is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 24, 15-03-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is nog gesprek mogelijk. Maar er is geen twijfel meer, en daarom geen gesprek.

Men zal, ook, en bovenal, in socialistische kring, moeten weten, dat hier een ernstig punt ligt voor velen, die met het socialisme ernst hebben gemaakt tot nu toe. Velen, die het zeer beslist niet de rug zullen toekeren op andere punten maar nü voor een gewetensdilenuna komen. Door en met de redenen hierboven genoemd. Omtrent een zaak, die lot en leven van millioenen aangaat, bedreigt, vernietigen of behouden kan. Indien gezegd wordt, dat Niemöller de zaak simplificeert op Duitse wijze dan moet thans gezegd worden, dat de steun die aan het Atlantisch Pact geboden wordt, de zaak op Amerikaanse wijze simplificeert. Ze ligt anders en is anders. En er moet eindelijk weer geargumenteerd worden. Maar

dan op ander niveau dan op de tribunes van Parijs, Londen of Lissabon.

Nu zwijgen we nog over de economische kant. Daar zou ook nog iets over te zeggen zijn: toenemende werkloosheid, omdat materialen en gelden niet aanwezig zijn, dan aUeen voor de herbewapening. Denkt men met werkloosheid het communisme te bestrijden?

Ziehier wat velen thans beweegt en waarop zij van hun politieke partij, van hun krant en van de groten dezer wereld geen antwoord krijgen, omdat men het eenvoudig niet meer nodig vindt het te geven. Dan zal men zelf daarvan de consequenties moeten dragen.

Wat moeten wij doen?

N. G. J. V. SCHOUWENBURG

Teken van vernieuwing of verval?

Het verwondert mij helemaal niet, dat de opwekkingsbeweging in Wuppertal, die niet alleen van de bekering van zondaren, maar ook van de genezing van zieken gewagen kan, ook in kerkelijk Nederland sterk de aandacht trekt. Van alle gemeentesamenkomsten, die ik in mijn Amsterdamse wijk de laatste tijd hield, waren de twee, waarop over de Getuigen van Jehova en de opwekkingsbeweging in Duitsland gesproken werd, het drukst bezocht. De door heel Nederland bekend geworden bijeenkomst in Den Haag leverde een stikvolle kerk op. En ik durf voorspellen, dat, als straks de leider van de Duitse opwekkings– een aantal avonden in Nederland komt spreken, de kerken te klein zullen zijn.

Moeten wij ons daarover verheugen?

De vraag kan nog duidelijker gesteld worden: is de belangsteiling voor deze zo eigenaardige reveilbeweging een teken van vernieuwing of van verval, eep ssunptoom van geestelijke vooruitgang of van geestelijke achteruitgang?

Bij deze vraagstelling gaat het niet allereerst om onze waardering van de genezing van zieken door het geloof en op het gebed. Dat is op zich zeif een zeer belangrijk vraagstuk, wanneer wij althans rekening houden met het getuigenis van het Nieuwe Testament. Wie Zündels biographie van Biumhardt en enkele van Blumhardts geschriften, aan dit vraagstuk gewijd, gelezen heeft, zal er zich niet met enkele stichtelijke woorden van af kunnen maken. Het wonder van de genezing van zieken behoort volgens het Nieuw-Testamentisch getuigenis tot het verlossingswerk van Jezus Christus. Wij zullen ons zelf in elk geval rekenschap moeten geven van de in dit opzicht vrij grote afstand tussen het leven van de eerste christengemeente en dat van onze kerken. Wij komen er zeker niet met de bewering, dat God toentertijd deze wonderen nodig oordeelde, maar ze voor onze tijd overbodig acht. Zo maken wij van de nood een deugd en het is beter, dat we onze nood kennen en erkennen.

Anderzijds is het de vraag of onze nood werkelijk gekend wordt door hen, die er naar hunkeren, dat ook onder ons zieken genezen worden door het geloof en op het gebed en daarom met een zekere hartstocht uitzien naar de komst van de grote réveilman uit Wuppertal. Zij vergeten te veel, dat in het Nieuwe Testament de genezing van zieken een teken is en behoort tot de heilsgeschiedenis van God, de openbaring van Jezus Christus en Zijn Rijk. Op

zich zelf, los van deze heilsgeschiedenis en deze openbaring, is zij, christelijk gewaardeerd, van geen betekenis. Onze nood. is niet, dat er geen zieken genezen worden, maar dat de genezing van zieken ais een teken van de openbaring van Jezus Christus ontbreekt. En ik heb niet de indruk, dat de intense belangstelling voor wat er in Wuppertal gebeurt, geboren wordt uit een sterk verlangen naar de openbaring van Christus en de komst van Zijn Rijk. Ik beweer niet, dat er niet zijn, bij wie dat het geval is, maar het is mij nu om de belangstelling van het kerkelijk publiek in het algemeen te doen. Ik geloof niet, dat iemand kan ontkennen, dat bij dit kerkelijk publiek in het algemeen de verwachting van het Koninkrijk zeer zwak is.

Dit is de reden, waarom ik mij tot nu toe niet durf verheugen over de grote belangstelling voor de genezing van zieken, die door velen als een reveil wordt gewaardeerd, en waarom ik de vraag stel, of het misschien mogelijk is, dat wij hierin veeleer een symptoom van verval hebben te zien.

Blumhardt heeft mij nooit losgelaten. Maar ik heb er toch nogal wat bezwaren tegen, wanneer men, in verband met wat er op het ogenbUk gaande is, telkens de naam van Blumhardt hoort. In Möttlingen en Bad-801l werden er zieken genezen. In de Duitse opwekkingsbeweging en in Den Haag werden ook zieken genezen. Toch wel een reden, om op Blumhardt terug te grijpen. Wie echter op Blumhardt teruggrijpt, zal ook zeer grote verschillen constateren.

De eerste genezing van een zieke In het leven van Blumhardt kwam maar niet zo uit de lucht vallen. Zij was het resultaat van een zeer zware geestelijke strijd, waarin de duivel, Christus en de bijbel een beslissende rol speelden, een strijd om het Godsrijk. Blumhardt was verontwaardigd, wanneer de mensen z.i. ziekelijke belangstelling voor het genezingswonder hadden. Het was hem om het Koninkrijk Gods te doen.

In de tweede plaats: de genezing van Gottliebin Dittus was voor Blumhardt slechts de eerste stap op een weg, die hij met veel strijd tot het einde van zijn leven gegaan is en ook toen was het einde nog niet bereikt. Het was zijn zoon Christoph, die zijn werk voortzette en uit dat werk consequenties trok, die voor vader Blumhardt nog verborgen waren gebleven.

Het is alweer merkwaardig, dat de belangstelling van tegenwoordig zich uitslui-

tend op vader Blumhardt richt met een onbewuste, maar in vele gevallen ook zeer opzettelijke verwaarlozing van zijn zoon Christoph, terwiji de belangstelling voor vader Blumhardt zich uitsluitend concentreert op de genezing van zieken, terwijl deze bij hem alleen betekenis heeft in het geheel van zijn werk.

De genezing van Gottliebin Dittus was voor hem een doorbraak van de krachten van het komende Koninkrijk, daarom een teken en een profetie van wat Christus voor ons en de wereld -wU zijn. Het heeft hem veel gekost, zich lo*te worstelen uit het piëtisme. De gang van zijn leven betekent een steeds voortgaande verwereldlijking van de Godsrijkverwachting in de bijbelse zin van het woord. In dit licht moet men ook zijn keuze voor het socialisme zien.

De reveilbeweging van nu beweegt zich in een volstrekt tegenovergestelde richting. Niet onbegrijpelijk.

Ons christendom en kerkendom lijden aan een verwereldlijking, die met de verwereldlijking in de bijbelse zin niets heeft te maken. Het is een onbijbelse en ongelovige verwereldlijking. Er komt steeds meer water in de wijn, zodat het verschil tussen wereld en kerk even gering dreigt te worden als het verschil tussen water met wijn en wijn met water. Daarom is het officiële christendom van onze tijd zo weinig boeiend en zo heel erg vervelend. Er gebeurt niets. De boodschap, die wij brengen, wordt steeds ongeloofwaardiger. Velen blijven onbevredigd en hebben het gevoel, dat het christendom een vroom spel is, dat wij op meer of minder stijlvolle wijze spelen, maar een spel, geen ernst, in wezen een afschuwelijke zelfmisleiding die tot niets verplicht. En nu gaan ze naar iets anders zoeken. Er zijn er, die het zoeken in sensationele samenkomsten en toespraken. Er zijn er die het zoeken in een opbouw van de kerk als een van de wereld afgesloten heiligdom met een tot het uiterste verzorgde liturgie. En zo zijn er ook, die hun verwachting op alle mogelijke opwekkingsbewegingen bouwen.

Men begrijpe mij goed. Ik veroordeel de opwekkingsbeweging in Wuppertal niet. Ik volg haar met grote belangstelling.

Mijn vrees komt ook niet voort uit het verlangen om alles in kerkelijke banen te houden. Ik wilde wel, dat een echt bijbels en gelovig reveil de harten aangreep.

Mijn vrees is, dat de momentele belangstelling niet uit een positief en rijk geloofsleven, maar uit een negatief en arm onbevredigd zijn verklaard moet worden.

Mijn vrees is bovendien, dat door de concentratie op het buitengewone de genezing van zieken de aandacht nog meer zal worden afgeleid van wat ik het gewone zou wilien noemen: de eigenlijke taak, die de kerk in de wereld van heden heeft. Ik heb er niets tegen, ik zal er God voor danken, indien er onder ons zieken genezen worden, maar ik stel de vraag, of wij kerk en wereld beide in onze tijd niet zeer dringend behoefte hebben aan andere tekenen, tekenen, die de mensen van 1952 op het hart binden, wat het Koninkrijk Gods is en wat leven in de verwachting van dit Koninkrijk in de wereld van 1952 inhoudt.

Heerlijk, als er in onze tijd zieken genezen worden door het geloof en op het gebed. Maar ik wil nog altijd geloven, dat de genezende en verlossende kracht van Christus zich in onze tijd daar het allereerst en het allermeest openbaren wil en openbaren moet, waar onze wereld en onze kerk ziek zijn, in vele gevallen ziek ten dode toe. j. j. BUSKES Jr