is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 30, 26-04-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In plaats van vrees

Te midden van de verrassingen, die de Sowjet-diplomatie ons bereidt, is thans Bevans boek „In Place of Fear” verschenen, een werk al even verrassend door zijn frisheid en originaliteit als door de onbehaaglijke teleurstelling, welke Bevans vele tegenstanders bij het lezen van een zo redelijk betoog moeten gevoelen. Zeker, Bevan toont zich in zijn boek hier en daar nog de ietwat onbehouwen volkstribuun, die hij in parlement en openbare vergadering zo gaarne is. Maar nu een volkstribuun, die zijn lijnrecht tegen de gangbare opvattingen ingaande beweringen met uitvoerige argumentatie staaft, en die daarmee een bewuste verknochtheid verraadt aan de democratische beginselen, welke voor hem in velerlei opzicht onbereikbaar zijn, zolang de maatschappijstructuur hun volvoering voor individu én collectiviteit in de weg staat.

Hij is afkerig van nutteloos salonsocialisme, maar ook van een socialisme, dat ter wille van de leer elke nuttige matiging op ondergeschikte punten uit het oog verliest. Zie hier de kern van het verschijnsel „Bevan”, dat gelukkig niet op zich zelf staat, want wij vinden een zelfde verjongd en actief socialisme ook in andere landen. Nors en onbehouwen bij een aantal Duitse sociaal-democraten; academischer en dientengevolge wellicht minder sprekend tot het „gevoel van de massa” in Nederland met zijn „De weg naar vrijheid”. Er zijn alom blijken van een socialistisch réveil, een verschijnsel dat niet eens algemeen behoeft te zijn (ook niet kan zijn) om in de komende periode van grote invloed te worden op de maatschappelijke ontwikkeling. Het socialisme van vlak voor en na de oorlog is dus toch niet zozeer in alledaagse beslommeringen opgegaan, dat er voor een frisse, nieuwe koersuitzetting en beginselbepaling geen ruimte meer zou zijn. Als er verstarring dreigde, dan is deze thans principieel overwonnen.

Streven naar welvaart

Het voor de practijk belangrijkste onderdeel van zijn boek is dat over de internationale politiek, want niemand zal nog ontkennen dat hetgeen wij in de wereld van vandaag kunnen presteren als socialisten en als democraten, in beslissende mate van de wereldpolitieke ontwikkeling afhankelijk is. Bevan stelt als vurig socialist, dat het socialisme, in zijn streven naar rechtvaardigheid in de wereld en onder de mensen en in zijn bewuste gerichtheid op de verheffing van het economische levenspeil van allen, het enige antwoord van blijvende betekenis is op de uitdaging van het communisme én op de rampzalige onvolkomenheden van het nog sterk geldende kapitalisme. Tast, zo zegt hij zijn landgenoten, het welvaartspeil niet aan ten behoeve van de bewapening, want het gaat ons in de eerste plaats om dat welvaartspeil. Daardoor staan wij sterk tegenover het communisme. Zorgt er voor, is zijn boodschap voor de Westerse volken, dat de minder en onontwikkelde landen met voortvaren naar sociale en economische verheffing worden geleid; voor volken die honger lijden en gebrek, is principiële democratie te nietszeggend.

Deze stelling is in wezen volstrekt gezond. Uiteraard! Maar het is van de allergrootste betekenis, dat zij thans met zoveel nadruk naar voren wordt gebracht. De socialisten hebben in de afgelopen jaren dit uiteindelijke doel te veel uit het oog verloren. In deze positieve arbeid ligt de opdracht waarvoor wij gesteld zijn. Hier ligt een ideaal, dat, gezien de economische middelen der wereld, bereikbaar schijnt; een zinvol ideaal, dat rechtstreeks leidt naar een gelukkiger samenleving, naar een waardig menszijn.

In de ban van de vrees In de eerste jaren na de oorlog konden

wij overal in socialistische kring horen; wij blijven ons zelf, wij laten ons niet automatisch in de een of andere hoek drukken. Wij zullen kiezen, op grond van onze beginselen. Het is onwaarachtig om er aan te twijfelen, dat de socialistische leiders niet steeds weer hebben gekozen, bij elke gebeurtenis, voor elke maatregel, die sinsdien ons bestaan heeft verzuurd.

Het is goed om het een en ander uit de herinnering op te diepen, omdat daaruit de enige verklaring kan worden gegeven voor de situatie waarin wij nochtans de wereld van thans hebben helpen geraken.

Slechts een ogenblik scheen er vrede te zullen komen tussen de volken. Het communisme was overal aanwezig, overal actief, zelfs in menig Westers land zeer sterk. Vooral de socialisten zagen het gevaar hiervan in. Al spoedig bleek elke samenwerking met communisten óp een teleurstelling uit te lopen. De dramatische gebeurtenissen in Oost-Europa openden de ogen voor hetgeen de Sowjet-Unie bezielde. De machtsovername in Tsjechoslowakije deed de deur dicht. Met zeer veel moeite gelukte het, Italië en Frankrijk voor een catastrophe te bewaren. De strijd in Griekenland werd beslecht ten gunste van het Westen, waarschijnlijk minder ten gunste van de democratie. De infiltraties in Perzië werden tegengegaan. Enzovoorts.

Zelfs toen leefde er nog een sterke geneigdheid om met de Sowjet-Unie te praten. De tragische verslagen van de talloze UNO-vergaderingen, van de nutteloze conferenties der Grote Vier geven duizenden bladzijden bewijs daarvan.

Wanneer is het keerpunt gekomen? Toen China „om ging”? Na Berlijn? Na Korea? Het is moeilijk te zeggen, wanneer de bereidheid om te praten en te regelen is verkeerd in een uitgesproken vijandigheid. Thans in elk geval is het doel, de Sowjet-Unie en haar satellieten zo spoedig mogelijk militair in de macht te krijgen, om dan de noodzakelijke regelingen af te dwingen. De psychologische achtergronden van deze ontwikkeling zijn een studie op zich zelf waard. Het Amerika, dat in 1945 met grote spoed is gaan ontwapenen, stuwt thans met nog groter spoed naar een maximale bewapening. Hoezeer de socialisten ook op het ogenblik nog beweren: „Wij zullen zelf onze keuze bepalen, toch dwingen de gebeurtenissen tot de onontkoombare conclusie, dat ook zij ten slotte zijn meegesleept in de stroom der ontwikkeling. Ook Attlee, ook Drees, ook u en ik.

Het is goed, dat wij ons dit duidelijk realiseren, vooral omdat zich tevens de onaangename conclusie opdringt, dat de Sowjetleiders tegen deze ontwikkeling weinig bezwaar hebben gehad.

Als wij nu de wereld rondzien, kunnen wij zonder moeite vijf, tien landen aanwijzen waar communistische agitatie een goede kans maakt. Juist omdat de sociale en economische achterstand er zo ontstellend is, juist omdat het Westen daaraan niets heeft gedaan. Elke dag wordt de afstand tussen het Westen en de achtergestelde volken groter. Hier ligt de tragiek van het Westen, waarover de Sowjetleiders in hun vuistje lachen. Want elke dag, die ons groter nadeel brengt, geeft hun een nieuwe kans, bij die volken... en bij ons zelf, want elk nieuw milliard aan bewapening uitgegeven ontwricht onze economie ernstiger, brengt ons eigen levenspeil in groter gevaar.

De ontwikkeling gaat verder, haast onontkoombaar. De druk der bewapening wordt met de dag zwaarder. De psychische gesteldheid wordt na elke nieuwe gebeurtenis nog ongeschikter om tot een objec-

C Vervolg van pagina 5)

en het geleidelijk wegdrijven van de melodie in een ander land en een andere tijd, die hoewel voorbij zeer soms nog suggereren laat.

Bij het eind van het programma staat ietwat beduusd door het vele geklap, het jonge stel op. Ze gaan weg. Niet begrepen zeker.

Er zijn drie toegiften, en één van de critici klautert na afloop op het toneel om ons de hand te drukken. Jammer, we moeten direct weg en zullen hier over drie weken weer zijn; maar hij zal zorgen dat er ten minste dan ook toehoorders komen.

Het is weer 8 uur zoveel. Alle stations van de wereld zijn hetzelfde. Alle Pleyels zijn slecht volgens Pierre —■ en alle zalen hol als je er voor het eerst in st'aat; je moet de omvang van je stem regelen naar de ruimte er van. Je moet de omvang van je stem afstemmen op de ruimte van de zaal.

De zangeres is nog moe van gisteren. Alsof ze machteloos geschreeuwd heeft in een echoloze ruimte. De twee spotlights gloeien nog na op zij van haar ogen. Misschien zullen ze in Kopenhagen succes hebben zonder te bereiken wat ze op een regen-

achtige avond in Den Haag bereikten. Maar dat is nu eenmaal het avontuur van een tournée, één van de avonturen er van.

Een fietsenstalling in het halfduister. Een vervelende morgen, iedereen heeft niets dan ergernissen in het vooruitzicht. De gezichten staan strak, de mensen hebben haast, en de slagersjongens vergeten te zingen.

Meisje staat bij de uitgang en ze staart gedachteloos naar boven, langs de blinde muur, en het venster bovenin, dat een mistroostige hemel weerkaatst. Ze kamt ’r haar. Hij komt er aan. Hallo! zegt hij, zo vrolijk mogelijk. Zij antwoordt niet. Dat haè,r is erg belangrijk. Ze staart nog steeds, en ineenö dringt het tot haar door: daar hebbie Henk, donker vandaag in die stalling, 23 stencils tikken voor Pieterse, en het kantoor ziet er uit als een gevangenis.

O! zegt ze. O!, de sleur, de verveling en de machteloosheid om iets anders te doen dan je te ergeren aan deze rhapsodie van dagelijkse pietluttigheden.

Henk zegt niets. Hij loopt achter haar aan, in het nauwe gangetje en dat zal hij zijn hele leven wel blijven doen. C. MILOT