is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 21, 23-02-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175.000

WERKLOZEN

Op 31 Januari 165.000 mannelijke werklozen plus 10.000 vrouwen, dat is ca 6% van de beroepsbevolking: geen wonder dat er een onbehagelijke atmosfeer is, die zich lucht verschaft in dringende vragen aan de Regering. Oosterhuis deed het in zijn rede voor de hoofdbesturenvergadering van het NVV in Amsterdam, de Raad van Vakcentralen in een brief aan de Regering, de heren Nederhorst en Stapelkamp in de Tweede Kamer.

De Regering zal stellig in de een of andere vorm antwoord geven en het is daarom goed de lezer zo mogelijk de achtergrond te doen zien waartegen het komende antwoord zal kunnen worden begrepen.

Dat antwoord zal uiteraard moeten bestaan in een program van maatregelen. De omvang nu van de werkloosheid waar die maatregelen in moeten voorzien, is niet met de genoemde 175.000 gelijk te stellen. Immers, daaronder zit een groep ongeschikten, daaronder zit verder een groep die op volkomen normale manier van betrekking wisselt en daaronder zit een zeer grote groep seizoenwerklozen die in het voorjaar vanzelf weer in het werk komt. Volgens de beste schattingen kan men al deze groepen te zamen stellen op ongeveer 135.000, zodat het probleem, waar Oosterhuis, de Raad van Vakcentralen en de heren Nederhorst en Stapelkamp de Regering voor verantwoordelijk stellen besloten ligt in de resterende 40.000 en in een eventuele toeneming van dit aantal, die helaas geenszins denkbaar is.

Dit probleem is, het zij ter voorkoming van misverstand gezegd, hoogst ernstig omdat voor het levensgeluk van de mens vertrouwen in een bestaansmogelijkheid onontbeerlijk is. Hij moet verder uitzicht

Staatsburger werden, krijgen ongetwijfeld een goede kans, omdat hun geest door een nieuwe visie werd bezield. Maar de meesten schijnen te berusten in het feit, dat hun wereld steeds kleiner wordt en hun toekomst steeds donkerder. Het is te laat voor de Protestantse Kerk in Indonesië om nog een belangrijke rol te spelen en iets ten goede te doen keren. Het zijn slechts enkelingen, die met inzet van alle krachten de dienst van zielszorg bewijzen aan deze mensen. Hun nood krijgt steeds meer een sociaal accent. De tijd zal een harder en doeltreffender leermeester blijken dan alle welwillende adviseurs die zich, om welke reden dan ook, nu ineens met het probleem bezig houden. Indonesië blijft de enige hoop voor de toekomst van de Indische Nederlanders. H. J. F.

hebben op een plaats waar men op hem rekent, waar hij nodig is. Meer dan alleen de met werkloosheid gepaard gaande inkomstenvermindering is het besef overbodig te zijn de kanker die aan ons maatschappelijk bestel vreet en de mensen in wanhoop. naar kwakzalversmiddelen doet grijpen.

Welke deugdelijke middelen tegen de kwaal komen in aanmerking?

Om dit te beoordelen moet men eerst de vraag hebben beantwoord: uit welke oorzaken komt deze werkloosheid voort? En daarbij rijst zeer in het bijzonder de vraag of zij voortkomt uit dezelfde oorzaken als de crisiswerkloosheid der jaren 1930—1940. Voor velen zal het stellen van de vraag gelijk zijn aan het geven van het antwoord: de oorzaken zijn totaal verschillend, van een conjuncturele depressie, gekenmerkt door een ineenschrompeling van de koopkrachtige vraag is thans in hoofdzaak geen sprake. O, er is wel iets van te zien, met name als we denken aan de gevolgen van de 5% consumptiebeperking voor enkele verzorgende industrieën (textiel, schoenen, confectie, tabakverwerking), maar het was al lang bekend dat deze industrieën, ten einde vol te kunnen blijven doordraaien, in veel sterker mate zouden moeten overgaan tot export. De consumptiebeperking is dus, evenals de stagnatie na de koopwoede van de zomer 1950, meer aanleiding dan oorzaak. De werkelijke oorzaak ligt veel meer in een export- dan in een koopkrachtmoeilijkheid; zij is m.a.w. meer van structurele dan van conjuncturele aard.

Dit laatste geldt ook voor de werkloosheid in de zgn. ontwikkelingsgebieden in en rondom Drente (het uitgeput raken van het hoogveen) en voor het bouwbedrijf (beperking bouwvolume midden 1951, financieringsbezwaren door krappe kapitaalmarkt, mede in verband met het voor gemeenten geldende rentegamma).

De oorzaken hangen daarom dus niet, zoals in de jaren dertig, samen met een conjunctuurschommeling en daarom kan deze werkloosheid dus ook niet worden bestreden met de middelen die het Plan van de Arbeid destijds aanprees (algemene koopkrachtinjectie). De oorzaken zijn nogal uiteenlopend, maar alle van zgn. structurele aard en zullen dus met remedies voor al die verschillende soorten van moeilijkheden afzonderlijk moeten worden ondervangen.

In de eerste plaats gaat het daarbij om vergroting van het aantal bouwvergunnin-

gen (dat is al gebeurd meen ik) en om verruiming van de financiering, zodanig dat in 1952 55.000 woningen worden gebouwd. Daar is ca ƒ 150 millioen voor nodig (ƒ 10.000 per woning). Die komen er waarschijnlijk alleen met behulp van zgn. inflatoire middelen. Dit laatste is in strijd met de (juiste) principes van minister Lieftinck. Diens bezwaar zal wel niet zozeer gaan tegen deze speciale uitgave als wel tegen de aantasting van het principe, waardoor het moeilijker wordt in andere gevallen de lijn strak te houden. Zonder de realiteit van dit bezwaar te ontkennen meen ik dat men het moet aanvaarden, omdat de werkloosheid in het bouwbedrijf (eind Januari 42.000) het strategische pimt van de situatie vormt.

Verder moet het mogelijk zijn om overaL maar speciaal in het noordoosten, de ontworpen wegen, bruggen, kanalen en industrieterreinen versneld uit te voeren.

Alles bijeen moet het op deze wijze mogelijk zijn om het aantal van 40.000 op vrij korte termijn aanzienlijk te verminderen. Laten we het doel eens stellen op 10.000.

R. BOUDEWIJNS

DE ARBEIDERSKLASSE IN DE TOEKOMST.

Weekend-conferentie te Bentveld, in de eerste plaats bestemd voor werkers in de industrie, enz., op 22 en 23 Maart 1952.

Programma:

Opening Zaterdag 17 uur.

DE HEDENDAAGSE POSITIE VAN DE ARBEI-

DERSKLASSE

door prof. dr W. Banning Zaterdag 19.30 uur.

Ochtendwijding Zondag 9.45 uur.

DE TOEKOMSTIGE PUNCTIE VAN VAKBEWE-

GING EN POLITIEKE PARTIJ

door J. J. Berger Zondag 10.15 uur.

Algemeen gesprek Zondag 15 uur.

Sluiting Zondag 18 uur.

Leider: dr A. van Biemen.

Kosten van deze cursus naar keuze van ƒ2.50 tot ƒ9 per persoon.

Aanmeldingen voor deelname zende men aan de Administratie van de A.G. der Woodbrookers, veldsweg 3, Bentveld.

Van massa

tot gemeenschap

In haar week-endserle voor intellectuelen houdt de Stichting Oud-Poelgeest op 15 en 16 Maart a.s. op kasteel Oud-Poelgeest een week-end onder de titel: „Van Massa tot gemeenschap?” Het programma voor dit week-end wil positief gericht zijn, mede het gevaar van negativisme te voorkomen.

Zaterdagmiddag: „Een schets van de situatie”.

• Zaterdagavond: „Positieve tendenzen in de maatschappij”.

Zondagmorgen: Ochtenddienst.

Zondagmiddag: „Is gemeenschap nog mogelijk?” Een oefening tot gemeenschap door een gericht gesprek van het gezelschap.

Zondagavond: „Wat kunnen wij er aan doen?” Gezamenlijk getrokken slotconclusies.

De leiding der gehele conferentie berust bij mr A. W. Kist.

De kosten bedragen voor het gehele week-end ƒ 7.50 per pers. of ƒ 13 per echtpaar.

Nadere inlichtingen en aanmeldingen gaarne zo spoedig mogelijk bij de Stichting Oud-Poelgeest te Oegstgeest.

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam