is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 10, 01-12-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hernieuwd contact

Twee jaar geleden was ik er ook al geweest. Nu, vanwege een conferentie tussen Duitsers, Engelsen en Nederlanders, die contact kregen over de vragen van sociaalpolitieke aard via de socialistische beweging en de kerken, waren wij er uitgenodigd en wij verbleven er vijf dagen. In de Royal Foundation of St Katherine, Londen.

Zo op het eerste gezicht zegt dat niets. Londen is groot en Engeland is vreemd. Maar omdat het hier een zaak betreft, die ons hogelijk moet boeien, als socialisten zowel als christenen, wil ik er wat meer van vertellen.

Even na 1100 werd buiten de poorten van Londen, ten oosten van de Tower, een soort klooster gesticht. Zoals het toen kon, zomaar, zonder zware organisaties. De grote kloosterorden als de Dominicanen en de Franciscanen bestonden nog niet. Die zijn trouwens precies eender begonnen, nl. ziende op een bijzondere nood, levend voor een bepaalde roeping. Deze laatste kloosters echter breidden zich uit, hun leefregels werden gevolgd in menig land. Niet aldus ging het met St Katherine’s fundatie.

De leefregels waren als die van elk ander klooster: de mis, het morgengebed, het avondgebed, soberheid, ootmoed. En verder: het bedrijven van barmhartigheid in menigerlei vorm. Gastvrijheid gaf het en zorg voor zieken.

Twee bijzonderheden echter waren er. Ten eerste, dat het onder de bescherming kwam te staan van de koningin, niet van de koning en ten tweede, dat het een gemengd klooster werd. Mannen en vrouwen leefden er te zamen. Beslissingen mochten alleen genomen worden, wanneer niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen het goed vonden.

Een kritieke periode brak aan tijdens de Reformatie. Het ging met die reformatie in Engeland nogal Engels toe. Men doet de zaak onrecht, als men alleen maar zegt, dat zij kwam omdat de koning zijn zin niet kon krijgen bij de paus op het punt van zijn echtscheiding. Dat was meer aanleiding dan oorzaak. In ieder geval: in 1534 scheidde de Engelse koning, Hendrik VIII, zich af van de kerk van Rome en alle kloosters werden aan hun bestemming onttrokken, mét hun bezittingen. Aldus wilde Hendrik VIII óók handelen met St Katherine’s fundatie. Maar de koningin liet dat niet toe. Dat was haé,r domein. Hendrik moest er voor zwichten en dit klooster bleef ongerept bestaan. Zeker, de leer die er geleerd werd, bleef niet die welke geleid werd van Rome uit. Maar vergeet niet: het was vóór Trente, en de organisatie, die de Rooms-Katholieke kerk thans te zien geeft, was toen niet zo duidelijk. Men voelde het niet als een scherpe breuk, toen men natuurlijk onder het geestelijk gezag van de aartsbisschop van Canterbury bleef. De Roomse invloed weerde men af, de katholieke lijn wilde men handhaven.

Zo bleef dus St Katherine functionneren. Totdat er wéér een kritiek punt in de geschiedenis kwam, nl. toen er, omstreeks 1825, juist géén koningin was. Londen ging de siddering van de nieuwe tijd voelen. Onder Napoleons druk had Engeland stand gehouden. Het ging zich opmaken een wereldmacht te worden. Wereldmacht betekende: handel, scheepvaart. Vlak bij de poorten van Londen, naar de zee toe, aan

de Theems, moesten de havens komen. St Katherine iag aan de Theems. Een deel van de gronden, waarop de oude kerk stond, werd verkocht en er werden havens gegraven. Men kan ze op de kaart vinden als St Katherine’s docks. Van de opbrengst kocht men grond bij Regent Park en bouwde men een hospitaal, tevens gasthuis. Vooral adellijke dames, gepensionneerd na lange dienst aan het hof, vonden daar onderdak. De fondsen bleven. Ze werden aangewend voor „een goed doel”. Maar St Katharine’s oorspronkelijke stichting functionneerde niet meer.

Londen groeide. Vooral naar het oosten, langs de Theems. Havens en fabrieken. Whitechapel, Jodenwijk, textielindustrie, Stepney, Limehouse (jarenlang het district, waar Attlee gekozen werd), Poplar. Enzovoort. Namen, die een gruwelijke grauwheid, een goorheid van leven oproepen. Een verlatenheid en een verbittering betekenen. Maar St Katharine’s kapel was met de grond gelijk gemaakt en in een mooi tehuis verbleven deftige dames.

En nu het merkwaardige: de tegenwoordige koningin heeft het goed gevonden, dat de gelden gebruikt worden om het klooster weer op te richten. Om het weer te laten functionneren naar zijn oude bedoeling. De parochiekerk van Ratcliffe was gebombardeerd, de pastorie geschonden. Maar er was grond omheen, grond waar een paar bomen groeiden, zeldzaamheid in die vlakte van

vuile stenen. En nu is Father John Groser daar haast geruisloos bezig het klooster weer op te bouwen en stapje voor stapje nadert hij zijn doel. Toen ik er twee jaar geleden was, stond er alleen de pastorie en achter in de tuin stond een lelijk gebouw, dat tot vergaderzaal diende, terwijl een deel gebruikt werd als kapel. In die kapel vond men de oude gebruiksvoorwerpen. Die had men weten te bewaren sinds 1825. Nu was er een vleugel klaar, waarin een flinke zaal, een goede keuken, en 16 kamertjes gebruikt konden worden. Men was bezig met het bouwen van de kapel, de kruisgang en de tweede vleugel. Over een paar maanden hoopte Father John Groser klaar te zijn.

Wat is nu het merkwaardige?

Dit, dat Father Groser zijn werk in Oost Londen tegelijkertijd als voortzetting van de katholieke traditie van bijna 1000 jaar ziet en het tevens doet als actief socialist. In zijn soutane gaat hij rond tussen zijn gasten, ook tussen de arbeiders. Maar zij vooral weten, dat hij volstrekt solidair met hen is. Evenals 800 jaar geleden wordt de bel geluid ’s morgens vroeg voor de mis. Zijn huisgenoten zijn er, zijn vrouw, de andere inwoners. Slechts in het Engels kan men zó zacht en indringend spreken. De liturgie uit het Engelse Common Prayerbook wordt gevolgd, maar dan in de door het Parlement in 1928 verworpen vorm. Dan kè.n allemaal, zelfs onder koninklijke goedkeuring. Een vrouw dient aan de mistafel méé, als er geen man is. Drie vrouwen behoren tot de congregatie en binnenkort komt er de derde man bij.

Daarna volgt het ontbijt. En dan gaan twee der vrouwen haar werk buitenshuis doen. Schijnbaar alleen sociaal werk. Zorg voor ouden van dagen, voor zieken. Er komt

(Zie verder pag. 4)

ONTGRENZING

Met d’allernaaste geschreden te zijn tot nabij den dood,

naar ’t moest, teruggetreden voor zijn allerlaatsten nood,

laat 071 S voor ieder heden een huivering, diep en groot.

De bloem, die stierf in ’t ontblaadren, ontviel aan ons eigen hart.

of bloed ontstroomd’ onz’ aadren

uit een wond, die blijvend smart. Dood zien w’ al leven naadren.

en nooit meer die twee ontward.

Wij zijn niet meer van de aarde.

al staan we nog vast geplant; een geur der hemelgaarde

overwaait ons open land, of onze diepste waarde ontkiemt reeds aan d’overkant.

W. C. JOLLES