is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 28, 12-04-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CIMj Psalm 24

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 50STE JAARGANG VAN ~DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 12 April 1952 Nr2B

Redactie:

dsj. J. Buskesjr

ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat 48®

Amsterdam-Zuid

Telefoon 24386 p/a dr J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van

prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen

dr M. V. d. Voet

ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

Abonnement per jaarf 5, ; halfjaar f 2,75; kwartaal f 1,50 plus f 0,15 incasso. Losse nrsfo,ls; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

GEDACHTEN OP PASEN

Wanneer Jezus’ volgelingen op Pasen feestvieren en blij zijn, kan het moeilijk voortkomen uit de wetenschap, dat zij iets bijzonders gedaan hebben; wat hun eigen rol in het drama van Goede Vrijdag betrof, is er niets aan het feit te veranderen, dat ze dom, lafhartig, ongelovig en in velerlei opzicht bijzonder onbehulpzaam zijn geweest. Maar zij laten zich op het feest niet door een ziekelijke, egoïstische spijt tegenhouden om hun vreugde jubelend te uiten. Jezus is verrezen en aangezien hun lafheid dit niet heeft kunnen verhinderen, denken zij er maar niet meer aan.

Daarmee is ook voor ons de opgave van het Paasfeest aangeduid. Ik denk vaak,' dat juist daarom veel mensen niet meer kunnen geloven in Jezus’ verrijzenis, niet omdat dit wonder op zich zelf hun zo ongeloofwaardig voorkomt, maar omdat er voor en vooral na Jezus’ verrijzenis niets verandert op deze trieste wereld. Tevoren deden de mensen slecht en deinsden er niet voor terug een kruis op te richten en er was niemand, die hun dit belette. Na Jezus’verrijzenis gaat de wereld haar ongestoorde gang: nog altijd kwelt Kaïn zijn broeder Abel tot in de dood. Als er een goede God was, dan zou Hij dit toch wel beletten! Als Jezus verrezen was, dan zou de wereld er toch anders uitzien!

Het is vergeefs te zoeken naar zichtbare sporen van ’s Heren verrijzenis. Een leeg graf kan van alles betekenen en wat het getuigenis van Maria Magdalena en van de Apostelen betreft, je kunt het geloven of t

niet. Feit is nu eenmaal dat zij partijdige en verre van belangeloze getuigen zijn. Het heeft er dan ook de schijn van, dat het geloof en de blijdschap om Pasen een geestelijke acrobatiek is, die slechts zin heeft voor een onaards hiernamaals. Zou Pasen niets anders zijn dan een anticiperen op de hemelse gelukzaligheid der gelovigen en blijft op deze wereld het kruis opgericht als symbool der aardse radeloosheid?

Toen de vrouwen bij het lege graf stonden, aanschouwden ze eensklaps „twee mannen in een blinkend gewaad”. „En toen zij zeer verschrikt werden en haar aangezicht ter aarde neigden, zeiden dezen tot haar: „Wat zoekt gij den levende bij de doden? Hier is hij niet; Hij is verrezen” (Luc. 24:5). Dit is de grote, niet de enige boodschap van het Paasfeest: deze aarde een leeg graf; Jezus is verrezen!

Maar er is nog een andere boodschap op Pasen en in onze omgang met hen, die niet kunnen geloven, is deze wellicht de belangrijkste. Immers met de leerlingen van Emmaus is Jezus onderweg en wanneer de Apostelen bij elkaar zijn en twisten over de betekenis van het lege graf „stond Hijzelf in hun midden, en zeide hun: Vrede zij u.” (Luc. 24 : 36, Joh. 20 : 19).

Het is vroeger misschien anders geweest, maar wanneer wij, moderne mensen, op onze wijze de menselijke nood vertolken, dan is het in deze wonderlijke tegenspraak van een bijna moedeloze hoop op een betere samenleving en een bijna volstrekte wanhoop om onze eenzaamheid. Het debat van

vandaag cirkelt om de grote thema’s van het marxisme en van het existentialisme.

Ik weet wel, dat er velen zijn, die niet in deze tegenstelling geloven; er zijn er, die zozeer bezeten zajn van maatschappelijke zorgen, dat hun het leed om de menselijke eenzaamheid een nutteloze luxe lijkt en ijdel tijdverdrijf; er zijn. er ook, die wars van alle gemeenschapszin en overtuigd van de zinloosheid van alle maatschappelijke hervorming in niet aflatende bepeinzing hun alleen-zijn lijdend overwegen.

Ons schijnt het dat een mens niet waarlijk leeft, die niet weet van beide zorgen. De klacht over de maatschappelijke ongerechtigheid is even echt menselijk als het besef dat de onvervreemdbare situatie van het ik absurd is, en eenzaam is.

Het is in het aanschijn van deze tegenstrijdige nood dat het Paasmysterie zijn waarlijk feestelijke glans ontplooit. Tot de mens die alleen is, luidt de boodschap van Jezus' aanwezigheid in ons midden in de verrukkelijke woorden: Vrede zij u. In het lege graf van deze woeste aarde is Hij niet te vinden, maar ingaande in de binnenkamers van ons hart mogen wij Hem ontmoeten op het ogenblik, dat Hem schikt en heel het gelukkig makend geheim der christelijke vroomheid, het geheim van allen, die mochten leren, wat bidden is, ligt hier.

Maar evenzeer is het Paasmysterie bron van stille vreugde voor de mens, die lijdt aan de nood der wereld. Hij weet dat Jezus’ koninkrijk een definitieve aanvang heeft genomen. Hij is niet zo naïef meer te menen, dat hij hier door economische en sociale schikkingen dit koninkrijk zichtbaar en toonbaar zal kunnen verwezenlijken. Deze wereld is de wereld van het lege graf. Maar hij weet ook, dat een aanvang van dit Koninkrijk tot zijn aardse opdracht hoort en hij zal streven naar een maatschappij, waarin een schemering der goddelijke Gerechtigheid openbaar wordt, niet ter afleiding van zijn eenzaamheid, maar ter vervulling van zijn zeer menselijke zorg voor de andere. En bij deze zorg klinkt hem het Paaswoord des Heren bemoedigend in de oren: „Zie, ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld” (Matth. 28:20). J. G. B.