is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 9, 24-11-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONDERGANG VAN EUROPA

Spaak, de bekende Belgische socialist, heeft in Paraat van 16 November een belangrijk artikel over Europa en het socialisme geschreven. Het uitgangspunt van Spaaks artikel is: Er bestaat een Europees probleem en dat probleem heet de ondergang van Europa!

Het is echter helemaal geen defaitistisch artikel, want Spaak zegt dadelijk aan het begin, dat wij deze ondergang kunnen tegenhouden en aan Europa zijn oude sterkte, zijn glans en zijn positie in de wereld terug kunnen geven, voor zover wij daartoe de moed kunnen opbrengen.

Ik zou over de beschouwingen van Spaak graag enkele opmerkingen willen maken, die naar ik hoop evenmin defaitistisch zullen zijn. Defaitisme is er genoeg. We hebben er volstrekt geen behoefte aan, in een blad, dat „Tijd en Taak” heet, dit defaitisme te sterken of het zelfs maar in de kaart te spelen. Defaitisme is een levensgevaarlijke ziekte, die we met al onze kracht moeten bestrijden.

Dit betekent intussen niet, dat we ons moeten overgeven aan een onwerkelijk optimisme. Wij zullen, juist wanneer het er ons om te doen is, het defaitisme te bestrij – den, de werkelijkheid onder de ogen moeten zien.

Hoe is die werkelijkheid?

Laat Spaak het ons vertellen!

De grote beslissingen in de wereld, waarvan ons lot, onze toekomst, ja, misschien zelfs ons leven afhangt, worden in Washington en Moscou genomen.

Deze monstrueuze omwenteling is Spaak zich bewust geworden op 5 Mei 1945. Toen vroeg Duitsland om een wapenstilstand. Een foto legde deze datum vast. Deze foto stelde een oever van de Elbe voor en aan deze Elbe-oever zag men twee soldaten elkaar de hand drukken: een Rus en een Amerikaan. Het onderschrift luidde: De oorlog is voorbij! Maar op deze foto zoekt men vergeefs naar Europa.

Twee werelden ontwikkelen zich in snel tempo: Amerika en Rusland. Tussen de twee werelden in leeft Europa en zijn kracht neemt in verhouding tot deze twee ieder jaar af.

De industriële vooruitgang en de economische kracht van Amerika zijn ontzagwek-

kend en de onvoorstelbare welvaart van Amerika heeft haar hoogtepunt nog lang niet bereikt.

Rusland kan aan de economische macht van Amerika bij lange na niet tippen, maar zijn economische capaciteit heeft zich de laatste jaren steeds meer ontwikkeld. De resultaten van deze ontwikkeling zijn buitengewoon indrukwekkend.

Wat Europa betreft, kunnen we alleen constateren, dat zijn aandeel in de industriële wereldproductie en in de buitenlandse handel in industrieproducten ieder jaar kleiner wordt. Men onderwerpe zijn betalingsbalans aan een onderzoek en men zal moeten vaststellen, dat Europa’s economische kracht voortdurend achteruit gaat. Wanneer Amerika Europa niet vanaf het einde van de eerste wereldoorlog met dollars geholpen had, zouden we hier al lang vastgelopen zijn.

Spaak stelt te recht de vraag, wat er met Europa zou gebeuren, wanneer Amerika ophield met het financieel te steunen. Men vergete niet, dat de hulp aan Europa Amerika ongeveer 10 procent van zijn totale budget kost.

Spaak stelt even te recht de vraag, of het wel te pas komt, dat Europa de hulp van Amerika als vanzelfsprekend aanvaardt.

Een en ander betekent, dat geen enkele Europese staat een eigen rol in de wereld kan spelen en, slechts op zich zelf aangewezen, de problemen van deze tijd kan oplossen. Dit geldt het meest van de buitenlandse politiek. Ons grootste probleem: bewapenen en tegelijkertijd onze levensstandaard handhaven, kunnen wij onmogelijk alleen oplossen. Die taak gaat onze krachten ver te boven.

Toch moeten wij bewapenen, om enkele grote goederen te verdedigen: de vrijheid en de onaantastbaarheid van ieder mens, zijn recht op godsdienst, levensbeschouwing en een menswaardig bestaan. Het gaat om de verdediging van de democratie en de menselijke waardigheid.

De analyse van Spaak is somber genoeg, maar men kan haar niet als onjuist en ongegrond afwijzen. Spaak laat de feiten spreken en de feiten spreken een duidelijke taal, die niet voor misverstand vatbaar is. Wie mee wil spreken over de toekomst van Europa, zal met deze feiten rekening hebben te houden. Wie ze negeert, kan de mooiste betogen houden, maar hij spreekt in het luchtledige en is onwerkelijk. Het is niet christelijk en het is evenmin socialistisch, om een toekomstprogram te ontwerpen buiten de werkelijkheid om. De analyse van het bestaande is altijd de kracht van het socialisme geweest. En, wanneer we als christenen deze analyse verwaarlozen, betekent dat geen kracht, maar zwakheid.

Spaak geeft echter meer dan een analyse. Hij spreekt ook over onze socialistische taak en hij zegt, dat het onze taak als socialisten is, de pogingen om een Verenigd Europa tot stand te brengen, te steunen. De grenzen moeten verdwijnen en er moet een maatschappij vorm worden gevonden, die aangepast is aan de eisen van de tijd. Wij moeten strijden voor een Verenigd Europa en dan

trachten in dat Verenigd Europa het socialisme te verwezenlijken.

Daarom eindigt hij met een beroep tot meer zelfvertrouwen en meer moed.

Er is geen reden, om Europa op te geven. Het ligt in onze eigen hand, het noodlot te keren. We moeten opnieuw beginnen en alle krachten samenbundelen. Wanneer we ons aaneensluiten, zoals de Verenigde Staten dat aan het einde van de achttiende eeuw hebben gedaan, zal het ook met Europa weer beter gaan! En er is één lichtpunt: de Europese gedachte groeit steeds meer. Een hele rij kleine problemen worden nu reeds boven-nationaal opgelost en vormen steentjes, waaruit het grote Europese gebouw zal worden opgetrokken.

Wij noemden het artikel van Spaak een belangrijk artikel. Hij stelt inderdaad vragen aan de orde, die beslissend zijn voor de toekomst van Europa. En we zullen goed doen, deze vragen in het middelpunt van onze belangstelling te plaatsen. Zij moeten beantwoord worden, zal Europa nog een toekomst hebben.

Toch heeft zijn artikel ons niet bevredigd. Wij zijn zelfs geneigd te zeggen, dat zijn beschouwingen onze bezorgdheid om de toekomst van Europa versterkt hebben. Om het maar ineens en zo duidelijk mogelijk te zeggen: het optimisme, waartoe Spaak ons oproept, is ons te irreëel. Zijn analyse van het Europese leven is ons te eenzijdig economisch. Hij spreekt toch eigenlijk alleen over een industrieel verval van Europa. Dat verval is al benauwend genoeg. Maar de nood van Europa, die ons met zorg over de toekomst van Europa vervult, is niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats een economische nood. En het is voor ons gevoel een zeer treffende illustratie van de nood van Europa, dat een vooraanstaand en bekwaam socialist als Spaak, wanneer hij in 1951 over Europa en het socialisme schrijft, uitsluitend met gegevens over de economische nood van Europa komt aanzetten. De nood van Europa bestaat voor een groot deel hierin, dat zelfs vooraanstaande socialisten de eigenlijke nood niet zien. Daarom doet hun oproep tot meer moed en meer zelfvertrouwen zo onwerkelijk aan en doet die oproep denken aan het optimisme van de man, die in de meest beroerde omstandigheden zich zelf moed inspreekt met de slagzin: Morgen gaat het beter!

Ligt het inderdaad in onze eigen hand, om het noodlot te keren? En zullen we inderdaad het noodlot keren, wanneer we maar zorgen, dat er een Verenigd Europa komt? Men kan ook de vraag stellen, hoe het komt, dat de volken van Europa niet de geestelijke kracht opbrengen, om de grenzen te laten verdwijnen? Hoe het komt, dat er van aaneensluiting tot nog toe het meest sprake is, wanneer het gaat om de militaire verdediging van Europa?

De economische nood van Europa is groot. Het is goed, dat Spaak ons met onze neus op de feiten duwt. Maar de geestelijke nood van Europa is veel en veel groter, ook veel benauwender en angstwekkender.

Zolang vooraanstaande socialisten, schrijvende over Europa en het socialisme, alleen over de economische nood schrijven en over de geestelijke nood in alle talen zwijgen, blijft onze bezorgdheid over de toekomst van Europa en zijn wij niet bereid, te luisteren naar hun oproep tot meer moed en meer zelfvertrouwen. Wil men het anders?

Zolang vooraanstaande socialisten beweren, dat het in onze eigen hand ligt, het noodlot te keren, hebben wij het gevoel, dat zij nog geen besef hebben van wat de nood van Europa betekent. j j bUSKES Jr.

HULPACTIE-INDIA NED. JEUGD GEMEENSCHAP

Ontvangen; ƒ1 van mej. G. F. v. A. te T.; ƒ2 van G. T. te N.8., mej. A. E. N. te R.; ƒ2.50 van dames de G. te 8., N. N. te A. (collecte in de Amstelkerk), H. J. de K. te A„ J. D. te U., H. v. K. te L., J. B. te 0., mej. C. F. V. V. te U.; ƒ5 van C. C. v. K. te U., mej.M. J.R. te H.,P. B. te R.; C. de J. te A.; J. A. H. te V., zuster J. M. te U., J. W. te D.; ƒ7.30 van fam. de G. te E., (ƒ 6 van pa en ma, ƒ 1,30 opgespaard door Auke, Tine, Margriet); ƒ 7.50 van mevr. S. B.— R. te A.; ƒlO van G. W. v A. te A., J. W. K. B. te T., mevr. L. G.—L. te A.; ƒ2O van G. v. d. M. te H., mej. J. C. S. te G.; ƒ25 van ds W. C. J. te S., A. J. R. te S., mej. M. G. te A.; ƒ3O van mej. C. K. te A. Het totale bedrag is nu: ƒ2778.65. Hartelijk dank.

Amsterdam (Giro: 113211). J. J. BUSKES Jr.