is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 15, 12-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pastor Niemöller wordt zestig jaar

Wat zal de pers in Duitsland aan enthousiasme kunnen opbrengen bij de zestigste verjaardag van de man, die binnen de Kerk nauwelijks en buiten de Kerk moeilijk of in het geheel niet wordt begrepen en gevolgd? Het blijkt reeds uit de pers in ons land: „vieren” zal men Niemöller niet, tenzij met grote bedenkingen en met opgeheven, waarschuwende vinger. De Russische reis van de kerkpresident van Hessen-Nassau heeft voor sommigen de deur dicht gedaan. We kunnen voorbijgaan aan bewuste kwade trouw, als van „de Volkskrant” al is het goed, dat men weet, wat Buskes haar ter zake schreef. Maar ook daar, waar niet onmiddellijk alle wapenen in het vuur worden gebracht tegen de communisten, tegen Rusland en tegen een gelijkgeschakelde Russische Kerk, VEflt het moeilijk om Niemöller te verstaan. Hij deelt het lot van allen in de wereldgeschiedenis, die priester waren èn profeet. Van degenen dus, die, los van elke traditie, in de allereerste plaats het Evangelie van Jezus Christus met zijn ja en neen tegenover de wereld en haar machthebbers betuigen, en die, gespeend van alle diplomatie en politiek, weer los van elke politieke ideologie, een eigen weg gaan. Een weg, die zij moeten gaan, om des gewetens wil.

Niemöller is geen kerkvorst van de oude stempel. Het zilveren kruis, dat hij als kerkpresident mag dragen, siert zelden of nooit zijn ambtskledij. Het gaat om zijn woord, dat de Kerk niet alleen in Duitsland! steeds weer dwingt tot de strijd om wakker te worden uit haar slaap en haar opmars voort te zetten achter de fakkel van haar vóórgaande Heer. „Het Evangelie betekent de aanval”, schreef hij destijds uit de gevangenis van Moabit aan zijn vrienden. En het Rijk Gods bestaat voor hem en het moest voor iedereen zo zijn niet in rhetoriek, maar in dynamiek. Daarom kwam hij na de oorlog enthousiast uit Amerika terug; hij had er kennis gemaakt met de offensieve kracht van het christendom. En hij zag het te scherper, hoe de Westerse (Europese) Kerken te zeer bedacht zijn op eigen veiligheid, oud als ze zijn en daardoor met zich meeslepend een ballast aan tradities. Om die Kerk, haar volk en zijn Duitse volk, is het Niemöller altijd boven alles gegaan. In alle fasen van zijn merkwaardig leven, van duikbootkapitein naar de kansel, en politiek via het nationaal-socialisme. En eigen lot is altijd ten nauwste verbonden geweest met dat van de hem toebetrouwde Boodschap. Hij is, met achterlating van alles, wat in de predikant de ambtenaar was, de bijbelse pastor geworden, getuige en gezant van het Woord. Maar dat is nu juist wat hem onverstaanbaar maakt in een moderne wereld. Omdat het Evangelie heeft opgehouden voor velen een lot te zijn en een lot te bepalen. Dat is ook de Kerk goeddeels vergeten.

In de Duitse Evangelische Kerk, met name in de Belijdende Kerk, die de strijd met het nazisme aanbond, kan nooit worden vergeten, wat God haar en óns, wanneer we het tijdig hebben onderkend in Niemöller heeft geschonken. Zijn lot was er het teken van hoe het in het Derde Rijk met het Woord Gods en het getuigenis der Waarheid stond. En Niemöller werd geloofd. Niet de trompetters der officiële Kerk, noch hun, nu zo pijnlijk te lezen proclamaties van toen.

Vriend en vijand wisten, dat de werkelijke „bisschop” van de bedreigde christenheid in Duitsland en in Europa in Dachau tot zwijgen was gebracht. Een zwijgen, overigens, dat duidelijker tot duizenden sprak dan het spreken van vele anderen.

Maar, Niemöller heeft het ’t Duitse volk en de officiële Kerk niet gemakkelijk gemaakt, ook niet na zijn bevrijding. Het reformatorisch karakter van zijn kerkelijke houding, zo merkt prof. Iwand dezer dagen ergens op, en zijn uitingen in de politieke vragen, kunnen door een geslacht, dat bij het verleden wil blijven leven, niet zo maar worden geaccepteerd. Want Niemöller vecht met zijn Kerk en zijn volk om de toekomst, kerkelijk zowel als politiek. Hij is priester èn profeet. En we zeiden het reeds: dat is niet eenvoudig. „Maar in elk geval is hij daardoor altijd twee stappen verder dan een ander en verkeert hij in de wereld, die elke stap uit het verleden poogt te rechtvaardigen of voor de toekomst een veilige wil doen zijn, als een ontijdig geborene”, aldus eveneens zijn geestverwant Iwand. Voor de Kerk dat was zijn strijd met Hitler mocht hij niet toelaten, dat zij teruggedrongen werd naar haar „eigen terrein”. Hij wist te goed, dat dit voor de mensen zou betekenen: wilioos, ontrecht werktuig te worden in de handen van een politiestaat. En bovendien, Niemöller heeft een oecumenisch hart. De „broeders” zijn niet alleen degenen, die zich ook nu nog trouw om hem heen scharen in de Broederraad der Belijdende Kerk. Zij zijn overal daar, waar eerlijk en zoekend Christus wordt gediend.

Zo is hij nu naar Moscou getrokken. Niet omdat hij communistische sympathieën of neigingen zou hebben. Niemöller wordt nooit communist. Ook niet omdat één van zijn kinderen bevangen zou zijn door zulke sympathieën. Ook die worden nooit, wat sommige bladen insinueren, dat hij al zou zijn. Men weet dit voldoende, in alle leidende kringen, binnen en buiten de Kerk,

in West- en in Oost-Duitsland en ook in Moscou. „Maar hij heeft”, aldus prof. Iwand, „het nooit verbloemd, dat hij meent als christen een andere weg te moeten gaan dan die van welke politieke ideologie ook.” Wanneer Niemöller een oorlog als een onherstelbare ramp ziet, en ook zien moet, dan betekent dit, dat hij alle krachten zal blijven inspannen om zulk een ramp, tussen Amerika en Rusland, te voorkomen, d.w.z. „een oorlog tussen de kapitalistische en communistische wereld”. Het probleem van de vrede is daarom op dit ogenblik alleen het probleem van de mogelijkheid, deze beide werelden in vrede met elkaar te doen leven. Voor het eerste moet Niemöller van uit zijn christen-zijn met beide partijen spreken. Natuurlijk, dan wordt men verdacht gemaakt, aan beide kanten, door degenen, die in feite geen vrede willen. Dat is het gevolg van de situatie, waarin Niemöller verkeert. Maar daarin verkeert hij dan toch te recht en bewandelt hij vooralsnog een christelijker weg dan degenen, die elk gesprek met „de andere kant” gevaarlijk, doelloos, oneerlijk en wat niet al achten. Het gaat hem dus in de eerste plaats om de oprechte samenwerking der Kerken van voor en achter het ijzeren gordijn. Om een gesprek met de christenheid in het Oosten, hoezeer deze dan ook misschien verstrikt, verward en misbruikt moge zijn. Maar is de christenheid van het Westen dit op bepaalde punten niet?

Wij aarzelen niet te zeggen, dat een figuur als Niemöller heilzaam is voor Kerk en wereld. Omdat zij de moed heeft op de rand van een scheermes te lopen en de roeping van de christen te volgen. Ook de Kerk in Nederland, waar zij haar ogen wist open te gaan voor de daemonie van het nationaal-socialisme, dankt aan Niemöller haar levensbesef in deze dingen. Als „broeder in Christus” wenst zij hem van harte geluk met zijn verjaardag.

N. G. J. V. SCHOUWENBURG

RONDEEL

Als gij de raadsels wilt doorgronden

Waarmee het leven U soms kwelt. Zal elke vraag die gij U stelt

U kerven met nog dieper wonden.

Geen dag laat U meer ongeschonden En ’t oordeel dat g’Uzelve velt Als gij die raadsels wilt doorgronden

In hitter-trage stonden.

Want ied’re dag U dubbel telt,

Is slechts een vonnis, dat U meldt: Van Mij zijt gij voorgoed ontbonden Als gij Mijn raadsels wilt doorgronden.

ET. E. LUCTOR