is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 41, 12-07-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tijd en een taak op Bali

(slot)

Juist In de dagen, dat de verheugende tijding ons bereikte, dat de vrouw van de Javaanse onderwijzer bereid was zich op Ball als vroedvrouw te vestigen, werd de hun door de vorst van Buleleng toegezegde woning gevorderd in verband met een enorme toevloed van ambtenaren In dienst van de toen benoemde commissaris van de Kleine Soenda-ellanden.

Door een merkwaardige ontmoeting gelukte het een kleine woning te vinden. En ook een kleine uitzet was gereed. Wij hadden nl. al meer dan eens grote zendingen van „Nederland helpt Indonesië” ontvangen. Vaak waren die gaven groter geweest dan strikt noodzakelijk was voor het bepaalde doel en doordat we steeds alleen het allernoodzakelijkste hadden uitgegeven, lag er nu een kleine uitzet klaar voor de nieuwe kliniek. Wij vroegen bij de distributie ook wat textiel aan en zodoende waren de leerlingen van de melsjes-normaalschool meteen In de gelegenheid om een baby-ultzet te leren vervaardigen. Het had er veel van of al de arbeid van de voorafgaande jaren mede gericht was geweest op het oprichten van deze kliniek; want door gaven van allerlei herkomst, ook bijv. van de World-Church-Servlce was, alsof leder heel bewust een bepaald deel voor zijn rekening had genomen, een vrij volledige uitzet aanwezig. Bovendien had de vroedvrouw, die In de Japanse tijd al haar bezit had verloren, haar Instrumenten weten te bewaren. En met het geld van enige bazars was het mogelijk om op verkopingen het meest noodzakelijke huisraad aan te schaffen. Maar met de formaliteiten en dat zijn er heel wat, als een gezin van 10 mensen van Java naar Ball verhuist, liep het niet zo vlot. Zonder dat deze In orde waren, verscheen totaal onverwacht op de eerste Januari 1950 het gezin van de vroedvrouw. Want de onderwijzer, die enkele maanden tevoren de tocht naar Ball had ondernomen om zijn diensten als onderwijzer aan te bieden, was nu teruggekeerd om zich geheel In dienst te stellen van de arbeid In de toekomstige kliniek. In die tijden, toen er van een kliniek nog geen sprake was en er nog geen mens begreep, waarom deze mensen op Ball waren gekomen, hebben wij vaak gedacht of hij niet wijzer zou doen een baan als onderwijzer aan te nemen, vooral toen er juist een vacature was en men hem graag had aangesteld. Bovendien werd de rijstprijs steeds hoger In die dagen en wat nog erger was het gezin werd uit het huurhuis gezet. Want de eigenaar van het met moeite veroverde huls begon zich pas langzamerhand te realiseren, wie en wat hij op zijn erf had toegelaten. Werd er bijv. op zijn grond In de toekomstige kliniek een tweeling geboren van verschillend geslacht, dan was daarmee zijn erf voorgoed ontwijd en moest het gebouw met de grond gelijkgemaakt worden.

Een groot gezin, geen werk, een zeer dubieuze toekomst In ons hart vreesden wij, dat het gezin het zekere voor het onzekere zou nemen en terugkeren naar Java, waar de eigen sawahs hun voldoende voedsel boden.

In een rotsvast vertrouwen juist nu door God tot deze taak geroepen te zijn, wor-

stelden deze mensen verder. Maar zij werkten hard, de onderwijzer wel zeer hard: hij verrichtte de moeizame arbeid van steenhouwer. Want de vorst van Buleleng had een deel van een oude politiekazerne ter beschikking gesteld. Achter die kazerne lagen de vroegere gevangeniscellen. Daarin bikte de onderwijzer ramen en hij bikte de stenen muurtjes midden in die cellen, als een soort brits opgetrokken, weg en bouwde zo die cellen om tot kraamkamers.

Maar weer juist in de dagen, dat de kliniek bekendheid begon te krijgen en dat mensen ook van buiten af daar hulp kwamen vragen, had de vorst zelf dit huis nodig. Maar weer waren deze mensen niet uit het veld geslagen. Tijdens het moeizame

arbeiden aan de kamertjes had de onderwijzer allengs allerlei materiaal verzameld en zo kon hij, toen de zending met een voorschot te hulp kwam, epn eenvoudig gebouwtje optrekken.

Eind ’5l kwam dit gebouw tot stand. En het keurig gedocumenteerde verslag over 1951 en de eerste drie maanden van ’52 wijst uit, dat in die drie maanden bijna evenveel patiënten behandeld zijn als in het hele voorafgaande jaar.

Het zijn niet alleen de toekomstige moeders die daar hulp vragen. Vaak komen ook mannen, die maar steeds niet kunnen begrijpen, dat een kraamkliniek geen gewoon ziekenhuis is.

In de onrustige dagen van eind 1951 kwamen vaag beangste mensen vragen of zij in de kliniek mochten overnachten, in „die plaats van veiligheid” zoals zij het zelf noemden.

Onbewust voelen velen, dat deze christenen, die in moeilijke tijden zo hun taak verrichtten en daartoe alles verlieten, leven uit een andere Kracht en een diepere Werkelijkheid dan hun zelf bekend is.

E. A. FRANKEN—DUPARC

Dynamiek!

Straks krijgen we een regeringsprogramma voor onze neus. Waarnaar moeten we dat beoordelen?

Een nieuwe formateur wordt omzwermd door een heirleger van desiderata en hij moet het bos van de bomen, stokpaardjes en actuele vragen, hoofdzaken van bijzaken onderscheiden; hij moet bijzaken aan hoofdzaken ondergeschikt durven maken, hoe gewichtig zulke bijzaken op zich zelf ook mogen wezen, ook indien deze geenszins als stokpaardjes mogen worden gediskwalificeerd.

Waar zou u, lezer, als u formateur was, nu het hoofdaccent op leggen? Hoofdzaak lijkt mij, nu de catastrofe van de betalingsbalans voorbij is en de ramp van de dreigende inflatie is bezworen, nu het productie-apparaat weer draait en het herstel is voltrokken: de werkgelegenheid op de lange duur. Werk voor iedereen voor een bevolking die maar blijft groeien en voor een periode zeg tot 1970: als de nieuwe regering dit doel bevordert zal het nageslacht haar prijzen, als zij dit benadeelt verdient zij een streng en genadeloos oordeel.

Dat betekent industrialisatie en exportvergroting, we weten het wel, ja het zijn alweer versleten termen. Minder versleten in onze kring en daarom beter is het het probleem eens te betitelen als een eis van grotere beweeglijkheid.

Immers: industrialisatie betekent: nastreven van een geheel andere structuur van ons productie-apparaat. Wie moet dat nastreven? Wie moet dat bewerkstelligen? Dat is in de eerste plaats een vraag van efficiency, niet van principes. Als op zakélijke gronden de overheid zelf een stuk industrie ter hand moet nemen, zoals in het Breedband-geval gebeurd is, laat men dat dan, als in het Breedband-geval, op zakelijke gronden en niet uit socialisatieprincipes voorstellen. Als daarentegen op

zakelijke gronden het risico en het initiatief en dus ook de baten aan de ondernemerszijde behoren te liggen, laat men dan eveneens dat mogelijk maken en niet uit principe klagen dat men dat niet een socialistisch klimaat vindt.

Hetzelfde geldt, misschien in nog sterker mate voor de exportbevordering. Richting en samenstelling van onze export moeten veranderen, nieuwe markten en nieuwe producten voor die markten moeten worden gevonden, vooral omdat onze dollarbalans een nog steeds angstig groot gat vertoont. Als men op zakelijke gronden vindt dat de overheid of een of ander gemeenschapsorgaan dat het beste kan doen, laat men dat dan vooral propageren, en laat men in het andere geval niet pruttelen tegen middelen als exportdollars, belastingfaciliteiten, vervroegde afschrijvingsmogelijkheid en dergelijke. Niet omdat een ongeremd winststreven op zich zelf zo prachtig is of dat eigenbaat (zoals de achttiende-eeuwei's meenden) in feite altijd tot een optimale welvaart zou leiden, maar omdat de exporteurs in onze situatie op de hoofdvraag het beste antwoord geven en recht hebben op de erkenning daarvan. Mochten onze exporthuizen daarentegen te veel op de ouderwetse Indonesische export zijn gericht, laten ze dan vooral bij de te nemen maatregelen daar het volle nadeel van ondervinden en desnoods verdwijnen. Ook de verbetering van de arbeidsproductiviteit is afhankelijk van grotere beweeglijkheid op tal van gebieden: de loonverhoudingen, de interne organisatie der bedrijven, de technische vooruitgang en wat al niet. Dynamiek is ook hier het wachtwoord.

In de prijsstructuur is het al vaak niet anders. Ik kan waarlijk niet meedoen met mensen die klagen dat de prijsplafonds in grote sectoren zijn verdwenen, maar vraag liever of er ook in de landbouw, die ons