwaardelijke capitulatie” en het bezettingsstatuut. De andere ligt in het feit, dat slechts een half Duitsland in dit spel meespeelt en zich daardoor tegen ongunstiger voorwaarden moet „inkopen” (of misschien beter: verkopen, H.) dan een heel Duitsland dat zou behoeven te doen. Men heeft op het ogenblik West-Duitsland nodig, maar probeert zich tegelijk tegen West-Duitsland te beveiligen. (Vooruitlopend op ons commentaar deze vraag: is hiervoor misschien ook enige aanleiding in het „Duitse verleden”? H.)

b. De kloof tussen West- en Oost-Duitsland zal verdiept worden. De Rus zal op de een of andere wijze reageren. Hij heeft als „pand” 20 millioen Duitse mensen in zijn hand. (Alweer een vraag: zal de Rus niet reageren op een „vacuum” in Europa? H.)

c. Het probleem-Duitsland zal als zodanig in de wereldpolitiek geen rol meer spelen. Als West-Duitsland in het „Westelijk blok” en Oost-Duitsland in het „Oostelijk blok” verdwijnen, zal het probleem-Duitsland voor onafzienbare tijd „opgelost” zijn. Vele politici in de westelijke landen zouden met vreugde de dingen zo zien gebeuren.

Tot zover dit keer. De rest van de argumenten van dr Heinemann geven wij een volgende keer. Die „rest” ligt o.i. op een (nog) veel gevaarlijker vlak dan de hier genoemde. Van deze kan wel gezegd worden, dat ze (o.i. helaas) typerend zijn voor een (vrij groot) deel van het politieke denken in Duitsland. Eveneens, dat ze gedeeltelijk ter zake zijn, maar eveneens gedeeltelijk zeer evident in de huidige wereldsituatie en met het oog op het reeds aangeduide „Duitse verleden” niet ter zake. Maar hiermee lopen we op een commentaar op de drie meningen vooruit, wat tegen de regels ingaat. J- H.

Het Vormingscentrum der N.H. Kerk „Den Alerdinck” te Heino, organiseert op 31 October en 1 November een

bijeenkomst voor vrouwen en meisjes waar de problemen van de vrouw, die emigreert, besproken zullen worden.

Mr O. A. Gobius, secretaris van de Emigratie-commissie der Ned. Herv. Kerk, spreekt over: „Aanpassing der vrouw in den vreemde”. Mevrouw Krijgsman uit Emmeloord spreekt over: „Zó leven wij in de Noordoostpolder”. Mevrouw ir C. Swaan—Koopman uit Deventer spreekt over: „Oosterse levensgewoonten”.

Aanvang der conferentie 31 October te 15 uur. Sluiting der conferentie 1 November te 14 uur. Kosten fb— p.p. Aanmelden vóór 26 October a.s. bij: Directie ~Den Alerdinck”. post Laag-Zutphen (Ov.), tel. K 5205-201.