is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 39, 28-06-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ DE VAL VAN

Ana Pauker...

Zo iets ongewoons was het nu ook weer niet een vooraanstaande communist!e) in een der landen achter het Ijzeren Gordijn in ongenade gevallen maar de kranten hebben het bericht over de „val” van Ana Pauker toch fors-opgemaakt gegeven. Met in sommige bladen een foto er bij. Jordaan vond in dit geval zelfs inspiratie voor een beste prent.

Niet zo ongewoon, zei ik. Topfiguren van communistische partijen en regeringen „vallen” namelijk in het Oosten met grote regelmaat en bijna even vaak als bij ons het weer verandert. We zijn er aan gewend geraakt, dat onze dagbladen die valpartijen consciëntieus registreren, maar schenken er verder al niet veel aandacht meer aan.

In het „geval A. P.” zat blijkbaar wat meer. Waarschijnlijk vooral dooreen zekere romantiek rondom deze vrouwenfiguur. Een romantiek, die door de bekende foto’s nog in de hand is gewerkt. U kent de foto’s wel: het plompe lichaam; het hoekige, grove, harde gezicht; de totaal niet flatterende korte haren. Ik aarzelde zo even zelfs om het woord „vrouwenfiguur” neer te schrijven. Zo weinig vrouwelijks spreekt er uit die foto’s.

En om deze althans schijnbaar volmaakt on vrouwelijke vrouw het geheimzinnige waas van haar grote macht: communiste no. 1 in Roemenië, machtsposities in regering en partij, nauwe relaties met het Kremlin.

Wat bijzonderheden, die het geheel voor een krantenstory nog aantrekkelijker maakten: de grote, zwarte auto, waarin ze altijd reed; haar lijfwacht

En nu.... ook Ana Paukers schijnbaar onaantastbare positie vernietigd

Schijnbaar onaantastbaar voor de meesten waarschijnlijk. Voor anderen is deze „val” niet zo onverwacht gekomen. Met die

„anderen” bedoel ik niet alleen de experts op het terrein van de Roemeense binnenlandse politiek der laatste jaren. Zelf weet ik daar te weinig van af om er veel verstandige woorden over te kunnen zeggen in verband met Ana Paukers val.

Wel is bekend, dat de interne ontwikkeling der dingen in Roemenië niet bepaald van een leien dakje is gegaan en gaat. Er schijnen zich nog grote moeilijkheden voor te doen. Evenmin schijnt de volkomen onderschikking der Roemeense belangen aan

die der Sowjet-Unie doorgevoerd te kunnen worden zonder verbittering en weerstand. Dit laatste zou wel eens grote rol gespeeld kunnen hebben als directe oorzaak van deze trieste affaire.

Er is echter meer. Ana Pauker was één der „oud-gedienden”. Direct na de eerste wereldoorlog treedt zij in het Roemeense communisme al op de voorgrond. Zij is een der „revolutionnaire vrouwen” geweest, die ook uit de geschiedenis der Russische revolutie bekend zijn. Verschillende perioden van haar leven heeft zij in de gevangenis doorgebracht. Zo’n leven van revolutionnaire strijd en de behandeling als vrouw ondergaan in de Roemeense staatsgevangenissen, lieten weinig kans, dat er in de vrouw Ana Pauker veel van de vrouw overbleef. Ik heb daarom nooit anders dan met intens medelijden naar haar foto’s kunnen kijken.

Toevallig las ik juist op de dag, dat het bericht over Ana’s val in de krant stond, het boek van Godfrey Blunden „A Room on the Route”. Blunde werkte in ’42 en ’43

goed is herinnerd te worden aan een volmaakt verleden tijd. Wij zouden immers ds Zandt ook niet willen missen. Niemand heeft bovendien last van hem.

Dit perspectief is droevig voor een volk, dat de levende aanraking met het Evangelie nodig blijft hebben. Het levende Evangelie, ontdaan van het systeem van organisaties, van vanzelfsprekendheden, van een cultuurpatroon dat de 19de-eeuwse burger erg goed verstond, maar dat de mens van 1952 alleen maar verstaat als hij er grondig in opgevoed is.

De perspectieven voor een volk, dat het christendom in zulk een tijds-bepaalde gedaante ziet èn verwerpt (en daardoor ook elke andere vorm van christendom van zich afschudt) zijn menselijkerwijze gesproken niet vrolijk. En dan te bedenken welk een geloofsmoed, een diep ingeleid zijn in Gods waarheid, en warmte van het gebedsleven en een offervaardigheid in het Gereformeerdere volksdeel leven.

Dat is ook de reden, waarom wij niet helemaal zonder hoop zijn. Voor de andere kerken èn voor het gehele volk.

L. H. R.

Een tijd en een taak op Bali 1

Er is een lange periode geweest, dat Bali stond in het teken van strijd, van oorlog. Eerst was dat de strijd tegen de Japanse overheersing, later na 1945 tegen de Nederlanders, die hun bestuur van voor de oorlog voort wilden zetten, alsof er in de tussenliggende jaren niets gebeurd was. Maar Bali wil vrij zijn, vrij zijn van vreemde heersers.

Dan is er één op het eilandje, die begrijpt, dat vrij zijn van iets geen inhoud heeft zonder een vrij zijn voor iets. En wanneer men nog midden in de strijd tegen de Hollanders gewikkeld is, doet hij een stap. Deze ene man is een vorst, een vorst van een klein vorstendom in Noord-Bali. Maar als vorst wil hij deze stap niet doen. Hij wil alleen maar een gewoon burger zijn, een „particulier”, zoals hij graag zelf zegt. Hij doet vrijwillig afstand van zijn macht en nu als gewoon burger gaat hij die stap doen, een stap op weg naar de ontwikkeling van een volk, dat vrij wil worden.

Hij laat een huis bouwen. Er worden veel gissingen gemaakt, zolang dat huis in aanbouw is. Sommigen zeggen, het wordt een particuliere woning voor de vorst, die geen vorst meer wil zijn. Maar op een dag, als het huis ten naaste bij klaar is, verzendt die vorst een groot aantal brochures, heel het eiland door, maar ook naar Java, ook naar Nederland, ook naar Amerika en India, overal waar hij zijn merkwaardige contacten heeft. En als antwoord op dat aantal brieven komen er boeken en tijdschriften binnen; even ver uiteenlopend als de landen waarheen ze gezonden zijn, is de inhoud van deze boeken. Er zijn romans, maar ook leerboeken, tijdschriften en boeken over allerlei godsdienstige onderwerpen, Kerstverhalen en folders over spiritisme; er is een boekje met de wonderlijke titel: „sierlijk leven”.

Er is veel wat rijp, nog meer dat rot is. Dat doet er niet toe. Er is een nieuw begin gemaakt. Er is een klein zaaltje aan deze leeszaal verbonden, waar mensen rustig kunnen zitten studeren, rustiger dan in hun kleine, overbevolkte huizen. Jongeren ontmoeten daar elkaar en wisselen van gedachte. En hun gedachten cirkelen jiiet langer alleen om politiek. En doen zij dat

wel, dan vinden zij in deze vergaarbak ook menig stuk, dat iets als een wegwijzer kan betekenen. Velen werden lid van deze bibliotheek. Ouderen en kinderen. Want een school in een plaats in Nederland had een schat van plezierige kinderboeken gezonden. Al wat Hollander was, werd lid en contribueerde. Zij lazen, want de bibliotheek had toen veel Hollandse boeken, onevenredig veel. Maar de boeken werden geregistreerd en de bibliotheek werd beheerd door een jonge onderwijzeres. De zaken-liepen, het geld werd goed beheerd. En men kon na enkele maanden overgaan tot aanschaf van nieuwe boeken.

Men kon vrij kiezen en men koos zorgvuldig uit de nieuwe uitgaven, die in het Indonesisch verschenen. De Hollandse boeken schoven van lieverlede wat achteruit. Zij hadden hun functie verricht. Dat was ook het lot van de Hollanders, die in 1950 bijna allen het eiland verlieten.

Maar de bibliotheek staat er. En zij staat er niet alleen. Weldra volgde een school. Een school, die tegemoet kwam in de nood, dat velen wilden leren, zonder ergens terecht te kunnen. Maar de school eiste leraren. Bij de leerlingen, die zich in grote massa opgaven, moesten leraren worden gezocht. Er waren er velen, die een tijdlang gratis hun medewerking verleenden. Maar op den duur ging dat niet. En hun aantal moest worden uitgebreid. Toen liet de vorst, die was afgetreden, maar inmiddels weer vorst was geworden weer eens de bevolking voor raadselen staan. Want weer verrees een gebouw en weer waren er talloze gissingen. Maar niemand had kunnen gissen, dat dit gebouw een bioscoop werd, een ordinaire bioscoop, die het geld moest fourneren om bibliotheek en school, maar ook de vele plannen voor ander sociaal werk in de toekomst mogelijk te maken. Want de private vermogens van de vorst waren voor een groot deel uitgeput door de enorme uitgaven, die de bibliotheek hem bij haar oprichting had gekost.

Er volgde nog meer. En zo staan er nu op een rij in Singaradja in Noord-Bali een school, een bibliotheek, een internaat err ook een bioscoop! E. A. F. —D.