is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 42, 19-07-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe lente?” daarnaast is er toch ook de stabiliteit der kunst, die vervat is in een moderne uitspraak van Herwarth Walden „Kunst hat keine Entwicklung”.

Verrassend op het eerste gezicht, is deze formulering bij nadere overdenking zeer principieel gesteld.

Want gaat het niet altijd om hetzelfde spel?.Met dezelfde regels van compositie, abstractie, klank- en kleurregels enz. waarin men eigenlijk alleen maar accentverschillen kan aanwijzen? Tijd- en plaatsaccenten? Daarom is er geen wezenlijk artistiek onderscheid tussen bijv. Vermeer en Braque, tussen westerse en oosterse kunst. De godin der schoonheid is een universele godin.

De muziekcriticus en componist Matthijs Vermeulen schreef nog onlangs over „de eeuwenheugende wereldstem die in het begin was, die wisselde, maar nooit veranderde”. Redenerend zou gezegd kunnen worden: De kunstenaar put uit de bron der eeuwige stilte de stilte van de geest en de stilte van de historie en luistert naar een innerlijke stem.

Alle grote figuren zochten zó en niet anders naar principiële waarden, die ze weer als nieuw'en oorspronkelijk, steeds weer anders te voorschijn toverden en als levend voordroegen.

Zo is Berlage zonder de Middeleeuwen niet denkbaar en Le Corbusier niet zonder de Griekse oudheid om twee moderne figuren te noemen op het gebied van de architectuur. De grote vraag is altijd hoe de geestelijke waarden en de artistieke vormen zich als inspirerend en levend aan de mens van heden kunnen presenteren.

Kunstenaarsleven Er wordt wel gezegd, dat het een voorrecht is, een gave om kunstenaar te zijn. Wie dat zeggen denken aan de betovering die in klank, in kleur, in vorm, in verhouding, in beweging, in woord of gebaar, gebracht kunnen worden door bepaalde mensen. Dit vermogen is immers fascinerend. Het zijn de lievelingen der góden, zeggen we.

Maar staat er ook niet geschreven, dat God een iegelijk kastijdt die Hij liefheeft? Ondanks het blijde spelelement dat in kunst schuilt, is een kunstenaarsleven bijna zonder uitzondering een moeilijk en zwaar en opofferend leven. Bijna iedere kunstenaar die iets zal gaan betekenen, zal desnoods gevaarlijk moeten leven.

Grote bewondering moet men hebben voor mensen die ter wUle van hun speciale levensdrang wel eens een tijdlang onder bruggen moeten slapen, minderwaardige baantjes moeten opknappen, maar tóch doorzetten: vallend en weer ópstaand.

Als een kunstenaar tevens niet lets van een apostelfiguur in zich heeft, en een fanatiek, vurig idealisme heeft, dan had hij beter gedaan een vaste baan te kiezen. Hij moet nog heel veel andere niet-artistieke eigenschappen hebben, wanneer hij enige kans van slagen heeft: eigenschappen van vasthoudendheid en doorzettingsvermogen, vindingrijkheid en fantasie, scheppingskracht en vitaliteit hij moet besef hebben van een zekere levenskunst.

Er is geen groter teleurstelling voor een mens dan een betekenisloos kunstenaar te zijn geworden, voor wie zijn werk geen innerlijke behoefte werd en wiens werk met een geringe beloning werd betaald (al te vaak komt dit voor!). Carel van Mander heeft ook heden ten dage nog gelijk, wanneer hij de vader wiens zoon schilder wil worden, aanraadt zoonlief een behoorlijk pak slaag te geven. En dit nog eens, en met nog groter heftigheid te herhalen, wanneer de zoon nogmaals te kerinen geeft schilder te worden.

En wanneer de zoon ondanks de ferme afranselingen tóch wil doorzetten welnu, zegt Van Mander, laat hem dan maar zijn gang gaan.

Het is nu eenmaal zó, dat een kunstenaarsleven vol strijd, vol teleurstellingen is maar ook vol verrassingen kan zijn. Wanneer we ons iets herinneren van de gedegen studie van Adama van Scheltema „Kunstenaar en samenleving”, dan weten we dat de kunstenaar al te vaak een trekhond is van de élite, soms het schoothondje maar zelden zelf élite is.

Een kunstenaarsleven is een geheimnisvol leven. De gave van een kunstenaarsvisie moet gepaard gaan aan de verwerkelijking bij een ware ontplooiing.

Door werken, werken, werken en wachten.

Want de poort van dat scheppend geheimenis opent zich niet wanneer de kunstenaar dat wenst.

Actief wachten moet hij, want rusteloos zoeken, bijeenvergaren wat belangrijk zou kunnen zijn, a.h.w. een archief vormen en mogelijkheden zoeken. Maar zij die geloven, wankelen niet.

En bij alle moeite, zoeken en werken is het wel eens goed te denken aan het woord uit de 12'7ste psalm: Het is te vergeefs dat gij lieden vroeg ópstaat, laat opblijft, eet brood der smarten: het is alzoo dat Hij het zijnen beminde als in den slaap geeft.

NANNO MEIJER

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij u er even op: Ie N. Beets, Waarom in het jeugdwerk coëducatie? Serie „Bestek” Kaderblad moderne jeugdraad. Verkrijgbaar Keizersgracht 717, A’dam (C), 1952. 16 blz. Prijs voor niet abonn. ƒ 0.65. Een goed pleidooi vanuit een humanistisch gezichtspunt, voor de coëducatie in het jeugdwerk. 2e W. V. lependaal, Gantelhovens ereprijs. Uitgave Arbeiderspers A’dam 1952, 3e druk, 254 blz. ƒ 0.90. Deze roman is een vervolg op „Adam in ongenade”. Prettige ontspanningslectuur met sociale inslag. Men zie onze beoordeling in Tijd en Taak 28-VI-52.

3e A. Ruegg, Homerus, de kunstenaar en de mens vertaald door E. de 'Waele, Scientia no. 1. Uitgave L. J. Veen, Amsterdam 1951, 121 blz. ƒ 2.90. Een uitstekende inleiding tot Homerus. ledere oudgymnasiast zal het boekje met genoegen lezen, maar het stelt ook degene, die geen Grieks kent, in staat zich enig idee te vormen van de klassieke meesterwerken. Het boekje berust op een levenslange omgang met Homerus en zal zelfs vakmensen nog wel enig nieuws bieden. De schr. moet een volmaakt leraar zijn geweest, en we zullen hem zijn eenzijdige verheerlijking dus maar vergeven. Ten slotte, de onderverdeling der hoofdstukken door de vertaler werkt m.i. eerder verbrokkelend dan verhelderend.

4e Captain W. E. Johns Biggles vliegt naar Tibet. Biggies in Afrika, vertaald door B. Schmidgall, uitgave Born N.V., Assen 1951, resp. 162 en 150 blz. geb. ƒ 3.90.

Boeken met sterke avonturen, die jeugdige lezers (zo van 11 jaar en ouder) wel aangenaam bezig zullen houden. De mannen die er in optreden, zijn erg

stoer, werpen zich doldriest in de meest gevaarlijke situaties en ontsnappen telkens op het nippertje; elk hoofdstuk is raak. De vertaling is kleurloos, soms stroef. Als u niets beters kunt vinden, wel aardig om uw neefje cadeau te doen; het tweede is nog vrij normaal, het eerste vooral is daverend en onzinnig. . 5e Centralisatie en decentralisatie publicatie no 5 van het Nederlands gesprekcentrum. Aldaar verkrijgbaar, Mathenesserlaan 440 b, Rotterdam. Voor niet-leden ƒ 1.50, 48 blz. Een kwestie, fundamenteel voor een-gezonde democratie, wordt hier door een groepje deskundigen grondig onderzocht. Interessant is te zien hoe men in internationale vraagstukken zogoed als in nationale tot verreikende overeenstemming kan komen, terwijl men van zo verschillende beginselen uitgaat als de souvereiniteit in eigen kring, het subsidiariteitsbeginsel en de idee der functionele decentralisatie.

6e Karl Barth, Gezond zijn en ziek zijn. Vertaald door El. Gutteling met een inleiding van dr A. F. N. Lekkerkerker. Uitgave O. F. Callenbach Nijkerk 1952. 52 blz. ƒ2.25. Dit boekje is niets anders dan de vertaling van een fragment uit de Dogmatiek van Barth (K.D. III).

Theologen zull*en dit stuk wel kennen maar ik zou het van harte willen aanraden aan zieken en gezonden en het ook ter lezing willen aanbevelen aan christelijke artsen. 'Wat hier gezegd wordt over ziekte en gezondheid is fundamenteel en tevens is hier het begin van een antwoord op de vraag naar de aanvaardbaarheid van genezing op gebed en er wordt een duidelijk oordeel uitgesproken over de Christian Science. Red. secr.

„DE SPORT IN ONZE TIJD”

Op 6 en 7 September zal op De Horst in Driebergen een weekeindconferentie gehouden worden, bestemd voor allen, die in onderwijs, soort- en jeugdorganisaties of ander werk in aanraking komen met de vragen, waarvoor de moderne sport ons stelt. Er zal samen worden gesproken naar aanleiding van inleidingen van drs W. van Zijll, directeur van het Nederlands Olympisch Comité over: „Indrukken van de Olympische Spelen te Helsinki”, 'en W. H. Eijgenhuijsen, docent aan de Academie van Kerk en Wereld, over: „Ifragen en mogelijkheden in verband met moderne sportbeoefening”.

Het programma bevat bovendien een gezamenlijke beoefening van spel en sport. Deelnemersprijs: ƒ6,50 tot Zondagavond, ƒ7,50 tot Maandagmorgen. Aanmelding bij het secretariaat van Kerk en Wereld te Driebergen, met opgave van leeftijd en beroep.

LEES DIT;

Het rapport over de toestand der arbeiders bij het Hoogovenbedrijf, dat onder de naam „Mens, gezin, industrie” als speciaal nummer van het Sociologisch Bulletin der Ned. Herv. Kerk is verschenen en waaraan onze medewerker J. H. twee lovende artikelen wijdde in T. en T. van 31 Mei en 21 Juni, is we lieten na dit te vermelden van de hand van drs W. J. Bruyn.

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam