is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 5, 27-10-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terdag 19.30 uur. Ochtendwijding Zondag 9.45 uur. Hoe maken we het oude vuur vruchtbaar voor de huidige situatie? Door ds L. H. Ruitenberg en A. J. V. d. Vlerk. Zondag 10.15 uur. Algemeen gesprek Zondag 15 uur. Sluiting Zondag 18 uur. De kosten bedragen ƒ 4,50, ƒ 5,50 of ƒ 6,50 per persoon. Voor echtparen ƒ 9, ƒ 10 of ƒ 11. Aanmeldingen zende men aan de administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3 te Bentveld.

Arbeiders-Gemeenschap der Woodbrookers

„Sociale zekerheid en verantwoordelijkheid” Weekend-conferentie 10-11 November 1951

Wie iets weet van de nood en ellende van de arbeidersklasse in de periode van het opkomende moderne kapitalisme met zijn industriële ontwikkeling, wie iets kent van de bestaans-onzekerheid, de voortdurende dreiging van ellende door ongeval, ziekte, ouderdom of werkloosheid in de achter ons liggende tijden, die kan verstaan hoe er in toenemende mate een krachtig streven is ontstaan naar sociale zekerheid.

We zijn elders en hier een goed eind op de weg gevorderd. Daarbij rijzen echter ook vragen. Het is goed zich de noodzaak van de sociale zekerheid telkens weer duidelijk voor ogen te stellen, opdat we met goed begrip staan tegenover de sociale lasten, die hieruit voor de gemeenschap voortvloeien. De gemeenschap toont door zijn sociale voorzieningen zijn verantwoordelijkheid tegenover de enkeling.

Hoe staat het echter met de verantwoordelijkheid van het individu tegenover de gemeenschap? Scherper gesteld: dreigt door een ai te grote sociale zekerheid de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens tegenover zijn gezin, tegenover eigen leven én tegenover de gemeenschap niet te verschrompelen? Ziedaar vragen, die velen onzer bezighouden. Vragen die niet alleen van materiële en financiële aard zijn, doch die in de eerste plaats zedelijke vragen zijn. Op deze ongewone wijze willen wij de sociale zekerheid aan de orde stellen. Wij weten dat velen met deze problemen worstelen en daarom juist nodigen wij u met nadruk uit, om u met anderen op de problemen die hier liggen, in een openhartig gesprek te bezinnen. Voor dat gesprek hebben wij een ruime tijd gereserveerd op de Zondagmiddag.

De Oostelijke Commissie van de A.G. der Woodbrookers: Dr D. J. Wansink, Hengelo, voorzitter. I. P. Toussaint, Arnhem, secretaris. Ds J. H. Jansen, Vorden. Mevr. G. Mauser-v. Voorthuyzen, Arnhem. Mej. J. Peereboom, Barchem. Ki. Toomstra, Hattem. Leiding: Dr D. J. Wansink.

PROGRAMMA : Opening door D. J. Wansink ~. Zaterdag 17.00 uur

Noodzaak en sociale voorzieningen door J. G. Suurhoff, Amsterdam Zaterdag 19.30 uur Ochtendwijding Zondag 10.00 uur Persoonlijke verantwoordelijkheid door

Drs P. Brandes, Den Haag Zondag 10.30 uur Gemeenschappelijk gesprek Zondag 15.00 uur Sluiting Zondag 17.00 uur

Zakelijke gegevens: De deelnemers(sters) worden Zaterdag tussen 16 en 17 uur in Barchem verwacht. Om 18 uur is er een broodmaaltijd. Nadere zakelijke gegevens ontvangt men t.z.t.; vertrek Zondag na de broodmaaltijd, omstreeks 19 uur.

De kosten bedragen naar draagkracht ƒ 4,50, ƒ 5,50 of ƒ6,50. Voor echtparen respectievelijk ƒ9,—, ƒ 10,— of ƒ 11,—. Deze kosten mogen voor niemand een bezwaar zijn. Indien wel, schrijve men aan I. P. Toussaint, Anemoonstraat 6-II te Arnhem, secretaris der Oostelijke commissie.

VIERDE PREDIKANTEN-CONFERENTIE 15 en 16 November 1951

Leiding: Dr E. Emmen, Den Haag. Kosten: ƒ 6,50 per persoon, ƒ 12,— per echtpaar.

Donderdag 15 November: 10.00 uur: Opening der conferentie. 10.30 uur: Ds J. R. Wolfensberger, Amsterdam, spreekt over: „De betekenis van vroomheid voor het leven en werken der Kerk”.

16.00 uur: Dr A. de Wilde, Leek, spreekt over: „De betekenis van de liturgie voor het leven en werken der Kerk”.

Vrijdag 16 November: 9.30 uur: Ds S. H. Spanjaard, Groningen, spreekt over: „Wat is nu de plaats en taak van deze kerk in de wereld?”

12.15 uur: Sluiting der conferentie.

LEESTAFELNIEUWS

V.P.R.0.-kalender 1952 uitgeverij Gaade, Deift, ƒ3.-.

leder vindt in deze kalender iets van zijn gading: volwassenen, oudere en jongere kinderen. Hij is dit jaar iets kleiner van formaat dan vorige jaren, maar hij is ook goedkoper geworden. Deze kalender bereikt in het traditionele genre welhaast het volmaakte. Prachtige foto’s, leerzame wetenswaardigheden, een aardige aanspraak tot de kinderen, en bovenal een rijkdom van kleine meditaties in die eigenaardige, discrete stijl der V.P.R.0., wars van dogmatische stellingname en daarom soms wat vaag, maar steeds verstaanbaar, eerlijk, aandringend en godsdienstige ernst, niemand afstotend en proberend ieder te winnen.

Olivia door Ollvia, vertaald door A. H. Njjhoff. Uitgave De Driehoek, ’s-Graveland. z. j. (1951). 113 blz. ƒ3,50 ing.; ƒ4,90 geb.

In 1949 verscheen dit boekje anoniem en al meteen verwierf het een wereldnaam. Het viel op, dat dit boekje aangeprezen werd niet door de litteraire reclame-makers maar door de mensen van smaak en gezag, mensen, die niet licht enthousiast raken over de nieuwste besteller. Ik had me allang voorgenomen het eens te lezen in de oorspronkelijke taal (Engels), nu is het in een voortreffelijke vertaling in het Nederlands verschenen. Laat ik begirmen met te zeggen, dat dit boekje lang niet iedereen, die van een goede roman houdt, enthousiast zal stemmen: geen belangrijke gebeurtenissen, geen belangrijke mensen, geen belangrijke problemen. Het is de geschiedenis van een Engels meisje uit deftige kringen, dat naar een Franse kostschool gaat en daar hevig verliefd raakt op een lerares. Het verhaal is in ik-vorm geschreven: het meisje zelf, nu oud geworden herinnert zich en poogt haar gevoelens van destijds samenhangend na te vertellen. En het lukt! Ik geloof, dat alleen dit al het boekje stempelt tot iets bijna-unieks. Wat weten we, na alle studie over puberteitsverUefdheden, van dit raadselachtig proces, meer dan algemeenheden? Hier wordt het heel concreet uitgebeeld, openhartig, toch niet schaamteloos, voornaam-discreet en toch weergaloos duidelijk. Het boekje mag dan in het Engels geschreven zijn, het hoort door atmosfeer en onderwerp, tot de Franse literatuur om deze haast-angstaanjagende aandacht voor de dingen van het hart. Hier wordt niet gespot met de liefde; het is het enige, dat geldt in het leven. En als iemand zou beweren, dat dit boekje, waarin geen onvertogen woord valt, in de grond immoreel is, dan zou ik willen antwoorden: ge hebt gelijk, maar vergeet dan niet, dat in uw zin elke grote kunst immoreel is. De passie der schoonheid, zich openbarend in de volmaakte schikking van dit verhaal, werpt zich op de passie der liefde, die een roekeloos jong meisjeshart verteert. Ik heb van dit boekje genoten, ik heb er wat uit geleerd. Ik ben er ook door ontsteld. Lees dit boekje heel langzaam, lezer die gewoon zijt, romans te verslinden of anders: laat het ongelezen, het is niet voor u.

Dr W. Baimlng. Het Communisme als politieksociale wereldreligie, uitgave van Loghum Slaterus, Arnhem, 1951. 239 biz. ƒ 7.90.

Als ik ergens anders dit boek moest bespreken zou ik graag, en met overtuiging, jubeien over de verschijning van dit werkstuk. Ik zou de schr. prijzen om dit rijpe boekdeei, èn, terwiji ik de schr. aan mijn lezers voorstelde, zou ik iets laten dóórschemeren van mijn oprechte bewondering voor zijn persoon. In eigen huis doet men zoiets niet en voor veel lezers zou het overbodig zijn. Ik constateer dus zakeiijk, dat dit voorlopig in Nederland wel hèt boek over het Communisme zal zijn. Wie Banning kent, mocht vermoeden dat dit werk komen zou. Hij was reeds geruime tijd met dit onderwerp bezig (denk aan zijn bibiiographische publicatie) en had er het zijne over te zeggen. Het eerste deel behandelt de achtergronden: het Marxisme, het Rusland van voor de revolutie, Lenin en het Leninisme: in het tweede en derde deel wordt dan het huidig Communisme besproken; met een uitstekend sluitstuk: de communistische mens. Het vierde deel geeft een beoordeling onder de drie aspecten: aantrekkingskracht van het Communisme, uitdaging aan het Westen en aan het Christendom. Banning neemt het Communisme au sérieux; hij laat zich niet door angst of haat biologeren, maar verdiept er zich met overgave in. Hij iaat het aan de politici over, te bepalen hoeveel divisies ze nodig hebben, maar hij verschaft zijn lezer inzicht in de wereldhistorische situatie. Het is jammer, dat hij geen tegenstem zal vernemen. Ik zoek onder de huidige Nederlandse communisten vergeefs naar iemand die hem van repliek kan dienen. Mijn critiek kan kort zijn. Ik heb uit dit boek veel geleerd, niet zozeer nieuwe feiten als wel evenwichtig oordeel. Enkele geringe bezwaren: in de ondertitel zie ik niet zoveel als Banning. Er zijn overeenkomsten tussen religie en totalitaire, politieke stelsels;

mij spreken de verschillen sterker aan. In het Marxisme boeit me de laatste tijd bijzonder de dialectiek. Banning is er, in het kader van zijn boek misschien terecht, kort over. Toch ligt hier m.i. een vruchtbaar punt ter discussie met Diamat. Blz 194 lijkt me in tegen spraak met blz. 204 e.v. Wat schr. op blz 222 van het Christendom verwacht, iijkt me licht- tot misverstand te voeren. Ik struikel hier over een wending die ik meer van Banning hoorde: „De waarde van het Christendom zal door millioenen worden afgemeten naar wat er door verwerkelijkt wordt, in het persoonlijk leven, in gezin en opvoeding, maar niet het minst op het sociale en politieke terrein.” Empirisch heeft hij gelijk: zo zal het waarschijnlijk gaan. Maar als gelovige vraag ik me af of hij mocht schrijven dat „de wereld daarin gelijk heeft”. Er is toch nog onderscheid tussen Kerk (in empirische zin) en Openbaring Gods. Het stuk over volksdemocratie mocht dieper! (kent Banning B. W. Schapers opstel in de Etudes internationales I 4?) In het historisch overzicht mis ik node een analyse van de opstand te Kronstadt. Vergeet deze betuttelingen, lezer, die als waardering van de schr. bedoeld zijn en koop dit boek. In de as. winteravonduren zult ge deze raad als goed erkennen. Ge hebt dan een werkhypothese om uw krantenlectuur vruchtbaar te maken en beter: een bron van inspiratie voor uw activiteit in de gemeenschap. J. G. B.

Nederlands roem

„Een heel goede maatschappij, die K.L.M.”, vertelt mijn Engelse buurman. „Ik reis nu van Londen naar New-York over Amsterdam. Dat is de enige manier om per K.L.M. te reizen en daar heb ik alles voor over.”

Het doet me goed, een Nederlandse onderneming zo te horen prijzen. Dit is geen brallende reclame, maar een onverdacht getuigenis.

Inderdaad, de verzorging, die de K.L.M. biedt, is in alle opzichten uitstekend. De bus brengt je uit het hartje van de stad van en naar het vliegveld. Je „weet” niet dat je bagage hebt: het komt allemaal vanzelf ter bestemder plaatse. Er is lectuur aan boord en de tractaties zijn royaal en afwisselend.

Ja, die tractaties. Op een gegeven moment zit ik met een flesje Bols in mijn handen. Een beetje verlegen en met twee beetjes tegenzin. Wat moet ik er mee doen?

Misschien ben ik geen erg consequent geheelonthouder, maar ik heb het flesje aan mijn buurman aangeboden, eer ik het weet. Hij aanvaardt het geschenk gaarne. En dan maakt hij beide flesjes open en drinkt ze leeg. Ik schrik er van. Als ik dat geweten had

Op eens vind ik mijn houding niet zo heel sterk meer. Had ik het goed niet moeten teruggeven? Of had ik het liever moeten ja, wat eigenlijk?

„Een goed idee van die firma Bols”, prijst mijn buurman. „Dat is een reuze reclame. ledereen zal dit merk waarderen. Houdt u er heus niet van?”

„Neen”, schud ik. Maar mijn gedachten zijn bij de K.L.M., die dit toelaat. En mijn nationale trots is niet zo heel groot meer.

J. A. VAN DER MEIDEN

AJC-CONGRES

Het tweejaarlijkse AJC-congres zal gehouden worden op 17 en 18 November a.s. te Amsterdam, in het jeugdgebouw Het Anker.

Op het congres worden twee inleidingen gehouden:

1. De economische perspectieven voor de jeugd van heden.

2. De culturele taak van het socialisme.

N.V. De Arbeiderspers