is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 31, 03-05-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

publieke voorlichttog zich voegt in een zwart-wit-schema; de onwil en onmacht om tot een Europese eenheid te komen; de zielige Benelux-vertoning

En in een stemming van machteloosheid en moeheid gaat hij de komende verkiezingen tegemoet. Zonder enthousiasme en zelfs zonder veel interesse.

En de koopman-aan-de-deur ziet de steeds regelmatiger en frequenter berichten over ontslag van personeel, inkrimping der productie, vergroting der afzetmoeilijkheden. En hij ziet, hoe de werkloosheidscijfers stijgen en men elkaar op de arbeids– weer staat te verdringen. En hij ziet niet, hoe in de huidige situatie een politieke partij of een regering dit proces afdoende kan tegenhouden. En van een internationale planning en ordening zijn we nog zo ver verwijderd

De dominee tornt op tegen zoveel traagheid, onbegrip, lauwheid, gebrek aan medewerking, tegen zoveel nood, zoveel problemen. En er verandert zo weinig...

Voor het kleine, individuele leven van de jonge vrouw zijn de dingen te hard, de wonden te diep, de krachten en de moed te klein om dat leven aan te kunnen...

Wat hebben wij deze mensen te bieden? Wat hebben wij hun te zeggen?

Om te beginnen: stellig geen manifesten, redevoeringen en preken. Daarmee laten we deze mensen in de kou staan. Het eerste wat nodig is, is een stuk nederige soUdariteit. De bereidheid om naar deze verwarring te luisteren en die te begrijpen. Politici zijn gewend te praten, veel te praten. Behalve policiti lijden ook veel dominees aan die ziekte en andere mensen! Voor de mens-in-verwarring praten ze allen veel te veel. Die heeft allereerst de medemens nodig, die Tcan luisteren en vnl luisteren. Daarom mislukken ook zoveel politieke redevoeringen en preken.

Daarna in de tweede plaats zullen we de mens-in-verwarring mogen en moeten confronteren met het feit, dat de mens noch individueel noch collectief kan ontvluchten aan de opgave, die het leven is (tenzij dan in de oplossing, die geen oplossing, doch enkel een tragische nederlaag is: de zelfmoord). Wij kunnen niet om het leven heenlopen.

In de derde plaats: dat „het helpt toch allemaal niets” een onware overtuiging is. Ook in de politiek.

Wie een honderd jaar politieke en sociale strijd eerlijk wil .bezien, zal ontdekken, dat offers en strijd in heel veel gevallen wel geholpen hebben. Daarbij behoeven we geen moment de moeilijkheden en weerstanden van nu te verkleinen. We behoeven ook geen holle hoera-roepen te uiten ten aanzien van de toekomst. Integendeel. Wij kunnen in onze binnenlandse politiek falen, wij kunnen als Europa falen, de Verenigde Naties kunnen een even jammerlijke mislukking worden als de Volkenbond is geweest, niemand garandeert ons, dat wijsheid en inzicht en sociaal verantwoordelijkheidsgevoel zo zullen triomferen, dat wij een nieuwe crisisperiode zullen weten te voorkomen. Alleen een dwaas, die nog niet weet, hoe sterk egoïsme, groepsbelangen, gebrek aan wijsheid zijn, zal zich de luxe van een goedkoop optimisme veroorloven.

Maar tegelijk moet ook de mens-inverwarring weten dat als er een uitweg, als er goede oplossingen zullen worden gevonden, dat alleen zal gebeuren, wanneer daarvoor gestreden wordt, wanneer daarvoor offers worden gebracht en nederlagen verdragen.

De medereiziger in de trein moet weer leren zien, dat politiek kan zijn (en dat er voor moet worden gestreden om poUtieK

te doen worden): de strijd om het leven in volle zin voor allen mogelijk te maken en te houden. En soms misschien alleen maar: om de nood en de ellende zo goed mogelijk te verdelen.

De koopman-aan-de-deur moet beseffen, dat hij gelijk heeft van het ogenblik af, dat vrijwel iedereen met hem de strijd opgeeft.

We zouden hun beiden nog wel iets meer willen zeggen. En de dominee en de jonge vrouw behoren hun beurt ook nog te krijgen. Alle vier moeten ze dan nog maar wat wachten, Tot de volgende week, J. H,

Sir Stafford Cripps

De reacties op het overlijden van Sir Stafford Cripps, oud-minister van Financiën en van Economische Zaken in het kabinet-Attlee, hebben laten zien, dat morele kracht in politieke zaken indruk maakt bij voeren tegenstander. Cripps is tijdens zijn ambtsperiode waarschijnlijk meer besproken en belasterd dan welke andere socialistische functionaris ook. Het regiem van soberheid, dat hij zijn volk heeft moeten opleggen ter wille van het behoud van Engelands economie, is hem op practisch elk onderdeel door zijn conservatieve tegenstanders als uiting van persoonlijke excentriciteit verweten. Niettemin is zijp overlijdensbericht aanleiding geworden voor een indrukwekkend aantal dagbladartikelen, waarin om strijd zijn hoge morele kwaliteiten en de noodzakelijkheid en nuttigheid van het gros zijner maatregelen worden geprezen en erkend. Door voor- en tegenstander.

Het heeft geen zin Cripps’ schitterende loopbaan hier nog eens weer te geven. Ook de Nederlandse pers heeft begrepen, welk een groot mens en politicus in Cripps is heengegaan, en z}j heeft hem iets gegeven van de eer die hem toekomt. Laten wij ons dus beperken tot het weergeven van twee belangrijke gebeurtenissen tijdens zijn bewind als minister. In de eerste plaats het feit, dat hij, minder door wettelijke maatregelen, maar veeleer door persoonlijke overreding, in Engelands moeilijkste dagen kans gezien heeft van de arbeiders de belofte te krijg;en geen looneisen te zullen stellen, en van de ondernemers om de dividenden niet te verhogen. Het is zo gemakkelijk neergeschreven, maar hierin ligt een indrukwekkend bewijs van het vertrouwen, dat hij bij zijn volk heeft kunnen wekken, en van de invloed die er van zijn hooggestemde idealen is uitgegaan. Een volk, verdeeld door scherpe tegenstellingen en aan de rand van het bankroet, schaarde zich te zamen rond zijn merkwaardige persoon en hervond aldus de geestkracht, die voor het slagen van de na-oorlogse inspanning broodnodig was.

De tweede'gebeurtenis is de devaluatie van het Engelse pond, waarover zoveel te doen geweest is, en waarbij Cripps’ vertrouwenspositie ernstig heeft gewankeld. Hij had nl. uitdrukkelijk verklaard, dat het pond niet zou devalueren. De ten slotte toch getroffen maatregel heeft de economie van zijn land en eigenlijk ook van geheel

West-Europa een knauw gegeven. Een ogenschijnlijk wonderlijke maatregel, want zijn stabilisatiepolitiek werd er door in de waagschaal gesteld.

Het is goed, dat wij ons de achtergrond van deze gebeurtenis nog eens voor de geest halen. Te gemakkelijk wordt in dit opzicht nl. van een fout gesproken en te weinig hebben wij oog voor de persoonlijke tragiek van dit gebeurde.

De Amerikanen geloofden nl. niet, zoals de Engelsen zelf, in de waarde van de versobering, die hij Engeland oplegde. Zij dachten, dat de Britse problemen er niet door zouden worden opgelost, daarbij de Britse geestkracht onderschattend en eigen „zakenmansinzicht” stellig veel te hoog waarderend. De door Cripps’ ingrijpen toenemende stabiliteit van de Britse economie werd dientengevolge in gevaar gebracht door het eveneens toenemende wantrouwen in Amerika.

Toen de Amerikaanse prijzen gingen dalen, bleven de Britse gelijk. In Amerika concludeerde men daaruit, dat de koers van het pond sterling te hoog was. Amerika’s minister Snyder gaf deze mening zelf aan de openbaarheid prijs, de bankiers en handelslieden in de wereld namen haar over, en het pond werd op de internationale markt gekraakt. Met het pond de gulden, de franc, enz.

Deze gebeurtenis moet een catastrophe zijn geweest in Cripps’ bestaan, te erger, aangezien hij reeds ernstig ziek was in die dagen. Dat zijn geestkracht toen niet gebroken is, pleit eens te meer voor hern. Het feit, dat verschillende geenszins socialistische Engelse bladen bij zijn overlijden boven weergegeven achtergronden van dit drama nog eens nadrukkelijk naar voren hebben gebracht, geeft aan, dat de door Cripps’ gepropageerde solidariteit van het Engelse volk deze slag heeft overleefd.. Het sterkste bewijs van CWpp’s grote persoonlijkheid. H. V. V.