is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 31, 03-05-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brief

Nog voor het slapen gaan schrijf ik je deze brief

terwijl de maan zich vrijmaakt uit de wolken en op dit nachtelijk uur van dichter en van dief

wil ik op blank papier mijn nieuws vertolken. Wat ik te zeggen heb, je weet, is nimmer actueel

nog steeds ben ik geen man van ’t middenvlak doch hoor bij d’ enkelen die op aarde zijn te veel

en nimmer vinden een bevredigend onderdak.

Ook deze dag is weer voorbijgegaan in vale sleur met haast versteende plicht.

K. Schinkel (1781—1841) potloodtekening

Alleen een kind heeft ’s middags aan mijn hand gestaan

en hief nagr mij haar argeloos lief gezicht. Dat heeft vanavond wel niet in de krant gestaan

maar mij het verdergaan zo wonderlijk verlicht.

G. KOLKMAN

’T HELPT TOCH ALLEMAAL NIETS...

We kregen het in de trein over de verkiezingen. M’n medereiziger haalde z’n schouders op en zei: „Ik maak me er niet druk over. ’t Helpt toch allemaal niets”

Met een vrij jonge kerel, die bij me aan de deur kwam en aarzelend vanwege de vele mislukte pogingen elders aangewend probeerde mij wat veters te verkopen, en de weinig hoopvolle perspectieven van de arbeidsmarkt. Mistroostig schudde hij het hoofd en zei: „Och, meneer, ’t Gaat weer dezelfde kant uit als voor de oorlog, ’t Helpt toch allemaal niets”

Een paar dagen geleden zat ik bij een predikant. De man was moe, overwerkt. We praatten wat over de situatie in zijn gemeente en over zijn werk. Met een moe gebaar schoof hij op een gegeven ogenblik een paar boeken op zij en en zei moedeloos: „Soms denk ik: waarom blijf je en waarom blijf je je uitsloven? En dan denk ik er bij: ’t Helpt toch allemaal niets”

En een dag later kreeg ik een brief van een jonge vrouw, die bitter bezeerd en teleurgesteld Was in haar leven en die schreef: „Ik geloof dat ik,, als ik meer moed had, een einde maakte aan mijn leven, ’t Helpt toch allemaal niets”

In al deze gevallen was de mens-inverwarring aan het woord; de mens, die het niet meer weet en niet meer ziet. De mens, die zich overrompeld en overspeeld voelt door de feiten, de machten, het ijzeren geweld en de loden zwaarte van de omstandigheden.

De mens, die doodmoe en uitgeput het verzet opgeeft, niet meer tegen de stroom op kan en niet meer met de stroom mee kan.

Zeer veel mensen in deze tijd zijn zulke mensen-in-verwarring.

Vergis u niet! Het zijn lang niet alleen de onverschilligen, de mensen-zonderverantwoordelijkheidsbesef, die vandaag aan de dag het uitspreken, dat „het toch alles niets helpt”.

Het zijn in veel gevallen de teleurgestelden en in-verwarring-gebrachten.

Zij zoeken een perspectief, een bevrijdende mogelijkheid, die het handelen zinvol en waardevol maakt en vinden die niet.

M’n medereiziger in de trein ziet op het terrein der binnenlandse politiek alleen het verzanden der vernieuwingspogingen uit de periode direct na de oorlog; de blijkbaar granieten massiviteit der politieke verhoudingen, waarbij het enkel nog maar gaat om splinterige verschuivingen; de onmacht tot grotere visie; de trage doorwerking en stiUe tegenwerking van wat iets goeds zou kunnen worden, zoals de P. 8.0

Op internationaal politiek terrein ziet hij de onmacht der Verenigde Naties; de dogmatische verstelling der verhouding tussen Oost en West, waarbij ieder (zij het ook onbeduidend, naïef en idealistisch) pogen om ergens een kleine opening te maken, die de verstelling zou doorbreken, meteen hysterisch en neurotisch-agressief voor „verraad”, „meeloperij” enz. wordt uitgemaakt; de toenemende mate, waarin de