is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 31, 03-05-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRUMANS CANDIDAAT

„Hij schijnt zijn verstand verloren te hebben”, aldus kwalificeerde senator Taft de jongste maatregelen van president Truman ten aanzien van de staalindustrie. Zoals men weet, lopen er reeds maandenlang onderhandelingen tussen de arbeiders en de ondernemers over een loonsverhoging. De directies der maatschappijen willen alleen hieraan toegeven, als tegelijkertijd een aanzienlijke prijsverhoging voor het staal wordt toegestaan. Zij hebben hun eisen onredelijk hoog gesteld, want als het staal op het door hen gevraagde prijsniveau komt, wordt alles weer duurder. Staal is nu eenmaal een basisproduct, dat over de gehele linie de toon aangeeft.

Taft staat niet alleen. Zelfs betrekkelijk gematigde dagbladen zijn in het geheel niet te spreken over de forse maatregelen die Truman genomen heeft om de staalfabrikanten tot rede te brengen. Het is een unicum in de geschiedenis der Verenigde Staten, en stellig grondwettelijk een dubieuze kwestie, dat de president in volkomen vredestijd de belangrijkste industrie van het land tijdelijk onder zijn beheer neemt. Voor ons, West-Europeanen, is het denkbeeld ervan niet zo volkomen zonderling, aangezien wij meer en meer aan het algemeen belang de voorrang willen geven boven het particuliere. Het Amerika van de theoretisch althans nog hooggeprezen „free enterprise” ziet in een dergelijk gebaar echter zonder meer een aantasting van de Grondwet.

De poging om president Truman voor de rechter te brengen, is overdreven, maar appelleert daar nog juist voldoende aan het verontruste gevoel van veel Amerikanen om niet als boemerang tegen degenjen die zulks hebben ondernomen, te werken. Er is geen sprake van, dat bedoelde lieden de benodigde twee derde meerderheid in Senaat en Huis van Afgevaardigden zouden kunnen behalen om hun voorstel de nodige kracht bij te zetten, maar wel, dat zij er voor de komende presidentsverkiezingen wat voordeel van kunnen hebben bij de middenklassen. En uiteindelijk gaat het hun daarom.

Hetzelfde geldt overigens voor Truman. Meen niet, dat hij bij het nemen van deze spectaculaire maatregel niet gedacht heeft aan de populariteit die hij er door bij de arbeiders kan winnen. Wat de arbeiders zullen stemmen bij de komende presidentsverkiezingen is hoogst belangrijk. De laatste jaren hebben de Democraten steeds de steun der grote vakbonden gehad. Het is nuttig om bij het scheiden van de markt nog eens een sjnmpathiek gebaar in hun richting te maken.

De rol die Taft in deze kwestie speelt, zal zijn kansen tegenover generaal Eisenhower, de andere serieuze republikeinse candidaat, niet vergroten. Ofschoon de partij kennelijk nog veel voor Taft gevoelt, dreigt het grote publiek zich meer en meer van hem af te wenden. De zwijgzame generaal, die eigenlijk niets doet en zelfs nog enige tijd in West-Europa blijft om afscheidsbezoeken af te leggen, haalt Tafts voorsprong week na week verder in.

Zijn het de vakbondsleden, die voor de Democraten van betekenis worden, hetzelfde geldt voor de millioenen slachtoffers der crisisjaren van 1929 en later. Een groot deel van hen leeft thans in de steden, heeft weer een bestaan opgebouwd en is de New Deal der Roosevelt-democraten niet vergeten. Zij vormen het jonge element in de gelederen der democratische stemmers, en zij kunnen wel eens de doorslag gevjen. Zij zijn een labiele groep, waar politiek vooroordeel sterk leeft. Het is waarschijnlijk een groep, waarop senator Kefauver, een der democratische candidaten, door zijnï)opulariteit en zijn handigheid als „vote-getter” (stemmenwinner) wel zou kunnen rekenen. De candidatuur van Kefauver wordt er dus belangrijk door voor de democraten.

Truman zelf heeft zich niet achter Kefauver gesteld, maar heeft de in regeringsen internationale zaken zeer ervaren Averell Harriman daartoe uitverkoren. Harriman spreekt niet zo tot de verbeelding van het publiek. Hij heeft vooral naam gemaakt door zijn werk voor de Marshall-hulp. Voorts is hij twee jaar minister van Handel geweest en ambassadeur in Londen en Moskou. Ongetwijfeld een qua capaciteit en ervaring bekwaam leider voor zijn land, maar als candidaat voor het presidentschap iemand met handicaps. Er is nog helemaal niet bekend of hij stemmen kan winnen, of hij dus met succes een campagne kan ondernemen en ten tweede is er zijn betrokken zijn bij de vele milliarden aan buitenlandse hulp in de afgelopen jaren besteed. Bij de conservatieve democratische kiezers zal dat van invloed zijn. Ten slotte is er nog zijn afkomst, waaraan hij weinig doen kan, maar die bij het eerder genoemde New Deal-publiek wantrouwen kan veroorzaken: hij is nl. de zoon van een spoorwegmillionnair.

Het is echter helemaal niet zeker, of hij het niet tot een definitieve candidatuur brengen kan. De steun van Truman is belangrijk. Als candidaat tegenover Taft is zijn kans stellig hoopvol, maar hoe zal het gaan als hij tegenover Eisenhower komt te staan?. H. VAN VEEN

KINDERPRAAT

Ziezo, voorlopig zal ik rustig mijn gang kunnen gaan in de keuken. De drie zijn begonnen met hun liefste bezigheid, waarbij ze niet aan ruziën dénken: verven.

Ze hebben de grote huiskamertafel met kranten bedekt. Ze hebben de verf, de kwasten, een jampot voor water, een mengbord en een oude doek uit de kast gehaald. Zojuist hebben ze ieder een groot vel wit papier gekregen. Opgetogen zijn ze, omdat het zo groot is dit keer. ’t Was het laatste stuk van de rol kastpapier. Ik ben blij, dat de kasten schoon zijn, laten zij nu maar eens blij zijn met het „reuze-stuk”. De heren beginnen. Mij kunnen ze missen. Maar ik laat de deuren open. Hun gezang en gepraat laat ik me niet ontgaan!

Als alle andere keren hoor ik eerst geneurie. Het gaat blijkbaar naar hun zin. Eerst hebben ze ieder een eigen wijs, dan opeens samen één. Het geliefde: „Ozewiezewoze wieze walla kristalla kristoze wieze woze wiezewies wies wies wies” zingen ze al maar achter elkaar, zelfs de kleine Joost, al roept hij er wel dikwijls tussendoor, dat hij „wdter schildert”!

Opeens een andere melodie, die ik herken van de draaiorgels op straat. En dan begint een gesprek tussen de twee scholieren: „Zingen jullie in de klas ook van de speeltuin?” Ja, en Anneke heeft er een boekje van met plaatjes, zo’n leuk boekje.”

„Je kunt er ook kaarten van krijgen. Ze hangen voor het raam van de boekwinkel. Wij hebben vanmorgen alle coupletten gezongen. De juffrouw schijnt het een reuze leuk liedje te vinden. Nou, ik niet hoor. Dat vinden ze een feest, als je misselijk wordt! Natuurlijk vind ik het wel leuk als we het met z’n allen zingen in de klas, maar de wóórden zijn niet goed. De hele dag is een feest, staat er, en Piet valt z’n tanden door z’n lip? Een mooi feest! En dan zingen ze zo iets van Pa is niet lui en Ma heeft geen boze bui. Dat vind ik ook zo raar. En dan is het de hele dag feest, maar ’s avonds is de vader boos, omdat ze er uitzien als een beest. Wat een onzin!!”

„En toch vind ik het een leuk liedje”, hoor ik dan de kleuterscholier zeggen. „Juffie heeft ons alle plaatjes laten zien uit het boek van Anneke.” Hij gaat weer zingen: „En Piet valt van de wip, valt z’n tanden door z’n lip.” Maar de grote broer onderbreekt hem: „Dat is ook niet goed: v&lt van de wip, valt z’n tanden door z’n lip.”

En dan opeens begint de kleine broer zeker om zich ook eens te laten horen met een liedje dat hij wél mee kan zingen: „Halleluja de blijde toon” en de andere twee vallen onmiddellijk in: „Wordt nu gezongen zoet en schoon, halleluja, halleluja, halleluja, halleluja!”

In optocht op het halleluja-lied komen ze naar de keuken om hun schilderijen te laten bewonderen. Nu moeten we een plaats zoeken, waar ze kunnen drogen. In de studeerkamer maar, daar kan vader de kunstwerken ook meteen zien als hij vanavond laat thuiskomt!

Daarna gaan we handen wassen en kwasten uitspoelen. De rust is voorbij!

R. B—V. R.

Laat ik nu vandaag op een kaart voor het raam van de "boekwinkel zien, dat Pietje van de wip vliegt in plaats van valt. Dié opmerking van de jeugdige criticus is dus onrechtvaardig!