is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 42, 19-07-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijv. in Europees verband zoveel mogelijk samen doet door bevoegdheden en souvereiniteit over te dragen hetzij aan een functioneel, hetzij aan een politiek geïntegreerd lichaam. (Hier ligt het interne verschii tussen de federalisten van functionalistische en van politiek-integrale opvatting*). Momenteel is een begin van functionele aanpak aanwezig in het Plan-Schuman, dat de Westeuropese kolen- en staalindustrie onder een supra-nationaal orgaan gesteld heeft.

In het Europese federalisme zijn er ook dingen, die apart moeten. Men behoeft slechts te denken aan de pacificatie op onderwijsgebied, die te onzent bereikt is na jarenlange strijd. Deze pacificatie zal men niet offeren om zich te onderwerpen aan een Europees lichaam, dat daarover andere opvattingen huldigt. In het algemeen kan men zeggen, dat al die zaken, die duidelijk en ondubbelzinnig ons cultureel en geestelijk leven raken, apart gedaan zullen worden.

Nog minder toegankelijk dan het Europese federalisme is voor de meesten het geestelijk federalisme, waarbij men samengaat overal, waar men maar even kan, zonder daarbij de zelfstandigheid geheel op te heffen, omdat er nu eenmaal zaken zijn, die men apart moet blijven doen. Een voorbeeld is de Oecumene. In de Oecumene werken Kerken met elkaar samen en gaan zij met elkaar zo ver als maar enigszins mogelijk is. Maar er zijn grenzen. Er is nog geen intercommunie tussen de Grieks-Katholieken en de anderen. Men is het op het punt der belijdenis niet met elkaar eens, enz.

Het geestelijk federalisme, dat in de Oecumene wordt aangetroffen vergt heel veel, omdat het daarbij gaat om de meest wezenlijke geestelijke vragen. Het politieke niveau vergt reeds aanzienlijk minder, al weten wij tegenwoordig gelukkig wel, dat geloofsovertuiging en politiek inzicht ten nauwste met elkaar verbonden zijn.

Op politiek gebied bestaat er reeds sedert jaren in Engeland een voorbeeld in de Labour Party, die immers ontstaan is uit een federalisatie van de christensocialisten (Manrice, Kingsly e.a.), de onafhankelijke socialisten, de vakverenigingen. Ook vele rooms-katholieken werken mee in de Engelse socialistische partij. Sinds 1946 hebben wij hier in Nederland de Partij van de Arbeid, waar ook christenen van roomse en protestantse zijde met niet kerkelijke humanisten en mensen zonder bepaalde geestelijke signatuur met elkaar samenwerken waar het kan en apart van elkaar blijven, waar het moet.

Dit is o.a. vastgelegd in art. 35 van het beginselprogram der P.v.d.A., dat als volgt luidt:

„De Partij staat open voor personen van zeer verschillende levensovertuiging, die instemmen met haar beginselprogram. Zij erkent het innig verband tussen levensovertuiging en politiek inzicht en waardeert het in haar leden, als zij dit verband ook in hun arbeid voor de Partij duidelijk doen blijken. Zij verwerpt echter principieel, en voor de tegenwoordige verhoudingen in Nederland ook practisch, de organisatie van het politieke partijleven op de grondslag van een godsdienstige belijdenis (antithese).”

Op dit punt nu heeft prof. Zuidema in een radiodebat met Scheps een belangrijke opmerking gemaakt, die duidelijk laat zien, dat prof. Zuidema en ongetwijfeld de meeste A.R.-aanhangers gepn besef hebben van wat geestelijk federalisme betekent.

Hij viel Scheps ongeveer als volgt aan: De P.v.d.A. waardeert het in haar leden, dat zij een band leggen tussen hun diepste levensovertuiging en hun socialisme. Dat socialisme vloeit daaruit voort. De Partij waardeert het, dus de partijleden, dus ook de christelijke partijleden, die ook dit artikel onderschrijven, waarderen het, dat men socialist is op grond van het atheïsme. De christenen waarderen het dus, dat een atheïst getuigt van zijn theïsme. En zo zegt prof. Zuidema zie j e nu wel, Scheps, waartoe die dwaalweg voert, zelfs tot het waarderen van het atheïstische getuigenis! De redenering is aardig opgezet, maar moet om twee redenen afgewezen worden:

1. De zaak ligt natuurlijk niet ro rechtlijnig! De christen juicht het atheïstische getuigenis niet toe, maar hij juicht het toe, dat ook de atheïst op grond van zijn overigens door hem afgewezen overtuiging nochtans tot de socialistische politieke houding komt. Meer niet! Het is een sofisme om er meer achter te zoeken. Dit moest een scherpzinnig man als prof. Zuidema onwaardig zijn. Men kan over dit argument hoogstens grinniken, zoals men grinnikt over het bewijs dat 2x2 gelijk is aan 5, hetgeen bewezen kan worden, als men maar ergens een paar ongeoorloofde gedachtensprongen maakt.

2. Maar de redenering dient ook afgewezen te worden op grond van het boven omschreven geestelijke federalisme. In de P.v.d.A. doen christenen en atheïsten (overigens toch altijd nog een kleine minderheid!!) op politiek gebied een groot aantal dingen samen, omdat zij die hier en nu samen kunnen doen. Zij doen ook dingen apart, hetgeen wel blijkt uit s'temmingen over huwelijksrecht, schoolpolitiek e.d. Het is een verouderde opvatting (prae-

federalistisch zou men kunnen zeggen), dat men öf alles apart óf alles samen moet doen. Men kan hier het èn in laten klinken. Dat momenteel het geestelijk federalisme in de politiek een goede kans krijgt, komt omdat nu eenmaal de vraagstukken van economische en sociale aard momenteel de voorrang hebben. Zeker, ook deze beide gebieden onttrekken zich niet aan de heerschappij van Christus, maar het stemt tot grote verheuging, dat ook in niet-christelijke kring zoveel streven naar gerechtigheid te onderkennen valt. In plaats van dit streven naar gerechtigheid met wantrouwen tegemoet te treden, moet prof. Zuidema zich verheugen over Gods trouw, die zich niet onbetuigd laat ook bij hen, die hem als Vader niet kennen of niet erkennen.

Maar zo redeneert hij wellicht hun gerechtigheid is niet onze gerechtigheid. Laten we even aannemen, dat er hier en daar inderdaad duidelijke verschillen aan te geven zijn. Dan wordt het een prachtige apostolische taak. Redenerend vanuit de gerechtigheid kan men hun de Christus verkondigen.

Dat lukt zo dan toch wel wat beter dan met een program der anti-revolutionnairen, waarin over die gerechtigheid maar weinig te vinden is en met een serie van daden in het verleden (en helaas ook in het heden, ondanks het met de mond beleden anti-kapitalisme van prof. Zuidema), dat slechts mensen heeft doen vervreemden van Christus. Beter dan sofismen op te hangen, kon prof. Zuidema bij zijn partij aandringen op bekering tot de gerechtigheid! J. G. V. d. PLOEG

*) Een duidelijk inzicht in de materie krijgt men door lezing van de brochure V van het N.G.C.: Centralisatie en Decentralisatie.

Kunst en kunstenaar in een veranderende maatschappij

Een nabeschouwing over de kunstenaarsconferentie, die Juni 1951 te Bentveld werd gehouden, en een opwekking tot deelneming aan de tweede kunstenaarsconferentie.

Wat is hlijvend? Wat verandert?

Bij een overdenking van bovenstaand onderwerp is het goed eerst eens stU te staan bij datgene wat niet verandert. Er is altijd nog meer dat niet verandert dan wél. Wat verandert eigenlijk in wezen? „De mens” verandert niet en God verandert in eeuwigheid niet. De arbeid, actie, strijd, worsteling blijft ook in de maatschappij en zal nooit mogen veranderen in verslapping.

We moeten er van uitgaan, dat er eeuwige waarden en wetten zijn, die niet veranderen.

„Vernieuwing” is wel een heel groot woord t.a.v. maatschappij en cultuur. Want gaat het bij vernieuwing eigenlijk niet altijd om bezinning op eeuwenoude.

principiële levenswaarden? De kern van het leven wijzigt zich niet het eeuwige leven, het goddelijke leven, het onzichtbare, ontastbare leven der eeuwige stilte, het onsterfelijke leven is in een onveranderlijke eeuwigdurende beweging: het perpetuum mobile.

En de aandrift tot die beweging komt uit de eeuwige Schepper. Maar wisselend en veranderlijk zijn de rhythmen van het natuurlijke leven, het zichtbare en tastbare en hoorbare leven, het sterfelijke leven, het menselijke leven.

Bij het sterfelijke leven zijn er herhalingen in steeds gewijzigde vormen er is afwisseling, verandering, stijl, mode.

Het wordt lente, het wordt zomer, het wordt herfst en ten slotte winter en daarna gaat alles weer ontbotten in de lente.

„Andre Zeiten andre Vogel „Andre Vogel andre Lieder”, zei Heinrich Heine.

Zou elk kunstenaarsleven kunnen beginnen met de vraag: „Hoe breng Ik een