is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 31, 03-05-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE STRIJD BEGINT

Er zijn mensen, voor wie de verkiezingsstrijd zo iets is als de wedstrijd Holland—België. Zij worden telkens weer zeer teleurgesteld. Want dit staat vast: er zal helemaal niet zoveel veranderen en, oppervlakkig gezien is er niet veel spannends aan. De betekenis van de verkiezingen is niet gelegen in de spectaculaire verschuivingen als wel in verscherpte aandacht voor de staatkundige problemen.

Men kan niet anders zeggen, dan dat de Partij van de Arbeid hierbij een goed voorbeeld geeft. Wie het nu eens niet wil bezien van de kant van de uitbreiding van de machtssfeer, of, om het onwelwillender te zeggen, van de kant van de zieltjeswinnerlj, zal moeten toegeven, dat met het instellen van de Fakkeldragersgroepen en de arbeid, die daarbij geschiedt, een politiek hoogst belangrijk werk wordt gedaan. Natuurlijk: men wil de leden scholen om straks, bij huisbezoek, hun man of vrouw te kunnen staan. Maar dat men zoveel duizenden mannen en vrouwen bereid gevonden heeft om de belangrijkste politieke kwesties te doordenken, zakelijke kennis op te doen van de tegenstanders en de argumenten op een behoorlijk niveau te zoeken, dat is politiek werk van de eerste rang.

Ondertussen: zal men de 20 % „zwevende kiezers”, kiezers dus, die bij elke stemming geneigd zijn op een andere party te stemmen dan zij de vorige keer deden, in voldoende mate bereiken?

Ik geloof, dat wij ons realiseren moeten op welk een wonderlijke wijze de politieke keuze tot stand komt. En ook hoe veel diepe weerzin er bij velen is om tot een keuze te komen. Daar helpen geen Fakkeldragers tegen. Daar moet nog een ander voorwerk worden verricht. Daarover straks.

Wat is de oorzaak van die weerzin tegen het doen van een politieke keuze? Ik zie

deze in drie gebieden. Gebieden, die elkaar beïnvloeden en in de practijk niet steeds uit elkaar te houden zijn.

In de eerste plaats is de oorzaak gelegen in het feit, dat de meeste mensen in kleine verbanden leven. In die kleine verbanden bestaan ze. Daar zijn ze met hun hele wezen verbonden. De beslissingen, die de overheid neemt, raken de meeste mensen alleen maar in zoverre ze deze i>ersoonlijk merken. Nu doet het merkwaardige verschijnsel zich voor, dat heel veel mensen meer dan vroeger de kranten lezen, maar dat de betekenis van de grote beslissingen amper tot hen doordringt. Hier is niet zozeer sprake van de moeilijkheid om kennis te nemen van de zaken, maar van het onvermogen om zich deze kennis toe te eigenen.

Dat brengt ons op het tweede punt. Een diepere oorzaak is gelegen in het feit, dat zeer veel mensen hun verantwoordelijkheid niet verder uitstrekken dan tot hun directe levenskring. De trouwste huisvaders, de meest voortreffelijke ambtenaren schieten te kort als het gaat om de vage verantwoordelijkheid, die de gemeenschap vraagt. Zonder nu te zeggen, dat ze een vijandige instelling hebben tegenover de gemeenschap, voelen ze deze toch wel als een vreemde aangelegenheid, die ze niet willen toelaten in hun leven. Het stembiljet is de uitdrukking van verantwoordelijkheid. De onachtzaamheid, de wrevel vaak waarmee dat biljet gehanteerd wordt, is er een teken van dat het met deze verantwoordelijkheid niet bijster goed gesteld is.

Het derde punt sluit hier weer bij aan. Er is een diep wantrouwen tegen wat men hier niet kent. Hoe openbaar ook de politieke beraadslagingen zijn, iedereen weet, dat er veel achter de schermen moet gebeuren. Men doorziet het niet. Men voelt zich al gauw beetgenomen. Men leest de programs. Men vindt ze allemaal mooi. Ze bedoelen allemaal het beste. En, zo redeneert men, wat komt er van terecht? De politieke propaganda speelt hier een rol. Die moet eenvoudig zijn. Die moet op duidelijke manier zeggen, wat men wil. Dat blijft in de herinnering hangen. Maar dat deze dingen straks aan de conferentietafel hun eigen gang gaan, vergeet men. En daarom zegt men: allemaal bedrog.

AJ deze verschijnselen maken, dat velen de periode van de politieke strijd tegemoet gaan met een gevoel van onlust. En dat slechts een klein deel van onze bevolking zich er werkelijk voor interesseert.

Dat is alles niets nieuws. Integendeel, wij zijn er aan gewend geraakt. I>aarom verbaast het ons niet meer. Laat het ons echter wél verbazen en laten wij vragen wat er aan te doen is.

Op het Ogenblik worden nogal eens jeugdparlementen, studentenparlementen en vrouwenparlementen gehouden.

Daar is niets op tegen, als men het heil er maar niet van verwacht. Want een schijnparlement is geen echt parlement.

Juist in het echte ervaart men alle emotie van het nemen van verreikende beslissingen. De emotie van het dragen van verantwoordelijkheid. Soms in een sierlijke spelvorm. Soms in een wat rauwe bekvechterij.

Verkiezingen zijn grondrechten In de democratie. Het gaat er dus om, de opvoeding tot democraten ter hand te nemen. Want democratie is niet alleen een zaak van rechten en plichten, maar een van houding. Democratie veronderstelt een groep, een volk waarin men naar de naaste luistert en men weet heeft van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Is die onderstelling weggevallen, dan wordt het een naargeestige zaak. Dan worden verkiezingen aangelegenheden voor reclamespecialisten. Dan heeft de grote massa gelijk zich er niet voor te interesseren.

Deze opvoeding tot democratie dient ter hand genomen te worden op nadrukkelijker manier dan tot nu toe. Langs twee wegen. In de eerste plaats door een veel beter voorlichting van de overheid. De koudwatervrees van speciaal anti-revolutionnaire kant moet men niet al te zwaar nemen.

Het aan de scholen uitdelen en bespreken van het boekje van het ministerie van Financiën, waarover vooral van a.r. zijde zoveel bezwaar is gemaakt, was een voorbeeld hoe men opvoeding tot democratie ter hand moet nemen. In de tweede plaats dient men onder dit gezichtspunt ook het gehele onderwijs en de sfeer In de gezinnen te beschouwen. De vernieuwing van het onderwijs biedt uitzicht. De „democratisering” der gezinnen komt nog achteraan.

Kom ik te ver, wanneer ik naar school en gezin toeleid bij mijn denken over de verkiezingsstrijd? Ik meen van niet. Wanneer de innerlijke houding ontbreekt, die de democratie en de daarbij horende verkiezingsstrijd veronderstelt, dan heeft alle geschrijf en gespreek de komende drie maanden weinig zin.

Als wij ook deze verkiezingsstrijd ingaan met het verlangen om een stuk scholing tot democratie mee te verrichten, dan is het waarlijk géén zaak, waarvoor men zich schamen moet. Integendeel: men kan er enthousiast voor worden.

Ik ben blij, dat het de Partij van de Arbeid is, die hiertoe in zijn methode een goede bijdrage levert.

L. H. RUITENBERG

Gezinskampen

1952 BIJ PAASHEUVEL EN MEENTHUIS! Evenals in de vorige jaren worden er weer door de A.J.C.—Stichting Voor Zon en Vrijheid en het reisbureau „De Vrije Wereld” een reeks

gezinskampen

gehouden op de uitgestrekte terreinen in Vierhouten en Blaricum. Goede verzorgde tentenkampen. Een grote keuken zorgt voor de warme maaltijden. Men kan zelf voor de broodmaaltijden zorgen, maar deze kunnen ook bij de veldkeuken worden gekocht. Een uitvoerige folder met allerlei gegevens en prijzen over deze familiekampen wordt u gaarne toegezonden. Aanvragen bij het reisbureau „De Vrije Wereld”, Reguliersgracht 80, Amsterdam.

OM TE ONTHOUDEN

Circa 70 mill. belastingverlichting stelt de exportnota voor, circa 60 mill. (als ik me in het getal niet vergis) komen er extra voor openbare werken, circa 20 miil. heeft minister Lieftinck laten vallen op de schenkingsrechten bij schenking aan kerken, liefdadige instellingen, e.d. de accijns op sigaren wordt met een niet onbelangrijk bedrag verminderd u zult toegeven: dat is bij elkaar wel een aardig sommetje, vooral als we ons herinneren, dat elke concessie die de minister het vorige jaar ten aanzien van de bekende 245 mill. belastingverhoging deed, gekocht moest worden met een compenserende belastingverhoging (in hoofdzaak van de vennootschapsbelasting). Thans laat hij een achteruitgang op de begroting toe van 100 è, 150 mill. zonder dat ook maar één enkele compensatie wordt voorgesteld. De verklaring van dit verschil in optreden ligt natuurlijk in de monetaire situatie, die momenteel, zoals het sluiten van de betalingsbalans aantoont, geen zorgen meer baart. R. B.