is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 16, 19-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENGELANDS

PERIKELEN

Engelands moeilijkheden lij ken op de onze: het zijn vooral betalingsbalansmoeilijkheden. Het is dus interessant om af en toe na te gaan wat de nieuwe conservatieve regering er aan doet en met welk succes.

Het grondprobleem willen wij, ter opfrissing van de memorie, nog even stellen op de wijze waarop dit bij de Regeringscrisis in ons land van Maart 1951 is gebeurd. Het ging er toen om wat voor soort maatregelen men moest toepassen. Dp P. v. d. A. bepleitte zgn. fysieke controles, dus naast de loonstop een rechtstreeks ingrijpen in de investeringen met behulp van allerlei soort van distributievoorschriften; de Regering koos voor monetaire controles, globale middelen als credietrestricties en belastingmaatregelen. Zij verdedigde een visie die het duidelijkst staat uiteengezet in het begin Mei verschenen Jaarverslag van de Nederlandsche Bank over 1950. Daarin wordt een betalingsbalanstekort gedefinieerd als een overschot van de nationale bestedingen (consumptie plus investeringen) boven het nationale product na goederenruil met het buitenland. Dit is een monetaire definitie, waarbij het betalingsbalanstekort wordt gezien als de graadmeter van het monetaire evenwicht en het ligt voor de hand dat deze visie naar voren wordt gebracht indien men gelooft dat de monetaire middelen ook inderdaad tot een aanvaardbare oplossing zullen kunnen leiden.

Dit laatste is, ook al acht men de genoemde definitie onaantastbaar, nl. nooit zeker; monetaire middelen komen neer op inperking van de binnenlandse vraag en hebben dus altijd wel een effect dat in de gewenste richting gaat, maar het kan heel goed zijn dat als gevolg van buitenlandse omstandigheden, die geheel bulten onze macht liggen, een consequent nastreven van het monetaire evenwicht niet tot een aanvaardbare oplossing zou leiden, bijvoorbeeld doordat men het evenwicht eerst zou bereiken bij een zo laag welvaartsniveau dat men het betalingsbalanstekort voor verpaupering zou hebben verruild. Of het succes bereikbaar is, is dus niet een kwestie van theoretisch inzicht alleen, maar in hoge mate ook een kwestie van feeling.

De feeling der Regering is altijd geweest dat er in het niveau der wereld-groothandelsprijzen op den duur een daling zou gaan optreden, waardoor onze ruilvoet met het buitenland, en daardoor ons nationaal product na goederenruil, zou verbeteren. Welnu, na de Regeringscrisis van Maart is dit inderdaad gebeurd; de na-Koreaanse prijshausse maakte plaats voor een aanmerkelijke baisse, en daardoor is de monetaire politiek in een nauwelijks gehoopte omvang geslaagd: in de Europese Betalingsunle staan wij momenteel credit en onze gouden deviezenreserve overtreft met ca. 1750 millioen het saldo van Januari 1951 (ca. 1625 millioen, dieptepimt eind Juli 1918 millioen).

Het is interessant te constateren dat de Engelse Regering goeddeels dezelfde weg in blijkt te slaan als wij. Voor enkele artikelen zijn wel distributiemaatregelen geno-

men of verscherpt, maar het accent ligt toch elders. Al in November is een actieve politiek van credietrestrictie ingezet: door een funding loan werd voor een half millioen pond schatkistpapier aan de banken onttrokken, waarmede de credietruimte van het bankwezen met één slag tot normale proporties is teruggebracht; de banken worden voorts door allerlei andere indirecte maatregelen, die ik hier niet zal opsommen, en door rechtstreekse voorschriften van minister Butler tot een krappe credietpolitiek gebracht; aandelenemissies van de goedkeuring van het Capital Issue Committee afhankelijk zijn tot de meest noodzakelijke beperkt; en ten slotte worden ook de subsidies op levensmiddelen.

die niet minder dan 400 millioen pond van de schatkist opslokken, wat ingekrompen, waardoor de prijzen van consumptiegoederen zullen stijgen en de om vang van de consumptie, te zamen met de omvang van de investeringen, kan gaan dalen. Het laatste is niet zeker, omdat in Engeland geen loonstop bestaat: het loonniveau is daardoor in hoge mate van de zelfdiscipline van de vakbeweging afhankelijk en in de eerste helft van 1951 was het loonniveau en daardoor de werkelijke consumptie op steeds meer plaatsen in beweging geraakt. Ten slotte kondigde minister Butler ook belastingverzwaringen aan (Excess Profit Tax). Het gebeurt allemaal op Engelse manier, d.w.z. niet programmatisch: in tegenstelling tot wat wij in Maart hier te lande deden, Is niet tevoren de omvang van de consumptie- en de investeringsbeperking aangekondigd en is ook niet gezegd welke middelen men dacht toe te passen. Na tyree maanden werken is echter het program wel langzarnerhand te overzien. Het geeft de indruk dat minister Butler, met de globale middelen die hij heeft gekozen, de koe wel goed bij de horens probeert te pakken. Het succes zal, zoals gezegd, mede afhankelijk zijn van tal van factoren die hij (net als de Nederlandse Regering) niet in zijn macht heeft.

R. BOUDEWIJNS

Je handen

Ik ken ze sinds ze onbevangen

aan mij ;> eerst en teerst verlangen vertelden op zo zoete wijze

dat ik niet ophield ze te prijzen;

en in haar groet en haar bewegen en somtijds aan mijn hart gelegen

en om mijn zij en om mijn schouder

werden ze mij al meer vertrouwder, en in mijn hand bij ’t slapen gaan ..

Hoe hebben ze me goed gedaan.

Maar ’t dierbaarst zijn ze me om ’t gewijde, het liefdevolle zachte spreiden

om ’t lijfje van het kleine kind . ..

Ze blijven mij zó welgezind,

ook nu de stille dagen grijzen, dat ik niet ophoud ze te pryzen

JOHAK 7007