is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 5, 27-10-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Herenigd Duitsland?

Thans schijnt zelfs Amerika het loven en bieden met kanselier Adenauer beu te worden. Kort geleden kwam de boze verklaring van Eisenhower, dat hij het eventueel ook wel zonder de Duitse soldaten kon stellen, en dat de Rijn ook een goede verdedigingslinie is. Hebben de Duitsers dus zelfs naar de smaak van de Amerikanen te hoog gemikt? Het heeft er alle schijn van. In elk geval vinden de Westelijke mogendheden het goed om de Duitse politici eens te laten voelen, dat de Duitse toekomst nog steeds in handen van de geallieerden ligt.

In een vroeger artikel hebben wij ons hart eens gelucht over de Duitse politieke praktijk. Enige lezers zijn daarvan geschrokken. Als wij ons echter bepalen tot de politieke uitingen, heeft het in bedoeld artikel misschien wat emotioneel gestelde in de afgelopen weken nog eens zijn bevestiging gekregen. De Duitse regering heeft, de eerder gesloten principiële overeenkomst ten spijt, geprobeerd de geallieerden in een dwangpositie te dringen. Duitsland, daar komt het in wezen op neer, bleek slechts tot samenwerking bereid, als het de mogelijkheid van een totale hegemonie in West-Europa zou verkrijgen. Dit ondanks de even tevoren gemaakte afspraken! Tal van uitingen van Westduitse ministers hebben dit bevestigd. Dit was bedrog, gewikkeld in supra-nationale leuzen, die nog maar al te bekend zijn. Voor een bloemlezing uit de schandelijke officiële stemmingmakerij is hier geen ruimte. Maar elkeen heeft er voldoende van in de dagbladen kunnen lezen.

Wat ten slotte de uitslag der Duits-geallieerde besprekingen zal zijn, is nog niet zeker. De Amerikanen, Adenauers trouwste bondgenoten, zijn danig geschrokken. Maar of zij bereid zullen zijn het plan, de Duitse herbewapening, werkelijk te laten varen?

Het ware gewenst, want van dit Duitsland is geen goeds te verwachten. Als Duitsland wordt ingeschakeld zal het die gewenste hegemonie ten slotte verwerven, ook al zal dan misschien voorlopig de schijn anders zijn. Bovendien zal Duitsland, omdat telkenmale blijkt, hoezeer de Westerse politieke practijk en het Westerse doel hemelsbreed verschillen van het Duitse, een hoogst onbetrouwbare bondgenoot zijn. Duitsland wil, ten koste van alles, nieuwe macht.

Het is een misvatting te menen, dat „het goede Duitsland” ook nog een kans kan krijgen. Dat „goede Duitsland” is zeer klein en zeer betrekkelijk. Ongetwijfeld zijn vele individuele Duitsers bruikbaar. In de politieke verbanden, die zij in leven houden, zijn zij echter gevaarlijk. Om dit goed te kunnen beoordelen zullen wij de politieke kaart van West-Duitsland nader moeten bezien.

Aan het bewind is de rechtse groepering rond de rooms-katholieke C.D.U. De positie tegenover de andere partijen is zwak. De steun van Amerika heeft Adenauers regering echter mogeiijk gemaakt. Ook nu is deze steun een nog zeer belangrijke troef. Zelfs als de Amerikaanse regering haar handen van Adenauer zou willen aftrekken, kan Adenauer nog teruggrijpen op de Amerikaanse reactie zelf, die zeer machtig blijft.

De uitslagen van de laatste verkiezingen te Bremen hebben laten zien, dat de C.D.U.- aanhang in Duitsland zeer sterk terugloopt. Er is verlies naar rechts en naar links.

De oppositieleider Schumacher, bitter en fanatiek, staat lang niet alleen. Zijn felle bestrijding van Adenauer begint door te

werken. Schumacher zou ongetwijfeld premier kunnen worden, als er nu in geheel West-Duitsland verkiezingen werden gehouden. Adenauer heeft vooral de steun verloren van de Duitse protestanten, die met de dag bevreesder worden voor de roomse overheersing. Deze afvalligheid is het gevoeligste verlies. De politieke staat van dienst der laatste jaren van de oppositie is niet veel gunstiger dan van Adenauer c.s. Zelfs kon gevoeglijk worden vastgesteld, dat Adenauer bijv. in de sociaal-democratische oppositie een krachtige stimulans voor zijn politiek heeft gevonden.

Het kernpunt der Duitse politiek ligt echter op het ogenblik toch niet in de eerste plaats bij de Duitse rehabilitatie in Westers verband. Adenauer wil het hierheen leiden, en gebruikt haar als afleidingsmiddel van het wezenlijke probleem, dat de meeste Duitsers bezig houdt, nl. dat der hereniging.

Adenauers houding ligt voor de hand. In een herenigd Duitsland zou zijn rijk ten einde komen. Hij zou de dan nodige algemene verkiezingen verliezen. Daarom heeft hij bij de gesprekspogingen met Grotewohl, onmiddellijk de terugkeer van de door Polen geannexeerde Oostduitse gebieden ter sprake gebracht.

Het is onzinnig om te veronderstellen, dat Schumacher deze gebieden niet ter harte gaan. De socialistische leider heeft echter wel belang bij een zo spoedig mogelijke hereniging der Duitse landen, en heeft derhalve deze voor de Russen onverteerbare barrière niet genoemd. Voor Schumacher, en voor vele niet sociaal-democraten die Adenauer moe zijn, geeft een herenigd Duitsland de kans om van Adenauer af te komen.

Voor de Westerse wereld heeft een herenigd Duitsland thans zeker voordelen. Het is niet waarschijnlijk, dat Schumacher als premier edeler spel zou laten zien. Aan de vereniging van Oost- en West-Duitsland zal echter onvermijdelijk een neutralisering en ontwapening verbonden worden. Dat zal de Russische voorwaarde zijn. Hierdoor worden voor de Duitsers vele verleidingen weggenomen. Het gevaar voor chantage blijft uiteraard bestaan. Maar de gevaren er van worden bepaald kleiner.

Op het ogenblik bestaat de kans om het met Duitsland in deze richting te leiden. Duitsland zelf is rijp voor zulk een stap. Rusland hoogstwaarschijnlijk ook. Frankrijk en Engeland staan er welwillender tegenover dan voorheen. Moge Amerika zo’n stap werkelijk aandurven. Moge daar het besef doordringen, dat een militair bondgenootschap met West-Duitsland zinloos is, als het er om gaat de conflictstof in de wereld te verminderen.

H. VAN VEEN

Duitse meningen over de herbewapening van Duitsland 3

De derde stem in de aan „Kirche und Mann” ontleende discussie over dit onderwerp is die, zoals wij reeds schreven, van een ex-generaal. Ter inleiding van zijn argumenten schrijft hij; „Wij zijn allen tegen een „hermilitarisering”. Wij willen niemand aanvallen. Wij hebben meer dan genoeg van de oorlog. En toch lijken mij de argumenten, die tegen een Duitse bijdrage aan de militaire verdediging van het Westen worden aangevoerd, nogal onreëel te zijn.” Om dit oordeel te staven, wijst hij dan op een aantal, zijns inziens evident nuchtere feiten. Dat zijn dan:

1. West-Duitsland levert al een bijdrage aan de verdediging van het Westen.

a. In het Franse Vreemdelingerïlegioen doen 50.000 Duitse soldaten dienst. ledere maand melden zich nog ongeveer 2000 Duitsers hiervoor aan.

b. Er zijn de, uit Duitsers bestaande, pionier- en wachtbataillons en transportafdelingen, die in dienst staan van de geallieerde bezettingstroepen.

c. Er is de semi-militaire „grensbewaking” der Westduitse Bondsrepubliek, die, volgens officiële opgaven, 30.000 man sterk is.

d. Verhoging van de mankracht dezer „wachtbataillons” e.d. door de geallieerden is permanent mogelijk. In verband met de stijgende werkloosheid zijn er genoeg mensen, die door de noodsituatie waarin ze leven, vrijwel gedwongen zijn in zo’n geval dienst te nemen bij de geallieerden.

e. Het gaat dus niet om de vraag, o/ men wel een bijdrage aan de verdediging van het Westen zal leveren. Dat doet men al. De vraag is alleen, of wij dit ook voortaan willen doen in de bovengenoemde vorm, waardoor wij a.h.w. Duitse mensen „ver-

kopen” (of dwingen zich te „verkopen”) aan de geallieerden en ons zelf daarbij een beslissing besparen, of dat wij dit gaan doen in de „fatsoenlijke” vorm van Duitse divisies in een Europees leger.

2. Amerika en wij.

a. Een discussie over een bijdrage aan de militaire verdediging van het Westen is alleen mogelijk, omdat wij in het gebied der Westelijke „vrijheid” leven. In de Oostzone is deze discussie onmogelijk. Onze levensstandaard is in sterke mate gebaseerd op Amerikaanse dollars.

b. In Amerika is het „zonder ons”- standpunt zeer sterk verbreid. „Indien de Europeanen, die op grond van hun mankracht en industrie-potentieel zeker in staat zouden zijn om zich alleen tegen het bolsjewisme te verdedigen, daar te lui voor zijn, en wij Amerikanen daarom onze huid maar voor hen moeten wagen, dan... moet Europa maar zien zich te redden „zonder ons”.”

c. De Amerikanen zijn heus niet op ons aangewezen, ze kunnen het desnoods best zonder onze industrieën stellen, als deze ten minste niet in de handen der Russen vallen. Wanneer wij echter door onze weigering Amerika er toe dwingen om in geval van nood West-Duitsland prijs te geven, dan dwingen wij Amerika daarmee tegelijk om onze Westduitse industrie te vernietigen.

d. 'fien dergelijke handelwijze der Amerikanen zou stellig moreel ongeoorloofd zijn, maar de wet van de strijd om het bestaan tussen twee wereldmarkten is meestal sterker dan overwegingen van moraal en humaniteit.