is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 32, 10-05-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BENTVELD. NIEUWS

Weekend-cursus voor artsen te Bentveld op 17—18 Mei over: De betekenis van de sociale wetenschappen voor de beroepsuitoefening van de arts.

Opgave voor deelneming aan of inlichtingen bij de administratie van de A.G. dar Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld, vóór 10 Mei.

PROGRAMMA

Opening Zaterdag 17.00 uur De betekenis der sociale wetenschappen, door prof. dr A. Querido, Amsterdam ... Zaterdag 19.30 uur Ochtendwijding Zondag 9.45 uur

De visie van de nieuwere psychologie op „De mens in de veranderde samenleving”, door H. M. Engelhard, zenuwarts te A’dam Zondag 10.15 uur

Wat resulteert hieruit voor het beroep van de arts en zijn taak ten aanzien van de geestelijke volksgezondheid. Afgesloten door algemeen gesprek in kleine kringen en samenvatting Zondag 15.00 uur Sluiting Zondag 18.00 uur Broodmaaltijd Zondag 18.15 uur

Leiding: dr A. van Biemen, dr M. J. Heering, dr R. Holthuis. Kosten: naar draagkracht ƒs,—, ƒ6,— of ƒ7,—. Weekend-conferentie te Bentveld op 24—25 Mei * * »

Is er een derde weg? Ja, door dr J. Suys Zaterdagavond Neen, door mevr. dr H. Verweij—Jonker

Zondagochtend Algemeen gesprek Zondagmiddag Leiding: mevr. dr H. Verweij—Jonker. Kosten naar draagkracht: ƒ4,50, ƒ5,50 or ƒ6,50. Voor echtparen: ƒ9,—, ƒlO of ƒll,—. Aanmeldingen aan de administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld. * * *

Vacantiecursussen voor huisvrouwen te Bentveld: Iste week 25—31 Mei; 2de week 9—13 Juni. De kosten voor deze weken zijn laag gehouden, nl. ƒ 16,— per persoon. De aankomst is Maandagsmiddags tussen 4 en 5 uur.

Vertrek: Vrijdagmiddag na de warme maaltijd. Aanmeldingen zo spoedig mogelijk aan de administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld. * * «

Hieronder geven we een derde verantwoording van de giften, die inmiddels voor het bouwfonds van Bentveld werden toegezegd: Mevr. J. M. V.—B. ƒ 25, G. H. ƒ 10, J. E. G. ƒ 7,50, mej. W. G. V. d. K. ƒ 2, mej. H. C. d. H. ƒ 10, J. C. V. B. ƒ 2,50, J. D. ƒ 10, J. G. d. K. ƒ 10, dames D. en S. V. W. ƒ 60, K. D. ƒ 10, mej. C. P. M. ƒ 5, mej. R. H. ƒ 5, J. C. T. Jr ƒ 6, H. J. H. H. ƒ 10, mevr. W. H. K.— V. G. ƒlO, mevr. F. R.—S. ƒ5, Chr. S. ƒ5, P. d. J. ƒ2O, mevr. A. E. v. d. M. S.—C. K. ƒ25, P. N. ƒlO, mej. zr M. V. ƒ5, H. A. B. ƒ5, mej. C. K. ƒ2,50, J. J. C. ƒ 25, P. W. E. ƒ 5, mej. M. C. v. E. ƒ2O, mevr. E. K. ƒ2,50, mej. zr K. K. ƒ5, mej. S. v. d. K. ƒ5, R. L. ƒ 5, J. H. P. ƒ 25, J. d. W. ƒ 5, mej. J. H. J. t. P. ƒ 10, P. N. H. ƒ 5, Y. F. ƒ 10, I. M. ƒ 10, H. B. ƒ 2,50, K. N. ƒ5, fam. E.—S. ƒ 2,50, J. G. d. B. ƒ 2,50, mevr. E. C. I. H.—M. ƒlO, J. S. ƒlO, mej. J. C. M. ƒ2,50, mej. G. K. ƒ 5, J. .G. v. B. ƒ 50, dames E. A. en N. J. ƒ5, W. A. O. ƒlO, mej.. J. F. ƒ2,50, J. B. ƒl, J. L. ƒ5, P. B. ƒ25, Th. K. Jr ƒl2, J. H. ƒl, L. I. d. W. ƒ 5, mej. G. J. G. H. ƒ 2,50, A. J. R. ƒ 50, P. F. F. ƒ 10, A. J. V. d. Z. ƒ2,50, Chr. v. H. ƒ2,50, mej. J. W. ƒ6O, mevr. A.—J. ƒlO, mej. J. A. A. L. O. ƒlO, mevr. T. J.—V. ƒ6O, Th. J. ƒ2,50, E. W. G. ƒ2,50, mevr. L. W. V. M.—F. ƒ 25, mej. H. E. W. ƒ 10, mej. G. N. ƒ 1, mevr. N. ƒ 2,50, J. H. ƒ 5, A.N.L.B. ƒ 50, H. R. K. ƒlO, J. B. V. L. ƒlO, mej. C. K. ƒlO, mej. X. ƒ2,50, C. d. G. ƒ 10, mej. E. A. v. W. ƒ2,50, mej. E. v. d. V. ƒ5, K. Z. ƒlO, H. K. ƒ5, F. B. W. ƒ5, M. J. H. ƒ25, mevr. H. R.—v. d. Z. ƒlO, zr S. W. G. ƒlO, V. W. & Co ƒ25, mej. E. G. B. ƒ6O, mej. J. Th. K. ƒ 2,50, A. J. V. B. d. B. ƒ 10, M. v. R. ƒ 10, G. S. ƒ 2,50, mej. H. W. V. d. S. ƒ5, J. D. ƒlO, mej. zr M. S. ƒ5, mej. A. H. ƒlO, H. C. B. ƒ4O, mevr. M. H.—v. d. E. ƒ3,10, mej. A. C. D. M. ƒlO, mevr. A. M. H.—S. ƒ5, mevr. W. B.—L. ƒ 10, mej. J. v. d. S. ƒ 10, J. C. v. A. en mevr. O. v. A.—R. ƒ5, J. A. ƒ 10, P. V. v. T. ƒ 10, mevr. M. M. B. ƒlOO, K. S. ƒ3,50, mej. J. M. B. ƒ2, M. J. H. ƒlO, mevr. M. C. S.—H. ƒ2, E. H. v. S. ƒ5, mevr. G. v. d. L—l. ƒ2,50, mej. zr M. H. ƒ2,50, C. Ph. A. ƒlO, A. H. B. ƒ5, mej. M. O. ƒlO, A. J. V. ’t V. ƒ 2,50, mevr. G. S. M. R.—E. ƒ 10, J. J. H. G. ƒlO, mej. J. T. ƒ6O, J. V. R. ƒl, mevr. S. W. K.

.V H.—H. ƒ 10, J. P. D. ƒ 10, mevr. M. E. M.—B. ƒ5, dames H. en R. ƒ 7,50, J. M. d. J. ƒ 5, S. M. S. ƒ 10, S. M. K. en mevr. A. W. K.—D. ƒ2O, mej. I. S. ƒ 10, R. R. ƒ 10, I. P. T. ƒ 25, Th. R. ƒ 5, K. K. Hzn ƒ 25, E. F. W. ƒ7,50, mej. J. H. ƒ5, mej. H. R. ƒlO, A. B. d. Z. ƒlO, mevr. J. B. ƒ2,50, mej. C. A. S. ƒlO, R. M. ƒ5, G. F. ƒlOO, G. J. C. ƒ2, mej. C. J. R. ƒ5, E. L. H. R. ƒl, mej. S. ƒ2,50, J. Z. ƒ2,50, P. v. W. ƒ25, J. J. R. V. L. ƒ 10, M. R. ƒ 2, dames M. & C. v. d. H. ƒ 5, K. N. ƒ 5, L. de V. ƒ 10, C. & G. v. W. ƒ 5, P. J. K. ƒ125, J. C. V. E. ƒ2O, A. C. V. V. ƒl5, L. B. ƒlO, mej. J. M. S. ƒ 5, H. B. D. ƒ 10, J. W. B. ƒ 5, L. H. R. ƒlO, mej. F. t. C. ƒ5, P. v. ’tH. ƒlO, E. J. W. K. ƒ5, N. B. N. Jr ƒ5, J. F. H. ƒ5, C. K. ƒlO, C. S. P. B.

ƒ3, A. V. d. V. ƒlO, H. B. ƒ6O, mevr. J. H.—J. ƒlO, mevr. L. W.—G. ƒlO, echtp. S.—R. ƒ2, F. J. S. ƒ5, C. C. B. ƒ 10, H. M. ƒ 2,50, F. C. A. K. & L. K.—S. ƒ25, J. H. E. ƒ6O, A.N.M.B. ƒ5O, mej. M. H. v. d. Z. ƒ 100, M. C. B. ƒ 10, H. G. B. ƒ 10, J. D. ƒ 10, mej. E. P. J. S. ƒ2,50, H. V. ƒ5, mej. R. J. ƒ5, mej. H. H. S. ƒlO, mej. J. H. v. N. ƒl5, H. O. ƒlO, mej. B. V. ƒ 10, mevr. W. H. D.—H. ƒ 10, D. v. d. W. ƒ 7,50, J. C. J. V. d. V. V. Z. ƒ 10, mej. M. P. T. ƒ6O, mevr. B. M.—v. W. ƒ7,50, mej. S. v. d. V. ƒlO, W. A. D. ƒ25, W. A. S. ƒ2,50, J. J. ƒ5, echtp. D. J. W.—S. ƒ6O, mej. T. P. ƒ6, mej. J. E. ƒl2, mej. J. E. S. ƒ5O, mej. W. V. d. H. ƒ1,85, mej. J. B. ƒ 1. Totaal: ƒ 11.047,65.

Aan geefsters en gevers onze hartelijke dank.

Namens de A.G. der Woodbrookers, A. VAN BIEMEN

LE E STAF ELNIEUWS

Til Brugman: De houten Christus, uitgave De Driehoek, ’s-Graveland. Podium-reeks. 1949. Met zes illustraties door Maaike Braat. 45 blz. ƒ2,25.

Op goede korte verhalen moeten wij in ons land heel zuinig zijn, want we hebben er niet veel. Maar zonder twijfel hoort er voortaan dit boekje van Til Brugman bij. Een fijnzinnig verhaal, waarvan de zachte melancholie getemperd wordt door fijne ironie in een soms fraaie, soms lichtelijk geforceerde, steeds bezonnen stijl. De suggestieve tekeningen verhogen de waarde van dit boekje, waarvan de zachte anti-clericale toon u lang zal bijblijven. De vondst van het verhaal zelf moet niet naverteld worden, maar blijft een verrassing voor de gretige lezer.

Nicolai Gogolj: De dode zielen, vertaald door S. v. Praag. Derde druk, herzien door Theo J. v. d. Wal. Uitgave L. J. Veen, A’dam, z.j. 420 blz. ƒ7,50.

Dit boek behoort tot het bescheiden aantal romans in de wereldliteratuur, die men niet mag missen en waarvoor men de jaarlijkse vloedgolf even laat voorbijgaan. Gogolj (1809—1852) is een van die grote Russische auteurs, die in de tweede helft der XlXe eeuw ineens getuigenis aflegden van het bijzonder verhaaltalent, dit volk eigen-. Het leven in een Russische provincie onder tsaren wordt er sterk en somber in weerspiegeld en terwijl men zich inleeft in die vreemde wereld, raakt men tevens vertrouwd met enkele mensentypen, die men niet licht meer vergeet. Door dit boek wandelt een oplichter, voor wie men beurtelings afkeer, bewondering en medelijden gevoelt en die door Gogolj aan ons wordt voorgesteld met die merkwaardige humor, waarmee men alleen het uitzicht op dergelijke jammerlijke figuren kan uithouden. Aanbevolen aan liefhebbers van een sterke roman.

Prof. mr C. W. de Vries. Overgrootvader Koning Willem 111. Uitgave Engelhard-Van Embden en Co, Amsterdam 1951, 271 blz. ƒ8.90.

Prof. De Vries, bekend door zijn boek over Thorbecke, dat in zijn geheel, tegen de algemene opinie in, een critisch beeld ontwerpt van de staatsman, schrijft in dit boek in zekere zin een vervolg; waar hij Thorbecke meende te moeten kleineren, gaat hij pogen, op zijn eigen wijze, Willem 111 te verheerlijken. Er is over Willem 111 nog weinig geschreven. Levens van constitutionele vorsten zijn overigens in het algemeen weinig boeiend, want, als ze niet gevuld zijn met vage lofprijzingen en weinig zeggende uiterlijkheden, stoten ze altijd op de moeilijkheid, dat ze niet in staat zijn de juiste invloed van de Koning, die uiteraard geheim is, op ’slands bestel, weer te geven. Dit boek, dat nogal slordig gecomponeerd is het is eerder een verzameling critische nota’s wijzigt in zoverre het traditionele beeld, dat de schrijver bewijst, dat Willem 111 niet heeft gepoogd zelf te regeren, maar wel, volkomen wettig, heeft geprobeerd invloed uit te oefenen op zijn ministers. Overigens verandert er aan het beeld weinig: een goedig, maar opvliegend, weinig voor staatszaken begaafd man, met in zijn persoonlijk leven zeer zwakke plekken, die zijn tijdgenoten hem overigens gemakkelijk vergeven hebben; een nogal gebrekkige opvoeding, en later veel familieverdriet stemt ook de huidige lezer mild.

Ir A. Plate. Het diepste punt. Uitgave Stenfert Kroese, Leiden 1952, 88 blz. ƒ3.40.

Een ontwikkeld man, die heel wat boeken over de crisis der cultuur gelezen heeft en daarover heeft nagedacht, schrijft een boekje: neerslag van zijn lectuur en overpeinzing. Het biedt weinig nieuws; is ook niet nodig! het geeft een goede samenvatting, van wat her en der verspreid, over deze zaak gezegd is; het geboden uitzicht is erg vaag: één ding is duidelijk. De schrijver verwacht een herstel.

niet van het moderne humanisme, maar van een nieuwe gestalte van het christendom (?) Soms is de schrijver wel eens te apodictisch (blz. 12, blz. 29), erger is dat hij veel meer aanstipt, dan uitwerkt (de omschrijving van cultuur!). Kortom een boekje, dat de lezer onvoldaan laat. Het zet aan tot denken, maar dat denken moet de lezer hoofdzakelijk zelf doen.

Dr Stephen Szabo. Opmars der waarheid. Uit het Amerikaans vertaald door A. Verve. Uitgave J. H. Kok, Kampen 1952, 182 blz. ƒ5.95.

Twintig zgn. historische miniaturen bedoelen het voortschrijden der reformatorische waarheid uit te beelden door een levendige beschrijving van grootse historische momenten. Ik wist niet, dat zulke boeken nog gelezen en genoten werden. Het zijn voor het merendeel gefantaseerde schetsen met een historische kern, waarvan het thema onveranderlijk hetzelfde is: de geestelijke triomf van de Reformatie over het door en door bedorven rooms-katholicisme. Alles is zwart en wit. Ik weet niet wat erger is voor de argeloze lezer: het onverbloemde anti-papisme, de tomeloze verheerlijking van de Reformatie. Ja toch, dit is het ergste: de ongenuanceerde en daardoor leugenachtige uitbeelding der geschiedenis.

J. G. B

Dr G. C. van Niftrik: „Hardegarijp een teken”. Boekencentrum, Den Haag, 1952. ƒ2,25, 92 bldz.

Cr. P. van Itterson: „Synode spreek”, uitgeverij Van Keulen, Delft, 1952. ƒ0,85, 32 bldz.

Prof. Van Niftrik publiceert in dit boekje zijn bekende rede, gehouden voor het Verband van Herv. Leerkrachten. Aan de rede wordt toegevoegd een theologische fundering en een historische illustratie. Een buitengewoon belangrijk en boeiend geschrift, dat allen, die zich bezighouden met het vraagstuk van kerk en school, moeten lezen. Het zal wel nodig zijn, dat de theologische denkbeelden, die prof. Van Niftrik in dit boekje ontwikkelt, nader worden uitgewerkt. Maar hij stelt ons allen voor vragen, die voor kerk en school beide van de allergrootste betekenis zijn. Het zal goed zijn, v/anneer de discussie over deze vragen wordt losgemaakt van de incidentele kwestie Hardegarijp.

Of de volkskerkgedachte, die het gehele betoog van prof. Van Niftrik beheerst, feitelijk en principieel houdbaar is, betwijfel ik, maar het is niet mogelijk, deze kwestie in een korte aankondiging te behandelen.

Dr Van Itterson doet een appèl op de Synode der Hervormde Kerk. Hij wil, dat de Synode onomwonden kiest voor het christelijk onderwijs, hetgeen prof. Van Niftrik nu juist niet wil. Ik kan do toon van dit geschrift niet zo heel erg bewonderen, al geloof ik dat ook dr Van Itterson gezichtspunten aan de orde stelt, die niet verwaarloosd mogen worden.

Als ik één wens zou willen uitspreken, is het deze: laat de discussie vrij blijven van een al te goedkope christelijke demagogie en laat zij ook niet worden uitgebuit voor politieke doeleinden. Daar is de zaak veel te ernstig voor.

Dr G. J. Lindijer: „Johann Tobias Beek, een vergeten Godsgetuige”. Van Gorcum en Comp. N.V., Assen, 1951. ƒ6,90. 250 bldz.

Deze studie is een proefschrift. Beek behoort tot de Biblicisten. Hij is een leerling van Bengel. Zijn betekenis ligt vooral op het terrein van de heilsgeschiedenis en de eschatologie. Dr Lindijer heeft ondanks veel waardering ook critiek. Aan de grondgedachten van de Reformatie doet Beek geen recht en er is in zijn theologisch werk een antinomie tussen het Bijbelsche en Griekse denken, zodat zijn theologie ten slotte niet bevredigt. Een mooie studie over een interessante persoonlijkheid. J. J. B. Jr.

Druk N.V. De Arbeidersperi Ameterduß