is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 11, 08-12-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel vanzelfsprekend geaccepteerd. Maar ergens in zijn binnenste heeft elke Fries een knoop. Ergens in hem sluimert die binding met de taal van zijn moeder en de afweer tegen het „hoge” Nederlands. Het éne vertrouwd, nabij, maar niet volwaardig, het andere ver verwijderd, „hoog”, officieel. Woorden die in het Nederlands heel gewoon klinken, hebben voor hem een andere klank. Om een voorbeeld te noemen. De brief aan de Romeinen begint met de uitdrukking: „Paulus de dienstknecht van Christus Jezus” terwijl er in het Fries staat: Paulus de tsjinstfeint van C. J. Nu is de letterlijke vertaling van „tsjinstfeint” inderdaad: „dienstknecht”. Maar voor de man van het Friese platteland is het woord dienstknecht verbonden met een rose-wit gestreept jasje, met iemand, die het portier opent voor „Menheer”, met een lakei, terwijl „tsjinstfeint” de man is, die samen met de boer onder de koeien zit. Natuurlijk is dit het gevolg van die tweetaligheid waaronder de Friezen opgroeien.

Nu is m.i. de enige wijze waarop men aan die „nationale spanningen” een eind kan

maken, het Fries en diegenen die het spreken, volwaardig te maken, door de taal te onderwijzen. Want nuchter beschouwd is het toch wel mal, dat men overal in Friesland Nederlands, Frans, Duits, Engels, ja Latijn, Grieks en Hebreeuws kan leren, maar dat men de taal die gesproken wordt niet leert.

Het is mogelijk dat het Fries zich op den duur niet kan handhaven, dat het nauwe contact met het Nederlands een zodanige afslijping teweeg brengt, dat men niet meer van een aparte taal kan spreken. Maar dan zal het eerst volwassen moeten worden. Dan zal het eerst nddst het Nederlands moeten staan, en nog een bloei moeten doormaken, waarvan onze tijd het begin is. Want het Fries is „en route”. Het is bezig de kleine steden te heroveren, het stadsfries te verdringen en een eigen plaats in te nemen in onze Nederlandse cultuur. Want „cultuur” is niets dan een samenvoeging van een aantal kleine elementen, op zichzelf niet veel waard, maar samen een kostbaar bezit.

DIRK JORRITSMA

„Sint Nicolaas, goedheilig mari’

Over het in de week van 3 December verdiende loon, voor zover dit, op jaarbasis gerekend, een bedrag van ƒ4OOO,— niet te boven gaat, zal 11% extra worden uitgekeerd. zijnde het bedrag waarmee de consumptiebeperking de in Maart van dit jaar gestelde norm 5% van het reële loon van September 1949 te boven is gegaan.

Een kleine Sint-Nicolaas-surprise dus.

Een interessant puntje wordt bij deze gelegenheid ter sprake gebracht door hen die vinden dat deze uitkering van 11% verplicht behoorde te zijn gemaakt. Het College van Rijksbemiddelaars heeft in zijn beschikking slechts vergunning gegeven om tot 11% te gaan, het aan de onderhandelingen der bedrijfsgenoten overlatend of van deze vergunning gebruik zal worden gemaakt. Hier en daar zal dus in een bepaalde onderneming Sint Nicolaas wellicht niet rijden!

In de stijl blijvend van deze feestweek, zouden we kunnen opmerken dat zulks inderdaad geacht moet worden te behoren tot de prerogatieven van de heilige man. We zouden dan echter meteen bemerken dat we ons daarmede toch in de ogen van de bezwaarden een ongepast grapje hadden veroorloofd, want ook Sint Nicolaas moet volgens hen binnen de perken van de in Holland geldende principes blijven en die principes brengen mee dat hier niet sprake is van een cadeautje of van een extraatje: er is hier sprake van een recht. De betrokkenen krijgen hier terug hetgeen van hen, boven de gemaakte afspraak, is afgepakt.

Het bedrag van 11% is veroorzaakt door een afwijking van het indexcijfer van het reële loon gedurende een aantal maanden van niet meer dan 1%. Gedurendé een aantal maanden is, met andere woorden, de consumptiebeperking ca 1% te hoog geweest.

Op den duur zal het Nederlandse publiek er van moeten worden doordrongen dat dit helemaal niets zegt. Dat zou wèl het geval zijn, als het cijfer exact was. Maar dat is het niet. Het cijfer is, integendeel, uiterst ruw. Men moet er aan wennen alleen duidelijke bewegingen van minstens 5% als een grond voor koerswijziging te beschouwen.

Dit is de plaats niet om deze stelling te bewijzen. Dat kan nl. alleen door in te gaan op de wijze waarop een aantal statistische gegevens worden verzameld en bewerkt en door de goocheltoeren te beschrijven die het CBS ermee uithaalt. De deskundigen zijn het er eenstemmig over eens dat er een marge van onzekerheid van ten minste 5% aanwezig is. Een kleine wijziging van 1% wordt daar volkomen in opgeslokt.

Het is net als met een babyweegschaal. Er zijn wel eens jonge moeders die zich doodongerust maken als de baby volgens de weegschaal bij een voeding maar 40 in plaats van 90 gram heeft gedronken. Je kunt haar dan vaak geruststellen door de schaal eenvoudig een kwart slag om te draaien: tien tegen één wijst zij dan een maaltijd aan niet van 40 maar van bijvoorbeeld 140 gram. Daarmee bewijst men haar dan dat ze de weegschaal voor dit doel

ENGEL MET WIEROOKVAT

Sammartino (2de helft 18e eeuw Napels)