is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 23, 08-03-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemöller zelf aan het woord

(Vervolg van pagina 5)

vele mlllloenen niet voortdurend met vredesparolen bewerken en tegelijkertijd oorlogspropaganda voeren.

Vraag: Wat voor indruk hebt u van de Russische bevolking gekregen?

N.: Men kan natuurlijk in vijf dagen veel indrukken opdoen, maar geen algemeen geldige. Bovendien beheers ik de Russische taal niet en was dus veelal aangewezen op wat ik zag en wat de officiële tolk en mijn dochter, die mij als tolk vergezelde, zeiden. Ik was dus in hoofdzaak op uiteriijke indrukken aangewezen: ontmoetingen op straat, in de ondergrondse, in de kerk. Maar ik weet een en ander af van de Slavische wereld door mijn verblijf op de Balkan gedurende de eerste wereldoorlog. Grote indruk heeft opnieuw het moreel op mij gemaakt, de zedelijke habitus in het persoonlijke leven. In Moscou vindt men geen vuiligheden. Ik zag helemaal geen „Schund” in onze zin. De Rus heeft blijkbaar een veel sterker religieuze inslag, een religieus instinct, dat ons West- en Noord-Europeanen ontbreekt. En daarom is er, zoals algemeen erkend wordt, een opbloei van het godsdienstige ieven. In Moscou worden in zestig kerken diensten gehouden. Zeer zeker is een hoog procent van de bezoekers vrouwen en men ziet verhoudingsgewijs weinig jeugd. Dat is een gevolg van het feit, dat kerkelijke jeugdarbeid in onze zin niet mogelijk is.

Vraag: U hebt de indruk, dat het Russische volk uitgesproken vredelievend is?

N.: De Russische mens is naar zijn wezen een vredelievend mens.

Vraag: Wat hebt u van het Russische leven in Moscou gezien?

N.: Het stadsbeeld, verkeerswezen, auto’s enz.

Vraag: Kon u ongehinderd en zonder voortdurende bewaking met uw dochter Moscou doorkruisen?

N.: Ik heb nooit het gevoel gehad, gecontroleerd of zelfs maar bewaakt te worden. Ik ben zeer dankbaar, dat men mij voor de duur van mijn verblijf in Moscou een voortreffelijke tolk en enige vertegenwoordigers van het Patriarchaat ter beschikking had gesteld. Mijn dochter werd evenzo door een secretaresse van het kerkministerie vergezeld een oorlogsweduwe die met haar inkopen deed en haar ook verder ter beschikking stond. Wij hadden bovendien de mogeiijkheid wij maakten er graag gebruik van wensen te uiten, ons vrij in de straten van Moscou te bewegen en het alledaagse leven in de Russische hoofdstad te leren kennen. Bezoek aan autofabrieken. U zult zeker ook iets willen horen over mijn bezoek aan de Duitse contractarbeiders. Laat ik er alleen dit van zeggen, dat vooral voor deze aangelegenheid mijn begeleiders mij geholpen hebben, om deze mensen te vinden.

Vraag: U zult begrijpen. Mijnheer de Kerkpresident, dat ik u nu de vraag stel, die ons in Duitsland het meest bezighoudt: de vraag naar onze krijgsgevangenen, die zich nog in Rusland bevinden.

N.: Daar mijn reis naar Moscou een uitsluitend kerkelijk karakter droeg, was het mij alleen via de Russisch-orthodoxe Kerk mogelijk tot een gesprek met de vertegenwoordigers van het Moscouse Vredescomité te komen. Ik heb getracht dit comité duidelijk te maken, dat de oplossing van het probleem der krijgsgevangenen onmiddellijk de vraag naar het in vrede samenleven der volken raakt. En toen ik bij hen niet het begrip vond, dat ik geloofde te moeten verkrijgen, heb ik mijn begeleiders te ver-

staan gegeven, dat deze ontmoeting mij zeer teleurstelde. Daarop werd mij enkele uren later een gesprek met de plaatsvervangende minister voor buiteniandse zaken toegestaan daar men wist en respecteerde, dat ik niet met een politieke missie in Moscou was. Dit gesprek heeft mij in zoverre zeer bevredigd, dat mij verzekerd werd, dat de vraag van de krijgsgevangenen en de door mij toegelichte gezichtspunten zo spoedig mogelijk in de ministerraad besproken zullen worden.

Vraag: Vanuit welke gezichtspunten hebt u deze vraag behandeld?

N.: Ik had tussen twee mogelijkheden te kiezen. Ik had het vraagstuk van de zuiver menselijke kant kunnen aanpakken. Dat deed ik echter niet omdat ik de Russische psyche niet voidoende ken, om haar reactie op een dergelijke argumentatie te kunnen bepalen. Door mij werd dit argument op de voorgrond gesteld: hoe kan de vrede tussen de volken gediend worden en welke betekenis heeft in dit verband het vraagstuk der gevangenen? Ik heb gevraagd, of men vanuit dit gezichtspunt niet in de allereerste plaats het vraagstuk moet behandelen, zonder eerst het sluiten van een formeel vredesverdrag af te wachten. Het verheugt mij, dat ik speciaal bij de plaatsvervangende Russische minister voor buitenlandse zaken Sorin gehoor heb gevonden.

Ik beëindigde dit gesprek in de vaste overtuiging, dat het vraagstuk der gevangenen en wel met Inachtneming van de door mij in de waagschaai geworpen aspecten tot in hoogste instantie, d.w.z. tot in de ministerraad, behandeld zal worden.

Vraag: Hebt u kampen bezocht, waar Duitse krijgsgevangenen zijn? N.: Neen, helaas was daartoe geen gelegenheid. Wel heb ik de vraag gesteld, of ik als zielszorger voor de zogenaamde Duitse „oorlogsmisdadigers” in Rusland blijven kon. Deze mogelijkheid werd ontkend, daar zo iets in strijd zou zijn met de scheiding van staat en kerk in Rusland.

Het was mij echter een bijzondere vreugde, dat ik dank zij de bemiddeling van onze orthodoxe vrienden nog op het laatst in staat werd gesteld, een groep Duitse specialisten in de buurt van Moscou te bezoeken. Indien u de verrassing en de ontroering van deze sinds vijf jaar in de buurt van Moscou werkende mensen had meegemaakt, zoudt u niet meer naar de zin en het resultaat

van mijn reis naar Moscou vragen. De uren, die mijn dochter en ik In een volstrekt ongestoord gesprek in de kring van deze gezinnen mocht doorbrengen, zullen mij altijd onvergetelijk biijven. Men kan de blijdschap van deze mensen daar alleen begrijpen, wanneer men weet dat ik feitelijk de eerste Duitser was, die hen bezocht.

Vraag: Mijnheer de Kerkpresident, ik weet, u neemt de dingen niet al te zwaar en te tragisch. Maar misschien mag Ik aan het einde van ons gesprek nog even vragen, wat u van al de aanvallen zegt, die gedurende uw afwezigheid naar aanleiding van uw reis in de Westduitse pers op u gedaan zijn?

N.: Beste broeder Hess, wanneer ik de persreacties van af de dag, waarop ik in 1937 gevangen genomen werd, via mijn reis naar Amerika in 1946—1947 en mijn reis naar Austraiië in 1949 voor mij zelf de revue laat passeren, behoef ik op zulke aanvallen eigenlijk niet te antwoorden. In heel korte tijd gaan ze van zeif weer voorbij. Vraag: U bent echter ook door politici aangevaiien?

N.: Ik weet, dat ik door zogenaamde politici en ook door zogenaamde theologen aangevallen ben. Overigens zijn er ook theologen geweest, die tijdens mijn afwezigheid mijn reis naar Rusland zeer warm verdedigd hebben, zoals er Goddank toch ook op het ogenblik weer stemmen in de pers gehoord worden, die hun onafhankelijkheid daardoor bewijzen, dat zij niet napraten wat men hun in Bonn voorzegt. lEn ten siotte is toch ook dit gesprek, dat wij met elkaar voerden, een bewijs, dat het orgaan van de publieke opinievorming weer een beetje gezond begint te worden.

Ik begrijp zeer wel, dat velen naar aanleiding van dit interview aan Niemöiler vele vragen zouden willen stellen, maar het komt mij voor, dat we in alle geval goed zullen doen het door Niemöller gezegde ernstig te overwegen.

Duidelijk wordt dan, dat de aanvallen op Niemöller niet in deze reis hun oorsprong vinden, maar dat deze reis slechts de aanleiding voor deze aanvallen is geweest. Het is de gehele instelling van Niemöller tegenover de vragen van het ogenblik, die de eigenlijke reden zijn, waarom men hem zijn reis naar Rusland kwalijk neemt. Niemöller is niet bereid de politiek van Bonn te aanvaarden, omdat deze naar zijn overtuiging voor Duitsiand en de wereldvrede noodlottig is. J. J. BUSKES Jr.

Weekend voor Verpleegsters

De verpleegsters in de gemeenschap 22-23 Maart.

De Noordelijke Commissie van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers denkt dit jaar op 22—23 Maart as. een week-end voor verpleegsters, werkzaam in de wijk en in de ziekenhuizen, in het Woodbrookershuis te Kortehemmen te houden.

Zoals de meesten uwer bekend zal zijn, gebeurt dit sinds de bevrijding ieder voorjaar. Men komt dan samen om te luisteren naar een paar lezingen, welke doorgaans betrekking hebben op vooral de geestelijke kant van het werk van de verpleegster. Dit vraagt uiteraard nog al wat van de toehoorster, vooral van haar, die een hele week van ingespannen arbeid achter de rug heeft.

Vandaar, dat de Noordelijke Commissie, mee op verzoek van enkele verpleegsters, zich de indeling van bovenstaand week-end iets anders gedacht heeft om zodoende meer tijd beschikbaar te hebben voor bijv. zingen, wandelen, echt gezellig samen-

zijn. Op de Zaterdagavond en de Zondagmiddag zullen enkele vragen gesteld worden door de inleider, dokter C. Winkel, welke groepsgewijs en daarna gezamenlijk besproken zullen worden. Gedacht wordt speciaal aan het verschil in positie tussen de ziekenhuisverpleegster en de wijkverpleegster en de problemen, welke hier uit voortvloeien, vandaar dat op Zaterdagavond behandeld zal worden: ~De verpleegster in de gemeenschap van het ziekenhuis”

ea op Zondagmiddag: „De wijkverpleegster in de gemeenschap”.

Eveneens in afwijking met vorige keren wordt er na de sluiting nog een gezamenlijke broodmaaltijd gehouden, waarna vertrek. Zondagmorgen is er kerkdienst in Kortehemmen 0.1. v. ds A. Horst.

zaterdag: Programma:

Aankomst deelneemsters tussen 16 en 18 uur Opening 20 uur

Praatgroepjes 20.15 uur Zondag:

Kerkdienst olv. ds A. Horst 9.30 uur Praatgroepjes 14.15 uur Sluiting 17 uur

Broodmaaltijd 17.30 uur Leiding: mej. zr J. Wegter, mej. zr J. Bentum.

Zakelijke gegevens; Het Woodbrookershuis ligt een half uurtje wandelen van Beetsterzwaag. Beetsterzwaag is per N.T.M.-bus te bereiken van Groningen, Heerenveen, Sneek, Leeuwarden.

De deelnemersprijs bedraag naar keuze ƒ4,— of ƒ5,— per persoon, bij aankomst te voldoen. Opgaven graag vóór 15 Maart as. aan de administratie van het Woodbrookershuis te Kortehemmen, post Boombergum.