is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 42, 19-07-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eisenhower candidaat

Hoewel het program der Amerikaanse Republikeinse Partij geenszins progressief genoemd kan worden, is het toch vaag genoeg voor een zucht van verademing. Het is nl. een vrijwel nietszeggend stuk, dat enkel heeft moeten dienen als demonstratie van eenheid binnen de partij. Immers, Taft en Eisenhower moesten zich er beiden mee kunnen verenigen.

Welnu, u en ik zouden het misschien ook kunnen doen, als wij ten minste met vrijwel negatieve vaagheden accoord kunnen gaan. Het werkelijk belangrijke van dit program is, dat het de republikeinse candidaat voor het presidentschap, generaal Eisenhower, in de gelegenheid stelt op eigen wijze zijn politieke koers uit te zetten; ten minste voor zover hij kan rekenen op de steun zijner medestanders in Senaat en Huis van Afgevaardigden.

Voor de buitenlandse politiek nu verlangt het republikeinse verkiezingsprogram „een dynamisch leiderschap”. Verwerping van de verplichtingen voortkomend uit geheime overeenkomsten zoals die van Jalta en beëindiging van de verwaarlozing van het Verre Oosten wordt geëist. In West-Europa willen de republikeinen de Amerikaanse „vriendschappelijke invloed gebruiken, zonder een houding van inmenging of imperialisme aan te nemen, om een eind te maken aan de politieke en economische verdeeldheden, welke de enige oorzaak zijn, dat dit belangrijke gebied niet sterk genoeg is om op eigen benen te staan”. Zij „zullen de ontwikkeling van krachten voor collectieve veiligheid daar, zo goed als elders, aanmoedigen en helpen.” „Wij zullen onze buitenlandse verplichtingen zo inperken.

(vervolg pag. 5)

staat, kunnen deze verkiezingen herhaald worden, en dit veroorzaakt heel wat onnodige onrust in de arbeiderswereld.

Ook op religieus gebied is Jamaica een interessant land. Men vindt er een grote schakering van kerken. Er zijn zowel Engelse kerken als rooms-katholieke en Amerikaans getinte groepen, zoals de Seventh Day Adventists, etc. Vele van de kleinere groeperingen hebben hun Christendom gemengd met Afrikaanse gewoonten en opvattingen. Zo kan men ’s avonds langs de wegen hossende groepen van mannen, vrouwen en kinderen tegenkomen, een kruis voorop, fakkels opzij, die, al Negerliederen zingende, op weg zijn naar een „revival meeting”. Zo’n meeting duurt de hele nacht, en ’s morgens ligt men uitgeput onder de bomen van de geestelijke roes te bekomen.

Boerenbeweging, politieke partijen, vakbonden, kerken, coöperaties en sportbonden vragen alle veel van de aandacht der anderhalf millioen bewoners van wat men om toeristen aan te trekken graag „pleasure island” noemt. Men zou echter wel willen, dat de energie zich wat meer richtte op doelen die direct met de economische opbouw te maken hebben. Het welvaartspeil is, vergeleken met andere tropische dichtbevolkte gebieden, niet bijzonder laag, doch wanneer de bevolking blijft toenemen, en wanneer het productievermogen van de bodem hoofdzakelijk als gevolg van erosie, blijft dalen, dan is diepe armoede te verwachten. Slechts eensgezinde, lang volgehouden, gezamenlijke actie zal de Jamaïcanen voor dit toekomstbeeld kunnen behoeden. D- GROENVELD

dat zij gedragen kunnen worden zonder het economisch of financieel welzijn der Verenigde Staten aan te tasten.”

Het Verre Oosten Wellicht het gevaarlijkste onderdeel vormt de paragraaf over het Verre Oosten. Terecht wordt opgemerkt, dat in Azië vooralsnog de grootste winstmogelijkheden voor het communisme liggen. Amerikaanse verwaarlozing van dit gebied zal zeker tot gevolg hebben, dat de communistische macht zich verder over de Aziatische landen zal gaan uitbreiden.

Van verwaarlozing echter was geen sprake, behalve in sociaal en constructief economisch opzicht. De Amerikaanse politiek der laatste jaren is er één van weifelachtigheid geweest. Truman heeft, onder de druk zijner tegenstanders, zijn eens ontworpen sociaal-economisch ontwikkelingsprogram voor Azië niet ten uitvoer kunnen leggen. Tegelijkertijd heeft hij enigszins, maar niet veel, toegegeven aan de wensen van de Mac Arthur-groep. Tsjang Kal Tsjek is gesteund, maar net niet voldoende om hem de gelegenheid te geven voor een nieuw avontuur. Indo-China ontvangt Amerikaanse wapens, maar juist niet de overvloed, welke voor een groot Frans offensief nodig is. In Noord-Korea worden uit naam der Verenigde Naties (maar tegen de wens van de meesten hunner) electrische centralen gebombardeerd en strategisch belangrijke steden, waardoor overigens niet de lamlegging der tegenstanders wordt bereikt, maar waarschijnlijk wel een verlamming der onderhandelingspogingen. Dit is zeker als de Amerikanen met hun luchtoffensief, dat nogal „slordig” schijnt te zijn, voortgaan.

Uit alles is duidelijk, dat de Amerikaanse politiek in Azië inderdaad herzien moet worden. Er is echter te vrezen, dat Eisenhower, onder invloed van de groep-McArthur, het accent nog meer op de wapens en nog minder op de sociaal-economische steunverlening zal willen leggen, hetgeen een ernstige stap achteruit betekent.

West-Europa Ten aanzien van West-Europa wordt de beurs nauwer dichtgetrokken als Eisenhower gekozen wordt. In republikeinse oren betekent de verklaring, de buitenlandse verplichtingen in te perken, dat er voornamelijk nog slechts militaire steunverlening zal plaats hebben. De Marshall-hulp zal bij Eisenhowers leiderschap hebben afgedaan. Geplaatst naast de uitgesproken wens om buitenlandse concurrentie op de Amerikaanse markt (het enige middel voor West-Europa om dollars te verdienen), tegen te gaan, kan West-Europa’s economie derhalve bij republikeins leiderschap op moeilijkheden rekenen.

Ook de hierboven aangehaalde paragraaf over „de vriendschappelijke Amerikaanse invloed in West-Europa”, die aangewend zal worden om een eind te maken aan de Westeuropese politieke en economische verdeeldheden, geeft te depken. Vooropstellend, dat goedwillende West-Europeanen zo snel mogelijk naar een zo goed mogelijke onderlinge samenwerking streven, is het de vraag, of te nadrukkelijke Amerikaanse beïnvloeding in deze richting, hoe „vriendschappelijk” ook bedoeld, niet veel kwaad bloed zal zetten. Men is in West-Europa op dit punt zeer gevoelig. Sterke Amerikaanse beïnvloeding zal slechts kunnen worden geaccepteerd, als Amerika op elk ander gebied tot royale samenwerking in staat zal zijn. En daaraan hapert het wel eens. Generaal Eisenhower kent West-Europa langzamerhand; maar de West-Europeanen kennen ook de generaal, die zijn ongeduld nimmer onder stoelen of banken heeft gestoken.

Er moet worden toegegeven, dat het program de candidaat veel speelruimte laat. De termen zijn vaag gekozen. Eigenlijk kan hij nog vele richtingen uit. Het zou evenwel een illusie zijn, te menen, dat Eisenhower, indien in November tot president gekozen, de republikeinse richtlijnen prompt naast zich neer zal leggen. Eisenhower vertegenwoordigt ook zelf een richting in de politiek. Een richting, die juist iets „rechtser” ligt dan de koers van Truman en Acheson, hetgeen overigens ook wel van een militair te verwachten is. Dit iets rechtser zou, indien in practijk gebracht, voor de wereld en ons wel eens iets te rechts kunnen worden. H. VAN VEEN

Geestelijk Federalisme

Het federalisme in zijn huidige vorm is een nog maar jong verschijnsel, op grond waarvan het duidelijk is, dat velen nog wat vreemd tegen het woord, maar ook tegen het begrip aankijken. De oude federatieve gedachte is hun vertrouwder: een federatie is de optelsom van een aantal gelijksoortige en gelijkwaardige lichamen. Zo is er een federatie van sportverenigingen, van afdelingen in de P.v.d.A. enz. Zij denken nu dat deze federatieve gedachte hetzelfde is als de federalistische gedachte.

Dat is een misvatting, die ernstige consequenties heeft. Het zou voor Europa betekenen, dat slechts een optelsom van zelfstandig blijvende landen tot stand kwam een soort organisatie van staten, waartussen het onderling wantrouwen voor en na hetzelfde kan blijven en waar ook de

wedijver als voorheen blijft voortbestaan. In de practijk lijkt momenteel de Benelux op zulk een federatie.

De federalistische gedachte grijpt echter verder. De federalistische eenheid wordt meer dan de optelsom der delen, omdat elk der delen aan deze eenheid groot deel van de souvereiniteit overdraagt. Een groot deel, niet alles! In dat geval zou slechts een nieuwe super-eenheidsstaat ontstaan, die ook niet een weerspiegeling zou zijn van de federalistische gedachte. De federalistische oplossing ligt tussen de oplossing van de optelsom en de oplossing van de vermaling van alle verschillen.

Een der meest wezenlijke beginselen van het federalisme wordt uitgedrukt de leuze: samen wat kan, avart wat moet. betekent op internationaal gebied, dat men