is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 6, 03-11-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want zeker, leder, die een beetje nadenkt, ziet zeer goed in, dat dit alles niet veel meer betekent dan wat gerombom op een gebarsten trom. Maar als de eenvoudige, arme mensen (gelijk ik hoop, dat er toch ook nog wel onder de abonné’s van T. en T. zullen zijn) zoiets in de krant zien staan, dan denken de stumpers, altijd gereed om het te verwachten van de hoge bergen en de verheven heuvelen:

„Wacht, nóu zal je ’t hebben! Nou gaan de KERKEN van CHRISTUS TEGENOVER AL DES WERELDS GROTEN HUN STEM VERHEFFEN!”

Och hemel, wat moet dit arme volk, en vooral de jongeren onder hen, teleurgesteld zijn, als het hun straks begint dóór

te lichten, hoe ijdel heel dit gewichtige spel geweest is! En wat moeten de minder devote zielen onder hen daar reeds thans grimmig om lachen!

Me dunkt: ook hier zou men kunnen zeggen wat Job tot zijn vrienden zei:

Och, of gij maar liever gezwegen hadt! Uw zwijgen zou wijsheid geweest zijn! Met vriendelijke groeten, hoogachtend, BOSCHMA

Wó.ó,rom, in plaats van zulk een flauwe melkerij de wereld in te sturen, toch niet ronduit erkend: „wij wéten niet, hoe het moet. God heeft het voor onze ogen verborgen”.

Daar steekt toch geen schande in! Er

zijn wel eens meer profeten geweest, nog grotere dan die in Genève, die moesten erkennen, dat God iets voor hunne ogen verborgen had. Als ze dó,t in ootmoed en verslagenheid des harten voor heel de wereld hadden willen belijden, dan zou dat wel is waar door alle Kerken een schok van ontzetting hebben doen gaan, maar dan zouden ze daarmee de wereld toch meer geholpen hebben dan ze nu hebben gedaan. H. B.

Men kan de bewogenheid van deze Brief verstaan, zonder de gedachtegang van de geëerde schrijver geheel te volgen. Red.

Amerika en Ruslands toekomst

Onder deze titel verscheen April 1951 in het Amerikaanse driemaandelijkse blad Foreign Affairs” een artikel van een vooraanstaand lid van het Amerikaanse departement van Buitenlandse Zaken, George F. Kennan. Dit artikel is in de afgelopen maanden druk geciteerd en besproken in allerlei bladen. Helaas kon men uit die besprekingen moeilijk de grote lijn van het betoog van deze specialist voor ogen krijgen Het Nederlands Genootschap voor Internationale zaken heeft er daarom goed aan gedaan met dit artikel als overdruk voor haar leden beschikbaar te stellen.

De Amerikaanse politiek ten aanzien van Rusland is namelijk niet altoos even duidelijk Bovendien vrezen velen in Europa dat Amerika, jong als het is op het terrein der internationale politiek èn overtuigd van eigen kracht; wel eens te hard van stapel zou kunnen lopen en zich door een in bepaalde kringen heersende en gevoede anti-Russische hysterie op sleeptouw laten jjemen.

Het artikel van G. F. Kennan kan dit onbehagelijke gevoel mogelijkerwijs wat temperen. Anderzijds zulien zijn tekorten de volken van West-Europa kunnen dwingen tot bezinning en aanvullende activiteit. George F. Kennan is niet de eerste de beste. Hij was enige tijd gezantschapsraad bij de Amerikaanse ambassade in Moscou; thans is hij adviseur van het departement van Buitenlandse Zaken en hoofd van het politieke planning-comité van dit departement. Een man dus die dagelijks met de spanningen tussen Oost en West te maken heeft en aan de touwtjes kan trekken. Het feit dat hij in de afgelopen maanden met verlof was, schijnt niet te betekenen dat de topleiding van het State Department zich van hem wenst te distanciëren, doch alleen dat hij vrijaf heeft voor studie. Ziedaar wat ik van de schrijver te weten ben gekomen.

Afgezien van het feit dat het stuk kenneiijk voor Amerikaanse lezers geschreven is, kan het mijns inziens bijdragen èn tot een beter begrip van Amerika èn tot een klaarder zien van de kloof die Oost en West scheidt. Of het ook waarde heeft voor het overbruggen van die kloof, waag ik te betwijfelen. Tenzij men de goede wil van Amerika als een ontdekking wil waarderen.

Het uitgangspunt van dit stuk is de eerlijke vraag; Wat willen wij, Amerikanen,

nu eigenlijk van en met Rusland? De beslistheid waarmee Amerika de wereldbeschouwing en de methoden van de Russische machthebbers in het Kreml afwijst, betekent naar Kennans mening, dat Amerika voor Rusland andere mogelijkheden dan de huidige ziet. De vraag is maar of de Amerikanen van die „andere” mogelijkheden enige notie hebben.

„Men” hoopt dat een oorlog te vermijden is, maar diezelfde men weet noch wat men „met”, noch wat men „zonder” oorlog nu eigenlijk voor doeleinden ziet.

Hoewel Kennan niet uitdrukkelijk spreekt van een machtsevenwicht, waardoor de onderhandelingspositie van het Westen sterker zou kunnen zijn dan thans, geldt naar mijn mening zijn vraag ook voor die situatie. Deze vraag nl.: wat willen wij op de lange èn/of korte duur nu eigenlijk van Rusland; èn wat kunnen en mogen we van Rusland reëel verwachten? Kennan tekent dan in enkele lijnen welk type Rusland, welke soort van Russische regering voor Amerika en daarmee voor het Westen aanvaardbaar zou zijn, d.w.z. zodat we niet in een constante vrees voor overvallen en tot de tanden gewapend behoeven te leven.

Weten vrtj wat wij voor een Rusland zouden wensen, dan komt de niet minder belangrijke vraag hoe wij ons ten opzichte van Rusland hebben te gedragen om het doorbreken van een nieuwe sfeer en een andere regeringsvorm niet te bemoeilijken,

Wie een kapitalistisch en liberaal-democratisch land verwacht met dito maatsehappelUke levensvormen als Amerika, speelt met hersenschimmen. Nauwgezette analyse van de economische èn sociale structuur van Rusland vóór 1917 leert, dat een dergelijke ontwikkeling ook zonder Sowjets niet te verwachten ware geweest. De economische voorwaarden ontbraken daarvoor, het mensentype de rijke kooplieden – was er niet geschikt voor!

Intussen is al dergelijk denken en spreken nakaarten. Drie en dertig jaren rusteloze Sowjet-activiteit gaan niet voorbij zonder een onuitwisbaar stempel op een volk te drukken. Zij die zich de toestanden vóór 1917 herinneren, vormen een kleine minderheid. De grote massa en in het bijzonder de jongere generatie kent niets anders dan het staatskapitalisme. Hoe dan ook: de mogelijkheid in Rusland

een private ondernemersklasse te doen ontstaan is practisch uitgesloten. Wel acht Kennan particuliere ondernemingen in de kleinhandel en in die „diensten-verrichtende sector mogelijk, maar in grootindustrieel opzicht verwacht hij geen fundamentele verandering,

Voor de landbouw, welker collectivering hij als een voortdurende bron van onrust in Rusland beschouwt, acht hij privaatbezit het meest in overeenstemming met de aard en de verlangens der Russische boeren. Al vraagt hij zich af of de cooperatieve, en dus op vrijheid berustende vorm van landbouw niet minstens zo goede kansen maakt. Daarbij waarschuwt hij zijn Amerikaanse lezers om socialisme niet te vereenzelvigen met „Sowjet-Russische” wijze van aanpak.

Wat de regeringsvorm betreft is hij zo mogelijk nog voorzichtiger. Een liberale democratie naar Amerikaaiise snit mogen wij niet verwachten. Eigeniijk moeten wij dit ook niet willen!

Ook al is het Russische volk in wezen niet illiberaal, het zal toch altijd een eigen type van vrijheid en democratie moeten leveren. Volgens Kennan leven er nog drenkt van de vrijheidstraf tie om een dergelijke ontwikkeling mogelijk te maken, Maar daarbij zullen zij rekening hebben te houden met een jonge generatie die slechts Sowj et-macht heeft leren èn heeft leren denken in vormen van macht. Daarom zullen vele msteU van het Sowjet-systeem behouden blijven, Ja behouden moeten blijven enkel en alleen omdat alle alternatieven vernietigd zijn. Bovendien heeft het Sowjet-systeem ook goede kanten gehad. En ten slotte is het voor iedere toekomstige Russische regering volstrekt onmogelijk te handelen alsof er geen Periode van Sow^ schappij was geweest met de positieve en negatieve erfenissen daarvan,

Wij Amerikanen . moeten ons er voor hoeden de anderen te beoordelen naar de maatstaf of zij op ons lijken, of wel zich inspannen om op ons te gaan Ujken. lEen dergdijke waarschuwing, ® ® ' tint en anders gericht is naar mij dunkt, ook voor West-Europa niet overbodg. Wel – aldus Kennan – mogen w« vari een Russische in haar verkeer met de andere volken ver-