is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 11, 08-12-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontspanning allerwegen

Als een ongewild Sint-Nicolaas geschenk is er op allerlei punten enige ontspanning ingetreden. Duidelijk blijkt ook nu weer dat de soepelheid der communisten bij de wapenstilstandsbesprekingen te Panmoenjom afhankelijk is van de mogelijkheden die de Moscouse leiders o.a. te Parijs zien. Het gehele beloop der besprekingen wijst er op, hoezeer de Russen vrede in Korea willen geven als het Westen maar met voldoende concessies op andere punten komt. Het is dan ook te voorbarig om nu reeds aan te nemen, dat een loyale bestandsovereenkomst voor Korea een feit zal worden. Als de Russen andermaal te Parijs in het nauw gedreven worden, behoeft een hervatting van de Koreaanse strijd of althans een afbreken der verdere onderhandelingen geen verbazing te wekken. Daar komt bij dat de Noord-Koreanen en Chinezen thans over een veel groter potentieel in Korea beschikken dan een half jaar geleden. Weliswaar zijn de beste regimenten geheel of gedeeltelijk buiten gevecht gesteld, maar het aantal vuurmonden en vooral het aantal uitstekende Russische straaljagers is gedurende de laatste maanden ontzaglijk toegenomen. Zelfs zo, dat er voor de strijdkrachten der V.N. gerede vrees kan bestaan voor een nieuw communistisch offensief. Kwaaddenkende commentaren als zouden de communisten het reculer pour mieux sauter voorstaan, kunnen zeifs voorshands niet terstond naar het rijk der fabelen verwezen worden.

Bovendien mag niet uit het oog verloren worden, dat ook aan de zijde der geallieerde troepen zware verliezen geleden zijn en dat de geallieerde aanvoer over een zeer lange afstand moet geschieden. De eis der communisten, dat de wapenstilstand tegelijkertijd een verbod zal inhouden voor de aanvoer van nieuwe troepen en nieuw materiaal is dan ook niet slechts begrijpelijk, maar uitgesproken voordelig voor hen.

Geen Westerse ontwapening.

Nog steeds is niet duidelijk wat de Russen te Parijs beogen. Maar evident is, dat Wisjinski ondanks enkele propagandastunts een afwachtende houding aanneemt. Als wij bedenken hoezeer de Amerikaanse en eigenlijk de gehele Westerse economie afhankeiijk geworden is van de ontzaglijke oorlogsproductie, kunnen wij ons voorstellen dat de Sowjet-Unie, indien het binneniandse front dit maar enigszins kan verdragen, op een gegeven moment betrekkelijk eerlijke en in elk geval zeer vergaande ontwapeningsvoorstellen zal doen. De Russische instemming tot het insteilen van een sub-commissie voor het ontwapeningsprobleem kan althans in deze richting wijzen. Het is het Westen onmogelijk om de ontwapening van de ene dag op de andere stop te zetten. De publieke opinie is althans in Amerika geheei en al vertrouwd gemaakt met de wens een Westerse suprematie op te bouwen. Maar wat erger is: de gehele Amerikaanse economie zou hoogstwaarschijnlijk in een crisis geraken, wanneer de vele milliarden aan militaire orders zouden worden ingetrokken. Bovendien zou de verliespost, te weten het tot nu toe reeds aan de herbewapening bestede bedrag, zowel in Amerika als in de andere Westerse landen een moeilijk te verteren brok zijn, dat licht tot politieke agitatie aanleiding kan geven. Het ligt dus voor de hand, dat de noodzaak

tot voortzetting der bewapening een zeer zwakke stee is in de Westerse diplomatie. Daardoor moet zij noodgedwongen de oprechtheid missen die op het ogenblik voor het Westeuropese publiek zo heilzaam zou kunnen werken.

Egypte haalt bakzeil.

Ten slotte de Suezkanaal-kwestie. Wij moeten respect hebben voor het beleid der Engelsen in dezen. Vooral voor het optreden van de Britse commandant in de Suezkanaalzone, die, waar ’t nodig was, grote besluitvaardigheid aan den dag heeft gelegd, maar anderzijds geenszins tot scherpslijperij is overgegaan. Zo goed en kwaad ais het ging heeft hij de orde in de kanaalzone weten te handhaven, terwijl hij, zodra zulks

mogeiijk was, de politiëie taak weer geheel of gedeeltelijk aan de Egyptische autoriteiten heeft overgedragen. De Egyptische leiders kunnen dan ook niet trots zijn op hun révoite. Engeland heeft zich niet tot gewelddaden laten verleiden en nu is het zover dat de Egyptische arbeiders weer tot het lossen van schepen overgegaan zijn.

Cairo blijft uiteraard wel rumoerig. Tekenend is dat de winkeliers niet alleen alle Engelse, maar bijvoorbeeld ook alle Franse reclame-opschriften hebben verwijderd. De Egyptische regering heeft nu de taak om haar feitelijke machteloosheid te verzoenen met de hevige nationalistische sentimenten, die zij zeer bewust heeft gestimuleerd. Misschien lukt het haar om de publieke aandacht meer op het ideaal en minder op de Britse tegenstander te richten. Het zou in elk geval rampzalig zijn, wanneer, zoals Mossadeq is overkomen, de regering geen enkele leiding meer zou kunnen geven, maar door het Voikssentiment in steeds gevaarlijker avonturen zou worden gedrongen. H. VAN VEEN

BENTVELD-NIEUWS

Weekend-conferentie te Bentveld

op 24-25 November 1951 voor werkers van hoog tot laag in het bedrijfsleven

Onderwerp: „De beloning van onze arbeid”

Het is een zeer goede gedachte geweest van het bestuur der AG om deze soort conferenties te doen plaatshebben. Er is belangstelling voor en het is bovendien zo heel erg nodig, dat dit werk gebeurt. I omdat van het werkelijk mens-zijn in de bedrijven steeds minder terecht komt en o.a. ook omdat er een ontstellend tekort is aan goede leiding in de bedrijven, de industrialisatie steeds tomeemt enz.

, , ? bestaan voor het grootste gedeelte uit loden van verschillende fabriekskernen.

aterdagavond opende dr v. Biemen deze conferen le en we zijn dankbaar, dat hij deze soort conferenties leidt, omdat hij de geest van de arbeiders verbaat, een arbeider voeit ais het ware, dat hij van hart tot Imrt met hem spreekt. Nadat hij et doel van de AG had geschetst, zei hij er direct bij, dat WIJ met moesten denken, dat wij na dit gesprek met de oplossing in onze zak naar huis zouden gaan, want als men met een vraag naar Bentveld komt, vertrekt men er met twaalf.

n drie groepen werd Zaterdagavond begonnen met discussiëren over:

Begint u maar lezer om er een goed antwoord op te geven. Er waren er, die zeiden het zo; „Loon= waarde-eenheden”. „Het is het rechtvaardige deel van de productiebijdragen”. Om met onze voeten op de grond te blijven, stelden we van tevoren vast, dat arbeid nog altijd koopwaar is.

Vraag 2: Acht u het juist, dat voor functies van verschillend niveau, verschillende beloningen worden vastgesteld?

Hierover waren vrijwel allen het eens, alleen zouden de hoogste inkomens nog wat meer moeten worden genivelleerd. Doch ook onder degenen, die de hogere inkomens hebben, zijn er heel wat, die weten van spanningen tussen lonen en prijzen. Vraag 3; Acht u het juist om voor de beloning de prestatie als norm te aanvaarden?

Over deze vraag werd nogal verschillend gedacht. Velen wilden loon naar prestatie, anderen wilden een sociaal loon, weer anderen loon naar kwaliteit en niet naar kwantiteit van het werk. Vraag 4: Ziet u nog andere mogelijkheden om het loon te beïnvloeden?

Hierop werden verschillende antwoorden gegeven, o.a. dit: „Door het wegsnijden van uitwassen. Denkt u aan de bedragen, die filmsterren krijgen aangeboden en beroemde sportmensen, enz.”. Hierna kwam de inleider aan het woord, de heer W. G. van Veelen, loondeskundige van het NVV. Zeer duidelijk heeft deze spreker het historisch gegroeide loon uiteengezet. Hoe men de menselijke prestatie kan meten, wat we gaan doen als sociale

verantwoordelijkheid voor het gezin punt één is bij het bepalen van loon. De werkclassificatie werd door hem behandeld en de verschillende systemen van tarifering. De twee laatstgenoemde delen van het onderwerp waren vooral punten, die hevige discussie veroorzaakten, alweer omdat er zulk een geweldig brok historisch wantrouwen is en dat met reden.

Alle deelnemers hadden grote waardering voor wijze,- waarop spreker een en ander behandelde,

Nadat we wat geslapen hadden (van slapen komt ygel te Bentveld, want na het beëindigen der discussies wordt er altiid nog „zwaar nageboomd”), hebben we de morgenwijding van de AG meegemaakt. Dr v. Biemen sorak over de gelijkenis van Christus „De Heer en de wijngaard” (Matt. Alle arbeiders in de wijngaard kregen hetzelfde jgon, of zij die dag nu 1 uur hadden gewerkt of de dag. Maar ook toen murmureerden zij, die gehele dag hadden gewerkt, knap toen zij bemerkten, dat de anderen evenveel kregen. Toen zowel als nu menselijke onvolkomenheden of mentekortkomingen.

Wijnmalen, medewerker aan het centraal Planbureau, heeft ons duidelijk uiteengezet hoe het nationale inkomen wordt verdeeld, salarissen. Ook hier weer een geweldig stuk historisch wantrouwen. Deze spreker heeft het ons niet gemakkelijk gemaakt. Hij heeft ons veel cijfermateriaal verstrekt, zodat we er altijd nog eens op terug kunnen griipen. Of de veel omstreden koek rechtvaardig wordt verdeeld, daarover was men het lang niet eens. slotte gaf dr v. Biemen een samenvatting loonvraagstuk met enkele opmerkingen de zedelijke kanten daarvan,

gemoederen van sommige deelnemers kwamen beweging toen het nogmaals ging over de werkclassificatie en tariferingsmethoden. Inderdaad is door een en ander ontzaggelijk veel kwaad werkplaatsen. Bij het bespreken van werkclassificatie kwam ook wel een tikkeltje conservatisme om de hoek kijken, kwam hier ter snrake het al of niet behet kindertal.'Er werd genleit voor een „.aterialisme.

Tot slot mag ik als tolk van alle deelnemers aan deze conferentie zeggen, dat wij dankbaar zijn, dat we deze bijeenkomst hebben mogen meemaken, waarderen ook zeer de verzorging, die we hadden in ons huis te Bentveld en voelden ons wel eens schuldig, omdat wij niet op dit ondermaanse zijn om bediend te worden, maar om te dienen, s.